Selffulfilling prophecies
Bij ouderen denken de meesten al snel aan negatieve zaken. Ouderdom wordt vooral geassocieerd met mentale achteruitgang, ziekte, verlies en de dood. We zien ouderen daardoor als kwetsbaar, incompetent en hulpbehoevend. Deze negatieve beelden maken dat we – onbewust – gaan discrimineren in ons gedrag. In 1969 bedacht Robert Butler hiervoor de term ageism, als een variant op termen als ‘racisme’ en ‘seksisme’, andere vormen van discriminatie. Robert Butler voorspelde dat ageism lastig uit te roeien zou zijn. Helaas heeft hij bijna 60 jaar later gelijk gekregen. Ageism wordt door Becca Levy (2009) treffend the enemy from within genoemd. Ze verklaart dit met haar stereotype embodiment theory. Van jongs af aan hebben we de diverse negatieve boodschappen over ouderdom geïnternaliseerd. Deze leeftijdsstereotype opvattingen worden geactualiseerd als we geconfronteerd worden met ouderen of als we zelf ouder worden. Leeftijdsstereotypering op jongere leeftijd wordt dus zelfstereotypering op oudere leeftijd. En zo is de cirkel rond van de selffulfilling prophecy.
Ageisme onder professionals
Ook de meeste zorgprofessionals beschouwen mentale klachten als normaal bij het ouder worden en menigeen vermoedt dat ouderen weinig baat kunnen hebben van psychotherapie. In een onderzoek (Kessler & Schneider, 2019) werd aan 114 psychotherapeuten een casus voorgelegd van een oudere man met een depressie. De helft van de therapeuten kreeg de ‘echte’ gevalsbeschrijving voorgelegd, met enkele termen die verwezen naar zijn ware leeftijd (‘oude man’, ‘grijs haar’) en de andere helft kreeg een aangepaste beschrijving (‘man van middelbare leeftijd’, ‘zwart haar’). Beide casussen waren verder identiek: alle aspecten van de casus waren exact hetzelfde, zoals de klachten van de man en zijn medische conditie. Wat bleek? De therapeuten die de oudere versie van dezelfde man beoordeelden hadden veel minder positieve opvattingen dan degenen die de versie van de man van middelbare leeftijd voorgelegd hadden gekregen: ze waren minder overtuigd van de behandelbaarheid, verwachtten een negatievere prognose, waren minder bereid hem zelf in behandeling te nemen en achtten zichzelf minder competent om de oudere man te behandelen. Dat is toch even schrikken! Alleen al het beeld dat deze therapeuten hebben van ouderdom maakt dat een oudere depressieve man minder kans heeft om in behandeling te worden genomen. En als men dat al doet, zal men minder geloof hebben in een goede uitkomst – en er dus ook minder energie in stoppen.
Misschien vraagt u zich nu af of die therapeuten geen gelijk hebben? Is een depressie bij een oudere wel even goed te behandelen als bij iemand van middelbare leeftijd? Over de rol van leeftijd in de psychotherapeutische behandeling van depressie is een hoogwaardige meta-analyse verricht (Cuijpers e.a., 2020). Deze maakt aannemelijk dat leeftijd geen verschil maakt in de effectiviteit van psychotherapie voor depressie bij volwassenen, jonge ouderen en oudere ouderen. Als u zich net afvroeg of de oudere versie van de man in de casus minder hoop mocht hebben op een goede afloop van een psychotherapeutische behandeling, dan hebt u net als de therapeuten last van ageisme. Het zal sommigen verbazen, maar de meeste ouderen met psychiatrische problematiek verkiezen psychotherapie boven medicamenteuze behandeling (Gellert e.a., 2021; Hetlevik e.a., 2019). Bovendien beperken het veelvuldig voorkomen van meerdere aandoeningen tegelijkertijd (multimorbiditeit) en het daarmee samenhangende gebruik van meerdere geneesmiddelen die elkaar veelal beïnvloeden (polyfarmacie) soms de opties voor medicamenteuze behandeling bij ouderen met psychische problemen; daarom heeft psychotherapie dan de voorkeur (Tampi e.a., 2020).
