50 Weergaven
1 Downloads
Lees verder
In het verleden werd in Burundi veel belang gehecht aan de aanwezigheid van ouderen in de samenleving vanwege hun wijsheid. Zij waren een voorbeeld van een band tussen generaties en een bron voor het welzijn van het gezin en de samenleving als geheel. Tegenwoordig is dat anders. Families sluiten hun ogen voor de tradities en laten ouderen steeds meer aan hun lot over. Overheidsbeleid op het gebied van de zorg voor ouderen is ad hoc en marginaal. Een project met steun vanuit België biedt echter een beetje perspectief.

Demografische groei

Burundi ligt in Centraal-Afrika tussen de Democratische Republiek Congo in het westen, Rwanda in het noorden en Tanzania in het oosten en zuiden. Het is een klein land van 27.834 km² (vgl. België 30.528 km²). Sinds de onafhankelijkheid in 1962 heeft het een sterke demografische groei gekend. De  bevolking leeft voornamelijk van de landbouw (90%). Volgens een studie van het Instituut voor Statistiek en Economische Studies van Burundi (ISTEEBU) uit 2017 werd de omvang van de bevolking op de dag van de onafhankelijkheid geschat op 2,9 miljoen inwoners. Dit cijfer steeg in 2015 tot 10,9 miljoen. Momenteel schat men dat Burundi ongeveer 12 miljoen inwoners heeft. Met 403 inwoners per km² in 2016 is Burundi  het land met de op twee na hoogste bevolkingsdichtheid in Afrika na Rwanda en Mauritius (ter vergelijking, in België zijn er 376 inwoners per km²). Volgens de studie van het Permanent Uitvoerend Secretariaat van de Nationale Commissie voor Sociale Bescherming (SEP-CNPS, 2016), wordt het aantal ouderen van 60 jaar en ouder geschat op 445.122 mensen (ofwel 3,7% van de bevolking). De gemiddelde levensverwachting is 57 jaar.

Het leven van ouderen in het verleden in Burundi

De Burundese cultuur hechtte veel belang aan de aanwezigheid van ouderen in de samenleving vanwege hun wijsheid. Men is er in Burundi altijd van uitgegaan, dat oude mensen, zoals in de meeste Afrikaanse samenlevingen, werden omringd met een bepaalde verering. Dat zij werden gewaardeerd en perfect geïntegreerd waren in hun families, waarvan ze de “top” vormden. Dat zij een voorbeeld van een band tussen generaties waren en een bron voor het welzijn van het gezin en de samenleving als geheel.

Ze konden niet alleen getuigen dat er domeinen van het leven zijn, zoals menselijke en culturele, morele en sociale waarden, die niet in economische termen en winst worden gemeten, maar die ook een concrete bijdrage kunnen leveren op het gebied van werk en verantwoordelijkheid. Heel vaak werden stabiliteit en sociale orde toevertrouwd aan een raad van ouderlingen of traditionele leiders. Oudere mensen konden een effectieve bijdrage leveren aan de opbouw van een rechtvaardigere samenleving die zich niet door onzekere, soms lukrake experimenten ontwikkelde, maar geleidelijk aan en met zorgvuldig evenwicht. Senioren konden zo bijdragen tot de verzoening van individuen en gemeenschappen door hun wijsheid en ervaring.

Het is vanwege deze wijsheid dat ouderen op verschillende manieren op situaties in het gezin konden reageren. Hun ervaring leidde hen natuurlijk niet alleen om de intergenerationele kloof te overbruggen, maar ook om de noodzaak van menselijke interdependentie te bevestigen. Ze waren een schat voor alle componenten van het gezin, vooral voor jonge koppels en kinderen die bij hen begrip en liefde vonden. Dit is uiteraard een geïdealiseerd beeld, dat weergeeft hoe over oude mensen werd gedacht, maar op individueel niveau waren er uiteraard verschillen.

