85 Weergaven
3 Downloads
Lees verder
Met het pensioen neemt de vrije tijd toe alsook de zorg dat veel van deze tijd passief en in sociaal isolement besteed wordt. Is die zorg gegrond? Hoe vullen gepensioneerden die extra vrije tijd in? En speelt hun beroepsverleden hierbij een rol?

Het dagelijks leven in kaart gebracht

Vóór het pensioen staat het dagelijks leven grotendeels in het teken van gezins- en arbeidsverantwoordelijkheden. Gezin en arbeid geven niet alleen structuur aan de dag (bijvoorbeeld vaste tijdstippen om op te staan), maar brengen ons ook naar buiten en in contact met anderen. Op latere leeftijd, als de kinderen ouder worden en het ouderlijk huis verlaten, en bij pensionering als het werken ophoudt, vallen deze tijdsstructuren grotendeels weg en komt er heel wat tijd vrij die een nieuwe invulling vraagt. In deze bijdrage bekijken we in kort bestek hoe gepensioneerden de vrije tijd invullen en in welke mate deze invulling beïnvloed wordt door de vroegere beroepsbezigheden. We doen dit op basis van het laatste Vlaamse tijdsbestedingsonderzoek uit 2013.

In het Vlaamse tijdsbestedingsonderzoek van 2013 (TOR13) hielden respondenten gedurende zeven opeenvolgende dagen een dagboek bij waarin ze al hun activiteiten van minuut tot minuut noteerden. Naast de hoofd- en eventuele nevenactiviteit en de begin- en eindtijd noteerden de respondenten ook de plaats en met wie ze gesproken hadden tijdens de activiteit. Hierdoor brengt tijdsbestedingsonderzoek het dagelijks leven nauwkeurig in kaart. Het legt de collectieve tijdsstructuren bloot die ons leven sturen en toont de manier waarop we daar mee omgaan of, in dit geval, wat we doen als deze tijdstructuren wegvallen. Het tijdsbestedingsonderzoek TOR13 vond plaats tussen januari 2013 en februari 2014 bij een toevallige steekproef van de Vlaamse bevolking tussen 18 en 75 jaar en betreft 3.260 respondenten.

Voor de analyses in deze bijdrage beschouwen we vrije tijd als tijd die wordt besteed aan sport en spel, hobby’s, cultuur, vermaak, recreatie, uitgaan, tv kijken, radio of muziek luisteren, lezen en het gebruik van nieuwe media. Bij nieuwe media gaat het om online spellen, bloggen, en programmeren. Het onderhouden van sociale contacten via nieuwe media (e.g., chatten, audio- of videobellen) wordt niet als vrije tijd beschouwd.

Zeeën van tijd

Om de vrijetijd van gepensioneerden te vergelijken met de rest van de volwassen bevolking bekijken we niet alleen de hoeveelheid vrije tijd (zoals hierboven omschreven), maar ook hoeveel vrije tijd er besteed wordt met anderen en hoeveel vrije tijd er buitenshuis wordt besteed. Wij kijken niet alleen naar de absolute tijd, maar ook het relatieve aandeel van, bijvoorbeeld, de tijd die samen wordt doorgebracht. Immers, we vermoeden dat gepensioneerden sowieso meer vrije tijd hebben. Naast de hoeveelheid vrije tijd kijken we ook naar een aantal kenmerken van de invulling van de vrije tijd, namelijk (het percentage van) de vrije tijd die besteed wordt aan het kijken naar TV, de tijd die besteed wordt aan cultuur en vermaak, het aantal vrijetijdsactiviteiten (periodes die ingevuld worden met een vrijetijdsactiviteit), en het aantal verschillende vrijetijdsactiviteiten. Al deze kenmerken worden weergegeven per week (zie tabel 1).

Gepensioneerden besteden gemiddeld 36u44’ aan vrijetijdsactiviteiten en dit is inderdaad zo’n 14 uur per week meer dan de rest van de volwassen bevolking. Hoewel gepensioneerden in absolute tijd 10u13’ per week meer vrije tijd doorbrengen samen met anderen dan de rest van de bevolking, is er geen relatief verschil. Ongeveer 72% van de vrije tijd wordt samen met anderen doorgebracht. Gepensioneerden besteden drie kwartier meer van hun vrije tijd buitenshuis, maar dit is een relatief kleiner aandeel van hun totale vrije tijd in vergelijking met de rest van de bevolking (respectievelijk 19,8% tegenover 27,1%). De helft van de vrije tijd wordt besteed aan TV-kijken en ongeveer een uur aan cultuur en vermaak. Daarin verschillen gepensioneerden niet van de rest van de bevolking, hoewel het verschil in absolute tijd wel 7u20’ is. Gepensioneerden hebben per week gemiddeld bijna 22 periodes die ingevuld worden met een vrijetijdsactiviteit, dat is zeven meer dan de rest van de bevolking. Ze doen gemiddeld zeven verschillende vrijetijdsactiviteiten per week (in termen van de tien hierboven onderscheiden categorieën), dat is significant meer dan de rest van de bevolking. De vergelijkingen die we maken in tabel 1 geven alvast niet de indruk dat de tijd die vrijkomt na pensionering passief en geïsoleerd wordt doorgebracht.

