Lees verder
Hoe kijken ouderen zelf aan tegen gezond ouder worden? Wat hebben ouderen nodig om gezond(er) oud te worden? We vroegen het aan henzelf, en het antwoord luidde: actief en betrokken blijven, zowel fysiek, sociaal als mentaal. En áls ze zorg nodig hebben, dan waarderen ze wederkerigheid, vertrouwen en een persoonlijke en positieve benadering, waarin ze autonoom blijven tijdens hun interactie met een verpleegkundige of andere zorgprofessional.

Uitdaging voor zorgprofessionals

De meeste mensen willen graag oud worden in een goede gezondheid, waarbij ze nog zo lang mogelijk zelfstandig blijven functioneren. We weten echter dat met het ouder worden het risico op het ontwikkelen van chronische aandoeningen, zoals diabetes of hartziekten, stijgt. De gezondheid van elk individu is een ingewikkelde puzzel en er zijn veel verschillende factoren die daarop van invloed zijn. Een van deze puzzelstukjes is iemands levenstijl. Een gezondere leefstijl heeft allerlei positieve effecten op iemands persoonlijke gezondheid en functioneren (Hubert e. a., 2002). Een gezond voedingspatroon na het 60e levensjaar draagt bijvooebeeld bij aan de kwaliteit van leven en kan jaren aan het leven toevoegen (Knoops e. a., 2004). Verschillende onderzoeken hebben aangetoond dat bewegingsinterventies het risico op vallen bij ouderen kan verminderen en draagt bij aan het vergroten van spierkracht (Province e. a., 1995). Het loont dus om ook op latere leeftijd gezonde gewoontes toe te passen in het dagelijkse leven.

Het is echter ook duidelijk dat langdurige, ongezonde gewoonten moeilijk te veranderen zijn. Daarom zijn er in de afgelopen jaren verschillende interventies ontwikkeld en uitgevoerd die ouderen hierbij ondersteunen. Een van deze interventies was het Consultatiebureau voor Ouderen (CbO). Deze interventie was beschikbaar voor ouderen, die lid waren van een thuiszorgorganisatie en verzekerd waren bij de grootste zorgverzekeraar in de regio. Degenen die in aanmerking kwamen voor deelname waren ouderen met een verhoogde kwetsbaarheid, gemeten met de Groningen Frailty Indicator (GFI > 3) op basis van roken en/of overgewicht (< 70 jaar, BMI > 25 kg/m² en/of > 70 jaar, BMI> 30 kg/m²). Potentiele deelnemers ontvingen een uitnodiging voor een consult onder leiding van een verpleegkundige (thuis of op een consultatiebureau) in het gebied waar ze woonden. Deelnemers werd gevraagd om een uitgebreide vragenlijst omtrent hun gezondheid voorafgaand in te vullen. Vervolgens voerde de wijkverpleegkundige een uitgebreide beoordeling uit van de gezondheid en het welzijn van de deelnemende oudere, gaf advies op maat en verwees naar andere gezondheidsprofessionals, zoals de huisarts, dietist of fysiotherapeut. Met als doel om het dagelijks functioneren te ondersteunen of de gezondheidsresultaten te verbeteren. Na het eerste overleg volgde een vervolgconsult na drie maanden en een consult na een jaar. Binnen mijn promotieonderzoek1 hebben we onderzoek gedaan naar de werkzaamheid van deze interventie. Uit ons kwatitatief onderzoek bleek dat deze minimale interventie geen verbeteringen liet zien bij ouderen na een jaar ten aanzien van gezondheidsgerelateerde uitkomsten. Daarnaast zagen we dat de zorgbehoefte van deelnemende ouderen was toegenomen. Meer informatie over het kwantitatieve onderzoek kunt u lezen in het proefschrift (Marcus-Varwijk, 2021). Naast het kwatitatieve onderzoek vonden wij het als onderzoekers van groot belang om te achterhalen welke percepties ouderen hebben ten aanzien van gezond leven en hoe ouderen de interventie hadden ervaren. De verschillende en unieke percepties van ouderen over deze thema’s kunnen een belangrijk uitgangspunt zijn voor het ontwerpen van interventies, met als doel het ondersteunen van gezond gedrag bij ouderen. Het doel van dit artikel is daarom inzicht te geven in:

  1. Perspectieven en ervaringen van ouderen over gezond leven in meer algemene zin;
  2. Perspectieven en ervaringen van ouderen ten aanzien van hun deelname aan de Consultatiebureaus voor Ouderen.   

