Lees verder
Begin 2009 startte in Gent een pilootproject waarbij de oudere niet langer naar de psycholoog werd gebracht, maar de psycholoog zich vestigde waar ouderen komen, de lokale dienstencentra. Na 10 jaar is deze hulpverlening verankerd en uitgebreid naar heel Gent. Als psychologe maak ik hier de balans op: Wat betekent psychologische hulp voor thuiswonende 60-plussers? Met welke psychologische uitdagingen worden ze geconfronteerd? Hoe kan een psycholoog hen daarin helpen?

Psychologische hulp voor ouderen, een taboe?

Een vacature voor ouderenpsycholoog als vertrekpunt

Eind 2008 trok een vacature voor een pilootproject binnen OCMW-Gent mijn aandacht. De woorden ‘psycholoog voor ouderen’, ‘eerstelijnspsycholoog vanuit een lokaal dienstencentrum (LDC)’ en ‘taboedoorbrekend werk’ trokken mijn aandacht en ik merkte dat zowel mijn enthousiasme als nieuwsgierigheid groeide.

Tegelijkertijd groeide ook de twijfel. Vooral bij ‘werken met ouderen’ kon ik me immers weinig voorstellen. Ik herinnerde me daar weinig over uit mijn opleiding en dacht teleurgesteld dat mijn geheugen tekortschoot. Na een vluchtig onderzoek van mijn cursussen vond ik echter weinig of niets terug over deze levensfase. Gerustgesteld over de werking van mijn geheugen richtte ik me op Dr. Google, maar ook daar was ik snel uitgelezen.

Met de beperkte referenties die ik kon vinden (Adriaensen, 2005; Van De Ven, 2004) begaf ik me naar dat sollicitatiegesprek met het vaste voornemen om deze onderbelichte doelgroep te geven wat ze verdient.

Ik hoorde tijdens dit gesprek hoe de LDC’s van OCMW-Gent er moeilijk in slaagden ouderen met psychische nood naar de Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ) toe te leiden. Dat ze met dit project de psycholoog naar de ouderen wilden brengen in plaats van de oudere naar de psycholoog, vond ik een erg interessante en motiverende insteek.

Tijdens datzelfde sollicitatiegesprek werd echter ook pijnlijk duidelijk wat het eerste grote aandachtspunt zou worden: het taboe rond psychologische hulp voor ouderen doorbreken!

De sollicitatiejury gaf aan dat het beter was dat de nieuwe psycholoog zich niet met die titel zou bekendmaken. Ouderen zouden daarvan terugschrikken, dacht men. Ik schrok hier wat van en trok mijn stoute schoenen aan om aan de jury uit te leggen niet te willen verstoppen dat ik psycholoog ben, net om dat taboe niet te bevestigen. Gelukkig kreeg ik toch de job.

Ook een taboe bij de hulpverleners

Het taboe leefde ook bij medewerkers van het LDC en huisartsen. Zij gaven aan het erg moeilijk te vinden om hun bezorgdheid te uiten aan ouderen in verband met hun psychisch welbevinden. Ouderen doorverwijzen naar een psycholoog leek iets weg te hebben van een grove belediging. Ze vreesden hun hulpverleningsrelatie daardoor in gevaar te brengen.

De ouderen die we mondjesmaat toch tot een gesprek konden verleiden, lieten echter al snel merken dat dit taboe bij henzelf veel minder hardnekkig was. Eens ze een gesprek toelieten, geraakten we erg snel bij de essentie. In tegenstelling tot de gesprekken die ik tot dan toe had gehad in het kader van mijn vroeger werk in de bijzondere jeugdzorg, merkte ik in de gesprekken met deze doelgroep weinig weerstand en veel inzicht.

Nu, 10 jaar verder, merk ik dat het taboe is verminderd, maar niet verdwenen. Daarom zetten wij in onze hulpverlening nog steeds sterk in op het normaliseren van psychische problemen, zowel bij ouderen als bij hun omgeving. We proberen als psycholoog duidelijk zichtbaar aanwezig te zijn op die plaatsen waar ouderen al komen. Vandaar ook het belang van onze aanwezigheid in de LDC’s.

Daar werken we samen met onze collega’s (maatschappelijk werkers, ergotherapeuten, verzorgenden, onthaalmedewerkers, …), vrijwilligers en bezoekers aan het erkennen van psychische problemen en het durven benoemen van onze bezorgdheden hieromtrent. Dit doen we zowel via korte besprekingen tussendoor als via structureel overleg.

