79 Weergaven
0 Downloads
Lees verder
Samen met alle belanghebbenden wordt er de komende jaren gewerkt aan het verstevigen en verduurzamen van de langdurige zorg en ondersteuningssector door te bouwen aan een duurzame kennisbasis. Het verbinden van zorg, ondersteuning en welzijn moet leiden tot een verbetering van de kwaliteit van leven van mensen die zorg en ondersteuning ontvangen. Het ZonMw-programma Langdurige Zorg en Ondersteuning draagt hier de komende jaren samen met andere belanghebbenden aan bij.

Belangrijke maatschappelijke ontwikkelingen

De maatschappij is continu in beweging door demografische verschuivingen, intensivering van de zorgvraag, veranderingen van sociaal-maatschappelijke opvattingen, een veranderende leefomgeving en technologische innovaties. Ook de voorzieningen voor wonen, werken, welzijn en zorg zijn in ontwikkeling om beter aan te sluiten bij de wensen en behoeften van de maatschappij (RIVM, 2018). Deze veranderingen zijn ook relevant voor de langdurige zorg en ondersteuningssector en brengen veel uitdagingen met zich mee.

ZonMw-programma Langdurige Zorg

In 2018 is het programma gestart vanuit een opdracht van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, directie Langdurige Zorg, met als focus: zorg voor alle mensen die een langdurige zorgvraag hebben. Voorafgaand aan deze start hebben wij als ZonMw met meer dan 400 mensen gesproken die ervaring hebben in het veld van de langdurige zorg. Dit waren professionals, beleidsmedewerkers, financiers, maar ook heel veel mensen die zelf zorg ontvangen, mantelzorger of naaste zijn van iemand met een zorgvraag. Het was een dialoog rondom de eigen ervaringen, wat er al goed gaat in de langdurige zorg maar ook waar men tegenaan loopt. Op basis van alle mooie en ook ontroerende verhalen van mensen, interacties en gesprekken is er een eerste kader geschetst van lijnen waarlangs gewerkt kan worden om de langdurige zorg te verduurzamen.

Doorontwikkeling programma naar samenhang met ondersteuning en welzijn

Tijdens de opdrachtverleningsfase van bovenstaand programma werd het Pact voor de Ouderenzorg (Rijksoverheid, 2018) gelanceerd, met daarin drie actielijnen. Hierbij zagen wij duidelijke verbindingen met het programma Langdurige Zorg en de doelstellingen van het ZonMw programma, die breder waren en zijn dan zorg alleen. Juist de verbinding van zorg met ondersteuning en welzijn en het werken over de scheidslijnen van domeinen heen, zijn van grote waarde voor een duurzame ontwikkeling van het veld. Dit werd tijdens gesprekken met het ministerie ook (h)erkend. Vanuit het VWS-programma Langer Thuis (Rijksoverheid, 2018), directie Maatschappelijk Ondersteuning, werd een aanvullende opdracht verleend om het (door)ontwikkelen van een samenhangend aanbod van zorg, welzijn en ondersteuning voor thuiswonende ouderen, binnen lokale netwerken te stimuleren.

Deze ontwikkelingen in het programma zijn een mooi voorbeeld van het werkende weg aanpassen en bijsturen, iets wat ook terugkomt in de ambities van het programma. Naar aanleiding van deze aanvulling werd ook de naam van het programma verbreed naar Langdurige Zorg en Ondersteuning (LZO). Recent (juli 2019) is daar vanuit het VWS-programma Eén tegen Eenzaamheid (Rijksoverheid 2018) nog een aanvullende opdracht aan toegevoegd, gericht op het doorbreken van de trend van eenzaamheid onder ouderen.

Doelstellingen programma LZO

Wat is er nodig om de kwaliteit van leven te verbeteren van mensen die langdurig afhankelijk zijn van ondersteuning en zorg? Dit is geen eenvoudige vraag en betreft vele facetten van de sector en blijft daartoe ook niet beperkt. Denk hierbij aan passende woonvoorzieningen voor ouderen en chronisch zieken, de arbeidstekorten in de zorg en ontwikkelingen op het gebied van technologie. Om resultaten te bewerkstelligen binnen de brede ambitie om de kwaliteit van leven te verbeteren, richt het programma LZO zich in de kern op drie doelstellingen:

  1. Het versterken en ontwikkelen van de wetenschappelijke kennis in de langdurige zorg en ondersteuning en het verspreiden van deze kennis naar de zorg en ondersteuningsrelatie, ter bevordering van de kwaliteit van de zorg en een duurzame kennisinfrastructuur.
  2. Het faciliteren van het opzetten, verder ontwikkelen en bestendigen van lerende netwerken integrale zorg en ondersteuning rondom thuiswonende ouderen ten einde deze ouderen in staat te stellen op een goede en veilige manier langer thuis te wonen.
  3. Het doorbreken van de trend van eenzaamheid onder ouderen.

Hierbij worden de volgende leidende principes gehanteerd: Cliënt en hun naasten staan centraal; Leren leren en leren reflecteren; Co-creatie/samenwerken en Passende onderzoeksbenaderingen. Deze principes zijn gedestilleerd uit alle voorbereidende gesprekken, een digitale enquête, analyses van bestaande kennisagenda’s, de opdrachtformulering en in samenspraak met de programmacommissie. Met het in acht nemen van deze principes in alle aspecten van het programma, denk daarbij aan het schrijven van subsidieoproepen, beoordelen van aanvragen en het monitoren van projecten en het programma, proberen we een maximale impact in de praktijk te behalen.

