Lees verder
Meer ruimte in woongebouwen en woonomgeving, langer thuis wonen, kleinschalige woonzorgvoorzieningen in en voor de buurt, de toepassing van technologie om zelfstandigheid te ondersteunen, het belang van ontmoeting en contact. Dat zijn de belangrijkste thema’s uit onze inventarisatie onder architecten, ouderen en ontwikkelaars tijdens de eerste lockdown vanwege Covid-19. In het voorjaar 2020 vroegen we partners van het platform ZorgSaamWonen naar hun inzichten over het wonen van ouderen in relatie tot Covid-19 en andere infectieziekten. In dit artikel gaan we in op deze thema’s en schetsen een beeld van een gezonde woontoekomst van ouderen.

Covid-19 is onverwacht onze samenleving binnengedrongen. Bij sommige mensen letterlijk in hun huizen. Door de verplichte lockdown hebben we veel tijd in onze woning en directe woonomgeving doorgebracht. Dat heeft tot herwaardering van een prettige woning en woonomgeving geleid, hoewel er voor sommige mensen eerder sprake was van een pijnlijke confrontatie: te krappe woningen, ontoegankelijke woningen en buurten, gebrek aan contacten, eenzaamheid. Het belang van een comfortabele woning en fijne buurt is duidelijker dan ooit, ook voor ouderen. Sommigen voorspellen in de toekomst meer infectieziekten en pandemieën. Moeten we daarom woongebouwen voor ouderen anders gaan ontwerpen en wat is dan belangrijk? Meer rekening houden met veilig contact op afstand, eigen sanitair, gemakkelijke schoonmaak, individuele toegang naar buiten en genoeg ruimte om je thuis te voelen?

Vanuit het platform ZorgSaamWonen stelden we aan onze partners de vraag hoe toekomstige woongebouwen van ouderen eruit zouden moeten zien. Architecten en stedenbouwkundigen zoals Bas Liesker, Frank van Dillen, Ralf Hottenträger, Wim-Jan Dijk en Ianthe Mantingh reageerden. Er kwamen reacties van ouderen en ouderenorganisaties – waaronder Ad Pijnenborg – en Jan Meerpoel en Marthijn Laterveer, beide betrokken bij het LOC. En ook (project)ontwikkelaars leverden een bijdrage zoals Lars Drijver, Ron Bouman en Joel Fliek. Vanuit België krengen we reactie van Robert Geeraert van de Erasmushogeschool Brussel.

Meer ruimte

De roep om meer ruimte – in architectenjargon: overmaat in gebouwen en woonomgeving – komt veelvuldig in de reacties terug. Het gaat dan om extra ruimte in de woonomgeving, bij de voordeur, de galerijen in een flatgebouw, de entree maar ook op straat en op pleintjes. Een overgangszone tussen de privéruimte van de eigen woning en de publieke ruimte op straat vormt een veilige en aangename tussenruimte waar ontmoeting op afstand kan plaatsvinden. Dit biedt de woonomgeving extra kwaliteit. Vanuit die visie werkten veel architecten al voor de coronacrisis. Het is niet nieuw, maar de 1,5 meter samenleving werkt als katalysator. De vraag die dan opkomt is: wie draait voor de extra kosten op? Ruimte is schaars, zeker in drukbevolkte gebieden zoals de grote steden.

Langer Thuis

Ouderen willen langer thuis blijven wonen en kiezen eerder en bewuster voor een woning die veiligheid en comfort biedt en mogelijkheden voor ontmoeting en levendigheid, zo bleek uit onze inventarisatie. Een voorbeeld is het Amstelkwartier in Amsterdam, waar AM, Heren5 architecten en Woonzorg Nederland woningen voor stadsveteranen realiseren. In het gebouw is veel aandacht voor terloopse ontmoetingen. De ‘verkeersruimte’ wordt zodanig ingericht dat bewoners elkaar op laagdrempelige wijze kunnen tegenkomen en een praatje kunnen maken. Dus komen er brede galerijen en een ruime hal waar je als je de lift uitkomt makkelijk een kletspraatje kunt maken. Er komt ook een wasruimte, een crèche voor de kleinkinderen, een moestuin, een binnentuin en logeerkamers. Ook dit sluit aan bij een trend die al voor corona speelde: de behoefte om voorzieningen te delen. De privéruimte kan eventueel wat kleiner zijn als er voldoende gemeenschappelijke voorzieningen zijn.

Op afstand bijeen

Een andere behoefte die toeneemt is de behoefte aan meer variatie aan woonvormen. Zoveel mensen, zoveel wensen. Ouderen zijn divers en dat zie je terug in de woonwensen. Uit onderzoek van de ANBO en KBO-PCOB blijkt dat de belangstelling voor een vorm van gemeenschappelijk wonen toeneemt (onder voorwaarde van zelfstandigheid, gelijkgestemdheid, privacy, vrijheid). Corporaties, gemeenten en marktpartijen spelen daar steeds meer op in en ook ouderen zelf nemen initiatieven. Tijdens de lockdown gaven bewoners uit woongemeenschappen aan dat het contact minder is doordat zij minder makkelijk activiteiten kunnen organiseren, maar dat het een geruststelling is dat er zoveel mensen nabij zijn die een oogje in het zeil houden. Ook was het eenvoudig in kleine groepjes op pad te gaan of samen te eten. De buitenruimten en de gemeenschappelijke ruimte boden uitkomst om met een groepje op afstand bijeen te komen.

Eigen deur

Kleinschaligheid in zorggebouwen vinden architecten en ouderen, met het oog op het voorkomen van verspreiding van infectieziekten, extra belangrijk. Kamers met eigen toegang tot de buitenruimte zijn handig. Bij de zorgvilla in Hoogeloon, een kleinschalige woonvoorziening voor ouderen met dementie die bewoners vanuit de zorgcoöperatie zelf hebben opgezet, heeft iedere studio een eigen deur naar buiten. Familieleden kunnen zonder gebruik te hoeven maken van de centrale voordeur bij de oudere op bezoek. Je ziet steeds vaker bij nieuwe, kleinschalige woonvoorzieningen dat de familie via de binnentuin rechtstreeks de bewoner kan bezoeken. In tijden van Covid-19 of een andere besmettelijke ziekte is dat bijzonder gunstig.

Wijkkliniek

Verpleeghuizen zijn bezig om ook zorg in de buurt te verlenen aan ouderen die nog zelfstandig wonen. Langzamerhand vinden zelfs experimenten plaats om ook ziekenhuiszorg naar de wijk te krijgen. Een mooi voorbeeld hiervan is de WijkKliniek in Amsterdam. Dankzij dit initiatief van zorgorganisatie Cordaan, het Academisch Medisch Centrum (AMC) en zorgverzekeraar Zilveren Kruis ontvangen maximaal 24 kwetsbare ouderen, die anders in het ziekenhuis zouden zijn opgenomen, in de wijk acute medische zorg, goede ondersteuning en begeleiding. Er zullen meer zorgappartementen moeten komen, zodat ouderen makkelijker zorg kunnen ontvangen. Gewone appartementen zijn daar vaak niet geschikt voor omdat er ruimte moet zijn voor de nodige techniek en het zorgpersoneel. Bijkomend voordeel van kleinschalige zorgvoorzieningen en klinieken in de wijk is dat zij bij uitbraken van virussen, zoals Covid-19, de ziekenhuizen en verpleeghuizen ontlasten.

Empathische woning

De meeste respondenten voorspellen de komende tijd een versnelling van de toepassing van technologie in zorggebouwen en thuis. Daar waar afstand houden niet mogelijk is, biedt technologie een alternatief, zoals beeldbellen en online medische consulten. Het inzetten van technologie was al in opmars maar lijkt nu niet te stuiten. Er mag hierbij nog wel meer gelet worden op de gebruikersvriendelijkheid van technische snufjes.

In ‘de empathische woning’ in Arnhem wordt door het Lectoraat Architecture in Health van de Hogeschool Arnhem/Nijmegen samen met de TU Eindhoven, onder leiding van professor Masi Mohammadi, onderzocht hoe technologie ondersteuning kan bieden aan zowel mensen met dementie als hun mantelzorgers. Het huis neemt de taken van de mantelzorger over door technische snufjes: projecties en licht- en geluidssignalen bijvoorbeeld helpen ouderen met dementie met hun ritme. De woning wordt momenteel getest door ouderen. Hiervoor is samenwerking gezocht met de Arnhemse zorgorganisatie DrieGastHuizenGroep.

