142 Weergaven
1 Downloads
Lees verder
Urban ageing is een opkomend domein in de sociale- en gezondheidswetenschappen en heeft implicaties die zeer verreikend zijn, tot over de grenzen van deze disciplines heen. Een belangrijke beleidsimpuls voor urban ageing is het programma age-friendly cities van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO).

Urbanisatie en ouder worden

Urban Ageing gaat over ouder worden en ouder zijn in een stedelijke context. Het gaat over het ouder worden van onze samenleving, veelal vergrijzing genoemd, en het wonen in steden. Het begrip ‘stad’ is een rekbaar begrip, maar het gaat uit van een plaats met een groot aantal inwoners, met een bepaalde dichtheid en een uitgebreid dienstenaanbod. Zowel urbanisatie als het ouder worden van de samenleving zijn enorme prestaties in het licht van de geschiedenis. In ons land en in de rest van Europa worden mensen steeds ouder, en in het algemeen in een goede of betere gezondheid dan ooit tevoren. In 2050 vormen zestigplussers meer dan een vijfde van de wereldbevolking. De interactie tussen vergrijzing en de wereldwijde trek naar steden gaat gepaard met uitdagingen voor zorg, welzijn, wonen, werken en samenleven, kortom, voor alle facetten van het leven in de stad. Volgens de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO, 2015), zal het aandeel 65-plussers in de bevolkingsopbouw in de lidstaten toenemen tot ruim 25 procent in 2050. Van al deze ouderen woont 43,2 procent in steden! Dit vraagt om een denkkader van inclusiviteit en toegankelijkheid, zowel in de stedelijke ruimte, op de arbeidsmarkt, als in de digitale wereld die om ons heen wordt uitgerold. Steden moeten daarom seniorvriendelijk worden, in internationale context ook wel ‘age-friendly’ genoemd. Maar wat precies maakt een stad age-friendly?

De stad als ideaal voor ouderen

In onze steden moeten ouderen steeds langer thuis blijven wonen. Het wordt beschouwd als ideaal. Het stereotype beeld dat ouderen al op relatief jonge leeftijd in een verzorgings- of verpleeghuis gaan wonen, is niet meer. Ouderen blijven steeds langer in de eigen woning wonen, ook als de gezondheidssituatie begint te verslechteren. Dit is trouwens ook wat veruit de meeste ouderen willen, en dat komt mooi uit. De staat maakt hier dan ook een terugtrekkende beweging. Maar langer thuis betekent voor iedereen wat anders! Men kan kiezen voor woningaanpassingen. Anderen hebben hulp in de huishouding en persoonlijke verzorging nodig.

Een andere vraag is of steden de juiste plek zijn voor ouderen om te wonen? Er zijn verschillen in ouder worden in grootstedelijke en niet-grootstedelijke gebieden. In grootstedelijke gebieden groeit de populatie ouderen harder dan elders. De stad lijkt dus vanuit de statistieken bekeken een ideale plek. Een stad heeft alle troeven en kennis in huis om oplossingen te bieden voor de verouderende samenleving. In een stad weet je zeker dat er een pinautomaat is en een supermarkt, meestal op loopafstand. Er is een ruim aanbod aan openbaar vervoer. En er is altijd wel een ziekenhuis in de buurt.

Een echte seniorvriendelijke stad is een generatievriendelijke stad, waar niet alleen ruimte is voor één generatie, maar voor alle generaties: van wieg tot graf.

foto artikel van Hoof traplift

Foto: Stichting GetOud

Op weg naar age-friendly steden

De ‘Global Age-Friendly Cities Guide’ van de WHO (WHO, 2007) helpt steden om age-friendly te worden. Voor het programma van de WHO zijn diverse partners uit aanvankelijk 35 steden met elkaar aan de slag gegaan, en dat wereldwijd. De behoeften van ouderen in deelnemende steden waren qua thematiek gelijk, hoewel in landen waar de Index van de Menselijke Ontwikkeling (Human Development Index van de Verenigde Naties, die zaken meet als armoede, onderwijs, levensverwachting) hoger is, er meer aspecten van een age-friendly stad gerealiseerd zijn in de praktijk. In het begin werden gespreksrondes gehouden met allerlei belanghebbenden. Op basis van dit onderzoek werden acht domeinen van een age-friendly stad bepaald, die teruggrijpen op aspecten van de stedelijke samenleving. Deze domeinen zijn:

  • Publieke ruimte
  • Mobiliteit
  • Huisvesting
  • Sociale participatie
  • Burgerparticipatie
  • Communicatie en informatie
  • Respect en sociale integratie
  • Gemeenschap en gezondheidszorg

Kortom, het hele spectrum van wonen in de stad komt hier wel zo’n beetje in terug.

