13 Weergaven
4 Downloads
Lees verder

In de discussies over de pensioenen wordt veelvuldig gesproken over de levensverwachting. Dat is een statistisch begrip dat aangeeft hoe lang de bevolking gemiddeld leeft, of nog te leven heeft op een bepaalde leeftijd. Mensen hebben zelf vaak ook een idee over hoe oud men zal worden. Dat noemen we subjectieve levensverwachting. Ideeën over deze eigen levenshorizon hebben een relatie met gezondheid en gezondheidsgedrag (bijvoorbeeld: rookt men) en hoe oud de ouders zijn, of zijn geworden. In het NIDI Pensioen Panel is aan een groep van ruim 6.000 zestigplus werknemers gevraagd hoe groot zij de kans achten om 80 jaar of ouder te worden. Iets minder dan de helft (45%) acht die kans tamelijk of heel groot; 11 procent denkt dat die kans tamelijk of heel klein is. Vrouwen schatten de kans om 80 jaar of ouder te worden hoger in dan mannen. Dat komt overeen met de realiteit. Vrouwen worden gemiddeld ouder dan mannen. 

De levenshorizon blijkt van invloed op pensioenwensen. In het onderzoek is gevraagd naar de leeftijd waarop men verwacht met pensioen te gaan, en de leeftijd waarop men zou willen stoppen als men het zelf voor het zeggen had. Gemiddeld denkt men met 65,7 jaar met pensioen te gaan. Maar als men het voor het zeggen had zou men eerder stoppen. Mensen met een kortere levenshorizon (heel kleine kans om 80 jaar te worden) willen beduidend eerder stoppen met werken (62,4 jaar) dan mensen met een langere (heel grote kans om 80 te worden) horizon (63,9 jaar). Door de afschaffing van VUT en pre-pensioenregelingen zijn echter de mogelijkheden om eerder te stoppen beperkt en zullen de meeste mensen gewoon doorwerken tot de voor hen geldende AOW-leeftijd.

Figuur 1: Levenshorizon en gewenste en verwachte pensioenleeftijd
Bron: NIDI Pensioen Panel 2015