10 Weergaven
3 Downloads
Lees verder
Ten tijde van een crisis worden werkenden in niet-standaard werkrelaties – zoals zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers) – vaak als eersten geraakt. De coronacrisis heeft mogelijk niet alleen invloed op de huidige positie van zzp’ers, maar kan ook invloed hebben op de mate waarin zzp’ers zich voorbereiden op een onzekere toekomst. In hoeverre verwachten zzp’ers dat ze voldoende sparen om later comfortabel met pensioen te gaan? En is dit beeld minder rooskleurig voor zzp’ers die sterk zijn geraakt door de coronacrisis?

Comfortabel met pensioen?

Zzp’ers in Nederland hebben een unieke positie in termen van hun pensioenopbouw. Terwijl zzp’ers – evenals werknemers – een AOW-uitkering ontvangen bij het bereiken van de AOW-leeftijd, zijn er op het gebied van aanvullend pensioen aanzienlijke verschillen. Werkenden in loondienst bouwen veelal automatisch rechten op in pensioenfondsen via de werkgever. Zzp’ers zijn in grote mate zelf verantwoordelijk voor het sparen voor hun aanvullend pensioen. Er wordt van zzp’ers verondersteld dat ze ondernemers zijn die beschikken over voldoende kennis, inzicht en middelen om zelf regie te voeren over hun pensioenvoorbereiding. Onderzoek laat echter zien dat er veel variatie bestaat binnen de zzp-groep in de mate waarin zij financieel voorbereid (denken te) zijn op hun oude dag (Conen e.a., 2016; Zwinkels e.a., 2017). Ook in onze studie onder 1.722 zzp’ers van veertig jaar en ouder – gebaseerd op de “Views About Retirement In the Netherlands” data (zie kader) – komt dat beeld naar voren.

Beschrijving VARIN data

De “Views About Retirement In the Netherlands” (VARIN) data zijn in januari/februari 2021 verzameld onder zzp’ers en werknemers van 40 jaar en ouder in Nederland via twee online panels (I&O research panel en NIPObase panel van Kantar). Dit artikel is specifiek gebaseerd op de informatie van de 1.722 zzp’ers die hebben deelgenomen aan het onderzoek, in de leeftijd van 40-66 jaar. De gemiddelde leeftijd in de onderzoeksgroep is 55 jaar en de helft van de zzp’ers is vrouw. Ongeveer 20% van de bestudeerde zzp’ers geeft aan dat het vanzelfsprekend was om als zzp’er te gaan werken, gezien het beroep dat ze uitoefenen. Ook ongeveer 20% geeft aan noodgedwongen als zzp’er te zijn gaan werken. De resterende 60% zegt bewust voor het zzp-schap te hebben gekozen (‘vrijwillig zzp’er’). Zie Damman en Kraaykamp (2022), voor meer specifieke informatie over de steekproef en de dataverzameling. 

Aan de deelnemers van het onderzoek zijn drie vragen voorgelegd om te bepalen in hoeverre zij hun pensioensparen als toereikend beschouwen. Het gaat daarbij dus om de percepties van de zzp’ers. De vragen zijn gebaseerd op gangbare meetinstrumenten van “perceived retirement savings adequacy” (zie bijvoorbeeld Van Dalen e.a., 2010). Aan respondenten werd allereerst gevraagd om aan te geven in hoeverre ze het met de volgende stellingen eens zijn: “ik spaar genoeg voor een goed pensioen” en “ik verwacht een goed pensioen te krijgen.”

Figuur 1 toont de grote variatie in pensioenverwachtingen binnen de groep zzp’ers. Ongeveer 37% van de zzp’ers stelt genoeg te sparen voor een goed pensioen. Een vergelijkbaar aandeel – 35% van de deelnemers – geeft aan juist niet genoeg te sparen. De overige 28% van de deelnemers vormt de middengroep en geeft aan het ‘niet eens/niet oneens’ te zijn met de stelling. Zij hebben er waarschijnlijk geen duidelijk beeld bij wat de toekomst zal brengen, of zijn niet goed genoeg op de hoogte van hun eigen toekomstig pensioen. De antwoorden op de stelling “ik verwacht een goed pensioen te krijgen” geven een vergelijkbaar beeld. Zo’n 35% van de zzp’ers is het (helemaal) eens met de stelling; 34% is het juist (helemaal) oneens met de stelling.