Om deze doelen te bereiken, hebben we twee verschillende kwalitatieve studies uitgevoerd. De eerste studie bestond uit een populatie van achttien oudere volwassenen (55-98 jaar). De interviews zijn geanalyseerd middels de framework analyse methode (Fases: Familiarisatie van de data; identifiseren van een thematisch framework; indexen van de data; in kaart brengen van de data; data presenteren en interpreteren). Tijdens de tweede kwalitatieve studie werden negentien ouderen tussen de 62 en 92 jaar geinterviewd. Voor de data-analyse werd gebruik gemaakt van de Leuvense Kwalitatieve Data-analyse Methode (Qualitative Analysis Guide of Leuven).

Beide studies heb ik in de discussie en conclusie van mijn proefschrift geïntegreerd, wat leidde tot twee belangrijke bevindingen:

  1. Gezond ouder worden betekent voor ouderen actief en betrokken blijven, zowel fysiek, sociaal als mentaal;
  2. Ouderen waarderen wederkerigheid, vertrouwen en een persoonlijke en positieve benadering, waarin ze autonoom blijven tijdens hun interactie met een zorgprofessional, hier de verpleegkundige

Een actief leven blijven leiden

Gezond ouder worden betekent voor ouderen actief en betrokken blijven, fysiek, sociaal en mentaal. Ouderen rapporteren dat een ervaren goede gezondheid samengaat met leven met een chronische ziekte of hoge risicofactoren voor gezondheid. Persoonlijke autonomie wordt door ouderen zeer gewaardeerd. Ouderen ervaren uitdagingen bij het anticiperen op kansen en beperkingen bij het ouder worden.

De steekproef van ouderen die we in onze kwalitatieve studies hebben geïnterviewd, omvatte ouderen die rookten of anderzinds kwetsbaar waren en te maken hadden met gezondheidsproblemen zoals astma, reuma of mobiliteitsbeperkingen. Uit onze kwalitatieve data kwam naar voren dat als deze groep ouderen over gezondheid praatten, ze het veelal hadden over fysiek, mentaal en sociaal actief blijven. Actief blijven betekende voor de een dat zij nog met haar dochters kon blijven winkelen, voor een ander hield dit in dat zij thuis yogaoefeningen kon doen. Het actief blijven, in welke vorm dan ook, werd dus erg belangrijk gevonden. Deze quote geeft hiervan een voorbeeld: “Nou gewoon, nou bijvoorbeeld. Ik heb mezelf voorgenomen, elke dag moet je eruit. Je blijft niet de hele dag in de stoel. Denk erom. Niet achter de geraniums. Die hebben we gelukkig niet meer maar goed (lacht). Maar nee. Hup! Buiten! Als het kan, dan ga jij naar buiten. Al was het maar om een pak melk. Even, naar de super.”

