9 Weergaven
0 Downloads
Lees verder
Hoe zorgen we ervoor dat beleid niet alleen óver ouderen, maar mét ouderen wordt gemaakt? Die vraag wordt steeds belangrijker nu onze samenleving steeds ouder wordt en gemeenten voor grote maatschappelijke opgaven staan. Besluiten over wonen, zorg, mobiliteit, leefbaarheid en sociale voorzieningen hebben directe gevolgen voor het dagelijks leven van ouderen. Daarnaast wordt er steeds meer verwacht van hun zelfredzaamheid en participatie aan de samenleving. Juist daarom is het belangrijk dat ouderen actief worden betrokken bij beleid dat hen raakt. Toch is die betrokkenheid niet altijd vanzelfsprekend, dat is een gemiste kans. Hoe kan dat anders?

Door ouderen vanaf het begin te betrekken bij beleid en plannen die hun leven aangaan, worden plannen toekomstbestendiger en ontstaat beleid dat beter aansluit bij hun leefwereld. Bovendien draagt betekenisvolle (beleids)participatie bij aan vertrouwen, eigenaarschap en wederzijds begrip tussen professionals en inwoners. Toch is beleidsparticipatie van ouderen, of van elke andere groep wat dat betreft, geen kwestie van één inspraakavond of een vaste plek in een adviesraad. Het vraagt om doordachte keuzes en een andere manier van samenwerken.

Movisie ontwikkelde op basis van deskresearch, kennis van ouderen zelf en gesprekken met gemeenten de toolkit Samen wegwijs in de beleidsparticipatie van ouderen (Movisie, 2026). Deze toolkit is gericht op gemeenten en organisaties die ouderen willen betrekken bij de ontwikkeling van beleid, maar nog niet goed weten hoe. In dit artikel gaan we in op de totstandkoming van deze toolkit en verkennen we thema’s en vraagstukken die hierin behandeld worden. Wie betrek je op welk moment en op welke manier? Hoe zorgen we ervoor dat ook minder gehoorde groepen ouderen een stevigere stem krijgen? En welke participatievormen zijn er? Daarnaast worden verschillende praktijkvoorbeelden uitgelicht.

Wat bedoelen we met beleidsparticipatie?

Beleidsparticipatie gaat verder dan inspraak alleen. Het gaat om een gelijkwaardige samenwerking tussen ouderen, professionals en beleidsmakers bij het ontwikkelen, uitvoeren en evalueren van beleid (Raad van Ouderen, 2024). Bij een gelijkwaardige samenwerking gaat het er niet om dat iedereen dezelfde taken, achtergrond of rol heeft, maar dat je uitgaat van gelijke waarden en respect voor elkaar. Daarbij is het van belang dat ouderen niet alleen reageren op plannen, maar actief meedenken en meebeslissen. Ouderen weten als geen ander hoe het is om langer zelfstandig te wonen, waar ze in de praktijk tegenaan lopen en wat hen helpt om actief en verbonden te blijven. Door hun inzichten serieus te nemen, ontstaat beleid dat niet alleen op papier klopt, maar ook werkt in de praktijk. Bovendien kan participatie bijdragen aan een groter gevoel van waardering, betrokkenheid en zingeving onder ouderen.

Een inspirerend voorbeeld is de ervaringsraad van laaggeletterde (migranten)ouderen in Den Haag. In deze raad delen ouderen regelmatig hun ervaringen met beleidsmakers en professionals. Daardoor worden knelpunten zichtbaar die anders gemakkelijk over het hoofd worden gezien, zoals problemen met toegankelijk vervoer of informatie die niet begrijpelijk is. De opgedane inzichten leiden tot aanpassingen in beleid en uitvoering die beter aansluiten bij de leefwereld van ouderen (Gezond en Gelukkig Den Haag, 2026).

Het is belangrijk om te beseffen dat dé oudere niet bestaat. De diversiteit onder ouderen is, net als in de rest van de samenleving, groot en omvat onder meer vitale en actieve ouderen, mensen met een beperkt sociaal netwerk, ouderen met gezondheidsproblemen en mensen die moeite hebben met basisvaardigheden. Juist degenen die minder zichtbaar zijn, lopen het risico buiten beeld te blijven bij de vorming van beleid. Dat betekent dat goede beleidsparticipatie vraagt om een bewuste benadering van diverse oudere personen, waarin ook deze groepen actief worden bereikt en betrokken.

