116 Weergaven
1 Downloads
Lees verder

De ouderenzorg van vandaag staat onder druk. De schaarste aan zorgverleners in combinatie met het groter aantal ouderen dat zorg nodig heeft, stelt de maatschappij voor belangrijke uitdagingen. Technische hulpmiddelen in de zorg vervullen meer en meer een cruciale rol, worden steeds vaker ingezet en zorgen voor vernieuwing. De verwachtingen zijn hooggespannen, of ze terecht zijn, is nog de vraag.

Innovaties in de zorg kunnen op meerdere speelvelden worden ingezet. Dat is de stelling van Eveline Wouters en Teatske Van der Zijpp. Zij pleiten in de eerste plaats voor het voorkomen van zorg, wat betekent dat de zelfredzaamheid van ouderen blijft voorop staan mits er ondersteuning is van eenvoudige hulpmiddelen. Daarnaast kan de zorg verplaatst worden naar thuis en dan wordt het monitoren op afstand belangrijk bijvoorbeeld via beeldzorg. Als derde speelveld benoemen zij het verbeteren van de kwaliteit van de zorg en de zorgrelaties waarbij onder andere robots in beeld komen. Maar, en dat is cruciaal, de inzet van al deze middelen vraagt transformaties in de zorg waarbij alle partijen het gemeenschappelijk doel moeten ondersteunen en actief dienen bij te dragen aan de veranderprocessen. En dat is mensenwerk!

Naast robotica komt Artificial Intelligence (AI) meer en meer in beeld, ook in de ouderenzorg. Dirk Lukkien betoogt dat het aantal toepassingen snel toeneemt en dat de systemen beter worden in het signaleren van afwijkend gedrag. Zorgverleners kunnen op die manier schakelen van reactief handelen naar proactief inspelen op de zorgvraag. AI wordt steeds meer ingezet bij processen ter verbetering van de efficiëntie en de kwaliteit van de zorg. Een slimme planningstool kan het verschil maken om de wachttijd voor cliënten te verminderen. AI kan de rapportering door de hulpverleners in het dossier van hun cliënten vergemakkelijken. Over de invloed van artificiële intelligentie op de samenleving is er hoop dat AI kan bijdragen tot de menselijke cognitie via het verschaffen van inzichten die het menselijk handelen verbeteren. Maar er is ook de vrees dat AI mensen te afhankelijk maakt.

De verwachtingen over de inzet van technologie in de zorg zijn toegenomen naarmate de technologie slimmer en goedkoper werd. Volgens Anouk Overbeek en Henriëtte van der Roest is ondersteunende technologie in de ouderenzorg geen pilletje. Bij de implementatie van de technologieën kunnen problemen rijzen door een gebrek aan visie, eigenaarschap en training. Oog hebben voor het alom aanwezige paradigma van het Ageing-and-Innovation-Discourse is nodig: er is een probleem en de techniek biedt de oplossing, maar zo eenvoudig is het niet! Er kan weerstand ontstaan bij de ouderen, hun naasten en verzorgers. Heel wat woonvoorzieningen hebben geen uitgewerkte visie over de inzet van technologie en mensen zijn nodig om te enthousiasmeren en te coachen. Ook ouderen warm maken voor het gebruik van technologische hulpmiddelen is een vereiste. Hen een zetje geven kan helpen (zie het nudging principe van Richard Thaler).

Van der Leeuw en Drost gaan in hun bijdrage in op de kosten en baten van technologische innovatie met focus op dertien technologieën. Uit hun vergelijkend onderzoek van 2021 waarin werd aangetoond dat de onderzochte technologieën tijdbesparend zijn, komen een aantal aandachtspunten in de implementatie naar voren. Ze stellen dat de initiële benodigde investeringen hoog kunnen zijn en daarmee een obstakel kunnen vormen voor zorgorganisaties. De auteurs reflecteren ook op hun bevindingen uit 2021: wat is er sinds hun onderzoek gebeurd? Er zijn verschillende vervolgstappen gezet, zoals een kennisbank digitale zorg die een overzicht geeft van dit soort technologie. Ze zien ook dat technologie steeds meer thuis ingezet wordt. Een belangrijke observatie is dat de auteurs een verschuiving zien in wat deze technologieën moeten opleveren: van kostenbesparing naar zelfstandig wonen, en daarmee uitstel van de (duurdere) verpleeghuisopname.

Hebben zorgrobots een toekomst in de ouderenzorg? Volgens Tijs Vandemeulebroecke lijkt het daarop maar bij het beschouwen van robots als wereldobjecten, ziet hij ethische spanningen op meerdere niveaus. Op het individueel-relationeel niveau zijn spanningen mogelijk rond de autonomie en de waardigheid van de oudere. Een robot is geen levend wezen. De vraag of robots worden ingezet vanuit een ideaal van goede zorg of vanuit andere criteria zoals sociaaleconomische, is een bekommernis op het organisatorisch niveau. Een spanning op maatschappelijk vlak betreft de plaats van de technologie in de zorg: geldt nu een nieuwe opvatting over zorgen voor ouderen? Op het globale niveau tot slot zijn fricties mogelijk bij verhouding van de lokale ouderenzorg tot andere zorgsystemen in de wereld. Er moet aandacht zijn voor de hoge kosten van het ontwerpen en gebruiken van zorgrobots. Hoe dan ook, een goede zorg met of zonder robots is van belang.       

De inzet van technologie in de zorg is een gegevenheid. De verschillende artikelen illustreren een meerwaarde in de zorg als er goed met (eind)gebruikers, ouderen, zorgmedewerkers en anderen wordt samengewerkt tijdens de keuze en de implementatie. In tijden van schaarste kan de technologie een steuntje in de rug vormen, zodat ouderen die dat willen langer thuis kunnen blijven en er wellicht net wat meer tijd over blijft voor zorgmedewerkers om persoonsgerichte zorg te geven.

Lieve Vanderleyden en Jolanda Lindenberg