Een groot contrast in hun leven, in hetzelfde land

Tegenwoordig is het echter niet ongewoon om verlaten ouderen in volledige afzondering te vinden. Soms worden ze zelfs verbannen uit hun eigen familie of gemarginaliseerd om meerdere redenen:

  • De meeste ouderen zijn analfabeet, ze hebben geen toegang tot  informatie over hygiëne en vallen ten prooi aan ziektes die in hun omgeving heersen.
  • Wat de sociale zekerheid betreft, is er nog steeds geen duidelijk beleid dat ouderen gerust kan stellen, behalve voor voormalige loontrekkenden, die van een ouderdomspensioen kunnen genieten.

Oudere mensen vertegenwoordigen een deel van de bevolking die hun dagelijkse taken niet kunnen uitvoeren en voor zichzelf kunnen zorgen. Ze kunnen om verschillende redenen afhankelijk zijn: handicap, ziekte, ellende… Deze afhankelijkheid vereist ondersteuning zoals huishoudelijk werk of thuiszorg, die permanent of incidenteel kan zijn. Oudere mensen kunnen niet meer terugvallen op kinderen, kleinkinderen en hun buren, zoals dat in het verleden het geval was. In feite keren de families zich af van hun verantwoordelijkheid. Zij sluiten hun ogen voor de tradities en meer en meer laten ze de ouderen aan hun lot over op straat of in een isolement.Tegenwoordig initieert de overheid weliswaar ondersteuningsacties, die niet helemaal geformaliseerd worden: er zijn kaders, maar de middelen volgen niet.

Vandaag de dag heeft de zorg om te kunnen overleven voorrang op maatschappelijke verantwoordelijkheid voor hulp en/of zorg voor ouderen. De uittocht uit het land, de zoektocht naar kansen en vreedzaam leven, de evolutie naar een nucleair gezinstype dragen allemaal bij tot de ontwrichting van de ouderen, omdat het groot gezin hen geleidelijk aan in de steek laat. Ze leven alleen en bevinden zich in totale afzondering ook als ze vele nakomelingen hebben. In sommige gevallen verkopen ze al hun bezittingen en wordt bedelen hun lot. Het is ook niet ongewoon dat ze van hun eigendom worden beroofd door hun geliefden en familieleden.

Een sprankje hoop voor ouderen in Burundi

Ouderen in Burundi zijn alleen afhankelijk van hun familie, ze worden echter meer en meer door hen verwaarloosd. Ouderdomspensioen bestaat niet voor meer dan 93% van hen, omdat ze  nooit in loondienst zijn geweest. Ze krijgen geen sociale bijstand van de staat, hoewel de regering zich ertoe verbindt een minimumniveau van sociale bescherming voor alle burgers te waarborgen, in overeenstemming met de constitutionele verplichtingen (grondwet Burundi, 2018). Burundi heeft een strategisch visiedocument voor 2025, maar op geen enkel punt in het document zijn er specifieke acties gepland voor ouderen. Evenzo wordt in de classificatie van “kwetsbaren” niet verwezen naar ouderen. Onder de categorie kwetsbaren vallen: weduwen en weduwenaars, wezen, gerepatrieerde en ontheemde slachtoffers van conflicten, Batwa, (Pygmeeën in Burundi de Twa) die  als minderwaardig worden beschouwd ten opzichte van de twee andere etnische groepen de Hutu en de Tutsi, straatkinderen en veteranen.  Voor ouderen volstaat de overheid met ad hoc en marginale acties.

In deze context heeft de CBY (Congrégation des Frères Bene Yozefu) sinds 2013 in Giheta een programma voor psychosociale zorg voor ouderen opgezet met de volgende inhoud: de bouw van een opvanghuis en een kliniek om de toegang tot de gezondheidszorg te vergemakkelijken, de oprichting van een intergenerationeel cultureel centrum, ondersteuning en het inzetten van personeel bij verenigingen die zich inzetten voor ouderen.