Ontwikkeling toolkit

De wil om ouderen te betrekken bij beleid is er, maar de weg ernaartoe blijkt in de praktijk vaak zoeken. Veel gemeenten en organisaties lopen dan ook tegen dezelfde vragen aan. Hoe ga je echt in gesprek met ouderen? Wie bereik je wel en wie nog niet? En welke aanpak helpt om wensen en ervaringen op te halen die verder gaan dan bij de meest zichtbare en mondige groep? Tegelijkertijd is er de afgelopen jaren veel kennis ontwikkeld over hoe het wel kan. Verspreid over verschillende projecten, organisaties en platforms zijn talloze instrumenten, methoden en voorbeelden beschikbaar, maar vaak lastig te vinden of te overzien voor beleidsmedewerkers en andere professionals.

Vanuit de behoefte van gemeenten en professionals aan overzicht, inspiratie en tools om mee aan de slag te gaan, is de toolkit Samen wegwijs in de beleidsparticipatie van ouderen ontwikkeld. In dit project is bestaande kennis bij elkaar gebracht en gekoppeld aan lessen uit de praktijk. Ouderenvertegenwoordigers en panels, bijvoorbeeld partners binnen het consortium Beter Oud, leverden input vanuit hun eigen ervaringen. Gemeenten deelden waar zij tegenaan liepen. Onderzoekers en kennispartners waren betrokken om de inhoud te onderbouwen en te verdiepen. Daarnaast zijn ervaringen uit praktijkprojecten en werkplaatsen binnen het sociaal domein benut. Tot slot is er gekeken naar goede voorbeelden uit de praktijk. Wat werkt goed, waar lopen mensen tegenaan en wat kunnen anderen daarvan leren?

Het resultaat is een praktische en toegankelijke bundeling van inzichten, tools en voorbeelden die helpen om beleidsparticipatie concreet vorm te geven. De toolkit is opgebouwd rond drie centrale vragen: waarom is beleidsparticipatie belangrijk en voor wie levert het wat op, hoe verschillende groepen ouderen bereikt en betrokken kunnen worden, en welke vormen van participatie zijn daarbij passend. Bij elk van deze vragen worden praktische tips, instrumenten en voorbeelden geboden, zodat gemeentes en organisaties direct aan de slag kunnen in de praktijk.

Van inzicht naar gericht bereiken

Een belangrijke eerste stap is het verkrijgen van inzicht in de doelgroep. Beleidsparticipatie begint met een duidelijk beeld van de ouderen in je gemeente of buurt. Hoeveel ouderen zijn er in mijn gemeente en waar wonen zij? Wat is hun achtergrond en welke behoeften hebben zij? Door gebruik te maken van zowel cijfers als lokale kennis voorkom je dat steeds dezelfde groep wordt bereikt en ontstaat er meer aandacht voor diverse groepen ouderen. Handige tools om meer inzicht te krijgen zijn bijvoorbeeld de Gezondheidsmonitor van de GGD, de website van het CBS en de website van de VNG; waar staat je gemeente.

Het bereiken en betrekken van ouderen vraagt om een aanpak die aansluit bij de verschillende ouderen die je wil bereiken. Een deel bereik je via plekken waar ouderen al verenigd zijn. Denk aan ouderennetwerken of delegaties, ouderenbonden of cliënt- en adviesraden. Of denk eens aan andere plekken waarin ouderen zich kunnen verenigen, zoals sportclubs of buurthuizen waar ze samen activiteiten ondernemen. Ook kun je samenwerken met sleutelpersonen die zij vertrouwen. Door samen te werken met sleutelpersonen doorbreek je makkelijker je eigen denkpatronen. Daarnaast kun je ouderen ook bereiken door contact te zoeken met verschillende religieuze organisaties zoals kerken of moskeeën. Persoonlijk contact en vertrouwen vormen hierbij de basis. Laagdrempelige bijeenkomsten, heldere communicatie en voldoende tijd om een band op te bouwen zijn essentieel bij het bereiken van ouderen.

Het écht betrekken en bereiken van een diverse groep ouderen zit vaak ook in ogenschijnlijk kleine dingen. Jeanny Vreeswijk-Manusiwa, directeur-bestuurder bij SOMNL, een organisatie die opkomt voor de belangen van álle ouderen met een migratieachtergrond in Nederland, zegt daarover het volgende: “Het is vaak een kwestie van doen en van hoe je overkomt. Je houding bij binnenkomst bepaalt de sfeer van het contact al voordat je een woord hebt geuit. Vaak zijn het de non-verbale dingen die de ouderen opvallen: je houding, je toon, of je de tijd neemt of dat je haast hebt.”

