182 Weergaven
8 Downloads
Lees verder
Tijdens de COVID-19-pandemie staken negatieve stereotypen en vooroordelen over ouderen de kop op. Hoewel de negatieve sentimenten na de pandemie enigszins naar de achtergrond zijn geschoven, suggereren nieuwe bevindingen dat de pandemie langdurige effecten heeft gehad op onze attitudes en gedragingen richting ouderen. Wat betekent dit voor onze samenleving en hoe kunnen we deze negatieve trend doorbreken?

Senioren als zondebok

De COVID-19-pandemie bracht de wereld tot stilstand en confronteerde samenlevingen met tal van uitdagingen die verder reikten dan de volksgezondheid. Bijzonder opvallend was de toename van ageism of seniorisme1: discriminatie, stereotypering en vooroordelen tegen ouderen op basis van hun leeftijd. De nadruk die door de pandemie werd gelegd op kwetsbaarheid en intergenerationele dynamieken (bijvoorbeeld het risico van contact tussen kinderen en grootouders), evenals de druk op de gezondheidszorgsystemen, bracht (bestaande) negatieve leeftijdsgebonden sentimenten naar voren (zie Kader 1; Ayalon et al., 2021). Senioren werden de zondebok. Dit resulteerde in een verontrustende toename van ervaren seniorisme onder ouderen (Ayalon, 2020; Brinkhof et al., 2023), bovenop de uitdagingen die de pandemie op zichzelf al met zich meebracht (bijv. sociaal isolement, angst om ziek te worden). Het is bekend dat frequente blootstelling aan seniorisme schadelijke gevolgen heeft voor de (mentale) gezondheid en het welbevinden van senioren (bijv. Brinkhof et al., 2023; Han & Richardson, 2015). Het schaadt de waardigheid van ouderen en versterkt een negatieve kijk op het ouder worden.

Ons onderzoeksproject toonde recent aan dat de mate waarin seniorisme wordt ervaren door ouderen na de pandemie enigszins is afgenomen, maar op het niveau van de vroege pandemiefase is blijven steken; de pandemie heeft seniorisme dus aangewakkerd en blijvend versterkt. Dit roept belangrijke vragen op over de impact van de pandemie en andere perioden van crisis op senioristische attitudes en gedragingen. Wat is de rol van overheidsmaatregelen, de media en publieke debatten? Wat kunnen we leren voor toekomstige uitdagingen en (gezondheids-)crises? Nog belangrijker: wat moet er (structureel) anders?

1 – Versterking van seniorisme tijdens de COVID-19 pandemie

Ondanks de enorme individuele verschillen, werden ouderen tijdens de pandemie consequent afgebeeld als homogene groep, uitsluitend belicht vanuit het perspectief van kwetsbaarheid, risico en afhankelijkheid (Ayalon et al., 2021) – tot grote frustratie van ouderen zelf (bijv. Bendien et al., 2023). Communicatiestrategieën van de overheid, specifieke maatregelen en openbare debatten in de media vormden een belangrijke katalysator van dit eenzijdige perspectief. Zo werden ouderen massaal geadviseerd sociaal contact te vermijden en gebruik te maken van de speciale vroege winkeluurtjes, en werd er openlijk gepleit voor het isolement van ouderen ten gunste van de economie en jongere generaties. De behoeften en krachten van ouderen werden hierbij stelselmatig genegeerd. Debatten over beperkte toewijzing van medische hulpbronnen en het gebruik van leeftijd als criterium voor levensreddende behandeling, legden ernstige senioristische aannames bloot, die suggereren dat ouderen minder recht hebben op medische zorg, of dat hun levens minder waarde hebben.

