938 Weergaven
14 Downloads
Lees verder
Bij de oratie van een nieuwe lector in de ouderenzorg in het hbo, zo’n 10 jaar geleden, vroeg ik me al af of ouderen ook zelf een rol zouden kunnen spelen bij onderwijs en onderzoek. En hoe zou deze betrokkenheid er dan uit kunnen zien?

Waarom jong en oud samen?

Tien jaar geleden besloot ik in gesprek te gaan met een nieuwe lector in de ouderenzorg over de rol die ouderen kunnen spelen in een lectoraat. Door deel uit te maken van de Kenniskring of op een andere manier een bijdrage te leveren? Dat leek me logisch, zij zijn immers de doelgroep. Hoewel mijn gesprekspartner enthousiast reageerde op mijn vraag en eigenlijk ook vond dat ouderen een rol zouden kunnen spelen in het onderwijs binnen het lectoraat, heeft het nog zeker een jaar geduurd voordat we aan de slag konden met een concreet voorstel. 

Voor Denktank 60+ Noord – een netwerkorganisatie van oudere vrijwilligers –- was de betrokkenheid bij onderwijs in het verleden nog niet gebruikelijk. Zo’n tien jaar geleden ging beleid over ‘anderen’, werd ouderenbeleid ontwikkeld voor en over ouderen. Niet in overleg, of, nog beter, samen met de doelgroep. Toch zou het effectiever zijn om beleid gezamenlijk te ontwikkelen om op die manier goed te kunnen aansluiten bij wat nodig is, wat zinvol is en beter nog, wat meerwaarde heeft. Voor jong én oud. Uiteindelijk moet de inbreng van ouderen aan opleidingen gericht op het werken met ouderen, opleveren dat de wereld van ouderen bekend terrein is, dat ouderen vanzelfsprekend deel uitmaken van de opleiding. Dat levert ook ervaringskennis op en zo komen studenten als vanzelf in contact met ouderen. En ouderen met jongeren. Studenten enthousiast maken voor de zorg aan ouderen en het onderwijs beter laten aansluiten bij de behoeften van ouderen, dát is het doel van ouderenparticipatie in het onderwijs. In dit artikel bespreek ik twee manieren waarop dit mogelijk is: als deelnemer in onderzoek en onderwijs en als burgeronderzoeker of co-onderzoeker door middel van citizen science.

Oudere: “Tijdens een collegeserie over generaties vroeg ik als oudere en gastdocent aan de eerstejaarsstudenten of ze in het dagelijks leven ouderen tegenkwamen. Ze noemden hun grootouders, soms een ander familielid of een buurtbewoner. Een ontmoeting met ouderen ligt niet voor de hand en er is sprake van gescheiden werelden. Dat geldt andersom natuurlijk ook: ouderen en jongeren maken meestal geen deel uit van elkaars dagelijks leven.”

De eeuwenoude ‘trap des levens’ (ook wel ‘trap des ouderdoms’) is een behulpzaam middel om met elkaar in gesprek te komen en ik gebruik hem vaak: een trap met een kleurrijke opgang, met op het hoogste punt – boven op de trap – een getrouwd paar of een paar met kleinkinderen. Daarna komt de neergang: somberder kleuren, een stok bij het lopen; je wordt ouder en krommer, totdat je onderaan de trap terecht komt: dood. Een beeld van oud worden dat ook vaak in ons hoofd zit. Daarmee is oud worden een proces van aftakeling, van alleen maar achteruitgang. De kunst is om het ook, en juist, over de winstpunten te hebben, over wat je geleerd hebt, over nieuwe ervaringen en hoe je die inzet, bijvoorbeeld in het onderwijs. Over wat juist wel en misschien zelfs beter gaat. Daarmee wordt oud worden ook een proces van nieuwe dingen, van activiteiten die je nog nooit gedaan hebt. Niet zozeer van een trap zonder einde, maar van verlies en winst, van leren, samen met anderen en van alle leeftijden.

Figuur 1. De trap des levens of des ouderdoms (17e eeuw)

Een groeimodel

Het contact tussen ons als ouderen en het onderwijs, docenten en studenten, moest groeien. Ook bij andere opleidingen. We startten met inbreng vanuit de belevings- en leefwereld van ouderen. We stelden kritische vragen, gingen in gesprek en werden meer en meer betrokken bij de opleiding; bij colleges over de generaties, bij focusgroepen, als critical friends bij individuele studenten of projectgroepjes. Ook als opdrachtgever voor projecten in het MBO en het HBO.