Hoe geef je participatie vorm?

Als ouderen eenmaal bereikt zijn, is de volgende stap om hen op passende wijze te betrekken.

Een handig hulpmiddel om met beleidsparticipatie aan de slag te gaan is de participatieladder. Deze ladder is oorspronkelijk ontwikkeld door Sherry Arnstein in 1969 maar wordt tot op de dag vandaag in allerlei vormen en op verschillende thema’s gebruikt als uitgangspunt. De ladder maakt inzichtelijk dat er verschillende niveaus van betrokkenheid bestaan, variërend van informeren tot zelfbeheer. Hoe hoger op de ladder, hoe gelijkwaardiger de invloed wordt verdeeld tussen ouderen en de gemeente of de organisatie die het beleid ontwikkelt. Maar let op: ‘hoger’ is niet automatisch beter. Doorslaggevend is dat de gekozen vorm aansluit bij het doel en dat er helderheid bestaat over ieders rol en verwachtingen. Transparantie is hierin essentieel. Inwoners moeten weten wat er met hun inbreng gebeurt en welke invloed zij daadwerkelijk kunnen uitoefenen.

De vorm van participatie kan afhankelijk van het doel variëren. Van gesprekken en bijeenkomsten tot panels, adviesraden, co-creatiesessies of initiatieven die door ouderen zelf worden geleid. Belangrijk is dat de gekozen vorm niet alleen logisch lijkt op papier, maar ook daadwerkelijk werkt in de praktijk en aansluit bij de mogelijkheden en wensen van de betrokken ouderen.

In de praktijk blijkt dit vaak lastig. Participatie wordt nog te vaak behandeld als een verplicht vinkje in een beleidsstuk (zie ook het advies van de Raad van Ouderen). Tegelijkertijd zien we dat ambities soms hoog liggen, terwijl de benodigde tijd en middelen ontbreken. Vormen van participatie op een hoger niveau van de participatieladder, zoals adviseren of partnerschap, vragen veel. Zowel van de betrokken ouderen als van de organisatie. Wil je bijvoorbeeld een ervaringsraad opzetten waarin ouderen structureel en in alle fasen kunnen meedenken, dan vraagt dat van een gemeente of organisatie een zorgvuldige voorbereiding en voldoende faciliteiten om dit goed te organiseren. En misschien nog wel belangrijker: het vraagt om een organisatieklimaat waarin er daadwerkelijk ruimte is voor invloed van de mensen die participeren.

Handboek opzetten van een ervaringsraad
Onder de titel ‘Hoe zet je een ervaringsraad op?’ publiceerde Movisie onlangs een handboek dat kan helpen bij het opzetten van een ervaringsraad. Dit handboek gaat in op wat een ervaringsraad is, en laat zien hoe je binnen jouw organisatie, stap voor stap, een ervaringsraad op kunt zetten (Mulder e.a., 2026). Het handboek is gebaseerd op een veelheid aan ervaringen met het werken en opzetten van ervaringsraden.

Een creatief voorbeeld van beleidsparticipatie dat wordt beschreven in de tool is het Photovoice-project van Leyden Academy in samenwerking met het Sociaal Cultureel Planbureau. Dit project laat zien dat ouderen in een kwetsbare situatie niet ‘moeilijk bereikbaar’ zijn. Vaak gebruiken gemeentes en organisaties niet de juiste manieren om hen te bereiken (Sociaal Cultureel Planbureau, 2024). In dit project maken ouderen foto’s van hun leefomgeving om in kaart te brengen hoe zij hun wijk ervaren nu ze ouder worden, waarbij zij zichtbaar maken wat goed gaat en wat beter kan. Deze beelden vormen vervolgens de basis voor gesprekken met beleidsmakers en onderzoekers. De methode verlaagt de drempel voor ouderen om deel te nemen, biedt direct inzicht in de leefwereld van ouderen en maakt ervaringen concreet en tastbaar. Het laat zien dat participatie niet uitsluitend talig of formeel hoeft te zijn om waardevol te zijn.

