8 Weergaven
0 Downloads
Lees verder
Steeds meer mensen met geheugenproblemen blijven langer thuis wonen. Het behouden van een dagstructuur kan hierbij een uitdaging zijn. Mantelzorgers en wijkverpleging hebben een toenemende rol in het ondersteunen van die dagstructuur. Externe herinneringstechnologieën lijken hierbij ondersteuning te kunnen bieden. Maar welke factoren beïnvloeden de inzet van deze technologieën in de thuissituatie?

Hybride zorg

Hybride zorg is een combinatie van digitale en fysieke zorg. Digitalisering van zorg kan mantelzorgers en wijkverpleging ondersteunen doordat zorg onafhankelijk van tijd en plaats kan worden georganiseerd. Deze ontwikkeling sluit aan bij beleidsinitiatieven gericht op het langer zelfstandig thuis wonen van ouderen, zoals het Integraal Zorgakkoord en het programma Wonen, Ondersteuning en Zorg voor Ouderen. Deze beleidskaders benadrukken het belang van passende ondersteuning in de thuissituatie in combinatie met inzet van digitale innovaties.

Prospectief geheugen

Het geheugen kan verslechteren ten gevolge van aandoeningen zoals dementie, mild cognitive impairment, delier, multiple sclerose, (niet-)traumatisch hersenletsel en de ziekte van Parkinson. Het prospectief geheugen is een specifiek onderdeel van het geheugensysteem. Prospectief geheugen is het vermogen om te herinneren een voorgenomen actie in de toekomst uit te voeren. Zo is er het gebeurtenisgebonden geheugen, waarbij iemand zich een actie herinnert zodra een bepaalde gebeurtenis plaatsvindt. Verder bestaat het tijdsgebonden geheugen, hierbij moet een actie op een specifiek moment worden uitgevoerd. Tijdsgebonden taken zijn meestal lastiger, omdat iemand daarbij de tijd goed moet bewaken om het juiste moment niet te missen (Roestorf e.a., 2025). Naarmate een persoon ouder wordt neemt het prospectief geheugen af, wat het moeilijker maakt om dagelijkse taken te herinneren en uit te voeren (Ramos e.a., 2020).

Pilot digitale dagkalender

Om thuiswonende mensen met geheugenproblemen te ondersteunen kunnen externe herinneringstechnologieën worden ingezet, bijvoorbeeld in de vorm van een digitale dagkalender. Deze technologie kan helpen bij het herinneren aan dagelijkse activiteiten, zoals het innemen van medicatie of het eten van maaltijden. Het ondersteunen bij deze activiteiten ligt in de praktijk vaak bij mantelzorgers en wijkverpleging. Tijdens een pilot in drie wijkteams is een digitale dagkalender ingezet om bij te dragen aan meer structuur in het dagelijks leven van thuiswonende ouderen met geheugenproblemen. Aan de hand van zes duo-interviews met mantelzorgers en zorgvragers en een focusgroep met zes verpleegkundigen zijn de beïnvloedende factoren bij de inzet van deze technologie onderzocht. In de pilot werd de digitale dagkalender Nedap Luna gebruikt. Luna heeft de vorm van een fotolijst en toont activiteiten voor de huidige dag. Activiteiten kunnen worden toegevoegd door de zorgvrager, een mantelzorger of een zorgverlener. Daarnaast is Luna gekoppeld aan het plansysteem van de zorgaanbieder, waardoor afspraken met professionals – zoals wijkverpleegkundigen, thuisondersteuners of fysiotherapeuten – automatisch zichtbaar worden. De technologie vereist geen interactie of handelingen van de zorgvrager.

Gebruikservaring en -behoeften

Alle geïnterviewde zorgvragers ervaren dat de afspraken op de digitale dagkalender bijdragen aan meer rust. De tijdsaanduiding van activiteiten vergroot de voorspelbaarheid, waardoor zorgvragers beter voorbereid zijn op bijvoorbeeld een bezoek van een zorgverlener. Mantelzorgers merken dat dit ook voor hen rust geeft, omdat zij minder vaak bevestiging hoeven te geven over afspraken aan de zorgvrager. Alle zorgvragers hebben behoefte aan inzicht in toekomstige afspraken voorbij de huidige dag. De digitale dagkalender toont alleen de activiteiten van de huidige dag, binnen een zelf in te stellen tijdsframe. Daarom gebruiken alle zorgvragers nog een papieren kalender of agenda naast de digitale dagkalender. Volgens een mantelzorger kan de actuele tijdsinformatie het tijdsbeeld van de zorgvrager zelfs verstoren: “Als mijn moeder twijfelt of er vandaag zorg komt, zou ze op de kalender zien: ‘oh, dat is morgen pas’. Maar in Luna zie je alleen wat er vandaag gebeurt.” Over de gebruiksvriendelijkheid van de technologie zijn zorgvragers en mantelzorgers positief, ongeacht het niveau van digitale vaardigheden waarmee ze zichzelf associëren. Daarnaast merken drie mantelzorgers op dat een geluidssignaal helpend kan zijn bij tijdsgebonden activiteiten. Deze functie is niet beschikbaar op Luna. Tijdens de focusgroep geven verpleegkundigen echter aan dat een geluidssignaal, afhankelijk van de cognitieve situatie van de zorgvrager, ook onrust kan veroorzaken. Een dergelijke functie zou daarom per zorgvrager afgestemd moeten worden.