De holistische opvattingen van ouderen ten aanzien van gezond leven zijn in overeenstemming met het multidimensionaal perspectief op ouder worden, waarin veroudering niet alleen een biologisch proces is, maar ook een interactie omvat van sociale en psychologische domeinen van functioneren. Deze interactie tussen de verschillende domeinen wordt duidelijk doordat bepaalde activiteiten die eerder nog mogelijk waren, later moeilijker worden. Hoe ouderen daarmee omgaan is verschillend, maar het leren daarmee om te gaan is volgens een respondent ook al een onderdeel van gezondheid: “Gezond ouder worden. Dat ik accepteer dat eh, dat dat er dingen minder kunnen. En, maar dat er vaak wel andere mogelijkheden ontstaan.” Een ander voorbeeld van het leren omgaan met veranderingen wordt geillustreerd door een respondent waarvan de mobiliteit flink was afgenomen nadat een van zijn benen was geamputeerd. Hij vertelde dat hij graag verjaardagskaarten verstuurde vanaf zijn computer naar andere ouderen en op deze manier, vanuit huis, sociaal actief bleef. Tijdens het interview vertelde deze respondent dat hij er vrede mee had dat hij niet meer zo mobiel was als vroeger en dus nu andere manieren had om actief te blijven. Een andere respondent gaf tijdens een interview aan dat ze nog veel moeite had met het accepteren van beperkingen in haar leven en nog veel boosheid ervaarde omdat ze niet meer in staat was om te fietsen. Op het moment dat ze een andere oudere zag fietsen kon ze dan boos worden op zichzelf en moeilijk accepteren dat ze niet meer zo flexibel en fit was als eerder. Deze voorbeelden geven aan dat ouderen verschillend reageren op beperkingen en dat het niet voor iedereen makkelijk is om veranderingen te accepteren. Een ander voorbeeld komt van een respondent die recentelijk een bypassoperatie had ondergaan, en merkt dat hij niet meer zoveel kan als vroeger. Waar hij voorheen veel langer in de tuin kon werken zonder klachten, moet hij nu zijn tempo aanpassen en regelmatig pauzeren. “En dat (spitten) is mijn hobby. En die geef ik nooit op. Want ik heb pijn hoor. Nou dan moet je even spitten, nou dan ga je even zitten. Hoppakee doorgaan. Doorzetten die handel (…) Dan ben je dus eh optimistisch maar ook koppig.”

De basis is vertrouwen

Ouderen waarderen wederkerigheid, vertrouwen en een persoonlijke en positieve benadering, waarin ze autonoom blijven tijdens hun interactie met een verpleegkundige. De uitvoering van de CbO interventie werd verschillend ervaren. Sommigen ervoeren de interventie als een lichamelijke check-up en het ontvangen van algemeen advies. Anderen voelden zich persoonlijk ondersteund en kregen advies op maat. Een plan van aanpak gericht op gedragsverandering of verbetering van de gezondheid werd slechts bij uitzondering besproken.

