Kernwoorden:


24 Weergaven
0 Downloads
Lees verder
Herman van Veen. Voor het eerst – verhalen over ouder worden. Uitgever: Thomas Rap, 2019. ISBN: 9789400404878. 224 blz., €12,50.

Voor het eerstEen boek als een schatkist, waar je telkens wat uithaalt. Een stukje tekst, een versje, een gedeelde herinnering, een woordgrapje; als schelpjes aan het strand, die je goed bekijkt, teruglegt of meeneemt en verzamelt; misschien wel voor later bewaart. Schijnbaar van de hak op de tak springend, neemt Herman van Veen de lezer mee op zijn reis naar later.

Iedereen die ouder wordt doet dat, en dat geldt voor alle levensfasen, voor de eerste keer. Hoe je eraan begint is belangrijk. Verwachtingsvol, nieuwsgierig, gelaten misschien, of met lood in je schoenen, omdat je wel oud wilt worden, maar het niet wilt zijn. Bang als je bent voor lichamelijke aftakeling, het verlies van verstandelijke vermogens, van je autonomie, de mensen van wie je houdt of voor het eigen einde. Steeds vaker en steeds meer verlies, maar is er ook winst, vooruitgang? Van Veen ziet het zo: “los van wat krakende onderdelen en het regelmatig kwijt zijn van namen, beschouw ik deze tijd, ook al ben ik minder jong dan gisteren, als de beste van mijn leven”. Dat is ook de rode draad in het boek, samen met verbeelding, de zoektocht naar betekenis, de verbinding tussen nu en toen, ervaringen, herinneringen. Ze zitten allemaal in de schatkist.

Ik ben in hetzelfde jaar als Van Veen geboren, 1945. Ik deel met hem herinneringen over toen en hoe de tijdgeest was. Omdat mijn moeder ook Brasso gebruikte om de bel te poetsen en ik het goedje nog ruik, omdat ik ook jaren in Utrecht woonde en dus weet waar de Plompetorengracht is en het Diakonessenhuis. Mijn juf van de eerste klas heette anders, mijn overbuurman heette geen Jacobsen en onze straat had geen ‘deftige kant’. In óns dorp gaf de spoorlijn wel het betekenisvolle verschil aan tussen noord en zuid, en de sfeer die Van Veen schetst komt overeen met mijn herinneringen. Ook míjn schooltandartservaringen hebben lang doorgewerkt.

Van Veen maakt onderscheid tussen groot en klein geluk. Groot geluk past voor hem bij een fijne jeugd, gezond zijn, kinderen krijgen, viool spelen. Klein geluk is: nieuwe snaren op je viool, ijsbloemen zien groeien op je raam en al die gebeurtenissen die je “dat verrukkelijke gevoel geven dat alles op zijn plaats valt, het moment dat alle kronkels en scherpe randjes van het leven verdwenen schijnen te zijn.” Korte flitsen van echt geluk.

Naarmate ik zelf ouder word is het fijn om behalve met de toekomst bezig te zijn, ook heel af en toe eens terug te kijken en herinneringen te delen of te lezen. En om aandachtig op zoek te gaan naar klein geluk. Daarvoor moet je goed luisteren, lezen en kijken en moet er niet te veel ervaring en ballast uit het verleden in de weg zitten. Maar dan vind je van alles, zoals in dit boek.

Het boek eindigt met een hele serie wanneer-vragen, zoals: ‘Wanneer ga je voor het eerst voelen wat het is om alleen maar afhankelijk te zijn? ’of ‘Wanneer sleepte je voor het eerst spam naar de prullenbak?’ Huiswerk voor de lezer.

In ‘Voor het eerst’ kom je geen diepgravende theorieën over oud tegen, geen leefstijladviezen, maar vooral veel aanstekelijke filosofietjes, mooie verhalen, gedichtjes en cursiefjes. Ook door de afwisseling in tekstvormen is het is geen boek om in een keer uit te lezen, maar een boekje dat je onder handbereik legt om er regelmatig een stukje uit te lezen.

Voor wie is dit boek? Voor alle ouderen die zich door Herman van Veen willen laten meenemen op zoek naar het grote en kleine geluk van ouder worden. Maar ook voor een breder publiek: iedereen die professioneel met ouderen omgaat, bijvoorbeeld, of dat gaat doen, zoals studenten gerontologie en verpleegkunde. De auteur vertelt op een lichtvoetige, bijna terloopse manier over oud worden, verlies en de dood, in taal die overtuigt.