20 Weergaven
1 Downloads
Lees verder
Het Kenniscentrum Welzijn, Wonen, Zorg (Kenniscentrum WWZ) initieerde en begeleidde de afgelopen tien jaar uiteenlopende woon(zorg)projecten in Brussel voor kwetsbare doelgroepen, in het bijzonder ouderen met een laag inkomen. De voorbije 12 jaar werden er in Brussel meer dan 30 nieuwe woonzorgvoorzieningen ontwikkeld met bijzondere aandacht voor betaalbaarheid en wonen op maat. Wat zijn de voorwaarden voor het welslagen van nieuwe, alternatieve woonzorgprojecten voor ouderen?

Meerdere doelgroepen, meerdere sectoren en het bewaken van de schaal

Ouderen verkiezen steeds meer om zolang mogelijk zelfstandig te wonen, ondersteund door hun netwerk, thuiszorg en andere diensten. Zo’n 15 jaar geleden lag de klemtoon van het woonzorgbeleid nog vooral op de uitbouw van woonzorgcentra, maar die zijn slechts een deel van het antwoord op de noden van ouderen. Bovendien wensen ouderen die een beperking hebben zelf meer regie over hun leven. Het nieuwe systeem van persoonsvolgende financiering en het Perspectiefplan 2020 van Jo Vandeurzen, voormalig Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, vertaalden die wensen in concreet beleid. De sociale evolutie, waarbij de wensen van ouderen én het beleid veranderen, was voor het Kenniscentrum WWZ de aanzet om een nieuwe visie op wonen en nieuwe woonzorgmodellen te ontwikkelen die beter tegemoetkomen aan de noden van hedendaagse gebruikers.

Het antwoord op die sociale evolutie is een buurtgericht en inclusief woonaanbod, dat in samenspraak met de gebruikers vorm krijgt in hun eigen directe omgeving. De zorg en ondersteuning gebeurt liefst bij mensen thuis, in een leef- en woonomgeving die aangepast is aan hun mogelijkheden en zorgbehoeften. Nieuwe vormen van ‘wonen met zorg’ komen tegemoet aan noden in de buurt, bevorderen de sociale cohesie, gaan eenzaamheid tegen, moedigen samenleven in diversiteit aan, stellen duurzaam wonen centraal, en streven ernaar om financieel haalbaar en betaalbaar te zijn voor iedereen. De eerste bekommernis van ouderen is niet zozeer hun zorgvraag, maar een zo inclusief mogelijke woon- en leefsituatie, waarbij ze liefst blijven wonen in de voor hun gekende buurt (Vanmechelen e.a., 2012; Vanmechelen e.a., 2019).

Wonen is meer dan huisvesting of een rationele aanpak waarbij je alleen een dak boven je hoofd zoekt. Het staat synoniem voor meer leven, meer welzijn en minder zorgen. De alternatieve woonvormen bevinden zich vaak in steden of kernen van dorpen. Niet geheel toevallig de plekken waar diensten en winkels zich bevinden, waar ontspanningsmogelijkheden en een cultureel aanbod groot en divers zijn, waar op alle noden een aangepast aanbod voorzien wordt om gaandeweg te evolueren naar een zorgzame buurt.

Een eerste uitgangspunt bij de ontwikkeling van woonzorgprojecten is inclusie. Kenniscentrum WWZ gelooft dat het verrijkend is om doelgroepen te mengen, bijvoorbeeld ouderen en jongeren, mensen met een beperking of psychische kwetsbaarheid, mensen met een financiële kwetsbaarheid, gezinnen en alleenstaanden. Een tweede principe is kleinschaligheid. De derde pijler is nabijheid en buurtgerichtheid. Deze drie uitgangspunten zorgen er samen voor dat er veel informele contacten en ondersteuning mogelijk wordt. Die vanzelfsprekendheid benadrukt Kenniscentrum WWZ bij het begin en daar worden de juiste partners bij gezocht. Ondertussen hebben de bevoegde minister en zijn administratie een aantal van de standpunten van kenniscentrum WWZ opgenomen in hun visie en ziet het Kenniscentrum  haar expertise hierin bestendigd. 

Evoluties in het beleid

Woonzorgcentra, assistentiewoningen, kortverblijf, dagverzorging en -opvang en lokale dienstencentra bieden geen volledig antwoord op de veranderende realiteit. In woonzorgcentra is er soms een overaanbod, met groeiende leegstand. Ouderen zoeken andere formules. Er is nood aan meer creativiteit en aan een scala van tussenvormen, vernieuwende woonzorgconcepten die verder reiken dan het klassieke aanbod. Iedereen moet, sectoroverstijgend en leeftijdsonafhankelijk, bij eenzelfde zorg- of ondersteuningsvraag kunnen rekenen op eenzelfde zorg- en dienstverlening. Iedereen moet die ook zelf kunnen kiezen, en – met zijn persoonsvolgend budget – kunnen betalen. De nieuwe leidraad daarbij is de vermaatschappelijking van de zorg, wat zich o.a. vertaalt in een nieuwe eerstelijnszorg en buurtzorg. Ondersteuning door informele netwerken, burenhulp, thuiszorg en respijtzorg wordt aangemoedigd, zorginnovatie wordt gestimuleerd, de residentiële zorg blijft voorbehouden voor zware zorgnoden.

Nieuwe woonvormen

Om nieuwe oplossingen te zoeken, worden gebruikers best betrokken. De oplossingen die het meest voldoening geven, krijgen vorm in een participatief proces van co-creatie met potentiële toekomstige bewoners, in concrete projecten in de wijk. Ouderen en andere doelgroepen van woonzorgprojecten denken mee, geven suggesties, keuren af, ontwerpen mee. Onze ervaring leert dat de deelnemers van deze participatieve denkprocessen vaak pleiten voor kleine, huiselijke infrastructuren met collectieve ruimten en toch voldoende privacy. Ze leven liefst ingebed in de buurt zodat ze zelf boodschappen kunnen doen, iets drinken met vrienden of buren, naar het dienstencentrum gaan, deelnemen aan cultuur en aan het gemeenschapsleven. Ouderen willen nog iets betekenen en staan graag ten dienste van anderen, als ze aan geen al te hoge verwachtingen moeten voldoen. Sommigen pleiten voor zelfsturing en willen de zorg- en dienstverlening in hun woonvorm zelf bepalen.

Nieuwe woonzorgprojecten moeten aan deze aspiraties beantwoorden. Geen mastodonten, maar kleinere geïntegreerde en toegankelijke gebouwen met meerdere wooneenheden, om solidair samen te leven in goed nabuurschap. De combinatie met een lokaal dienstencentrum, een kinderdagverblijf, woningen voor andere groepen, de inbedding van een thuiszorgorganisatie, een buurthuis, een bibliotheek … versterkt het samen wonen. Omwille van haalbaarheid en efficiëntie worden zulke woonzorgprojecten best geclusterd in een groter geheel, waarbij de kleine entiteiten autonoom functioneren en waar inspraak van de bewoners als een meerwaarde wordt gezien door de partners die het project realiseren.

In 2012 publiceerde het Kenniscentrum WWZ ‘Wonen zonder zorg(en) – 10 woonvormen om over na te denken’ (Makay & Lampaert, 2012). Tien variaties in wonen werden rijkelijk geïllustreerd met anekdotes en getuigenissen van bewoners. Sindsdien blijft de vraag naar alternatieve woonvormen groeien en neemt de variatie ervan toe. Langzaam maar zeker worden er in Brussel steeds meer vernieuwende projecten gerealiseerd.

Solidair woonproject Casa Viva

Casa Viva is een solidair woonproject in hartje Brussel. In verschillende studio’s en appartementen wonen ouderen samen met jonge gezinnen. De bewoners zijn van Zuid-Europese, Marokkaanse, Afrikaanse en Centraal-Aziatische afkomst en zijn zo een echte afspiegeling van de buurt. Een aantal woningen zijn toegankelijk voor rolstoelgebruikers. Op het dak is er een moestuin voor de bewoners en op het gelijkvloers is het lokaal dienstencentrum Forum gevestigd, waar alle buurtbewoners gebruik van kunnen maken. Casa Viva is ingebed in de buurt en is samen met de bewoners ontwikkeld. Samen met LD3 vzw en Samenlevingsopbouw Brussel dachten ze na over hun noden, verwachtingen en mogelijkheden.

Betaalbaar wonen

Woonzorgwoningen moeten betaalbaar zijn, zowel voor initiatiefnemers als voor huurders, en niet enkel voor begoeden, maar ook voor ouderen met een laag inkomen. Daarom moet minstens een deel van de huisvesting in verplicht partnerschap met een sociaal verhuurkantoor (SVK) of sociale huisvestingsmaatschappij worden aangeboden, met dezelfde kwaliteit en duurzaamheid. Het armoedepercentage van de buurt of gemeente is daarbij het minimale streefgetal voor het aandeel sociale woningen. De Brusselse huurprijzen op de private markt liggen zeer hoog. Weinig kwetsbare zorgbehoevenden kunnen dat betalen. Maar ook woonzorgcentra en assistentiewoningen, vaak gebouwd door investeerders die financieel rendement nastreven, zijn duur. Bovendien betaalt de gebruiker er vaak nog één bedrag voor wonen en zorg samen, waardoor sociale huisvesting niet gecombineerd kan worden met zorg. De woon- en leefkosten worden best losgekoppeld van de zorgkosten, zodat iemand met een laag inkomen kan gebruik maken van een sociaal woontarief in combinatie met bijvoorbeeld thuiszorg op maat.

Het Kenniscentrum WWZ adviseerde eigenaars van zorgwoningen om een mandaat te geven aan een SVK om het beheer van hun gebouwen of een deel ervan op zich te nemen (Vermeulen e.a., 2020). Het SVK kan dan in zee gaan met een begeleidingsdienst die kwetsbare doelgroepen bereikt zoals personen met een beperking, thuislozen, psychisch kwetsbare mensen, ouderen, enzovoort. De begeleidingsdienst wijst de huurders toe en staat in voor de organisatie van de zorg en ondersteuning.

Zo wordt het mogelijk om individuele – persoonsvolgende – budgetten van huurders samen te leggen en een gemeenschappelijke permanentie te organiseren. Cliënten met uiteenlopende zorgnoden en budgetten kunnen zo samen gehuisvest en verzorgd worden, met een optimalisering van de dienstverlening.

Wonen gefinancierd door coöperatieve initiatiefnemers

Een andere piste is de ontwikkeling van nieuwe projecten door coöperatieve vennootschappen of door een wooncoöperatie. Er bestaan helaas te weinig voorbeelden, terwijl het model alles in zich heeft om betaalbare en kwaliteitsvolle woningen aan te bieden, die tevens voor een bredere doelgroep toegankelijk zijn. Bovendien past het perfect in de visie om woon- en zorgkosten te scheiden.

Wonen en zorg

Huurders betalen hun woon- en leefkosten aan de eigenaar/verhuurder, hun ondersteunings- en zorgkosten aan hun zorgaanbieders. Deze opdeling is erg belangrijk. Zo kan iedereen zelf over het gewenste dienstenpakket beslissen en kan beter worden ingespeeld op de verwachtingen en wensen van de gebruikers. Om de woongarantie van huurders te waarborgen, moeten zorgdiensten de stijgende zorgbehoeften van ouderen kunnen volgen. Huurders kunnen samen beslissen welke diensten al dan niet collectief worden gevraagd, bijvoorbeeld gezinszorg of assistieve technologie. Deze aanpak sluit naadloos aan bij het model van de persoonsvolgende financiering voor personen met een handicap. Momenteel onderzoekt de overheid of dat model ook mogelijk is voor ouderen en mensen met een psychische kwetsbaarheid.

