Kernwoorden:


3 Weergaven
0 Downloads
Lees verder
Het huidige zorgsysteem worstelt met de zorg en ondersteuning van het toenemende aantal ouderen in onze samenleving. Veelal wordt gesteld dat arbeidstekorten, een groeiende vraag naar zorg en ondersteuning en stijgende zorgkosten maken dat een andere benaderingswijze noodzakelijk is. Één van de meest genoemde oplossingen is om een groter beroep doen op de gemeenschap en meer te zorgen voor elkaar. Dit wordt mede ingegeven vanuit een beweging om ouderen langer thuis te (laten) wonen, waardoor er dus meer ouderen met ondersteuningsbehoefte in de gemeenschap aanwezig zijn.

Een dergelijke aanpak vereist een andere kijk op gezondheid, die gericht is op het creëren van initiatieven die uitgaan van de gemeenschap in plaats van het individu. Dit wordt vaak in een adem genoemd met een verschuiving van het principe ‘zorgen voor’ naar ‘zorgen dat’. Er is zowel in de politiek als beleidsmatig groeiende aandacht voor ouder worden in de gemeenschap en de noodzaak om meer te zorgen voor elkaar. Dit komt onder meer tot uidrukking in verschillende akkoorden, zoals het Hoofdlijnenakkoord voor de Ouderenzorg (HLO) en de het Aanvullend Zorg en Welzijnakkoord (AZWA). Ook in België zijn vergelijkbare bewegingen zichtbaar, zo wordt er in Vlaanderen en Brussel ingezet op Zorgzame buurten, waarvan er inmiddels 132 zijn. In ieder geval wordt beleidsmatig veel verwacht van deze beweging richting de gemeenschap. Tegelijkertijd zijn er zorgen over de haalbaarheid en wenselijkheid van deze bewegingen. Een zorgzame samenleving zoals die daarbij beoogd wordt, en de daarmee gepaard gaande onderliggende principes, brengen andere verantwoordelijkheden, plichten, rechten en voorzieningen met zich mee voor ouderen, hun naasten, overheid en politiek. Dit raakt aan veel spanningsvelden die tot nu toe beperkt besproken worden. In het bijzonder raakt dit aan het relationele werk in de wijk en de normatieve lading van kernbegrippen als gemeenschap, solidariteit en autonomie. Is het niet teveel gevraagd van mantelzorgers die met grote intensiteit voor anderen zorgen? In hoeverre willen, wensen en kunnen we voor elkaar zorgen? En hoe zorgen we ervoor dat juist diegenen die hulp het hardst nodig hebben, ook deze zorg ontvangen?

In deze editie van Gerōn gaan we op een deel van deze vragen in. Zo beschrijven Alderliesten e.a. aan de hand van twee voorbeelden van zorgzame gemeenschappen wat dit kan bijdragen aan de gezondheid en het welbevinden van ouderen met dementie. Inwoners voelen zich vitaler, betrokken en meer verbonden. Ze roepen dan ook op tot het omarmen van kwetsbaarheid als onderdeel van onze samenleving. Tegelijkertijd signaleren zij ook belangrijke knelpunten, zoals hoe deze gemeenschappen met een hart (duurzaam) tot stand kunnen komen en wie er wel en geen zorg ontvangt.

Dit roept dus ook vragen op over de haalbaarheid van het zorgen voor elkaar in meer kwetsbare wijken, waar de bronnen en randvoorwaarden om dit soort initiatieven op te starten en gaande te houden beperkter zijn. Inwoners hebben vaak ook al genoeg op hun bord. Het artikel van Uzun & Lindenberg borduurt hierop verder door aandacht te vragen voor de rol van de fysieke leefomgeving in het mogelijk maken van zorgen voor elkaar. In het artikel beschrijven ze wat fysieke kenmerken in een wijk doen met de gelegenheid tot ontmoeten en hoe dit van invloed kan zijn op het zorgen voor elkaar. Daarbij reflecteren ze ook op een onderliggende vraag bij de idee van een zorgzame samenleving, in hoeverre wensen buren te zorgen voor elkaar? En over wat voor soort zorgvraag hebben we het dan?

