166 Weergaven
0 Downloads
Lees verder
Daniëlle Harkes & Yvonne Witter (2018). Bouwstenen voor de toekomst. Zwolle: Acquire Publishing (76 pagina’s, full color) EAN: 9789082914825, €19,95 (excl. 9% BTW en verzendkosten).

Bouwstenen voor de toekomst coverHet was mooi om erbij te zijn. Op woensdag 10 oktober 2018 presenteerden de sociaal-gerontologen Yvonne Witter en Daniëlle Harkes hun boek ‘Bouwstenen voor de toekomst’, een overzicht van vijftien jaar werken aan samenhang in wonen, welzijn en zorg. Het was mooi die dag, maar ook een beetje verdrietig. De presentatie vond plaats tijdens het vierde en helaas laatste jaarcongres ‘Expeditie Begonia’ over innovatieve woonvormen. Niet alleen vernamen de 700 aanwezigen die dag dat het de laatste Expeditie was. Zij hoorden ook de zwanenzang van Yvonne en Daniëlle als senioradviseur, c.q. manager van het Aedes-Actiz Kenniscentrum Wonen Zorg, dat per 31 december 2018 zou worden opgeheven. Een tijdperk is afgesloten.

Gelukkig is er nu dit boek, een prachtige en rijk geïllustreerde nalatenschap. Met veel precisie en kennis van zaken blikken de auteurs terug op de gestage aanwas van woonzorgconcepten gedurende de afgelopen 15 jaar. Aan de hand van interviews en korte beschouwingen halen zij de belangrijkste lessen op en kijken vooruit naar de woonzorgconcepten van de toekomst. Het boek laat zich lezen als een fascinerende reis door de tijd, waarin telkens nieuwe woonconcepten voor ouderen zich aandienden tegen het eveneens geschetste decor van vele veranderingen in beleid en samenleving. Reis mee met de auteurs, bestuurders, managers en projectleiders van woningcorporaties en zorgorganisaties, van gemeenten, welzijnsorganisaties, patiënten- en consumentenorganisaties. Reis mee, actieve burgers, makelaars, ondernemers, banken, fondsen en opleidingen. En ook architecten, stedenbouwkundigen en projectontwikkelaars: reis mee in de tijd. Dit boek zal u helpen om uw betekenis op dit fascinerende terrein te vergroten en daarbij de handen ineen te slaan.

Het belang van dit boek is evident. Niet alleen neemt het aantal ouderen rap toe, ook de diversiteit van leefstijlen en woonvoorkeuren van ouderen kent alsmaar meer schakeringen. Nieuwe generaties senioren stellen andere eisen en beschikken over andere middelen dan hun voorgangers. Vandaar het pleidooi van de auteurs voor meer innovatie en variatie, meer creativiteit en ook meer eigen regie in het voor velen nog onbekende gebied tussen de eengezinswoning en het verpleeghuis. Er zijn veel meer smaken; de auteurs zetten die in dit boek keurig op een rij. Dat doen ze met behulp van een heldere, chronologische indeling van de vroege woonzorgconcepten, via de huidige en van daaruit naar de toekomstige concepten. Harkes en Witter maken daarbij gebruik van prachtige visualisaties, met name van de vroegere concepten zoals het levensloopbestendig wonen, de aanleunwoning, het woonzorgcomplex, de serviceflat, de woongemeenschap, de kangoeroewoning, de mantelzorgwoning, het thuishuis en het moderne hofje. Overigens is de indeling in ‘vroege’ en ‘huidige’ concepten ook een tikje verwarrend. Immers, alle concepten van het eerste uur bestaan nog altijd en zijn doorgaans springlevend.