Figuur 1. Wordt pensioensparen als toereikend ervaren? (vraag 1 en 2)

Een derde vraag die aan de deelnemers van ons onderzoek is voorlegd om te bestuderen in hoeverre zij hun pensioensparen als toereikend beschouwen, luidt als volgt: “Stel dat u volledig zou stoppen met werken bij het bereiken van de AOW-leeftijd. Denkt u dat u dan voldoende zal hebben opgebouwd aan pensioen en overige inkomensbronnen om een comfortabel leven te leiden?” Van de ondervraagde zzp’ers geeft 27% aan zeker/waarschijnlijk niet voldoende te hebben opgebouwd aan pensioen en overige inkomensbronnen om een comfortabel leven te leiden bij het stoppen met werken op de AOW-leeftijd (figuur 2). Ongeveer 20% geeft als antwoord ‘misschien’. Dit betekent dat slechts een kleine meerderheid van de bestudeerde zzp’ers (54%) hun pensioenvoorbereiding als toereikend beschouwt om een comfortabel leven te kunnen leiden wanneer bij het bereiken van de AOW-leeftijd met pensioen zou worden gegaan.

Figuur 2. Wordt pensioensparen als toereikend ervaren? (vraag 3)

Voorspellers van pensioenvoorbereiding

De bovenstaande beschrijvingen illustreren dat er onder zzp’ers aanzienlijke verschillen bestaan in de mate waarin ze financieel voorbereid denken te zijn op hun pensionering. In de wetenschappelijke literatuur worden verschillende factoren onderscheiden die mogelijk van belang zijn bij het verklaren van deze verschillen. Het interdisciplinaire “investor behavior” model (Hershey, 2004), wordt gezien als één van de centrale theoretische modellen voor het duiden van subjectieve oordelen over pensioenvoorbereiding. In het oorspronkelijke model (Hershey, 2004) lag de focus vooral op psychologische verklarende factoren. Persoonlijkheid (bijvoorbeeld toekomstgerichtheid), motivatiefactoren (bijvoorbeeld duidelijkheid van pensioendoelen) en cognitieve factoren (bijvoorbeeld gepercipieerde financiële kennis) worden belangrijk geacht bij het tot stand komen van verschillen tussen individuen in de mate waarin ze financieel voorbereid denken te zijn op hun pensionering.

In latere studies (bijvoorbeeld Van Dalen e.a., 2010), worden ook de sociologische en economische verklarende factoren van het model meer diepgaand uitgewerkt. Vanuit sociologisch perspectief is bijvoorbeeld te verwachten dat het vertrouwen dat werkenden hebben in pensioeninstituties (zoals de overheid, pensioenfondsen en verzekeraars) een rol speelt bij hun evaluatie van de pensioenvoorbereiding. Ook socialisatie met pensioenvoorbereiding kan relevant zijn, bijvoorbeeld door als kind al het belang van sparen geleerd te hebben, of door ouders te hebben die een goed rolmodel zijn in hun eigen pensioenvoorbereiding. Vanuit economisch perspectief is er vooral aandacht voor de financiële middelen die werkenden tot hun beschikking hebben. Met name het (huishoudens) inkomen en de kwaliteit van het pensioen dat door een eventuele werkgever wordt geboden, spelen naar verwachting een rol bij het verklaren van verschillen in gepercipieerde pensioenvoorbereiding.

