13 Weergaven
0 Downloads
Lees verder
Eric Claassen, Lisette de Jong en Heidi Klijsen. “Gezond naar honderdvijftien. Een reis rond de wereld.” Uitgeverij Prometheus, 2019. ISBN 978 90 446 4221 6. 145 bladzijden. Prijs €19,99

Gezond naar honderd vijftien@3.indd

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hoewel de ondertitel van dit boek niet op de kaft maar pas op bladzijde 6 staat, geeft deze goed weer wat je als lezer te wachten staat wanneer je het boek opent. In zestien hoofdstukken reis je langs verre streken begeleid door prachtige foto’s. Zeker in coronatijd, wanneer reizen naar verre landen niet mogelijk is, is een boek als dit aangenaam om door te lezen. Het boek is samengesteld door drie auteurs met zeer verschillende achtergrond (immunoloog, voedingskundige, journalist) maar met één gemeenschappelijke hobby: wereldreizen.

De zestien landen waar het drietal naar afreist zijn onder andere gekozen omdat daar zogenaamde Blue Zones zijn, streken waar mensen bovengemiddeld oud worden. De auteurs zijn benieuwd of van de inwoners iets te leren valt over hoe je gezond oud kunt worden. Wat is hun “geheim”? Zo wordt in ieder hoofdstuk een leefstijlaspect besproken dat mogelijk bevorderlijk is voor gezond ouder worden. Er komen langs: lichaamsbeweging, theedrinken, muziek maken, meditatie, en vooral veel voedingsaspecten. Her en der in het boek staan recepten voor gerechten uit de besproken streek, ook weer voorzien van prachtige foto’s die je doen watertanden.

Officieel zijn er vijf Blue Zones: de bergen van Ogliastra in Sardinië, Okinawa in Japan, Loma Linda in Californië, het Nicoya schiereiland in Costa Rica, en het eiland Ikaria in Griekenland. De Blue Zones danken hun naam aan de Sardijnse onderzoeker Gianni Pes, die in Ogliastra telde hoeveel honderdplussers er verspreid over de provincie woonden. Bij iedere honderdplusser zette hij met een blauwe stift een stip op zijn kaart. Zo werd een concentratie van blauwe stippen zichtbaar: een Blue Zone. Intussen is er wereldwijd een Blue Zone-beweging op gang gekomen. De stad Minneapolis in de Verenigde Staten is de thuisbasis van het Blue Zones Project, van waaruit via allerlei kanalen het Blue Zones idee wordt gepusht. Er zijn langzamerhand commerciële belangen mee gemoeid geraakt. In het boek gaan de auteurs naar de wijk Selwerd in Groningen-stad – ditmaal een reisje in eigen land – waar wordt gewerkt aan het opzetten van een Blue Zone, geïnspireerd op voorbeelden elders in de wereld. In een apart kadertje staan vijf adviezen hoe je je eigen Blue Zone kunt inrichten:

  1. Richt je leven zo in dat je als vanzelf meer gaat bewegen
  2. Leg een moestuin aan
  3. Zet een bankje voor de deur
  4. Pak je rust
  5. Houd je huis opgeruimd.

Deze adviezen, hoewel niet allemaal even origineel, lijken zeker bevorderlijk voor een goed leven. Ze dienen ook vaak meerdere doelen. De moestuin levert niet alleen eetbare producten, maar bevordert ook lichaamsbeweging en sociale contacten met aangrenzende moestuiniers. Het bankje voor de deur is niet om zitten te bevorderen, maar om te ontspannen en sociale contacten te onderhouden. Intussen blijft het de vraag of je er langer en gezonder door zult leven – een claim die door het hele boek wel wordt gemaakt.

De reislust van de auteurs van het boek was met de genoemde zes bestemmingen niet bevredigd. Zij zochten ook streken op die gekenmerkt worden door een bepaald leefstijlaspect. Bijvoorbeeld vis eten in IJsland, peulvruchten eten in Canada, muziek maken in Cuba. Al met al dus een boeiende verzameling bestemmingen. De link tussen een bepaalde bestemming en het leefstijlaspect dat de auteurs erbij bespreken, is intussen niet erg sterk. Muziek maken had ook besproken kunnen worden bij Ikaria, en vis eten bij Nicoya. De keuzes voor de bestemmingen en de erbij besproken leefstijlaspecten is, kortom, met de losse pols gemaakt.

In ieder hoofdstuk worden gesprekken met wetenschappers aangehaald, en worden enkele wetenschappelijke literatuurbronnen vermeld. Ook die laatste geven de indruk van een “losse pols”-keuze. De argumentatie voor de positieve effecten van de besproken leefstijlaspecten lijkt op veel plaatsen op impressionistische wijze opgebouwd. De eerste auteur is immunoloog, hetgeen wellicht de reden is dat er nogal veel zeer specialistische termen worden gebruikt die lang niet altijd worden uitgelegd. Is dat om de geloofwaardigheid te verhogen? Maar van microbiota naar ikigai en sociale netwerken en vandaar naar lang leven zijn enorme stappen. Als je erop gaat letten, merk je dat de tekst wemelt van woorden als “waarschijnlijk”, “mogelijk”, “vrij zeker”, “nog niet duidelijk”, en vooral “meer onderzoek is nodig” en “de mechanismen moeten nog worden opgehelderd”. Toch wordt dan geconcludeerd: “De boodschap is helder.” Bijvoorbeeld: “Minder eten en af en toe vasten is voor veel mensen een goed idee” (p. 20).

Toegegeven, af en toe staat er in de tekst een waarschuwing, bijvoorbeeld in het hoofdstuk over Canada, waarin peulvruchten als bron van eiwitten worden aanbevolen: “Ouderen met een laag gewicht die de afgelopen periode onbedoeld kilo’s zijn kwijtgeraakt, bijvoorbeeld door ziekte, kunnen beter niet veganistisch eten.” Want dierlijk eiwit wordt makkelijker omgezet in spierweefsel dan plantaardig eiwit. Aan zulke kennis heb je wat.

Terug naar de hoofdtitel van het boek, “Gezond naar honderdvijftien”. Hoe komen de auteurs aan die leeftijd? In het inleidende hoofdstuk schrijven de auteurs dat dit getal is gebaseerd op een artikel in Nature uit 2016. Daarin was de vraagstelling of er een bovengrens is aan de levensduur die mensen kunnen bereiken. In het artikel werd gepoogd te onderbouwen dat er inderdaad een bovengrens is, en dat deze rond het 115e jaar ligt. Terzijde: over dit Nature-artikel is veel te doen geweest; onder andere heeft de NRC enkele artikelen gewijd aan de vraag of er wel voldoende strenge peer-review had plaatsgevonden. Maar daar gaat het de auteurs van dit boek niet om. Zij hebben dit tamelijk willekeurige getal opgepikt en uit de context gehaald. Als er een bovengrens aan de menselijke levensduur is, zal die grens eens in de zoveel jaar door een mens ergens ter wereld worden bereikt. Maar de auteurs stellen dat “we in de toekomst de 115 zeker kunnen aantikken” (p. 6). Dat is een enorme verdraaiing van de boodschap van het Nature-artikel!

Al met al geeft dit fraai uitgevoerde boek een aantal tips voor een goed leven, maar voor een stevige onderbouwing daarvan is het nog te vroeg.