Denktank 60+ Noord als opdrachtgever: “Bijvoorbeeld met de opdracht voor mbo-studenten: welke elektronische medische hulpmiddelen zijn er om thuis te gebruiken; hoe werken ze; wat is het gebruiksgemak voor ouderen en wat kan er beter? Bij de opdracht hoorde een bezoek aan een thuiszorgwinkel en een focusgroep met ouderen. De studenten moesten ook rapporteren aan ons als opdrachtgever en wij droegen bij aan de beoordeling. Een opdracht met als achtergrond dat ouderen langer thuis blijven wonen en welke hulpmiddelen daarbij gebruiksvriendelijk en behulpzaam zouden kunnen zijn.”

 Oudere: “Patiënt Journey: de persoon van de patiënt is belangrijk. Wanneer professionals weten wie iemand is, kunnen zorg en behandeling beter op hem of haar aangepast worden. Studenten oefenen hiermee door met ouderen in gesprek te gaan, hen te interviewen en daarvan een poster te maken en die vervolgens aan elkaar toe te lichten. In gesprek met studenten Verpleegkunde zijn er met ouderen allerlei manieren ontwikkeld om tijdig de achtergrond van een patiënt of cliënt in beeld te brengen. Dat blijkt extra belangrijk bij mensen met dementie. Bijvoorbeeld: tweeminuten-filmpjes, een herinneringendoos met wisselende inhoud om een gesprek mee te beginnen, een poster met een levensboom met herinneringen en belangrijke momenten, een boekje met de lievelingsrecepten van hem of haar.”

Denktank 60+ Noord: “We hebben opdracht gegeven aan studenten Fysiotherapie om de effecten te onderzoeken van de invoering van het model Positieve Gezondheid bij de intake en de behandeling van oudere cliënten. Met als achtergrond dat aandacht voor het welbevinden van de cliënt en zijn leefwereld een positief effect zou kunnen hebben op de behandeling. Studenten Verpleegkunde die de opdracht hebben gekregen om het verpleeghuis of revalidatiecentrum van de toekomst te ontwerpen, moeten daarvan een totaalplaatje maken en dat presenteren. De jury bestaat uit docenten en ouderen.”

Student: “Er worden allerlei handige hulpmiddelen ontworpen voor ouderen, ook in het onderwijs. Betrek je daar ouderen bij, dan zie of hoor je als student meteen of het ontworpen boodschappenkarretje echt zo handig is en weet je hoe een gebruiksvriendelijke robot eruit moet zien.”

Langzaamaan groeit het aantal opleidingen dat ‘de doelgroep’ bij de onderwijspraktijk betrekt. De samenwerking tussen jong en oud werkt over en weer inspirerend, maakt nieuwsgierig naar elkaar. In contact komen met mensen die je niet vanzelfsprekend tegenkomt, ervaringen delen, oefenen in je verdiepen in elkaars leven, dat zijn de reacties die we terug horen. Onderwijsinstellingen zien wel eens op tegen de organisatie of ze hebben ‘ouderen’ nog niet in beeld. Een werkgroepje starten met ouderen is een goede eerste stap, ook omdat er voor ouderenparticipatie geen pasklaar model is. Onderwijsinstellingen worden benieuwd en zien de meerwaarde voor hun opleiding. Via bestaande en nieuwe netwerken vinden we elkaar als ouderen. Onderwijs raakt deze vorm van samenwerking, en ouderen die hebben meegedaan aan een dergelijk project geven participatie bekend.

Citizen science

Een andere mogelijkheid is ‘citizen science ’: burgers die meedenken, -analyseren en -onderzoeken met wetenschappers. Ouderen in de rol van burgeronderzoeker of co-onderzoeker, die net als de professionals een gelijkwaardige bijdrage leveren aan het onderzoek. Dus ook interviews afnemen, coderen en meeschrijven aan de eindrapportage en bijdragen aan alle andere werkzaamheden. Training in onderzoekvaardigheden hoort daar dan ook bij.