De OESO heeft een uitgebreide lijst aan kansen waarvan de samenleving als geheel kan profiteren. En dan gaat het niet alleen over het bedrijfsleven en professionals in zorg en welzijn. Nee, het gaat ook om ouderen zelf, juist in de stad. De kansen moeten we zoeken in nieuwe ontwikkelingen op het gebied van technologie en innovatie, aanpassing van de bestaande woningvoorraad, het organiseren van diensten van ouderen door ouderen in vrijwilligersverband of als zelfstandig ondernemer. Er dienen stimuleringsregelingen te komen, en ik denk voorts aan ruimte voor regelarme experimenten. Beleid dient de paden te banen voor onze toekomst; een toekomst met meer ouderen.

Het bouwen van inclusieve steden

Grote steden worden steeds diverser en daarmee is het aanbod van diensten aan een continue verandering onderhevig. In het kader van een seniorvriendelijke stad zijn veel partijen bezig met de vraag hoe de stad zich kan ontwikkelen voor een veranderende bevolkingsopbouw. Gezien de enorme verscheidenheid in wat ouderen wensen, is het uitgaan van de grootste gemene deler bij de beantwoording van de eerder gestelde vragen niet altijd verstandig.

Betaalbaarheid

Laten we eens kijken naar een zeer belangrijk thema: betaalbaarheid. Grote steden als Den Haag, Utrecht en Amsterdam zijn in ons land berucht om hun hoge vastgoedprijzen. Hoe beter het gaat met de economie en hoe hipper de stad is, des te hoger zijn de vierkantemeterprijzen. Tel daar de instroom van gelden van speculanten en de effecten van verhuur via Airbnb bij op, en iedereen snapt dat mensen met een kleine beurs niet makkelijk een plek kunnen bemachtigen in een gebied waar wellicht heel veel diensten zich bevinden en het ook voor ouderen zeer goed toeven is. Het is van belang je te realiseren dat na de pensionering het verkrijgen van een hypotheek niet altijd mogelijk is. Huur betalen kan voor vele ouderen een grote hap uit het besteedbare inkomen betekenen. In essentie zijn het gebrek aan bouwruimte of het beperkte besteedbare inkomen niet de belangrijkste motieven om kleiner te gaan bouwen. Kleiner wonen wordt gedicteerd door het steeds grotere aantal single ouderen. Verweduwd, gescheiden of altijd single geweest, alleen zijn scheelt een hoop ruimte. Verhuizen is ook afscheid nemen van het oude en vertrouwde, van spullen waaraan je je identiteit ontleent. Mensen verhuizen meestal niet voor hun plezier, zeker honkvaste types niet. En verhuizen doe je ook niet zo snel als het eigenlijk al niet meer gaat qua gezondheid.

Met name oudere alleenstaande vrouwen kunnen in een situatie van armoede komen te verkeren. Dit hangt ongetwijfeld samen met de participatie op de arbeidsmarkt van vrouwen in vroeger dagen en de daarmee samenhangende opbouw van middelen en pensioen. Hoe sterk je persoonlijk ook bent, je loopt als alleenstaande wel het risico op sociale uitsluiting, met name als de kosten voor wonen (huur, energie) een zeer groot deel van je besteedbare inkomen in beslag nemen. Deze risico’s nemen toe bij plotselinge zorgkosten, die niet of deels gedekt worden, en daarbij word je in 2019 ook nog eens onaangenaam verrast door een hogere btw op eten en allerlei heffingen op energie, terwijl pensioenen niet worden geïndexeerd.

Andere woonvormen

Er zijn andere ontwikkelingen in de maatschappij die leiden tot de veranderende vraag naar woningen. Op dit moment is de schaal nog klein, maar er lijkt sprake te zijn van een groeiende trend. Misschien willen we niet kleiner wonen, maar juist groter. En dan samen met gelijkgestemden of vrienden en vriendinnen, zoals in een studentenhuis. Er is behoefte aan samen zijn, samen leven en samen wonen, ook in het kader van eenzaamheid en zingeving. Bij overlijden of uittreden van een medebewoner ontstaat er een gat dat gevuld moet worden. En dat gaat niet altijd goed. Het zou mooi zijn als dit soort experimentele nieuwe woonvormen wat meer bestudeerd zou worden vanuit het perspectief van organisatiekunde.

