92 Weergaven
21 Downloads
Lees verder
Bewoners van Vitalis Berckelhof, een woon-zorgcomplex in Eindhoven, gaven aan aansluiting te missen met de wijk en daardoor sociale eenzaamheid te ervaren. Ze misten het ‘praatje over de schutting’ en wisten niet hoe ze contact konden zoeken met de wijk. Om dit contact te faciliteren en stimuleren is in co-creatie met bewoners, medewerkers en wijkorganisaties een sociale kaart ontwikkeld. De bewoners betrekken bij het designproces bleek een enorme meerwaarde.

Gemis aan sociaal contact in de wijk

Eenzaamheid komt vaak voor onder ouderen. In 2020 voelde 53,6% van de mensen tussen de 75 en 84 jaar zich eenzaam. Boven de 85 jaar was dit 65,9% (GGD-en, CBS & RIVM, 2021). Deze metingen vonden plaats tijdens de coronacrisis. Uit onderzoek vóór de coronacrisis naar eenzaamheid onder verpleeghuisbewoners bleek 54% eenzaam te zijn (Van Campen, 2018). Eenzaamheid wordt gedefinieerd als “het subjectief ervaren van een onplezierig of ontoelaatbaar gemis aan (kwaliteit van) bepaalde sociale relaties” (De Jong Gierveld, 1998). Twee typen eenzaamheid worden veelal onderscheiden: Sociale eenzaamheid betreft het gemis aan bepaalde, bredere sociale verbanden waartoe men zich rekent. Emotionele eenzaamheid betreft het gemis aan bepaalde intieme sociale relaties, zoals een partner of beste vriend (Weiss, 1973). Uit gesprekken met vijftien bewoners en zes professionals van woon-zorgcomplex Vitalis Berckelhof bleek dat bewoners weinig emotionele eenzaamheid ervaarden. Wel ervaarden zij sociale eenzaamheid. Zij misten sociaal contact met de wijk.  Eén van de redenen die bewoners aangaven waarom ze weinig sociaal contact hadden in de wijk, was dat ze de wijk niet voldoende kenden en niet wisten waar ze mensen konden ontmoeten.

Co-creatie van een sociale kaart

Om bewoners meer kennis te bieden over organisaties in de wijk en hen te motiveren de organisaties te bezoeken om hun sociaal netwerk in de wijk te kunnen uitbreiden, werd besloten om in co-creatie met bewoners, medewerkers en organisaties uit de wijk een sociale kaart te ontwikkelen. Een sociale kaart biedt bewoners kennis over organisaties in de wijk en biedt organisaties gelegenheid hun aanbod te tonen. Dit vergroot de mogelijkheid tot initiatief en regie van bewoners. Co-creatie betreft het gezamenlijk met betrokkenen ontwikkelen van waardevolle inhoud. Het gezamenlijk ontwikkelen van de sociale kaart vergroot de kans dat deze aansluit bij ieders behoeften. Eigenaarschap en verantwoordelijkheid over proces en product worden gedeeld, waardoor de kans op gebruik wordt vergroot. Maatwerk en inspraak zijn bekende werkzame elementen in eenzaamheidsinterventies (Bouwman & van Tilburg, 2020). In het ontwikkelproces is het designmodel van Demirbilek en Demirkan (2004) gebruikt, waarbij belanghebbenden bij het ontwikkelen en testen van het concept en prototype betrokken zijn. Er is voor gekozen om ook organisaties in de co-creatie te betrekken die niet specifiek een nadruk hebben op sociaal contact. Dit om één sociale kaart te maken voor de wijk als geheel. Het gaat om formele en informele organisaties op het gebied van welzijn en fysieke en mentale gezondheid.

Wensen en behoeften over de sociale kaart zijn opgehaald door semigestructureerde interviews met bewoners (N = 6) en medewerkers van het woon-zorgcomplex (N = 10) en vragenlijsten onder medewerkers van organisaties uit de wijk (N = 8). Daarnaast zijn experts op het gebied van eenzaamheid (N = 4) bevraagd naar inzichten over de sociale kaart. Omdat bewoners de belangrijkste stakeholders zijn, weegt hun inbreng het zwaarst. Aan deelnemers is gevraagd naar hun mening over een sociale kaart, wat daarin zou moeten staan en aan welke voorwaarden deze moet voldoen. Aan bewoners zijn voorbeelden getoond van kleurpaletten, lettertypes en opmaakopties en is gevraagd wat daarin aanspreekt. Op basis van de resultaten zijn drie concepten uitgewerkt: een kaart, een magazine en een waaier, met verschillende kleurenpaletten en lettertypesamenstellingen. De concepten zijn in twee- of drietallen besproken met veertien bewoners. Bewoners konden verbetersuggesties aandragen.