Achterstand
Door leeftijdsdiscriminatie is niet alleen het aanbod van psychotherapeutische behandelingen voor ouderen achtergebleven; ook is onderzoek naar psychotherapie bij ouderen met psychische stoornissen een ondergeschoven kindje (Videler, 2025; Whitbourne & Martins, 2020). De negatieve opvattingen over ouder worden zijn diep in onze (geestelijke) gezondheidszorg geworteld. Velen kijken met therapeutisch pessimisme naar ouderen. Dit leidt tot onderbehandeling van ouderen en het leidt er ook toe dat psychische klachten als passend bij de leeftijd worden beschouwd, met onderdiagnostiek tot gevolg. Therapeuten, huisartsen en praktijkondersteuners maar ook ouderen zelf hebben doorgaans lage verwachtingen van de mentale veranderbaarheid van ouderen. Zo zochten depressieve ouderen die hun symptomen toeschreven aan hun leeftijd vier keer minder vaak hulp bij hun huisarts dan ouderen die hun klachten zagen als voortkomend uit een psychische aandoening (Gum e.a., 2014). Ouderen die hulp zochten bij hun huisarts voor psychische klachten en eenzelfde behoefte aan psychotherapie hadden als jongere patiënten, bleken een veel kleinere kans te hebben om voor psychotherapie te worden verwezen. De 65- tot 75-jarigen hadden bijna drie keer minder kans en de 75-plussers zelfs bijna vijf keer minder kans (Gellert e.a., 2021). Wellicht is dit verschil bij problemen die minder herkend worden dan depressie, zoals persoonlijkheidsstoornissen, autisme, aandachtstekort-hyperactiviteitsstoornis (ADHD) of posttraumatische stressstoornis (PTSS), nog veel groter. Voor deze ouderen met vaak al lang bestaande psychische problemen geldt dus dat de mate van onderbehandeling nog ernstiger is dan voor ouderen met depressie (Videler, 2025).
Groeiende evidentie
Het psychotherapieonderzoek bij ouderen heeft pas in deze eeuw een vlucht genomen. Het meeste wetenschappelijk onderzoek naar psychotherapie bij ouderen is verricht naar de behandeling van depressie (Cuijpers e.a., 2020; Ji e.a., 2023). Vooral cognitieve gedragstherapie en life review zijn behoorlijk effectief gebleken. Daarom beveelt de nieuwe multidisciplinaire richtlijn depressie (Federatie Medisch Specialisten, 2024a) aan dat de toegankelijkheid van psychotherapie voor ouderen verbeterd wordt, zowel in de basis-ggz als in de specialistische ggz en de verpleeghuizen.
Ook psychotherapie voor angststoornissen, vooral cognitieve gedragstherapie, is effectief (Hendriks e.a., 2024; Hendriks, 2024). Aanpassingen van de behandeling voor ouderen maakten geen verschil voor het effect. De recente multidisciplinaire richtlijn angststoornissen (Federatie Medisch Specialisten, 2024b) beveelt daarom aan om bij de psychologische behandeling van ouderen met angststoornissen de aanbevelingen te volgen die ook bij 18 tot 65-jarigen worden gegeven: angststoornissen behandelen met psychotherapie en als eerste stap met cognitieve gedragstherapie.
Het onderzoek naar psychotherapie bij ouderen met posttraumatische-stressstoornis (PTSS) neemt gestaag toe en laat veelbelovende bevindingen zien (Videler, 2025). In een niet-gerandomiseerde vergelijking tussen Eye Movement Desensitization and Reprocessing (EMDR) bij 62 jongere (19-58 jaar) en 62 oudere volwassenen (60-78 jaar) werden geen verschillen gevonden in effectiviteit tussen ouderen en jongere volwassenen: beide groepen verbeterden even goed qua PTSS-symptomen, met sterke effecten (Gielkens e.a., 2021). De recente multidisciplinaire richtlijn PTSS (Federatie Medisch Specialisten, 2025) beveelt aan dat er meer gecontroleerde studies nodig zijn om de effectiviteit van verwerkingsgerichte therapieën te toetsen bij ouderen, voornamelijk in de groep oudste patiënten (>80 jaar).