Ondersteuning voor en door de mantelzorger

Het systeem waarin afspraken voor de dagkalender worden ingevoerd, kan mantelzorgers ondersteunen door (gedeeld) toezicht en samenwerking op afstand te faciliteren. Volgens een mantelzorger is er een merkbaar verschil tussen de informatiebehoefte vanuit de zorgvrager vóór en ná installatie van Luna: “Dat is wel echt een verschil, want anders had ik vandaag wel een keer een telefoontje gekregen over wanneer de thuiszorg ook alweer kwam.” Een andere mantelzorger benoemde dat juist telefoontjes vanuit zichzelf naar de zorgvrager zijn afgenomen: “Als afspraken veranderen, kan ik die op afstand invoeren. Zo hoef ik de wijzigingen niet telefonisch door te geven, dit voorkomt weer miscommunicatie en onnodige onrust”. Uit eerder onderzoek naar de inzet van Luna blijkt dat de technologie kan zorgen voor minder stress bij de mantelzorger, omdat de zorgvrager meer ondersteuning ervaart bij de dagindeling (Kenniscentrum Digitale Zorg & Zorgverzekeraars Nederland, 2024). Twee zorgprofessionals observeerden dat zorgvragers die frequent bevestiging zoeken bij hun partner of een zorgverlener, met Luna een betrouwbare informatiebron aangereikt krijgen: “Een zorgvrager vraagt heel veel bevestiging aan zijn vrouw. Doordat hij nu Luna heeft kan hij daarop terugvallen.” Hieruit kan voorzichtig worden geconcludeerd dat zorgvragers in bepaalde mate zelfstandiger omgaan met hun vragen en zelfstandiger lijken te functioneren.

Digitale dagkalender doelgericht inzetten

Het herkennen van een verminderde dagstructuur bij zorgvragers werd door alle geïnterviewde verpleegkundigen als een uitdaging ervaren. Er is behoefte aan meer kennis over welke signalen passen bij een verminderde dagstructuur. Over het algemeen werd gesteld dat een inschatting van iemands dagstructuur samenhangt met zorgvuldige monitoring en rapportage van relevante signalen. Onrust, het niet nakomen van afspraken en herhaaldelijk vragen naar het tijdstip van zorgmomenten werden genoemd als mogelijke aanwijzingen van een verminderde dagstructuur. De verpleegkundigen benadrukken bovendien het belang van doelgericht gebruik van de digitale dagkalender. De technologie moet bijdragen aan de kwaliteit van de verleende zorg, waarbij een specifiek probleem als uitgangspunt dient. Zo kan de kalender een plek krijgen in het zorgplan, onderwerp zijn van evaluaties en geïntegreerd worden in het methodisch zorgproces. Daarnaast zien zorgprofessionals meerwaarde in organisatiebrede afspraken over de implementatie van de digitale dagkalender. Voorbeelden zijn het vastleggen van een gebruiksdoel in het zorgplan en samenwerking met andere professionals, zoals maatschappelijk ondersteuners.

Begrip en acceptatie

Het gebruik van een digitale dagkalender vereist een bepaalde mate van cognitief functioneren om informatie te interpreteren en te verwerken. Afhankelijk van dit niveau moet zorgvuldig worden afgewogen of de kalender bijdraagt aan meer rust of juist onrust geeft bij de zorgvrager. De fysieke zichtbaarheid van een dagkalender in de leefomgeving en de mate waarin de kalender onderdeel wordt van de dagelijkse routine zijn van invloed op het uiteindelijke effect ervan. Het is helpend gebleken om de dagkalender een prominente plek te geven in de woning en om informatie zo specifiek mogelijk in te voeren. Zo riep de ingevoerde activiteit ‘verzorging’ vragen op bij de zorgvrager, maar was dit niet het geval als de boodschap werd ingevoerd als ‘douchen en haren wassen’. Een aantal verpleegkundigen merkten op dat zorgvragers gerustgesteld lijken door de wetenschap dat Luna op elk moment weer weggehaald kan worden en geen (inter)actie van de zorgvrager vereist: “Dat je dan erbij zegt; u hoeft er niets mee te doen, het doet alles vanzelf en als u het niets vindt kunnen we het weer weghalen, dat stelt gerust.” Bij de implementatie van zorgtechnologie zoals Luna is het belangrijk aandacht te besteden aan mogelijke weerstand en veranderbereidheid van zorgverleners. Vier verpleegkundigen benadrukten dat oudere collega’s soms geen weerstand bieden, maar ook niet actief bijdragen aan de implementatie. Door de veranderbereidheid van medewerkers in te schatten en hier gepast op in te spelen, kan de technologie door alle zorgverleners beter worden omarmd.

Eindnoot

Deze evaluatie heeft laten zien dat digitale dagstructuurondersteuning van meerwaarde kan zijn in de thuissituatie. De evaluatie heeft echter ook aangetoond dat er bij de inzet van zulke kalenders geen sprake is van ‘one size, fits all’. Het is daarom belangrijk dat zorgverleners digitale hulpmiddelen afstemmen op de specifieke situatie van de zorgvrager. Bij de implementatie en borging van een digitale dagkalender dient rekening gehouden te worden met de doelstellingen in het zorgplan, persoonlijke behoeften en wensen van zorgvragers, digitale vaardigheden van gebruikers en technologische mogelijkheden van zorgaanbieders.

Literatuurlijst

Kenniscentrum Digitale Zorg. (2024). Hybride dagstructuurondersteuning – inventarisatie. Zorgverzekeraars Nederland

Ramos, L., Miller, L., & Van den Hoven, E. (2020). Prospective memory failure in dementia: Understanding and designing to support. Human-Computer Interaction Series, 131–146. https://doi.org/10.1007/978-3-030-32835-1_9

Roestorf, A., Bowler, D. M., Gaigg, S. B., & Howlin, P. (2025). Prospective memory and quality of life in older and younger autistic adults. Cortex, 185, 31–49. https://doi.org/10.1016/j.cortex.2025.01.006

De volledige literatuurlijst is op te vragen bij de eerste auteur: manondierx@proteion.nl