Figuur 1. Categorieën van de sociale kaart

Vervolgens is een prototype gemaakt. Aan tien organisaties is gevraagd informatie te leveren voor de sociale kaart. Tijdens een gemeenschappelijk koffiemoment is het prototype met twaalf bewoners besproken. Bewoners konden wederom suggesties aandragen. Zij gaven aan dat het lettertype te klein was, ze vonden de categorieën niet bij de kleuren passen en misten een overzicht van de organisaties en onder welke categorieën die vielen. Met deze input is een tweede prototype ontwikkeld, een waaier met zestig organisaties uit de wijk, ingedeeld in vier categorieën: fysieke gezondheid, mentale gezondheid, sociale contacten en overig. Elke categorie heeft een titelkaart en een eigen kleur. De titelkaart toont een overzicht van organisaties die onder een bepaalde categorie vallen en globale informatie over wat voor organisaties men kan verwachten (zie figuur 1). Iedere organisatie uit de categorie heeft een eigen kaart met contactgegevens, een beknopte omschrijving waarvoor bewoners er terecht kunnen en op de achterkant een plattegrond van de wijk waarop de locatie van de organisatie staat (zie figuur 2).

Bewoners gaven aan het prettig te vinden meegenomen te worden in het proces en dat hun mening gevraagd werd. Twee bewoners gaven aan dat zij meestal niet betrokken worden in het bedenken van interventies en dat daardoor vaak dingen worden bedacht waar zij niet op zitten te wachten. Ze gaven aan het prettig te vinden mee te denken over het uiteindelijke product. De elementen van de waaier die het meest positief ontvangen werden, zoals kleur, lettertype en formaat, waren de zaken die zijn bepaald uit de tussentijdse gesprekken met de bewoners.

Evaluatie van de sociale kaart

Figuur 2. Achterkant sociale kaart

Door observatieonderzoek is tijdens drie observatiemomenten, verdeeld over drie dagen (januari, 2021), nagegaan in hoeverre de sociale kaart aansprekend en gebruiksvriendelijk was. De sociale kaart lag tijdens ‘koffie-uurtjes’ op tafels in de gemeenschappelijke ruimte van het woon-zorgcomplex. De onderzoeker observeerde op afstand hoe bewoners (N = 11) met de sociale kaart omgingen: hoeveel tijd zij hieraan besteedden, of ze erover in gesprek gingen met medebewoners of medewerkers en welke emoties en gedrag zij vertoonden. Middels aanvullende interviews (januari – februari, 2022) is nagegaan in hoeverre de sociale kaart aansprekend en gebruiksvriendelijk was en of bewoners door de sociale kaart meer kennis van de wijk kregen en verwachtten meer naar organisaties in de wijk te gaan. Een eerste serie groepsgesprekken vond plaats direct na afloop van de observaties met de drie groepen participanten uit het observatieonderzoek (N = 11). Een tweede serie interviews werd individueel gevoerd met andere bewoners (N =6). Hierbij is de sociale kaart voorafgaand aan het gesprek aangereikt met de vraag deze goed te bekijken.

Uit de observaties bleek dat de sociale kaart de bewoners aansprak en de interesse wekte van de bewoners. Alle bewoners pakten de sociale kaart ten minste dertig seconden van tafel en de meerderheid toonde interesse in het uiterlijk van de sociale kaart. Door vrijwel alle bewoners werd hierbij geglimlacht en door drie bewoners hardop gelachen. In de interviews werd door drie bewoners gezegd dat ze blij werden van de sociale kaart. Het merendeel van de bewoners reageerde positief op de vorm, kleur en inhoud van de sociale kaart. Twee bewoners zeiden dat ze het papier mooi vonden, vijf bewoners gaven aan de kleuren prettig te vinden. Ook de vorm van de sociale kaart bleek duidelijk en gebruiksvriendelijk. Alle bewoners draaiden de waaier direct open en alle respondenten gaven tijdens de interviews aan dat het voor hen direct duidelijk was dat het ging om een sociale kaart van de wijk. Vijf bewoners waren enthousiast over het mechanisme van de waaier en gaven aan het te associëren met de afvalwaaier van vroeger of de kleurenwaaier uit de bouwmarkt. Bewoners gaven aan een kaft of begeleidend schrijven te missen en een overzichtskaartje van de wijk. Deze elementen zijn toegevoegd in de definitieve versie van de sociale kaart.