Verder zijn er inmiddels dertien studies verschenen naar psychotherapie voor persoonlijkheidsstoornissen bij ouderen, waaronder twee gerandomiseerde studies. Vooral schematherapie is onderzocht bij ouderen. Schematherapie is een bewezen effectieve psychotherapie voor persoonlijkheidsstoornissen die zicht erop richt om hardnekkige, terugkerende patronen in denken, voelen en handelen te doorbreken en ook technieken kent om psychotrauma te behandelen. Deze therapievorm is goed toepasbaar en effectief bij ouderen, zowel individuele schematherapie als groepsschematherapie (Videler e.a., 2025). Een andere behandeling die is onderzocht bij ouderen met persoonlijkheidsstoornissen is de Vaardigheidstraining EmotieRegulatieStoornis (VERS), een effectieve cognitief-gedragstherapeutische behandeling voor emotieregulatieproblematiek bij persoonlijkheidsstoornissen. VERS is aangepast voor ouderen en prima toepasbaar gebleken (Ekiz e.a., 2026).
Samengevat is de algemene trend dat psychotherapie vergelijkbare effecten laat zien tussen ouderen en jongeren. Er is dus geen enkele reden voor leeftijdsdiscriminatie.
Tijd voor verandering
Het is hoog tijd om psychotherapie beter toegankelijk te maken voor ouderen in Nederland. Behalve ageisme spelen nog andere obstakels, die maken dat psychotherapie bij ouderen een ondergeschoven kindje is. Decennia geleden waren de moderne effectieve psychotherapeutische behandelingen immers nog niet ontwikkeld. De huidige ouderen konden sommige effectieve behandelingen dus niet krijgen in het verleden. Bovendien rustte er vroeger nog meer dan nu een taboe op psychische problematiek en de behandeling daarvan. Ouderen ervaren daardoor, meer dan jongere generaties, deze problematiek als een stigma. Sommige ouderen hebben ervaringen opgedaan met de psychiatrie in een ver verleden, die hun perceptie van de moderne psychotherapie kleuren (Videler & Wilting, 2023). Deze ouderen ontvingen meestal geen psychotherapie, maar kregen alleen ondersteunende begeleiding en medicatie. Of ze hebben stereotype opvattingen over de ggz, die net als stereotype opvattingen over ouder worden stammen uit hun kinderjaren, en worden geactiveerd op het moment dat ze zelf psychische klachten krijgen. Het is helpend om in een vroeg stadium eerdere ervaringen met en beelden van de psychotherapie bespreekbaar te maken en te verkennen wat ouderen eerder als helpend en niet-helpend hebben beleefd. Ook goede uitleg over nieuwe behandelingen en de positieve effecten bij ouderen is zinvol.
Stip op de horizon
Terwijl we al jarenlang weten dat de vergrijzing sinds 2010 een vlucht zou nemen – en op zijn top zou zijn tussen 2040 en 2050 – hebben we onze ogen afgewend. Nederland wil niet met ouderen en ouderdom geconfronteerd worden en lijdt aan gerontofobie, angst voor ouderdom en oud worden. De nieuwste multidisciplinaire richtlijnen en zorgstandaarden over behandelvormen voor psychische stoornissen bevelen daarom aan om in een proces van gezamenlijke besluitvorming aandacht te hebben voor de negatieve stereotype (ageist) opvattingen bij ouderen. Ageisme is en blijft immers de grootste barrière die de toegankelijkheid van psychotherapie voor ouderen in de weg staat. Deze vorm van discriminatie komt voor bij ouderen zelf, bij hun naasten en bij hulpverleners. De beste manier om ouderen betere toegang te geven tot psychotherapie is het bewustmaken en veranderen van de negatieve vooroordelen over ouder worden die zowel ouderen, hun naasten als behandelaars hebben en stoppen met het bijbehorende discriminerend gedrag. Behalve het adresseren van ageism bij ouderen en naasten is ook het actief aanpakken van onbewuste stereotypische opvattingen bij hulpverleners nodig, zowel bij behandelaren in de ggz en de verpleeghuissector als bij verwijzers. Dit kan bij uitstek door aandacht voor psychotherapie bij ouderen in alle relevante opleidingen, zoals die tot gezondheidszorgpsycholoog, klinisch psycholoog, psychiater, maar ook die tot huisarts, praktijkondersteuner, specialist ouderengeneeskunde en klinisch geriater.