9 Weergaven
1 Downloads
Lees verder
Van de week had ik samen met een collega een kennismakingsgesprek met iemand die beoogd projectleider was van iets. Ik hou het even vaag, want waar het precies voor was, is voor ‘t verhaal niet van belang. Ik wil het hebben over antipathie. En hoe koppig dat aan je kan blijven kleven, hoe hard je ook je best doet om ‘t niet te voelen.

Het begon eigenlijk gelijk al. De persoon in kwestie kwam binnen en er gebeurde iets bij mij. Ik sprak mezelf streng toe en probeerde geïnteresseerd te luisteren toen hij enthousiast vertelde dat hij bijna AOW kreeg. Ook vertelde hij dat hij iets gedaan had waardoor zijn pensioen heel beperkt was. Ik begreep zelfs dat dat er helemaal niet was. Het hoe en waarom liet hij in het midden.

Om dit probleem op te lossen was hij gestart met dagbesteding voor mensen met een verstandelijke beperking. Muziek stond daarbij centraal. In onze regio bleek dat er nog niet te zijn, dus een gat in de markt. Op dit moment was hij daar nog twee dagen per week werkzaam, maar over niet al te lange tijd zouden er genoeg deelnemers zijn om daarmee te kunnen stoppen en er alleen nog een mooi maandelijks bedrag aan over te houden.

Vervolgens vertelde hij dat ze gebruikmaakten van bekende muziek. Ze oefenden bijvoorbeeld liedjes in, meestal met zelfgemaakte teksten, op bestaande muziek om een en ander te vereenvoudigen. Als het dan tot een uitvoering of video-opname kwam, dan veranderde hij iets aan de muziek, zodat ze de auteursrechten konden omzeilen.

Ik ben echt geen heilige en begrijp heus wel dat er vaak sprake is van een grijs gebied als het om investeren in zorg of auteursrechten gaat, dus gaf ik de persoon in kwestie de kans om een en ander te nuanceren en misschien wat sympathie bij mij op te wekken. Dat mislukte helaas hopeloos. Zijn trots op zijn financiële handigheid leek groter dan zijn behoefte aan ethisch redeneren.

Terwijl we voortploeterden, probeerde ik echt serieus te achterhalen of hij wellicht dan toch die fantastische projectleider zou zijn die we zochten. Ik deed zelfs extra mijn best, omdat ik me zeer bewust was van mijn aanhoudende antipathie. En hoe kun je nu iemand die je pas net voor het eerst hebt ontmoet meteen zo grondig ‘niet leuk’ vinden?

Na ruim anderhalf uur op zoek naar enige sympathie, kwam er gelukkig een eind aan mijn worsteling. Ik was bekaf. De man was nog maar net buiten gehoorafstand, toen mijn collega met een grijnslach opmerkte: ‘Nou dat klikte ook niet bepaald.’  En ik dacht nog wel dat ik het zo goed had weten te verbergen.