Uit de kwalitatieve interviews met ouderen kwam naar voren dat ouderen liever over hun gezondheid praten met professionals die ze vertrouwen, en liever als gelijkwaardige partners worden behandeld. In de interactie tussen de verpleegkundige en de oudere werden bepaalde vaardigheden en competenties zoals luisteren, eerlijkheid, ondersteunend zijn en het creëren van een positieve sfeer zeer gewaardeerd. De volgende quote illustreert deze bevinding: “Maar wat het belangrijkste eigenlijk was van die sessies, dat vond ik zelf, dat eh, dat ik een gevoel had dat ik ergens in gesteund werd. En dat vond ik heel prettig.” Ouderen gaven aan dat ze een ongevraagd advies niet erg waardeerden want, als ze hun gedrag zouden aanpassen (bijvoorbeeld stoppen met roken) zouden ze dat alleen doen als ze daar de motivatie in zichzelf voor zouden vinden en niet omdat een huisarts of verpleegkundige dat tegen ze zegt. We vonden een grote variatie in de ervaringen van deelnemende ouderen aan de CbO interventie met betrekking tot advies- en besluitvormingsprocessen. De opzet van de interventie was dat adviezen zouden aansluiten bij wat ouderen zelf belangrijk vonden, maar er waren ook ouderen die tijdens de interviews aangaven dat ze heel algemeen advies hadden ontvangen. “Eh laat ik het zo zeggen, de adviezen die ik kreeg werden dus sterk aangeraden omdat ze zei nou dat is eh… de beste manier om te doen. Nou, ze liet doorschemeren, als je het zo doet is het verstandig, als je het niet doet is het onverstandig. Maar goed, de keuze is aan jezelf, ze kan je niet dwingen.” Aan de andere kant waren er ook ouderen die vertelden dat ze wel advies op maat hadden gekregen. Deze ouderen vertelden dat ze daarbij ook een vertrouwelijke band met de verpleegkundige hadden opgebouwd en daardoor ook meer persoonlijke ondersteuning ervoeren. “Ja, we hebben wel stilgestaan tuurlijk bij mijn man (die lijdt aan depressies). He, dat is echt aandacht. Omdat ik daaronder leed. Maar dat heb ik nooit in de gaten gehad dat ik d’r eigenlijk zo onder leed, dat het een hele grote plek innam in mijn leven he? (…) Maar weet je, je moet wel, van buitenaf, moeten ze juist, de juiste eh… ja… eh… draadjes zien te vinden bij je he. Van weet je het moet net aangetikt worden, want voor iemand anders geldt heel wat anders dan voor mij.” Slechts een paar ouderen zeiden dat ze tijdens het besluitvormingsproces over hun persoonlijke overwegingen en voorkeuren spraken, of een gedeeld doel of actieplan ontwikkelden om gezondheidsgerelateerd gedrag tijdens de consulten te verbeteren. Zoals beschreven in de eerste bevinding, vonden we opnieuw dat ouderen er de voorkeur aan gaven om autonoom te blijven, ook in hun interacties met verpleegkundigen of andere gezondheidswerkers met betrekking tot gezondheidsbevorderende interventies. Autonoom blijven kan ook betekenen dat de mate waarin ouderen willen deelnemen aan alle beslissingen kan variëren. De keuze van een oudere volwassene om bepaalde beslissingen liever te delegeren, is ook een mogelijkheid. We willen benadrukken dat wederkerigheid en vertrouwen fundamentele aspecten zijn voor oudere volwassenen in hun interactie met verpleegkundigen of andere beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg (Bindels e.a., 2015; Soares e.a., 2019; van Kempen e.a., 2012). Andere aspecten die betrekking hebben op een vertrouwensrelatie zijn persoonlijke aandacht, het gevoel door de ander gezien te worden als een uniek persoon in een unieke context (Bensing e.a., 2013).

Aanbevelingen voor verpleegkundigen

Onze bevindingen tonen aan dat oudere volwassenen diverse opvattingen hebben over gezondheid en gezond ouder worden. Daarnaast vinden we uiteenlopende ervaringen over interacties van ouderen met verpleegkundigen over gezondheid. Wij raden aan dat verpleegkundigen alert blijven en zich bewust zijn van de unieke ervaringen en holistische perspectieven van ouderen over gezond leven, gezond ouder worden en hun ideeën over interactie daarover. Dit is belangrijk omdat de ervaringen en opvattingen van ouderen van invloed lijken te zijn op de mate waarin zij bereid en in staat zijn om gezondheidsgerelateerd gedrag te veranderen wanneer dat nodig is. Aan de hand van onze bevindingen raden we aan dat verpleegkundigen (maar ook bijvoorbeeld maatschappelijk werkers, voedingsdeskundigen, geriaters en huisartsen) die gezondheidsbevorderende interventies voor ouderen uitvoeren, zich bekwamen in het opbouwen van een gelijkwaardige vertrouwensrelatie. Ouderen moeten in de interactie als gelijkwaardige partners of deskundigen worden benaderd. Ouderen zijn experts in hun medische-, sociale- en levensgeschiedenis. Deze kennis is belangrijk en interventies moeten een podium bieden voor het uitwisselen van kennis en ervaringen tussen ouderen en professionals. Om erachter te komen wat voor ouderen nog belangrijk is, kunnen verpleegkundigen vragen stellen om hun huidige wensen te ontlokken.Bijvoorbeeld: “Wat is voor u het belangrijkst als u aan uw gezondheid denkt?” (Pel-Little, 2020) of: “Wat voor soort activiteiten zijn plezierig voor u?” (Szanton e.a., 2015). Daarnaast zou het zeker nuttig zijn als toekomstige verpleegkundigen tijdens hun studie zich kunnen verdiepen in de ervaringen van ouderen rondom gezond leven, alsook te achterhalen wat voor ouderen belangrijk is om te groeien in empathie.