Deze actie wordt sinds 2017 ondersteund door een bescheiden medefinanciering van WSM (We Social Movements) en de Belgische samenwerking in een partnerschap gedurende een periode van vijf jaar. Als onderdeel van dit partnerschap heeft de CBY in 2017 een onderzoek uitgevoerd naar de sociaaleconomische situatie van ouderen in 4 gemeenten, in 3 van de 18 provincies van Burundi: te weten in Gitega en Giheta in de provincie Gitega, Nyabihanga in de provincie van Mwaro en  Rutegama in de provincie Muramvya. De studie omvatte een doelgroep van 420 mensen (waaronder 300 ouderen voor directe enquêtes en 120 mensen voor 10 focusgroepen). Hoewel het zich slechts op vier gemeenten in drie aangrenzende provincies heeft gericht, kan het worden geëxtrapoleerd naar het hele land en komen duidelijke richtlijnen voor acties naar voren om de ouderenproblematiek in Burundi aan te pakken. Het gaat om begeleiding, inzet van personeel, toegang tot zorg, tot psychosociale steun, tot kleding en voedsel, waarmee ze de traditionele rol van de familie overnemen bij gebrek aan het inzetten van middelen door de staat.

En net als de CBY zijn er enkele andere congregaties of non-profitorganisaties die een aantal hulpacties voor ouderen initiëren die in kwetsbare omstandigheden leven, namelijk ouderen met een handicap, die in totale afhankelijkheid leven en alleen wonen. Dit om hen te helpen een beter leven te leiden in hun laatste levensjaren.

Uitdaging voor de problemen van ouderen in Burundi

De uitdagingen die deze problematiek met zich meebrengt zijn veel te belangrijk om te worden overgelaten aan uitsluitend het initiatief van enkele organisaties en socio-culturele verenigingen. Deze zijn:

  • Een antwoord vinden op de invloed van de moderniteit die de traditionele waarden van de samenlevingen en de brede solidariteit binnen de families en de buurt onder druk zetten, door een veeleisende moderne samenleving die meer individualistisch gericht is;
  • Het bestrijden van de armoede op het platteland, die er de oorzaak van is, dat jonge mensen van het platteland uitwijken naar de steden, een fenomeen dat senioren afsnijdt van de jonge familieleden en hulp;
  • De ontwikkeling van de Afrikaanse samenleving in het algemeen en in Burundi in het bijzonder, waar de sociale structuren voor slechts een zeer klein deel van de bevolking toegankelijk zijn, namelijk dat deel dat betrokken is bij de staatsstructuren en de geldeconomie. En waarmee de overgrote meerderheid, geëngageerd in de traditionele economie, aan de kant wordt gelaten.

De bewustwording van deze realiteit door alle actoren, in het bijzonder de staat, is de enige weg om een ​​effectief antwoord te bieden aan de problemen van oudere mensen in Burundi.

De elementen om het leven van oudere mensen in Burundi te beschrijven werden genomen uit de allocutie van Broeder Alexis IHORIHOZE, Wettelijke Vertegenwoordiger van de Congrégation des Frères Bene Yozefu (CBY), ter gelegenheid van de Internationale Dag van de Ouderen, op 1/10/2018.

Met dank aan Dominique Dooms, kwaliteit & directieassistentie WSM te Brussel, voor haar bemiddeling en het onderhouden van contacten met de auteur. Email : dominique.dooms@wsm.be

Literatuurlijst

  1. ISTEEBU (2017). Projections Démographiques 2010-2050SEP-CNPS (2016), Etude sur le financement d’accès aux soins de santé des personnes âgées au Burundi,
  2. Burundese grondwet (2018) Art 20, 21 en 22.
  3. CBY, Studie over de oudere mensen in Burundi, in samenwerking met het Secrétariat Exécutif Permanant de la Commission Nationale de Protection Sociale (SEP/CNPS) in Burundi, met de technische en financiële steun van WSM.