Tabel 1. Verschillen in kenmerken van de vrije tijd per week tussen gepensioneerden en de rest van de bevolking van 18 jaar en ouder (Vlaanderen, 2013)

Invloed van de beroepssector

In welke mate heeft de beroepsloopbaan een invloed op de invulling van de vrije tijd na pensionering? In het korte bestek van deze bijdrage moeten we ons beperken tot een vrij algemene analyse. We doen dit op basis van de sector waarin gepensioneerden het laatst hebben gewerkt. We maken hiervoor een onderscheid tussen beroepssectoren waarvan we uitgaan dat het werk in grote mate gericht is op materiële reproductie en sectoren waarin de arbeid veel meer georiënteerd is op symbolische reproductie. Tot de eerste categorie rekenen we arbeiders, technici, landbouwers, bedienden in de private sector en zelfstandigen. Hun beroepsmatig handelen zal eerder instrumenteel en/of strategisch zijn, gericht op een concreet resultaat en af te meten in termen van efficiëntie. Daar tegenover staat de arbeid verricht in gesubsidieerde sectoren zoals de overheid, cultuur, onderwijs en de zorg waarvan we veronderstellen dat het handelen in veel grotere mate communicatief georiënteerd is. In deze sectoren is arbeid meer gericht op de symbolische reproductie van de samenleving, met het oog op gedeeld begrip, gezamenlijk belang en onze identiteit. In de mate dat deze zeer algemene tweedeling een invloed heeft op de vrijetijdsbesteding, kunnen we verwachten dat gepensioneerden uit de communicatieve sectoren, zoals de overheids-, cultuur-, zorg- en onderwijssector, hun vrije tijd meer zullen richten op cultuur en communicatie en misschien ook meer divers zal zijn.

In tabel 2 gebruiken we dezelfde indicatoren als in tabel 1, maar nu vergelijken we gepensioneerden die werkzaam waren in de niet-marktgeoriënteerde, communicatieve sectoren met gepensioneerden die werkzaam waren in de instrumentele sectoren. Voor de algemene kenmerken van de vrije tijd zien we geen verschillen tussen gepensioneerden van beide sectoren, in hoeveelheid vrije tijd noch in aandeel op de totale vrije tijd. Ze hebben evenveel vrije tijd per week en besteden evenveel vrije tijd per week met anderen en buitenshuis. Voor de invulling van de vrije tijd zien we wel significante verschillen. Gepensioneerden die gewerkt hebben in de communicatieve sectoren besteden minder tijd, en daardoor ook een kleiner deel van hun vrije tijd, voor de tv (17u19’ tegenover 19u43’ en 47,8% tegenover 54,6%, respectievelijk) en meer tijd aan cultuur en vermaak (1u29’ tegenover 0u57’). Bovendien stellen zij meerdere én meer verschillende vrijetijdsactiviteiten per week. Alhoewel onze tweedeling naar beroepssector zeer algemeen is, zien we toch wel duidelijke verschillen die aangeven dat de eerdere beroepssector samenhangt met de invulling van de vrijetijd. Onze beperkte analyses laten uiteraard niet toe uitspraken te doen over de causaliteit van dit verband; verfijnde analyses zouden dit verband verder kunnen verhelderen.

Tabel 2. Verschillen in kenmerken van de vrije tijd per week tussen gepensioneerden uit communicatieve sectoren en gepensioneerden uit instrumentele sectoren (Vlaanderen, 2013)

Breed toepasbaar

Op basis van onze algemene analyses menen we te kunnen stellen dat de bezorgdheid over de invulling van de tijd die vrijkomt na het pensioen ongegrond is. De invulling van de toegenomen vrije tijd lijkt niet passief, en ook niet tot sociaal isolement te leiden. Uiteraard is er variatie bij de invulling van de vrije tijd van gepensioneerden. Een deel van die variatie is te linken aan hun beroepsverleden. Gepensioneerden uit communicatieve beroepssectoren hebben een actievere en meer diverse vrije tijd dan gepensioneerden uit instrumentele beroepssectoren. De gepresenteerde analyses zijn beperkt en bieden dan ook niet het gehele plaatje. Ook andere achtergrondkenmerken zoals het opleidingsniveau hebben een invloed op de invulling van de vrije tijd en ook de leeftijd en de daarmee gepaard gaande afnemende mobiliteit en krimpend sociaal netwerk spelen een rol.

Het doel van deze bijdrage is ook om te tonen hoe tijdbestedingsonderzoek inzichten kan leveren voor maatschappelijke thema’s. Veel van deze thema’s hebben betrekking op het dagelijks leven. Of het nu gaat over het risico op passieve vrije tijd en sociaal isolement van ouderen, of over schermtijd van kinderen of de combinatie werk en gezin van ouders. Tijdbestedingsonderzoek brengt de tijd-ruimtelijke organisatie van het dagelijks leven in kaart: wat doen we, wanneer, hoe lang, hoe vaak, in welke volgorde, met wie en waar? De analyse van hoe we onze tijd concreet invullen biedt inzicht in de kwaliteit van ons leven.