Project Samenhuizen

Op de Sint-Jorissite in het centrum van Brussel wonen zeventien mensen in het project Samenhuizen. Bewoners met een verstandelijke beperking wonen er samen met ouderen en met mensen met het syndroom van Korsakov. Het doel van de bewoners is vooral een goede buur zijn voor elkaar. Het project bestaat uit studio’s en appartementen maar ook een grote, multifunctionele ontmoetingsruimte die open staat voor de hele buurt. De bewoners kunnen 24/7 beroep doen op assistentie via begeleidingsdienst Hubbie in geval van nood. Op de site bevinden zich onder andere ook een basisschool, een buitenschoolse opvang en een organisatie die slachtoffers van mensenhandel opvangt.

Nieuwe woon(zorg)modellen beantwoorden bij deze doelgroepen aan een reële nood. Zo verkiezen veel ouders van een kind met een beperking een woning waarin ze de leef- en zorgsituatie mee kunnen bepalen, bijvoorbeeld de projecten van Inclusie Invest. De combinatie van doelgroepen kan een meerwaarde zijn, zoals in het project Samenhuizen op de Sint-Jorissite in Brussel (zie kader hierboven). Het maakt projecten intergenerationeel, brengt andere leefwerelden binnen, maakt een combinatie van verschillende zorg- en financieringsmodellen mogelijk. Ook andere doelgroepen zijn gebaat met deze aanpak, zoals kwetsbare jongeren die samenwonen met studenten: ieder heeft zijn eigen studio en er zijn collectieve ruimten voor gemeenschappelijke activiteiten. Dat versterkt het samen leven en de inclusie van maatschappelijk kwetsbaren. De ondersteuningsvraag is hier compleet anders, maar door de opdeling van wonen en zorg vormt dat geen probleem.

Vergeten groepen

Bij nieuwe woonzorgvormen voor ouderen of personen met een handicap, krijgen twee doelgroepen te weinig aandacht: zorgvragers die kansarm zijn of een etnisch-culturele achtergrond hebben. Wij gaven al aan dat we ervoor pleiten om steeds een aantal woningen te voorzien voor mensen met een laag inkomen. Bovendien is er voor mensen met een etnisch-culturele achtergrond dringend een inhaaloperatie nodig. Waarom niet her en der een vleugel van een woonzorgcentrum of een kleinschalige woonvorm categoriaal invullen? Mensen leven het liefst samen met leeftijdsgenoten waarmee ze connectie hebben en waarbij ze zich veilig voelen. Dat is pas aangepaste zorg, op maat van de persoon in kwestie.

Een geslaagd woonzorgproject voor ouderen, al dan niet met een beperking, is betaalbaar voor iedereen, is inclusief en voor alle doelgroepen, en komt tot stand na een participatief proces waarin alle bewoners hun stem kunnen laten horen.

Literatuurlijst

  1. Vanmechelen, O., e.a. (2012). Zorgnoden en –behoeften: de kijk van de Brusselaar. Analyse van sterkten, zwaktes, kansen en bedreigingen van de Brusselse woonzorg. Brussel: Kenniscentrum Woonzorg Brussel.
  2. Makay, I. en Lampaert, L. (2012). Wonen zonder zorg(en) – 10 woonvormen om over na te denken. Brussel: Kenniscentrum Woonzorg Brussel.
  3. Vanmechelen, O., e.a. (2019). Van mens tot mens. Onderzoeksrapport over de ervaringen van gebruikers en professionals met de Brusselse welzijns- en zorgsector. Brussel: Kenniscentrum WWZ.
  4. Vermeulen, S., e.a. (2020). Wonen met zorg – Vernieuwende visie en praktijk. Cahier 12. Brussel: Kenniscentrum WWZ.