13 Weergaven
0 Downloads
Lees verder
Sinds de Tweede Wereldoorlog is het aantal mensen dat alleen woont enorm gegroeid. In 2018 gaat het om bijna 3 miljoen mensen, ofwel 22 procent van alle meerderjarige Nederlanders. En de komende drie decennia zet die trend zich voort: de bevolkingsprognose van het CBS voorziet dat in 2047 bijna 1 op de 4 volwassen inwoners alleen zal wonen. Alleen wonen komt veel vaker voor onder jongeren tussen de 20 en 30 jaar en bij ouderen. Van de 85-plussers woonde in 2018 ruim de helft alleen.

Mensen die alleen wonen worden vaak aangeduid als alleenstaanden. Echter, het is niet altijd zo dat alleenstaanden geen partnerrelaties hebben. Meer dan 1 op de 5 heeft een lat-relatie. Vooral alleenstaande mensen tot 30 jaar combineren zelfstandig wonen vaak met een relatie. Van de alleenstaande 50-plussers heeft 15 procent een lat-relatie. Van deze senior ‘latters’ heeft een meerderheid geen plannen om uiteindelijk te gaan samenwonen of trouwen. Een groot verschil met de jongere leeftijdsgroep. Daar lijkt de lat-relatie vooral een opstapje naar samenwonen en/of trouwen.

 

Alleenstaanden en alleenstaande ouders met een lat-relatie, 2013
 

Heeft een lat-relatie

Wil met zijn/haar partner het liefst:

     

Leeftijd

 

(Uiteindelijk)
Trouwen

Samenwonen

Blijven latten

Weet nog niet

18 tot 30 jaar

37

69

22

4

4

30 tot 40 jaar

26

59

22

18

2

40 tot 50 jaar

26

23

35

39

4

50 tot 80 jaar

15

15

25

56

4

Totaal

23

41

26

30

4

De cijfers komen uit het Onderzoek Gezinsvorming/Gender and generations Survey van het CBS/NIDI