Als gesprekspartner aan tafel

In Nijmegen krijgt beleidsparticipatie onder andere vorm door middel van het Doelgroep Panel Ouderen, waarin betrokken ouderen structureel samenwerken met gemeenten en organisaties. Zij denken mee over thema’s als wonen, gezondheid en inclusie en fungeren niet als een adviesorgaan op afstand, maar als volwaardige teamleden in bijvoorbeeld werkgroepen. Binnen deze werkgroepen vervullen zij de rol van gesprekspartner en kritische meedenker, in plaats van achteraf enkel te worden geraadpleegd om aan een participatievereiste te voldoen. De panelleden brengen hun eigen expertise en ervaringen in en onderhouden een doorlopend contact met betrokken partijen. Hun werkwijze benadrukt het uitgangspunt dat er niet óver ouderen gesproken moet worden, maar mét hen. Hun betrokkenheid heeft ervoor gezorgd dat plannen relevant zijn en beter aansluiten.

Randvoorwaarden voor succes

Samenwerken met ouderen om beleid en uitvoering te verbeteren en beter aan te laten sluiten op behoeften van de mensen zelf vraagt om de juiste randvoorwaarden. Zo is het van belang om ouderen vroegtijdig te betrekken, zodat zij niet pas worden geraadpleegd wanneer plannen al grotendeels vaststaan. Daarnaast speelt ondersteuning een rol, bijvoorbeeld in de vorm van toegankelijke locaties, praktische faciliteiten en waar nodig een vergoeding van mogelijk gemaakte kosten. Wat absoluut niet mag ontbreken is een passende vergoeding voor mensen die hun ervaringen, expertise en tijd delen. Ook flexibiliteit is essentieel, wees erop voorbereid dat beleid er anders uit kan komen te zien dan je van tevoren verwacht. Om een zo volledig mogelijk beeld te krijgen van de ouderen die met het beleid worden bereikt of ondersteund, is het belangrijk om te streven naar inclusieve beleidsparticipatie. Dit vraagt om een actieve en bewuste inspanning om ook groepen te betrekken en bereiken die vaak ondervertegenwoordigd zijn, zoals ouderen met een migratieachtergrond of ouderen met een klein sociaal netwerk.

Maak beleidsparticipatie vanzelfsprekend

Hoewel beleidsparticipatie van ouderen steeds vaker op de agenda staat, is het nog niet overal vanzelfsprekend. In de praktijk blijft het regelmatig beperkt tot incidentele inspraakmomenten of een kleine, actieve groep betrokkenen. De uitdaging ligt in het structureel en inclusief organiseren van participatie, door deze vast te leggen in beleid en werkwijzen, door te blijven investeren in relaties en door ruimte te creëren voor uiteenlopende stemmen.

De toolkit Samen wegwijs in beleidsparticipatie van ouderen biedt hiervoor een goede start. Uiteindelijk draait het echter om de bereidheid om daadwerkelijk samen te werken. Pas wanneer niet alleen over ouderen wordt gesproken, maar met hen, ontstaat beleid dat recht doet aan hun diversiteit, kracht en ervaringen. Juist in een samenleving waarin het aantal ouderen groeit, is dat geen luxe, maar een noodzaak.

Literatuurlijst

Gezond en Gelukkig Den Haag. (2026, 14 februari). We willen niet óver ouderen praten, maar mét hen’. Geraadpleegd op 3 juli 2026, van https://gezondengelukkigdenhaag.nl/inspiratie/we-willen-niet-over-ouderen-praten-maar-met-hen/

Movisie (2026). Toolkit: Samen wegwijs in beleidsparticipatie van ouderen. https://www.movisie.nl/artikel/toolkit-samen-wegwijs-beleidsparticipatie-ouderen

Mulder, M., De Jong, J., Santpoort, R., & Vos, E. (2026). Handboek: Hoe zet je een ervaringsraad op? https://www.movisie.nl/publicatie/handboek-hoe-zet-je-een-ervaringsraad-op

Raad van Ouderen (2024). Ouderen aan de beleidstafel: De afvinkparticipatie voorbij. https://www.rijksoverheid.nl/documenten/publicaties/2024/10/31/advies-ouderen-aan-de-beleidstafel

Sociaal en Cultureel Planbureau (06-11-2024). Photo voice succesvol in betrekken kwets­bare ouderen bij onderzoek en beleid. Geraadpleegd op 10 februari 2026, van https://www.scp.nl/actueel/nieuws/2024/06/11/photo-voice-succesvol-in-betrekken-kwetsbare-ouderen-bij-onderzoek-en-beleid