Ervaren seniorisme tijdens en na de COVID-19-pandemie

In april 2022 hadden de meeste Europese landen de COVID-19-beperkingen volledig opgeheven. Langzaam begon een gevoel van terugkeer naar normaliteit vorm te krijgen; de dreiging nam af en de aandacht voor de kwetsbaarheid van ouderen werd minder. Recente bevindingen binnen ons onderzoeksteam geven inzicht in ervaren seniorisme tijdens en na de pandemie. Als onderdeel van een grotere, lopende studie vroegen we een groep oudere individuen (N = 546; 362 vrouw, gem. leeftijd (op meetpunt T1)=68.42, SD=6.79, range=55-91) om de Perceived Ageism Questionnaire drie keer in te vullen: tijdens een vroege fase van de pandemie (oktober 2020 tot juli 2021), tijdens een latere fase (augustus 2021 tot februari 2022) en na afloop (december 2022 tot juni 2023; zie Kader 2). Individuen rapporteerden een gemiddelde toename in ervaren seniorisme tijdens de COVID-19-pandemie, in overeenstemming met een toenemende negativiteit in het publieke discours en de portrettering van ouderen (zie ook: Brinkhof et al., 2023). Verder nam de variabiliteit tussen individuen toe (zie Figuur 1 en Tabel 1). Na de pandemie daalde de gemiddelde perceptie van seniorisme tot het niveau van de vroegere fase. Echter, de variabiliteit tussen individuen bleef vergelijkbaar, evenals het aantal individuen met een relatief hoge score (Tabel 1). Dit suggereert dat sommige individuen aanhoudend versterkt seniorisme hebben ervaren. Kijkend naar de samenstelling van die ‘extreemscoorders’, lijken er geen opvallende systematische patronen boven te drijven. Helaas liet de steekproefgrootte geen gedetailleerde vervolganalyse toe.

Figuur 1. Verandering in ervaren seniorisme tijdens en na de pandemie

In zowel het linker als rechter panel zijn de meetpunten tijdens de pandemie (T1: vroege fase, M = 7.23, SD = 2.50; T2: latere fase, M = 7.76, SD = 2.77) gearceerd in het grijs om het onderscheid met het meetpunt na de pandemie (T3, M = 7.40, SD = 2.78) duidelijk te maken. Het linker panel geeft de gemiddelde niveaus van ervaren seniorisme weer, met F(2,1090) = 15.3, p < .001. De geteste vergelijkingen met Tukey-Kramer zijn T1-T2: t = -5.41, B = -0.53, T1-T3: t = -1.69; B = -0.17, en T2-T3: t = 3.73; B = 0.36. De spreiding is afgebeeld in het rechter panel. De rode stippellijn duidt de grens tussen totaal scores corresponderend met nooit tot en met zelden (zwarte punten), en soms of hoger (rode punten). De variantie van T1 (6.24) is significant lager dan T2 (7.67), maar verschilt niet statistisch van T3 (7.72). De variantie van T2 en T3 zijn ook vergelijkbaar. ***p < .001

Tabel 1. Uitkomsten McNemar Test

 T2
 13 of hoger< 13
T113 of hoger1610*
< 1324*496
 T3
  13 of hoger< 13
T213 of hoger1723
< 1320486
 T3
T1 13 of hoger< 13
13 of hoger1313
< 1324496
Voor elke McNemar test, wordt het aantal individuen dat een ervaren seniorisme score heeft van < 13 op Tx en 13 of hoger op Tx+1 met de groep die juist het tegenovergestelde rapporteert (de twee onderstreepte getallen per sub-tabel. Resultaten laten zien dat er alleen bij de vergelijking tussen T1 en T2 een significant verschil is. *p < .05.

2 – Onderzoeksmethode

De Perceived Negative Ageism (PNA) subschaal (5 items) van de Perceived Ageism Questionnaire (Brinkhof et al., 2022) is gebruikt om ervaren seniorisme onder ouderen op drie verschillende tijdstippen in kaart te brengen. Elk item van de PNA-subschaal omschrijft een situatie die ouderen in het afgelopen jaar mogelijk hebben meegemaakt (bijv. behandeld worden als een kind vanwege hun leeftijd). Deelnemers gaven aan hoe vaak elke situatie was voorgekomen via een 5-punts schaal (1 = nooit, 2 = zelden, 3 = soms, 4 = vaak, 5 =z eer vaak). Een PNA score werd berekend door de som van alle 5 items te nemen. De verschillen in ervaren seniorisme op T1, T2 en T3 werden gekwantificeerd door middel van een repeated measures ANOVA, gevolgd door Tukey-Kramer t-testen. Daarnaast hebben we via McNemar testen en gepaarde Levene’s testen ook nog in detail gekeken naar de verdeling en variabiliteit van de scores.

De gemiddelde afname van ervaren seniorisme na de pandemie kan gedeeltelijk worden toegeschreven aan veranderingen in het publieke discours en de terugkeer naar een meer genormaliseerde levenswijze. Niettemin wordt dit bemoedigende patroon getemperd door het feit dat sommigen individuen wel degelijk aanhoudend versterkt seniorisme hebben ervaren, en relatief hoog scoorden na de pandemie. Deze twee factoren samen (voor sommigen terugkeer richting ‘normaal’, voor anderen juist versterkt seniorisme) vormen de grondslag voor de toenemende variabiliteit. Hoewel de directe gevolgen hiervan nog moeten blijken, is het bekend dat verhoogde blootstelling aan seniorisme schadelijke effecten kan hebben op de (mentale) gezondheid en het welbevinden van senioren (bijv. Brinkhof et al., 2023; Han & Richardson, 2015).

Seniorisme beperken tijdens crises

Ons onderzoek impliceert dan ook dat de COVID-19-pandemie, en met name de reactie daarop, seniorisme heeft aangewakkerd en effecten heeft (gehad) op hoe ouderen worden bekeken, behandeld en bejegend. Ook na afloop van de pandemie bleven die effecten meetbaar. Dit benadrukt het belang van adequaat crisismanagement en de rol die overheidsinstanties, media en debatten spelen in het beheersen en reguleren van deze negatieve sentimenten, zowel tijdens als na een crisis. Hoe kan het publieke discours op een positieve manier gestuurd worden?

  1. Beoordeel ouderen niet zomaar als een kwetsbare groep, houd rekening met de diversiteit en vermijd leeftijd gerelateerde beperkingen of privileges.
    Het opleggen of adviseren van leeftijdsgebonden privileges (bijv. vaccinatie-voorrang) of beperkingen op activiteiten (bijv. sociale ondernemingen) en toegang tot gezondheidszorgbronnen, zonder transparante redenering of communicatie, versterkt de perceptie dat alle ouderen kwetsbaar zijn of dat het leven van ouderen minder waardevol is. Leeftijd is een risicofactor, echter beleid zou gebaseerd moeten worden op verschillende relevante individuele indicatoren, en niet uitsluitend op leeftijd (Bendien et al., 2023).
  2. Hanteer een communicatiestijl waarin ook de positieve aspecten van ouderen benoemd worden.
    Door enkel de kwetsbaarheden van ouderen te bespreken, worden leeftijdsgebonden stereotypen gevoed. Benadruk ook de individuele verschillen en positieve aspecten van ouderen, vertel representatieve verhalen, vermijd generalisaties en praat over de bijdragen die ouderen kunnen leveren.
  3. Praat mét ouderen, in plaats van over hen; bepaal met ouderen, in plaats van voor hen.
    Betrek ouderen en hun belangenorganisaties bij het vormgeven van beleid en zorg dat maatregelen aansluiten bij hun behoeften, want “alleen samen lossen we het op”. Het niet erkennen dat ouderen prima in staat zijn om mee te beslissen over hun eigen lot is een vorm van seniorisme.
  4. Zet actief in op educatieve initiatieven/workshops en bewustwording.
    Deze kunnen helpen bij het bestrijden van stereotype denkbeelden over leeftijd en het benadrukken van het belang van solidariteit en begrip tussen generaties.
  5. Stimuleer intergenerationeel contact.
    Contact tussen verschillende generaties is één van de meest effectieve manieren om senioristische attitudes en gedragingen onder jongeren te verminderen (laat bijv. verschillende generaties met elkaar in gesprek gaan in tv-programma’s). Zo kunnen overheidsinstanties en de media bijdragen aan een inclusieve en respectvolle benadering van alle leeftijdsgroepen. Het is belangrijk deze lessen te integreren in het beleid voor toekomstige noodsituaties, zodat seniorisme vanaf het begin wordt aangepakt en geen kans krijgt te escaleren.

Seniorisme bestrijden: in de nasleep van de pandemie

Het is cruciaal om te benadrukken, en breed te erkennen, dat seniorisme niet slechts een vluchtig gevolg is van uitdagende tijden, maar een diepgeworteld probleem dat voortdurende aandacht vereist. Seniorisme was al een probleem, maar de pandemie heeft leeftijdsgebonden veronderstellingen en sentimenten blootgelegd en verergerd. Dit vraagt om (1) algemeen beleid dat het welzijn en de inclusiviteit van alle leeftijdsgroepen prioriteert, (2) transparante communicatie en openbare constructieve debatten die eenheid en sympathie bevorderen en polarisatie tegengaan, (3) educatieve initiatieven om intergenerationeel begrip te versterken2 en (4) mediacampagnes die ouderen op diverse en positieve manieren portretteren – niet alleen tijdens crises, maar altijd. Het is belangrijk dat leiders, autoriteiten en de media hun positie benutten om senioristische structuren in de samenleving af te breken en via deze actiepunten een krachtige boodschap de samenleving in te sturen: stereotypering, vooroordelen en discriminatie op basis van leeftijd wordt niet getolereerd.

Noten

  1. De term ageism werd in 1969 voor het eerst beschreven door activist en verouderingspionier Robert Butler. Een directe Nederlandse vertaling van deze term is vooralsnog niet doorgedrongen in ons taalgebruik. Ageism valt uiteen in seniorisme (op grond van ouderdom), juniorisme (op grond van jeugdigheid) en generationisme (op grond van generatie). Hier focussen wij op seniorisme, in het Nederlandse taaldomein geïntroduceerd door Frits de Lange.
  2. Het integreren van leeftijdsgevoelige leerplannen in scholen en universiteiten kan helpen om waarden van respect en sympathie te versterken, en bij te dragen aan een verschuiving in het perspectief rondom ouder worden. Intergenerationele interacties kunnen kloven tussen leeftijdsgroepen overbruggen en mythes en misvattingen verdrijven door middel van ervaringen uit de eerste hand.

Literatuurlijst

  1. Een uitgebreide literatuurlijst is op te vragen bij Lotte P. Brinkhof (l.p.brinkhof@uva.nl)
  2. Ayalon, L. (2020). There is nothing new under the sun: Ageism and intergenerational tension in the age of the COVID-19 outbreak. International Psychogeriatrics, 32(10), 1221–1224. https://doi.org/10.1017/S1041610220000575
  3. Ayalon, L., Chasteen, A., Diehl, M., Levy, B. R., Neupert, S. D., Rothermund, K., Tesch-Römer, C., & Wahl, H. W. (2021). Aging in Times of the COVID-19 Pandemic: Avoiding Ageism and Fostering Intergenerational Solidarity. Journals of Gerontology – Series B Psychological Sciences and Social Sciences, 76(2), E49–E52. https://doi.org/10.1093/geronb/gbaa051
  4. Bendien, E., Verhage, M., Lindenberg, J., & Abma, T. (2023). Toward Age-Friendly Policies: Using the Framework of Age-Friendliness to Evaluate the COVID-19 Measures from the Perspectives of Older People in the Netherlands. Journal of Aging and Social Policy, 00(00), 1–21. https://doi.org/10.1080/08959420.2023.2182996
  5. Brinkhof, L. P., de Wit, S., Murre, J. M. J., Krugers, H. J., & Ridderinkhof, K. R. (2022). The Subjective Experience of Ageism: The Perceived Ageism Questionnaire (PAQ). International Journal of Environmental Research and Public Health, 19(14), 8792. https://doi.org/10.3390/ijerph19148792
  6. Brinkhof, L. P., Murre, J. M. J., de Wit, S., Krugers, H. J., & Ridderinkhof, K. R. (2023). Changes in perceived ageism during the COVID-19 pandemic: impact on quality of life and mental well-being among Dutch adults aged 55 and older. Aging and Mental Health. https://doi.org/10.1080/13607863.2023.2205832
  7. Han, J., & Richardson, V. E. (2015). The relationships among perceived discrimination, self-perceptions of aging, and depressive symptoms: A longitudinal examination of age discrimination. Aging and Mental Health, 19(8), 747–755. https://doi.org/10.1080/13607863.2014.962007