Figuur 2. Ouderen in de rol van co-onderzoekers

Ouderen die hebben meegedaan aan een dergelijk project geven aan dat dit een grote inzet vraagt, maar ook erg inspirerend is. Soms viel de grote tijdsinvestering of de duur van het project tegen, kwam er iets belangrijks als ziekte tussen, waardoor ze moesten afhaken. Goede, realistische informatie vooraf, de tijd nemen om kennis te maken, regelmatig evalueren en goede afspraken maken zijn belangrijke punten om een dergelijk intensief project te laten slagen. En niet te vergeten: vier de successen! Samen optrekken met studenten en docenten en bijdragen aan discussies, voorstellen doen, oefenen met interviewen, een werkgroepje leiden, ideeën uitwisselen: activiteiten die erbij horen, maar niet bij alle ouderen zullen passen. Toch is deze vorm van vrijwilligerswerk zinvol en inspirerend. Het geeft voldoening als je uiteindelijk tijdens een presentatie je rapport kunt aanbieden aan de opdrachtgever. Er is zeker geen onderwijservaring voor nodig. Wel moet je het leuk vinden om met een groep samen te werken. Creativiteit en organisatietalent zijn meegenomen.

Welke vorm van onderwijs

Eigenlijk is elke betrokkenheid van ouderen bij alle vormen van onderwijs belangrijk. De manier waarop, en hoe dat het beste past, verschilt. Van hand- en spandiensten, voorlezen, verhalen vertellen of knutselen op de basisschool, helpen bij de lunch tussen de middag, bij de zwemles, in de schoolbibliotheek tot het regelen van het verkeer (‘klaar-overs’) rondom de school. In het voortgezet onderwijs of in mbo, hbo of de universiteit zal de rol van ouderen er anders uitzien en meer gericht zijn op het onderwijs zelf. Alleen al het feit dat er ouderen aanwezig zijn, dat ze in de kantine of in de klas zitten, een praatje maken of betrokken zijn bij de les, werkt positief. Zo maken ouderen vanzelfsprekend deel uit van de samenleving en kunnen ze ook gewoon meedoen op school en in de les.

Denktank 60+ Noord: “Gedurende de coronaperiode hebben veel studenten een deel van hun afstudeeronderzoek online gedaan, met een focusgroep bijvoorbeeld of voor interviews met individuele ouderen. Op zoek naar ouderen die zouden willen meewerken, hebben wij in ons netwerk ouderen opgeroepen om een bijdrage te leveren. Zo zijn ouderen aan de onderzoekers ‘gekoppeld’. Online contact is gewoon geworden.”

Hoe vind je ouderen?

Hoe vind je als oudere een mooie vrijwilligersbaan in het onderwijs? En hoe vind je ouderen voor je opleiding? Op zoek naar leuk en zinvol vrijwilligerswerk is ‘onderwijs’ nog niet voor de hand liggend voor ouderen en dat is jammer. Voor ouderen, voor de opleiding, maar ook voor het werkveld is deze vorm van participatie belangrijk en inspirerend. Alle betrokkenen kunnen daar meer werk van maken. Bijvoorbeeld door te adverteren in huis-aan-huis bladen of op sociale media, zodat ouderen kunnen solliciteren. Ouderenorganisaties kunnen hier ook een grote rol in gaan spelen. Geef duidelijk aan wat je zoekt, wat je vraagt en wat je biedt. Er zijn allerlei mogelijkheden: de betrokkenheid van ouderen kan eenmalig of kortdurend zijn, maar het is ook mogelijk om een Ouderen & Onderwijs (O&O) groepje te vormen dat betrokken is bij een afdeling van de opleiding. Zo’n groepje kan dan op allerlei manieren een bijdrage leveren en herkenbaar aanwezig zijn. Goede afspraken maken, ook over een vergoeding, regelmatig contact hebben en af en toe evalueren zijn dan wel noodzakelijke voorwaarden. En, ook belangrijk: werkervaring in het onderwijs is niet nodig!

Oudere: “Mijn ervaring: ik kom niet uit het onderwijs, maar ik doe nieuwe dingen, heb inbreng, wordt uitgedaagd en ben in gesprek met studenten en docenten, met mensen van andere generaties. Dat inspireert en geeft mij energie.”