Zo proberen we psychologische problemen tijdig te detecteren en erg laagdrempelige eerste hulp aan te bieden waar nodig of wenselijk. 60-plussers kunnen in elk LDC gratis terecht voor eerstelijnspsychologische hulp, zowel op afspraak als spontaan.

Uitdagingen voor 60-plussers

Met welke klachten komen de 60-plussers bij de psycholoog in het LDC voornamelijk op gesprek?

Net zoals in elke leeftijdsgroep is er ook bij de 60-plussers een grote verscheidenheid, dus ook in de thema’s waarmee zij bij ons komen. Het is een erg ruime leeftijdsgroep waarbinnen heel veel verandert waarbij het psychisch welzijn soms toch stevig wordt uitgedaagd.

Zo zijn er, in tegenstelling tot wat je zou verwachten als je je op de cursussen ontwikkelingspsychologie baseert, in deze leeftijdsfase heel wat nieuwe ontwikkelingstaken waar mensen in kunnen vastlopen. Het meest gekende voorbeeld daarvan is omgaan met verlies. Daarbij gaat het om een opeenstapeling van verlieservaringen, gaande van lichamelijke functies tot verlies van mensen, vaardigheden, sociale rollen enzovoort. Dat kan soms leiden tot een verlies aan zin om zich opnieuw te hechten. Dit werd beschreven door Adriaensen (2005) als multiple verliessyndroom en kan leiden tot onder andere depressie.

Dikwijls verminderen daardoor sociale contacten die voortkomen uit werk, studie, opvoeding van kinderen en dergelijke, dit veelal in combinatie met een verminderende mobiliteit.

Dit brengt ons bij een andere ontwikkelingstaak: een nieuw, toegankelijk netwerk opbouwen. In tegenstelling tot andere leeftijdsfases is er hier geen structuur waarin dit vanzelf lijkt te gebeuren. Geen school, werk, schoolpoort…. Daarnaast heb je deze vereiste sociale vaardigheden daarvoor al jaren niet meer nodig gehad. Het is dus erg verleidelijk om je wat terug te trekken.

Een andere uitdaging is hulp aanvaarden. Terwijl een groot deel van de ontwikkeling tot nu toe in het teken stond van toenemende onafhankelijkheid wordt net dit bij het ouder worden steeds moeilijker.

Daarnaast merken we dat oudere leeftijd ook dikwijls hand in hand gaat met een vernauwend wereldbeeld, een veranderende relatie waarin zorg steeds meer plaats inneemt, een omkerend levensperspectief waarin prospectie steeds meer plaats maakt voor retrospectie. Oudere mensen hebben meer geleefd leven en steeds minder toekomst.

En uiteindelijk komen we bij de laatste, maar niet de minste ontwikkelingstaak: finishing well.

Bijkomende uitdagingen voor hedendaagse 60-plussers

Naast deze algemene thema’s in de gesprekken met ouderen merken we ook dat er thema’s zijn die specifiek lijken te zijn voor de ‘ouderen van tegenwoordig’. De gesprekken die ik heb met ouderen vandaag verschillen beduidend met de gesprekken die ik 10 jaar geleden had.

We zien onder andere dat bij de 60-plussers van vandaag meer relaties onder druk staan. Scheiden wordt meer dan enkele jaren geleden ook in deze leeftijdsfase als een mogelijkheid beschouwd en men ziet steeds meer verschillende relatiemogelijkheden. Dit is uiteraard een sterkte maar leidt ook tot veel angsten, verdriet en eenzaamheid. We zijn dan ook sinds een drietal jaar gestart met een datingprogramma voor 60-plussers omdat we deze nood steeds meer opmerken.

We zien ook dat veel oudere vrouwen hun positie als vrouw steeds meer in vraag stellen. Zij spiegelen zich aan de jongere vrouwen van vandaag die een kritische kijk hebben op hun positie en zowel in hun carrière als in hun relatie en seksualiteit hogere verwachtingen vooropstellen. Ook bewegingen zoals #metoo geven een beeld mee waaraan sommige ouderen hun eigen levenservaringen spiegelen. Zo worden ervaringen, gebeurtenissen van lang geleden geherinterpreteerd met een hedendaagse bril. Dit kan ervoor zorgen dat er nu soms meer zwaarte aan wordt toegekend dan toen.