In het licht van de coronacrisis is een relevante vraag of zzp’ers die op financieel gebied sterk zijn geraakt ook een negatiever beeld hebben (gekregen) van de mate waarin ze financieel zijn voorbereid op hun oude dag, dan zzp’ers die minder zwaar zijn getroffen. Eerder onderzoek laat zien dat werkenden die over meer financiële hulpbronnen beschikken, ook meer geneigd zijn om hun pensioensparen als toereikend te zien (zie literatuuroverzicht van Hershey e.a., 2013). Een teruggang in financiële middelen en beperktere mogelijkheden om te sparen kunnen dus ook samenhangen met minder positieve pensioenverwachtingen onder zzp’ers. Onze verwachting is daarom dat hoe meer negatieve financiële consequenties zzp’ers hebben ondervonden door de coronacrisis, hoe minder geneigd ze zijn te denken dat hun pensioensparen toereikend zal zijn om een comfortabel leven te leiden na pensionering. 

Rol van de coronacrisis

Om te bepalen in hoeverre zzp’ers negatieve financiële gevolgen hebben ondervonden van de coronacrisis, is de volgende vraag gesteld: “In welke mate zijn de volgende zaken door de coronacrisis veranderd voor u (afgenomen of juist toegenomen)?” Uit de antwoorden op deze vraag blijkt dat een aanzienlijk deel van de zzp’ers negatieve gevolgen heeft ondervonden van de coronacrisis. Zo benoemt 46% van de zzp’ers dat inkomsten uit werk (sterk) zijn afgenomen en ongeveer 28% geeft aan dat de hoeveelheid opgebouwd spaargeld (sterk) is geslonken. Eén op de vier deelnemende zzp’ers vermeldt dat het bedrag dat per maand opzij wordt gezet voor pensioen/oude dag (sterk) is afgenomen door de coronacrisis.

Is het zo dat zzp’ers die zwaarder zijn geraakt door de coronacrisis hun toekomstige financiële situatie tijdens de oude dag nu ook minder positief bezien? Onze resultaten wijzen inderdaad in die richting. Zzp’ers die negatieve consequenties ervaren van de coronacrisis voor hun spaargedrag, zijn minder geneigd om hun pensioenvoorzieningen als toereikend te beschouwen dan zzp’ers die beperkt door de crisis zijn geraakt. Deze samenhang wordt geïllustreerd in figuur 3. Onder zzp’ers die de hoeveelheid opgebouwd spaargeld hebben zien slinken in de crisis verwacht 48% geen goed pensioen te krijgen; voor zzp’ers die in mindere mate door de crisis zijn geraakt is dit percentage – met 28% – aanzienlijk lager.

Figuur 3. Pensioenverwachtingen naar implicaties van de coronacrisis

Ook wanneer al de vragen over subjectieve pensioenvoorbereiding worden samengenomen in een schaal en de samenhang daarvan met implicaties van de coronacrisis wordt getoetst in een statistisch model – waarbij met een breed scala aan sociaaleconomische achtergrondkenmerken rekening wordt gehouden – blijft er een samenhang bestaan (zie voor details, Damman & Kraaykamp, 2022). Zzp’ers die zwaar zijn getroffen door de coronacrisis lijken dus, in vergelijking met degenen die minder zwaar zijn getroffen, vaker te voorzien dat hun pensioenvoorzieningen niet toereikend zijn voor een comfortabele oude dag. Onze resultaten suggereren derhalve dat zzp’ers die zwaar zijn getroffen door de coronacrisis voorzien dat dit ook op de langere termijn nog gevolgen zal hebben. 

Daarnaast laten de resultaten zien dat zzp’ers met hogere inkomsten per maand, degenen die vanuit (een eerdere baan in) loondienst aanvullend pensioen hebben opgebouwd en zzp’ers die vrijwillig voor het zzp-schap hebben gekozen, gemiddeld genomen hun pensioensparen als meer toereikend ervaren. Dit geldt ook voor zzp’ers die toekomstgericht zijn, die duidelijke pensioendoelen voor ogen hebben, die meer financiële kennis hebben en die vertrouwen hebben in pensioeninstituties. Ook blijkt een opvoeding waarin aandacht was voor spaargedrag een significante rol te spelen: zzp’ers die als kind al leerden dat sparen voor later belangrijk is, zien hun pensioen gemiddeld genomen als meer toereikend.