Vrijwel alle bewoners gaven aan door de sociale kaart meer kennis te hebben van de wijk. Ongeveer de helft van de bewoners gaf aan vaker de wijk in te willen gaan. Twee bewoners zeiden de wijk al te kennen en dat de sociale kaart daarom voor hen geen toegevoegde waarde heeft, maar dat deze wel nuttig is voor andere bewoners. Zes bewoners gaven aan een aantal van de genoemde organisaties te kennen, maar dat het merendeel nieuw voor ze is. Drie bewoners zeiden dat ze graag andere bewoners mee zouden nemen de wijk in. Alle bewoners gaven aan de sociale kaart als naslagwerk te willen gebruiken omdat het handig is om dingen er in op te zoeken. Vier bewoners gaven aan de sociale kaart in zijn geheel te willen lezen. Eén van de bewoners is weduwnaar en heeft veel contact met drie andere weduwnaars. Tijdens het bekijken van de sociale kaart voorafgaand aan het interview las hij over de sociale werkplaats en gaf hij aan dat hij de andere weduwnaars daar graag mee naartoe zou nemen. Een maand later tijdens een toevallige ontmoeting met deze bewoner, vertelde hij dat hij inderdaad regelmatig met de andere weduwnaars naar de sociale werkplaats gaat. Na de evaluatie is een definitieve versie van de sociale kaart gemaakt en gedrukt. Deze versie is nu beschikbaar in het woon-zorgcentrum. Bewoners en medewerkers kunnen de kaart erbij pakken ter oriëntatie op de mogelijkheden in de wijk.

Geleerde lessen over sociale eenzaamheid en co-creatie

Een belangrijk inzicht over sociale eenzaamheid dat voorkomt uit dit project, is dat bij deze vorm van eenzaamheid sprake kan zijn van een heel specifiek gemis aan bepaalde contacten. Bewoners gaven aan sociale eenzaamheid te ervaren door een gemis aan contact met de wijk, terwijl contacten met de familie en binnen het woon-zorgcomplex wél voldoende aanwezig waren. In de aanpak van eenzaamheid is het essentieel om te weten welk gemis wordt ervaren. In het handelen kan dan op dat gemis worden ingespeeld. Een sociale kaart kan de drempel voor bewoners verlagen om de wijk in te gaan, zodoende te werken aan het sociale netwerk in de wijk en hierdoor het ervaren gemis dat deze sociale eenzaamheid veroorzaakt te verminderen.

Met betrekking tot co-creatie is de belangrijkste bevinding dat deze methode heeft geleid tot een sociale kaart die beter aansluit bij de wensen en behoeften van de bewoners dan waarschijnlijk mogelijk was geweest zonder het proces van co-creatie. Dit vergroot de kans op gebruik van de sociale kaart. Mogelijk leidt de betrokkenheid van bewoners in het ontwikkelproces tot het gevoel van eigenaarschap over de sociale kaart, waardoor zij deze eerder aanbevelen aan (nieuwe) medebewoners. Succesfactoren in co-creatie waren laagdrempeligheid en toegankelijkheid voor deelname in iedere stap van het proces, het gebruik van concrete, tastbare tussenproducten en bovenal de langdurige aanwezigheid van de eerste auteur van dit artikel in de praktijk. Deelnemende bewoners aan het co-creatieproces vonden het leuk betrokken te zijn en zodoende iets toe te voegen aan de eigen woonomgeving en die van hun medebewoners. Een aanbeveling betreft dan ook om bewoners van woon-zorgcomplexen te betrekken in ontwikkelprocessen van diensten en producten die betrekking hebben op hun eigen levens.

Literatuurlijst

  1. Bouwman, T. E., & Van Tilburg, T. G. (2020). Naar een gerichte aanpak van eenzaamheid: Zeven werkzame elementen in eenzaamheidsinterventies. Tijdschrift Voor Gerontologie en Geriatrie, 51(1), 1–6. https://doi.org/10.36613/tgg.1875-6832/2020.01.01
  2. Demirbilek, O., & Demirkan, H. (2004). Universal product design involving elderly users: A participatory design model. Applied Ergonomics, 35(4), 361–370. https://doi.org/10.1016/j.apergo.2004.03.003
  3. De Jong Gierveld, J. (1998). A review of loneliness: Concept and definitions, determinants and consequences. Reviews in Clinical Gerontology, 8(1), 73-80. doi:https://doi.org/10.1017/S0959259898008090
  4. GGD-en, CBS, & RIVM. (2021). Eenzaamheid: Cijfers & Context. Retrieved from www.volksgezondheidenzorg.info
  5. Van Campen, C. (2018). Eenzaamheid in verpleeghuizen. In C. Van Campen, F. Vonk, & T. G. Van Tilburg (Eds.), Kwetsbaar en eenzaam. Den Haag: SCP.
  6. Weiss, R. S. (1973). Loneliness: The Experience of Emotional and Social Isolation. Cambridge, MA: MIT Press.