We zien dat deze ‘retrospectie vanuit hedendaagse normen’ psychologische spanning teweeg kan brengen, alsook spanningen in relaties. Sommige oudere vrouwen van vandaag voelen daardoor zwaarte van jarenlange onderdrukking door ‘de man’ en projecteren deze boosheid soms zelfs op hun eigen man.

Mannen hebben op hun beurt veelal een wrang gevoel bij de strenge opvoeding die ze kregen. Ze zien dit nu veelal als erg hard en voelen zich weinig gehoord en begrepen. We proberen in dit geval ouderen bewust te maken van deze vertekening. Dit draagt soms bij tot een mildere stemming tegenover hun eigen levensverhaal.

Verder wil ik ook stilstaan bij de manier waarop het heersende beeld van ouderen in onze maatschappij de identiteitsbeleving van ouderen soms in gevaar brengt. Ik heb het hier over het vrij duale beeld met aan de ene kant de hulpeloze, afhankelijke senior en aan de andere kant de oudere die niet onderhevig lijkt te zijn aan de jaren en bergen beklimt of marathons loopt. Als je als 60-plusser niet bij deze laatste categorie van ‘winners’ hoort, word je al snel in het kamp van de eerstgenoemde groep gecategoriseerd. Het behoeft geen pleidooi dat dit nefast is voor het opbouwen van een gezond beeld van je oudere zelf. Wij proberen in onze hulpverlening dit beeld zoveel mogelijk te nuanceren zodat onze cliënten terug durven in de spiegel te kijken en erin slagen een realistisch zelfbeeld op te bouwen.

Meer nood aan psychologische hulp voor 60-plussers

Uiteraard willen we geen doembeeld geven van ouder worden maar we merken wel dat deze uitdagingen er zijn en een significant effect hebben op de psychische weerstand bij ouderen. Wij zijn er dan ook erg trots op dat we een belangrijke rol kunnen spelen op die eerste, zelfs nulde lijn waar preventie, laagdrempelige hulp en toeleiding van belang zijn.

Dit is momenteel echter enkel een Gents verhaal. We willen dit graag algemeen ingebed zien zodat elke oudere hier ondersteuning in kan vinden.

Vermaatschappelijking van de zorg, en dan specifiek van de psychologische hulp, is in België al sinds 2011 aan de orde. Steeds meer plaatsen in residentiële settingen werden afgebouwd en vervangen door outreachende hulp waarbij mensen zoveel mogelijk thuis worden ondersteund (artikel 107 van de wet op ziekenhuizen en andere verzorgingsinrichtingen). Dit werd reeds vormgegeven voor kinderen en jongeren en voor volwassenen. Tot op de dag van vandaag geldt daarin echter een exclusie voor 65-plussers. 65-plussers worden dus formeel uitgesloten van vele vormen van ambulante psychologische ondersteuning. Sinds 1 maart 2019 werden wel zes Vlaamse projecten voor kortdurende psychologische interventies in eerstelijnsorganisaties opgestart voor oudere mensen met milde tot matige psychische klachten. Dit is zeker een positieve stap. We kijken uit naar de resultaten en hopen dat de projecten ook worden omgezet naar een regulier aanbod.

Wij willen de discriminerende situatie tegenover 65-plussers in de GGZ samen met sectorgenoten aanklagen en ertoe bijdragen dat dit zo snel mogelijk wordt rechtgetrokken.

Wij willen snel meer mogelijkheden zien om de 65-plus cliënten met nood aan therapie, opname of crisisinterventie toe te kunnen leiden naar gepaste hulpverlening. Nog te dikwijls is een ziekenhuisopname de enige uitweg terwijl dit eigenlijk door psychologische hulp op maat vermeden kan worden.

Samenvattend kan ik stellen dat werken als psycholoog met ouderen, werken is met een steeds veranderende, heel boeiende groep mensen. Dat vraagt dat constant de vinger aan de pols wordt gehouden. Misschien tegen de verwachtingen in is dit dan ook een heel dynamische job waar ik al erg veel uit leerde.

Literatuurlijst

  1. Adriaensen M-Chr. (2005) Als ouderen rouwen. Tielt: Lannoo.
  2. Van de Ven, L. (2004) Ouder worden: Het leven als antwoord. Leuven: Davidsfonds.