Kinderen spelen vooralsnog een grote rol in het zorgen voor oudere generaties. Zeker wanneer ouderen zelfstandig wonen. Maar hoe ziet dat wonen er dan uit? De grafiek van Hanna van Solinge licht wat dat betreft een eerste tipje van de sluier op en gaat in op de woonsituatie van 80-plussers en de veranderingen hierin in het afgelopen decennium. Ze kijkt naar deze woonsituatie vanuit de perspectieven van de kinderen, hoeveel van hen heeft één of beide ouders woonachtig thuis? Of in een instelling?

Het artikel van Dury beschrijft een andere invalshoek van zorgen voor elkaar, namelijk die van participatie in vrijwilligerswerk. Ze laat zien in haar artikel dat vrijwilligerswerk tot nu toe vooral benaderd wordt als een individuele activiteit, maar stelt dat een bredere benadering van vrijwilligerswerk noodzakelijk is. De levensloop, de sociaal-culturele context en de leefomgeving spelen allemaal een rol in de mate waarin mensen kunnen en bereid zijn om vrijwilligerswerk te doen. Als we dus echt toe willen naar een samenleving waar we meer voor elkaar zorgen, dan moeten we vrijwilligerswerk in beleid en praktijk dus ook veel meer gaan benaderen als een sociaal en contextueel ingebed fenomeen.

Hoewel dit thema dus een eerste aanzet is tot het verbreden van ons denken over zorgen voor elkaar, zijn er nog verschillende aspecten onbesproken die we graag meegeven ter overdenking aan de lezers van Gerōn. Zorgen voor elkaar wordt nu vooral gezien als een oplossing voor een capaciteitsprobleem in de zorg, als ware een zoektocht naar goedkope krachten. Maar wat als we zorg anders gaan benaderen? Niet als een professionele activiteit vastgelegd in protocollen en systemen die efficiënt en productief moeten zijn, maar als de basis voor de inrichting van de zorg. Met andere woorden: kan zorgen voor elkaar weer het fundament worden van het zorgsysteem zelf, en hoe dan?

Ook raakt dit thema impliciet aan een aantal morele kwesties, bijvoorbeeld als het gaat om conflicterende waarden – zoals rechtvaardigheid versus gelijkwaardigheid, of hoe gaan we om met verschillende verwachtingen en normen over wat het goede is, of van waarde is in zorgen voor elkaar en de keuzes die we dan als zorgzame samenleving maken (zie ook Kolner, 2024).  Denk daarbij ook bijvoorbeeld aan: hoe wordt er omgegaan met de verdeling van taken? Met individuele kwetsbaarheid en vermogen? En het onderliggend maatschappelijk contract?

Naast dit thema vindt u nog meer artikelen in deze Gerōn die u verder kunnen aanzetten tot nadenken en inspiratie. Zo is er binnen het domein Zorg een artikel dat indirect aansluit op het thema en ingaat op medische zorg thuis (Preitschopf). In het domein Wonen, Mobiliteit en ICT is er aandacht voor digitale zorg thuis (Boersma e.a.) en gaat Sabine van der Greft in op de situatie van ouderen in achterstandsbuurten, waarbij ze laat zien dat alleen een ‘deficiency’ benadering van deze wijken mensen tekort doet. In het domein Participatie en Ontwikkeling vindt u een viertal artikelen die aandacht vragen voor de sociaal-maatschappelijke positie en kansen van ouderen, met betrekking tot mensenrechten voor ouderen (Crivit), onze benadering van kwetsbaarheid (Golbach), empowerment (de Witte) en levensmoeheid (Thys). Ten slotte vindt u in het domein Arbeid & Inkomen een artikel van Suari-Andreu & van Lent over het overdragen van vermogen gedurende het leven en de invloed van een slechte gezondheid hierop.