Kwetsbaarheden blootgelegd

In een recente verkenning gericht op de toekomst van de arbeidsmarkt en pensioenen (Bangma e.a., 2021) wordt arbeidsmarktflexibilisering – naast technologische ontwikkelingen en een vergrijzende samenleving – gepresenteerd als een belangrijke contextuele verandering die gepaard gaat met kansen maar ook risico’s. Met de toename van de flexibel werkenden, waartoe zzp’ers ook behoren, neemt het belang van kennis over de rol van eigen regie en zelfredzaamheid op het gebied van pensioenen toe. Bangma e.a. (2021) spreken de vrees uit dat veel flexibel werkenden er niet in zullen slagen om voldoende voor hun pensioen te sparen, maar dragen ook mogelijke oplossingen aan, zoals het verruimen van pensioenopbouw naar alle mensen die betaald werk verrichten. De coronacrisis lijkt bestaande kwetsbaarheden op de arbeidsmarkt nog eens te hebben vergroot. Zoals wordt genoemd door de OECD (2020): “Already disadvantaged groups of workers often suffer most from economic crises, as they are the first out when the shock hits and last in when the recovery starts” (p.40).

Dit artikel laat zien dat onder zzp’ers bepaalde groepen een kwetsbare positie hebben. Met name zzp’ers die weinig financiële middelen hebben, die psychologische aanleg hebben om niet vooruit te plannen, die vanuit hun sociale omgeving minder ondersteuning hebben en die noodgedwongen zzp’er zijn geworden, bevinden zich in een relatief kwetsbare positie. Zij spreken uit minder goed voorbereid de oude dag tegemoet te gaan. In hoeverre deze verwachtingen een realistische afspiegeling vormen van de daadwerkelijke voorbereidingen, en wat de implicaties van beperkte pensioenvoorbereiding zijn voor het welbevinden later in het leven, zijn belangrijke vragen voor toekomstig onderzoek.

Dit onderzoek is gefinancierd door de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek NWO [VENI 451-17-005 van M.D.] en Netspar.

Literatuurlijst

  1. Bangma, K., Van Eekelen, L., Van Ewijk, C., Kamminga, K., Koetsier, I., Kortleve, N., . . . & Zulkarnain, A. (2021). Toekomst arbeidsmarkt en pensioen. Een verkenning voor de langere termijn (Netspar Occasional Paper 01). Tilburg: Netspar.
  2. Conen, W., Schippers, J., & Schulze Buschoff, K. (2016). Self-employed without personnel. Between freedom and insecurity. Düsseldorf: Hans-Boeckler-Foundation.
  3. Damman, M., & Kraaykamp, G. (2022). Pensioenvoorbereiding van zzp’ers tijdens de coronacrisis (Netspar Design Paper 204). Tilburg: Netspar.
  4. Hershey, D. A. (2004). Psychological influences on the retirement investor. CSA: Certified Senior Advisor, 22, 31-39.
  5. Hershey, D. A., Jacobs-Lawson, J. M., & Austin, J. T. (2013). Effective financial planning for retirement. In M. Wang (Ed.), The Oxford Handbook of Retirement (pp. 402–430). New York, NY: Oxford University Press.
  6. OECD (2020). OECD employment outlook 2020: Worker security and the COVID-19 crisis. Paris: OECD Publishing.
  7. Van Dalen, H., Henkens, K., & Hershey, D. A. (2010). Perceptions and expectations of pension savings adequacy: a comparative study of Dutch and American workers. Ageing & Society, 30, 731–754. doi:10.1017/S0144686X09990651
  8. Zwinkels, W., Knoef, M., Caminada, K., Goudswaard, K., & Been, J. (2017). Zelfstandigen zonder pensioen? Economisch Statistische Berichten, 102(4750), 254-256.