In de multiculturele urbane omgevingen zien we tegelijkertijd de opkomst van instellingen en groepswoningen met eenzelfde culturele, etnische, sociale of religieuze achtergrond. Dit heeft te maken met het gegeven dat steden in het Westen veelal multicultureel zijn (Buffel, 2017) en alle groepen hechten aan hun eigen gebruiken en voorkeuren op het gebied van wonen en onderlinge interactie. Denk aan het uitdoen van schoenen bij binnenkomst en het aantrekken van pantoffels of slippers. In de etnische woongroepen zijn gebruiken afgestemd op de behoeften en cultuur van de bewoners en hun familieleden. Deze woonvormen voorzien in belangrijke mate in de wens van ouderen om met gelijkgestemden samen te kunnen zijn.

Gebouwde omgeving

De gebouwde omgeving kan een belangrijke rol spelen in het ontmoeten van anderen, zelfs op een gevorderde leeftijd, al dan niet met gelijkgestemden. Zoals in een buurthuis, op een bankje op straat, in het overdekte winkelcentrum of in een gemeenschappelijke ruimte in een verpleeghuis. Steden bieden veel kansen op interactie. Er zijn immers veel mensen in de buurt met gelijke interessegebieden, en tegelijkertijd bestaat er ook een kans op marginalisering en sociale uitsluiting, mede door de individuele leefstijlen van stadsbewoners. Hier ligt een rol voor hulpverleners in zorg en welzijn, en voor gemeenten en corporaties. Stimuleer dat mensen elkaar ontmoeten en er ontstaan kansen. Veel niet meer mobiele ouderen zitten 80 tot 90 procent van de tijd binnen en komen dus letterlijk de deur niet uit. Daarom is het zo belangrijk dat ontmoetingsruimten uitnodigend en toegankelijk zijn. Drempelloos in de breedste zin van het woord. Er moeten zinvolle activiteiten worden aangeboden en om er te komen dienen vervoersmiddelen toegankelijk te zijn voor hen die niet langer kunnen of mogen rijden of geen auto bezitten. Openbaar vervoer is in de steden van ons land goed geregeld, maar niet altijd makkelijk om in te stappen, zoals de trams met twee of drie treden die beklommen moeten worden. Ook trottoirs kunnen beter: scheefliggende tegels, te hoge randen, het zijn barrières. En waarom geen extra oversteektijd bij een voetgangersoversteekplaats door in te checken met je stadspas? Dit nodigt uit tot wandelen, een gezonde vorm van jezelf verplaatsen. Als je dicht bij het winkelcentrum woont, pak je je rollator en loop je naar de supermarkt. Het hebben van voldoende schone openbare toiletten in de buitenruimte of in het winkelcentrum is belangrijk. Als je incontinent bent of dreigt te worden, wil je de zekerheid dat je wanneer je moet, snel bij een toilet kunt zijn.

Tenslotte: inclusieve steden bieden kansen voor dagtoerisme van ouderen. In een seniorvriendelijk stadscentrum zullen ouderen met plezier komen en geld uitgeven.

 

Dit is een bewerkte en verkorte versie van de intreerede die is uitgesproken bij de aanvaarding van het ambt van lector Urban Ageing aan de Haagse Hogeschool op 21 juni 2019.

Literatuurlijst

  1. OESO. (2015). Ageing in Cities. Paris: OECD Publishing.
  2. World Health Organization. (2007). Global age-friendly cities: A guide. Geneva: WHO.
  3. Wang, Y., Gonzales, E., & Morrow-Howell, N. (2017). Applying WHO’s Age-Friendly Communities Framework to a National Survey in China. Journal of Gerontological Social Work, 60(3), 215-231.
  4. Buffel, T. (2017). Ageing Migrants and the Creation of Home: Mobility and the Maintenance of Transnational Ties. Population, Space and Place, 23(5), 1-13.
  5. Hoof, J. van, Dikken, J., Buttiġieġ, S.C., Hoven, R.F.M. van den, Kroon, E., & Marston, H.R. (2019). Age-friendly cities in the Netherlands: An explorative study of facilitators and hindrances in the built environment and ageism in design. Indoor and Built Environment doi: 10.1177/1420326X19857216