Ook het veranderende maatschappelijk decor en de vele trends in onderzoek, beleid en praktijk komen uitvoerig aan bod. Voorbeelden zijn de vermaatschappelijking van de zorg, de transformatie van verzorgingshuizen, de opkomst van burgerinitiatieven, de toename van het aantal dementerenden en alleenstaanden en het streven naar een inclusieve, leeftijdsvriendelijke samenleving, waarvan de auteurs warme voorstanders zijn. Prettig wonen, dat wil zeggen veilig wonen met betekenisvolle contacten en toegankelijke voorzieningen in de buurt, is volgens Harkes en Witter een basisvoorwaarde om tot op hoge leeftijd mee te kunnen doen in de samenleving. Gelukkig constateren zij dat het aantal ‘zorgzame buurten’, ‘bruisende gemeenschappen’ en andere burgerinitiatieven op dit gebied flink is toegenomen. Ze dragen er mede aan bij dat mensen omzien naar elkaar en langer zelfstandig kunnen wonen. Ook de genoemde moderne hofjes, mantelzorgwoningen, levensloopgeschikte woningen, woongemeenschappen van ouderen en nieuwe vormen van meergeneratiewonen dragen bij aan het langer zelfstandig wonen in een woonomgeving waarin ouderen voor elkaar en voor anderen van betekenis kunnen zijn.

Dit enthousiasme en de positieve toon in het boek werken aanstekelijk. Er is inderdaad veel geïnnoveerd. Maar de toon had wat mij betreft hier en daar best iets scherper gekund, iets politieker, zo u wilt. Want hoeveel mooie innovaties er ook waren, gemakkelijker is ‘meedoen en van betekenis zijn’ er voor veel ouderen niet op geworden. Mede door de combinatie van een terugtrekkende overheid en hardnekkige institutionele reflexen beleefden we niet alleen vooruitgang, maar ook stagnatie. Veel nieuwe initiatieven botsten op een muur van farizeïsche wetteksten en institutioneel eigenbelang. Lokale overheden roepen om het hardst dat de burger aan zet is, maar schrikken zich een hoedje als assertieve burgers werkelijk met stevige plannen komen. De decentralisatie van de zorg ging gepaard met forse bezuinigingen op lokale voorzieningen. Verzorgingshuizen werden in ras tempo gesloopt of ‘getransformeerd’, zonder dat daar een adequate buurtgerichte zorginfrastructuur voor in de plaats kwam. ‘Zo lang mogelijk zelfstandig’ begint langzamerhand een behoorlijk dwingend paradigma te worden, waarbij de overheid hoge verwachtingen koestert van de zelf- en samenredzaamheid van burgers (WRR, 2017). De auteurs gaan aardig mee in dit optimisme over gemeenschapskracht en laten enkele belangrijke vragen onbeantwoord. Zoals: zijn de bejubelde burgerinitiatieven zelf altijd wel zo inclusief en democratisch? Hoe komt het dat een groot deel van alle genoemde innovaties alsmaar niet aan opschaling toekomt? En waarom doet menige initiatiefgroep gemeenschappelijk wonen er nog altijd tien jaar over voordat hun woondroom is gerealiseerd en de verhuiswagens kunnen worden besteld?

De auteurs van dit boek willen eraan bijdragen…”dat ouderen en anderen die ondersteuning nodig hebben bij het zelfstandig wonen dat prettig en op een plek naar eigen keuze kunnen doen”, zo schrijven zij in het voorwoord. Ondanks de onbeantwoorde vragen mag volstrekt duidelijk zijn dat ‘Bouwstenen voor de toekomst’ hier een monumentale bijdrage aan levert. Over monumentaal gesproken, wat mij bij het openslaan van het boek meteen aangenaam trof was dat het mede is opgedragen aan de helaas veel te vroeg overleden Jeroen Singelenberg, een van de aartsvaders van Nederlandse innovatie in wonen, zorg en welzijn. Hoe gracieus! Het stokje van de oude meester is in goede handen bij Harkes en Witter, de nieuwe pioniers. We gaan gelukkig nog veel van hen horen, want na dit boek is er nu ook een reeks masterclasses en in company trainingen*, waarmee de auteurs vanaf 2019 het land ingaan. Een tijdperk is afgesloten. Een nieuw tijdperk is begonnen.

 

Foto cover Geron 2019-1: Claudia Kamergorodski in: ‘100 % leven. Levenslessen van honderdplussers’ (2018) van Yvonne Witter. Amsterdam: Uitgeverij SWP.

Literatuurlijst

  • WRR (2017). Weten is nog geen doen. Een realistisch perspectief op redzaamheid. Den Haag: Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid.