Kernwoorden:


5 Weergaven
0 Downloads
Lees verder
In de Belgische gevangenissen is sprake van een toenemende vergrijzing. In acht jaar tijd is het aantal 60-plussers binnen de gevangenismuren verdubbeld van 247 in 2012 naar 496 in 2021 (Vlaams Parlement, 2021). Deze groep is tot op heden nog relatief klein, wetende dat de totale gevangenisbevolking al jaren rond de 11.000 schommelt. Toch zijn structurele maatschappelijke en penale ingrepen nodig voor deze vaak vergeten doelgroep. En net zoals in de samenleving, bestaat er in een gevangeniscontext niet zoiets als ‘de oudere’ en gaat het om een heel diverse groep.

Meer ouderen met bijzondere noden binnen het gevangeniswezen

We zien dat gevangenissen steeds meer worden bevolkt door een populatie die bijzondere of grotere behoeften heeft, terwijl ze vaak niet zijn voorzien op deze toegenomen zorgnood. Zo verblijven de meeste opgesloten ouderen in een infrastructuur die helemaal niet is ontworpen met een oudere populatie in het achterhoofd, en moeten ze zich houden aan het standaard gevangenisregime. Bovendien zien we dat het gevangenispersoneel onvoldoende is voorbereid op huidige en toekomstige uitdagingen die hiermee samenhangen. Nochtans heeft ook deze groeiende groep van – vaak vergeten – mensen recht op een kwaliteitsvolle zorg, met aandacht voor lichamelijk, psychisch en sociaal welzijn. Het is dus hoog tijd om na te denken over hoe we de zorg voor deze groep kunnen verbeteren, zodat deze gelijkwaardig wordt aan de zorg voor ouderen in de samenleving.

Gelijkaardige vaststellingen hebben in Angelsaksische landen al eerder een belangrijke impuls gegeven aan het opleiden en bijscholen van personeel inzake ouderenzorg, terwijl er in België nu pas stappen worden gezet om het gevangenispersoneel professioneel op te leiden en te begeleiden in de zorg en aandacht voor ouderen.

De spanning tussen zorg en beveiliging

Voor gevangenisbewaarders is het een uitdaging om de juiste balans te vinden tussen zorg en de drie overige doelen van de gevangenis, zijnde externe veiligheid, interne orde en rechtvaardigheid. Op gevangenissen rust er nochtans een positieve zorgplicht. Dit betekent dat de overheid een bijzondere verantwoordelijkheid heeft om voldoende medische zorg in detentie te waarborgen. Dit principe blijkt echter niet zo eenvoudig te verwezenlijken in een detentieomgeving waar mensen per definitie sterk beperkt zijn in hun autonomie, waar er sprake is van concurrerende prioriteiten (zoals juridische of veiligheidskwesties) en er aanzienlijke zorgbehoeften zijn die de beschikbare mensen en middelen overstijgen (Bedard e.a., 2017). Voorts zien we dat gevangenisbewaarders op verschillende manieren betrokken zijn bij de zorg voor mensen in detentie. Zo zijn ze bijvoorbeeld vaak de eersten die mogelijke zorgnoden kunnen opmerken of worden ze ingeschakeld om mensen naar een medische dienst te begeleiden. Toch hebben ze vaak moeite om zorg te omarmen en zien ze dit als ondergeschikt aan de andere justitiële of institutionele doelen. Ouderen dagen deze status quo uit, doordat er bij hen vaak sprake is van een grotere zorgnood en een kleine(re) beveiligingsnood. Hierdoor zijn de normale denk- en handelingskaders binnen de gevangenissen minder van toepassing op hen. Voor zij die gedetineerd zijn, verwijst zorg eerder naar ‘het onderhouden van respectvolle en sociale relaties met personeel, dat attent, benaderbaar en responsief is voor hun behoeften’ (Tait, 2011, p. 449). Het leren (her)kennen van deze behoeften is dus een belangrijke vereiste waaraan personeel dient te voldoen.

Praktijkgericht onderzoek als katalysator

Uit vooronderzoek blijkt dat er nood is aan opgeleid personeel dat beschikt over de nodige kennis van verouderingsprocessen en de noden en angsten die daarbij opduiken (Humblet, 2021). Om daaraan tegemoet te komen, werd vanuit Odisee Hogeschool een praktijkgericht wetenschappelijk onderzoeksproject opgestart. Binnen dit onderzoeksproject werd voorzien in een aanbod voor diverse professionals (zoals bewakingsassistenten, verpleegkundigen, medewerkers van de hulp- en dienstverlening) waardoor het mogelijk was om in te zetten op een ruime bewustwording van de behoeften van een oudere gevangenispopulatie. Al deze verschillende professionals hebben immers contact met oudere personen binnen de muren, elk op hun manier.

Een verhaal van samen verder bouwen op bestaande kennis

Het onderzoeksproject kwam tot stand en werd uitgevoerd in nauwe samenwerking met het werkveld. Bij aanvang van het onderzoeksproject installeerden we een stuurgroep die naast de leden an het onderzoeksteam bestond uit academici en professionals uit het gevangeniswezen en de zorg. De leden van deze stuurgroep werden zowel individueel als in groepsverband regelmatig geconsulteerd. De betrokkenheid van het werkveld was essentieel om het draagvlak voor het project te vergroten, kennis te delen en feedback te krijgen over de te zetten stappen binnen het onderzoek. We baseerden ons op eerder onderzoek met betrekking tot ouderen in de Belgische gevangenissen, keken over de landsgrenzen heen naar reeds bestaande internationale praktijken omtrent dergelijke specifieke opleidingen voor penitentiair personeel, en bevroegen het werkveld. De methode en de output van het onderzoek werden uitgebreid beschreven in een aparte en eerder verschenen bijdrage (Humblet e.a., 2021)

Ontwikkeling van bruikbare tools voor de praktijk

Opzet van dit onderzoeksproject was producten te ontwikkelen die meteen inzetbaar zijn voor het werkveld. Een eerste product dat het onderzoeksteam ontwikkelde was een module voor de basisopleiding van de penitentiair bewakingsassistenten. De opleidingsmodule hanteert het Senses Framework (Nolan e.a., 2006) als uitgangspunt. Volgens dit kader heeft elke mens zes basisbehoeften waar in de zorg aan voldaan moet worden. Het gaat om de behoefte aan veiligheid, continuïteit, van betekenis zijn, een doel hebben, nog iets bereiken en erbij horen. Wanneer er bij ouderen in de gevangenis niet aan deze behoeften wordt voldaan, kunnen ze gedragsveranderingen vertonen, zoals symptomen van agressie, depressie of apathie. Om die reden is het van belang om dergelijke kennis bij te brengen aan professionals die met deze doelgroep werken. Dat gebeurde in de vorm van train-the-trainer sessies die de onderzoekers organiseerden. Deelnemers aan deze train-the-trainer sessies beschikken hierdoor over de nodige kennis en de ondersteunende tools om penitentiair personeel in de toekomst op te leiden omtrent veroudering in detentie en de specifieke noden van ouderen in detentie.

Vervolgens werd ingezet op de ontwikkeling van een aantal andere tools voor het werkveld. Er werd een e-learning, gebaseerd op de basiscursus, ontwikkeld. Deze beoogt, net als de basiscursus, de bewustwording omtrent verouderingsprocessen in detentie te vergroten, de noden van ouderen in detentie te detecteren en handvatten te bieden in de omgang met deze doelgroep. De e-learning is vrij toegankelijk waardoor ook andere professionals die omgaan met oudere personen in detentie deze basisopleiding kunnen volgen. Een bijbehorende set gesprekskaarten, ontwikkeld in een zusterproject en bedoeld om in gesprek te gaan met een oudere persoon omtrent zijn of haar behoeften, bleek ook voor dit project zinvol. Ten slotte bleek uit een bevraging van het werkveld dat er op het vlak van beginnende dementie nood was aan kennis en vaardigheden. Om aan deze vraag tegemoet te komen, ontwikkelden we twee zeer specifieke info-posters. Eén waarop de beginnende signalen van dementie in een detentiecontext zijn beschreven en geillustreerd, en één met concrete tips over het omgaan met mensen die milde symptomen van dementie vertonen. (NB: Deze posters kunnen worden opgevraagd bij een van de auteurs.)

Figuur 1: Eén van de twee infoposters, ‘Herken dementie’

Onze verwachtingen voor de toekomst

De laatste jaren zijn we ons terecht meer vragen beginnen te stellen over het lot van ouderen die zich in een detentiecontext in België bevinden. Tegen deze achtergrond kwamen er de eerste schuchtere veranderingen. Één van de lichtpuntjes is dat Justitie in 2016 een renovatie van de Penitentiaire Inrichting Merksplas aankondigde, waarin sprake is van een ‘ouderenafdeling’ en een ‘geriatrische afdeling’. Meer recent vernamen we het nieuws dat er in het Penitentiair Complex Brugge een afdeling ‘Waardig Ouder Worden’ met een aangepast gemeenschapsregime zal komen voor een tiental oudere zelfredzame personen. Een mogelijk risico van het inbedden van dergelijke units in bestaande gevangenissen is dat men op basis van dezelfde grootschalige mechanismen blijft werken, terwijl het hier om een zeer diverse groep gaat. Een mogelijk antwoord hierop kan liggen in de oprichting van kleinschalige ‘detentiehuizen’1 in de gemeenschap, die beter aansluiten bij de specifieke behoeften van een bepaalde groep (waaronder mogelijk ook ouderen in detentie) en maatwerk kunnen faciliteren.