Tot slot, om interventies beter aan te laten sluiten bij de belevingswereld van ouderen raden wij aan ouderen te betrekken bij het ontwerp, implementatie en de evaluatie van gezondheidsbevorderende interventies. Doordat zij worden betrokken in deze processen kan dit leiden tot een interventie die acceptabeler en relevanter is voor henzelf. We benadrukken dat (zorg)organisaties zich bewust moeten zijn van hun verantwoordelijkheid om verpleegkundigen te ondersteunen zich hierin te bekwamen. Daarom is het belangrijk dat verpleegkundigen worden voorzien van de juiste materialen, methoden, training en supervisie om het doel te bereiken om meer en beter aan te sluiten bij de belevingswereld van ouderen.

Referenties

  1. Mijn promotieteam bestond uit em. prof. dr. Joris Slaets, prof. dr. Adelita Ranchor, dr. Visscher en dr. Smits.

Literatuurlijst

  1. Bensing J., Rimondini M., Visser A. (2013) What patients want. Patient Educ Couns; 90(3): 287-90.
  2. Bindels J., Cox K., De La Haye J., e.a. (2015) Losing connections and receiving support to reconnect: experiences of frail older people within care programmes implemented in primary care settings. International Journal of Older People Nursing; 10(3):179-89.
  3. Hubert, H. B., Bloch, D. A., Oehlert, J. W., & Fries, J. F. (2002). Lifestyle habits and compression of morbidity. Journal of Gerontology, Series A: Biological Sciences & Medical Sciences, 57, M347-M351.
  4. Knoops, K. T., de Groot, L. C., Kromhout, D., Perrin, A. E., Moreiras-Varela, O., Menotti, A., & van Staveren, W. A. (2004). Mediterranean diet, lifestyle factors, and 10-year mortality in elderly European men and women: The HALE project. Journal of the American Medical Association, 292, 1433-1439.
  5. Marcus-Varwijk, A.E. (2021). Perspectives on health and health promotion in community-dwelling older people: a mixed-methods study,  Proefschrift. Groningen: University of Groningen. 10.33612/diss.171365999
  6. Marcus-Varwijk A.E., Koopmans M., Visscher T.L.S., Seidell J.C., Slaets J.P.J., Smits C.H.M. (2016) Optimizing Tailored Health Promotion for Older Adults: Understanding Their Perspectives on Healthy Living. Gerontology and Geriatric Medicine; 2.
  7. Marcus-Varwijk A.E., Madjdian D.S., de Vet E., e.a. (2019) Experiences and views of older people on their participation in a nurse-led health promotion intervention: “Community Health Consultation Offices for Seniors”. PLOS ONE 14(5): e0216494.
  8. Pel-Littel R.E. (2020) Shifting from “What is the matter?” to “What matters to you?”: Shared decision making for older adults with multiple chronic conditions and their informal caregivers
  9. Province, M. A., Hadley, E. C., Hornbrook, M. C., Lipsitz, L. A., Miller, J. P., Mulrow, C. D., . . .Wolf, S. L. (1995). The effects of exercise on falls in elderly patients. A preplanned meta
  10. analysis of the FICSIT trials. Frailty and Injuries: Cooperative Studies of Intervention Techniques. Journal of the American Medical Association, 273, 1341-1347.
  11. Soares C.C., Marques A.M., Clarke P., e.a. (2019) Older people’s views and expectations about the competences of health and social care professionals: a European qualitative study. European Journal of Ageing; 16(1): 53-62.
  12. Szanton S.L., Walker R.K., Roberts L., e.a. (2015) Older adults’ favorite activities are resoundingly active: Findings from the NHATS study. Geriatric Nursing; 36(2): 131-5.
  13. van Kempen J.A.L., Robben S.H.M., Zuidema S.U., Rikkert M.G.M.O., Melis R.J.F., Schers H.J. (2012) Home visits for frail older people: a qualitative study on the needs and preferences of frail older people and their informal caregivers. British Journal of General Practice; 62(601): e554.