Coronagalerij

Door het sluiten van de verzorgingshuizen is het gemis aan een plek voor ontmoeting, wat leidt tot eenzaamheid met alle gevolgen van dien, prominent naar voren gekomen. In nieuwe woonconcepten voor ouderen is er daarom volop aandacht voor ontmoeting. Bij de inrichting van gebouwen, maar ook bij het ontwikkelen van de buitenruimte, kunnen ontmoetingen gefaciliteerd worden. Dat heeft grote voordelen, zeker in tijden van corona: bij ruimere ontmoetingsplekken kan afstand houden makkelijker worden. En bij brede galerijen kunnen scootmobiels elkaar passeren en mensen makkelijker met elkaar praten. Architectenbureau Kokon transformeerde een galerij zodanig dat bewoners elkaar op gepaste afstand kunnen passeren en ook meer zicht hadden op wat er op de galerij boven en beneden hen gebeurde. De architecten hebben direct bij de voordeur een soort bruggetje aangebracht met leuningen die transparant zijn zodat er zicht is. Deze ’coronagalerij’ maakt contact gemakkelijker terwijl er toch afstand bewaard kan worden in geval van infectieziekten.

Meer oog voor de woonomgeving

In coronatijd hebben we gezien hoe fijn het is om dichtbij huis te kunnen vertoeven. Voor ouderen is het prettig als er dichtbij huis mogelijkheden zijn om mensen te ontmoeten en om te recreëren, zeker wanneer er gezondheids- of mobiliteitsproblemen zijn. Naarmate de jaren vorderen, wordt de actieradius vaak kleiner. De woonomgeving moet dan wel toegankelijk, veilig en uitnodigend zijn. Brede stoepen, veilige looproutes, hittebestendige plekken en voldoende bankjes, die dan wel goed onderhouden moeten worden, maken de woonomgeving leeftijdsvriendelijk, wat ook prettig is voor andere bewoners. Eem voorbeeld hiervan is Leusden-Zuid. Daar bouwt Heijmans aan Maanwijk, een nieuwe woonwijk met 120 woningen, waar mensen, technologie en natuur samenkomen. Er komen kleinschalige hofjes met zitgelegenheid en gemeenschappelijke binnentuinen. De woningen hebben slimme sensoren die zorgen voor een gezond binnenklimaat, inbraak- en brandbeveiliging en energiemonitoring. Ook de woonomgeving is ‘slim’, zo dimmen de lantaarnpalen als er geen beweging is en zijn ze energiezuinig. Verlichting begeleidt elke voetganger, fietser of automobilist op zijn weg. Een slim waarschuwingssysteem in de weg helpt bij veilig oversteken.

Positieve gezondheid

Steeds meer wijken gaan uit van de positieve gezondheidsbenadering, ontwikkeld door voormalig huisarts en onderzoeker Machteld Huber. Hierbij gaat het om een brede benadering van gezondheid, namelijk het vermogen van mensen om met de fysieke, emotionele en sociale levensuitdagingen om te gaan. De provincie Limburg werkt vanuit dit gedachtegoed en in Utrecht is in Leidsche Rijn het project ‘In de kern gezond’ gestart. Dit project gaat volledig uit van Positieve Gezondheid, en stimuleert wijkbewoners om gezonder te leven en zelf te werken aan de dingen die zij belangrijk vinden zodat zij beter in hun vel zitten. Dat maakt bewoners vitaler, waardoor ze misschien ook minder vatbaar zijn voor ziekten.

Meer woonkwaliteit biedt kwaliteit van leven

De afgelopen periode werkte als een ‘wake up call’ om nog meer vaart te maken in het ontwerpen van veilige en sociale woon(zorg)gebouwen die de kans op besmetting met een infectieziekte voorkomt en waar prettig gewoond kan worden, ook tijdens een pandemie. Ontwerpers en bouwers denken meer en creatiever na over keuzes tussen kosten en kwaliteit.

Het gaat om het bieden van meer ruimte, zodat mensen elkaar makkelijk kunnen ontmoeten en er toch afstand gehouden kan worden. Zowel binnen als buiten de gebouwen. Wanneer we meer kwaliteit toevoegen aan het wonen van ouderen, voegen we daarmee kwaliteit van leven toe. Als ouderen veilig met anderen kunnen leven op een manier die bij hun eigen wensen en verlangens past, levert dat meer vitaliteit op en minder vraag naar professionele zorg. Op de langere termijn is dat dé manier om ook met de toename van de vergrijzing de zorgvraag beheersbaar te houden én ouderen op een fijne manier te laten wonen. Ook in tijden van Covid-19 of andere pandemieën.