Naast het zoeken naar een geschikte woonvorm, is het ook een kwestie van een goede (zorg)omkadering. In een al bestaande aparte unit van Merksplas waar veel ouderen verblijven, gaven ze een parttime psychiatrisch verpleegkundige het mandaat om voor ouderen te zorgen. Hoewel we dit als een verbetering beschouwen, blijft dit véél te beperkt. Positief is wel dat er meer nadruk komt te liggen op geestelijke gezondheidszorg voor mensen in detentie van de regio’s (Strategisch Plan 2020-2025 Vlaamse Gemeenschap) en dat er sprake is van een hervorming2 van de penitentiaire gezondheidszorg.

Het besef groeit stilaan dat de zorg voor ouderen in een detentiecontext ook een bijzondere expertise vereist. In onze gevangenissen spelen gevangenisbewaarders de facto een centrale rol in de eerstelijnszorg voor mensen in detentie. Zo ontvangen zij vaak de eerste tekenen van welzijns- en gezondheidsproblemen en vervullen ze tevens de rol van poortfunctie naar de medische zorgverlening. De tools die we ontwikkeld hebben, bieden bewaarders de nodige kennis om preventief oog te hebben voor de behoeften van ouderen, eerste signalen op te pikken en hierop in te spelen. In een vervolgonderzoek trachten we impact te hebben op de attitude en het empathische vermogen van gevangenisbewaarders ten aanzien van verouderen, door aan de opleiding een ervaringsgericht luik toe te voegen. Zo zullen ze zich moeten verplaatsen in, en reflecteren over, de situatie van een persoon met functionele beperkingen die verblijft in detentie. Tegelijkertijd zijn we hoopvol dat ook een ouder segment van de gevangenispopulatie gebaat is bij het groter gedifferentieerde detentiebeleid dat nu in ontwikkeling is, waarbij men een scherper onderscheid maakt tussen passieve en dynamische beveiliging (Wet 23 maart 2019).

Ook buiten de gevangenismuren koesteren we verwachtingen. Gevangenissen zien zich in toenemende mate geconfronteerd met een profiel van oudere veroordeelden met een psychiatrische kwetsbaarheid. Onder het mom van de vermaatschappelijking van de zorg stellen we vast dat er een uitdovende opnamecapaciteit is in psychiatrische verzorgingstehuizen. Dit maakt dat er voor deze personen hoe langer hoe minder een geschikte plaats of oplossing wordt gevonden buiten de gevangenismuren.

Ontwikkeling in de goede richting?

We hebben goede hoop dat ook ouderen gebaat zullen zijn bij een aantal grotere evoluties, maar er ligt nog werk op de plank. Zo zouden er best minimale standaarden zijn voor specifieke groepen en is er nood aan een beleid dat blijvend aandacht heeft voor ouderen in detentie. Een grotere bewustwording van hun behoeften is nodig zowel bij justitiële actoren als bij gezondheids- en welzijnswerkers om ouderen ook na hun detentie opnieuw te integreren in onze samenleving.

Referenties

  1. Het concept van kleinschalige detentie werd uitgewerkt door vzw De Huizen (www.dehuizen.be). Zij bestuderen momenteel onder welke voorwaarden deze aanpak zinvol is voor ouderen in detentie.
  2. Startpunt was de studie ‘Gezondheidszorg in Belgische gevangenissen’, uitgevoerd door het Kenniscentrum voor de gezondheidszorg (KCE).

Literatuurlijst

  1. Bedard, R., Metzger, L., & Williams, B. (2017). Ageing prisoners: An introduction to geriatric health-care challenges in correctional facilities. International Review of the Red Cross, 98(3), 917–939. doi:10.1017/S1816383117000364
  2. Humblet, D. (2021). The Older Prisoner. Palgrave MacMillan.
  3. Humblet D., Naessens L., Lahaye H., Peersman W., Gillis K. (2021). Development of a strategy to raise awareness of the physical, social, and mental needs of older adults in prison. Advancing Corrections. 135-150 03 Nov 2021.
  4. Nolan, M., Brown, J., Davies, S., Nolan, J., & Keady, J. (2006). The Senses Framework: Improving care for older people through a relationship‐centred approach. Getting Research into Practice (GRiP) Report No 2. [Project Report]. University of Sheffield. Retrieved from: http://shura.shu.ac.uk/280/ (accessed: 7-07-2021).
  5. Tait, S. (2011). A typology of prison officer approaches to care. European Journal of Criminology, 8(6), 440–454.
  6. Vlaams Parlement (2021). Vraag en Antwoord. Vraag nr. 1498, 2 februari 2021 (K. Verheyden, antwoord minister W. Beke). Te raadplegen via: https://www.vlaamsparlement.be/nl/parlementaire-documenten/vragen-en-interpellaties/1467164
  7. Wet van 23 maart 2019 betreffende de organisatie van de penitentiaire diensten en van het statuut van het penitentiair personeel. BS 11 april 2019.