Cliënten en hun naasten staan centraal

Cliënten en hun naasten centraal stellen betekent dat elke discussie in het kader van het programma begint en eindigt met de vraag: Wat betekent het programma voor de cliënt en zijn/haar naasten? Hierdoor blijft de focus van alle activiteiten liggen bij de ervaren kwaliteit van leven. Om dit te bewerkstelligen zijn ervaringsdeskundigen lid van de programmacommissie, is participatie van cliënten en hun naasten een belangrijk criterium bij de subsidieoproepen en worden aanvragen ook beoordeeld op relevantie voor de doelgroep.

Leren leren en leren reflecteren

Binnen alle activiteiten willen we het ‘leren leren en leren reflecteren’ stimuleren, bijvoorbeeld door mensen aan te zetten tot het anders kijken naar hun dagelijkse praktijk. Zo ondersteunen we professionals bij het doen van actieonderzoek in de praktijk. Hiermee kijk je naar je eigen dagelijkse werk; waarom doen wij dingen zoals wij ze doen? Wat gaat hierbij goed? En wat kan er nog beter? Welke bestaande kennis kunnen wij in de praktijk inzetten om de zorg en ondersteuning en de onderlinge samenwerking te verbeteren? Wetenschappelijke kennis kan daarbij een handvat bieden om handelingen evidence based te maken. Naast leren in de projecten en van de samenwerking in netwerken wordt ook het leren tussen de verschillende projecten gestimuleerd. Ontwikkelde kennis uit de praktijk en conceptuele kennis, dat laatste draagt bij aan de wetenschappelijke theorievorming, wordt opgehaald, geaggregeerd en weer teruggegeven aan de projecten op een dynamische manier. Daarnaast worden er elk jaar voor de verschillende rondes bijeenkomsten georganiseerd met bijvoorbeeld de projectgroep leden, waar uitwisseling van kennis en ervaring gestimuleerd wordt. Ook als programma zetten wij in op het leren; daarom werken wij bijvoorbeeld met cyclische oproepen. Dat wil zeggen dat een subsidieoproep na sluiting wordt geëvalueerd voordat deze opnieuw wordt opengesteld. Zo leren we van het doorlopen van subsidieprocessen; wat sluit goed aan en wat sluit minder goed aan bij de beoogde doelgroep voor het indienen van een subsidieaanvraag? Met name bij het openstellen van subsidieoproepen voor aanvragers die minder bekend zijn met ZonMw blijkt dit van groot belang. Op deze manier proberen we de subsidieoproepen en ook bijvoorbeeld een aanvraagformulier toegankelijker te maken voor de beoogde aanvragers.

Co-creatie/samenwerken

Binnen alle subsidieoproepen wordt gestuurd op co-creatie, de kracht van het samenwerken. Wanneer zoveel mogelijk diverse belanghebbenden samenwerken is de kans van slagen, maar vooral ook de kans op gebruik, doorontwikkeling, implementatie en verspreiding van de kennis en resultaten het grootst. Om zoveel mogelijk impact te bereiken is het zaak om van tevoren goed zicht te hebben op het praktijkprobleem waarvoor je een oplossing zoekt. Hier begint het proces van co-creatie al. Het gaat om het gezamenlijk verkennen van de kwestie, vastleggen van doelen, het inventariseren van de bestaande kennis en het opstellen van een onderzoeksvraag (aanpak ontwikkeld door Andriessen & Ganzevles, n.d.). In het gehele proces van het opzetten van onderzoek zouden alle belanghebbenden betrokken moeten worden, zo ook cliënten en hun naasten.

Passende onderzoeksbenaderingen

Naast het stimuleren van samenwerking binnen projecten vanaf de start, streven we ook naar het bijdragen aan het ontwikkelen van een duurzame brede kennisinfrastructuur in de langdurige zorg en ondersteuning. Zoals ook aangegeven door minister Hugo de Jonge hebben naast ZonMw ook andere partijen, zoals Vilans, de Nederlandse Zorgautoriteit, het Zorginstituut en de Academische werkplaatsen, hier een belangrijke rol in. Het gaat namelijk om het inbedden en verduurzamen van de gehele kenniscyclus. Zodanig dat nieuwe kennis in de praktijk ingezet kan worden en bestaande praktijkkennis expliciet gemaakt wordt en een plek in nog uit te voeren onderzoek krijgt. Voor het doen van onderzoek ten behoeve van de praktijk en de cliënt, is het gebruik van passende onderzoeksbenaderingen van belang. Zoals wellicht voor te stellen, zijn Randomized Controlled Trials (RCT’s) niet altijd de meest geëigende vorm van onderzoek in de praktijk van de langdurige zorg en ondersteuning. Zo bleek onder andere uit de evaluatie van het Nationaal Programma Ouderenzorg (Evaluatiecommissie van het Nationaal Programma Ouderenzorg, 2017) en het rapport ‘Onderzoek waarvan je beter wordt’ (Gezondheidsraad, 2016).

In de kennisinfrastructuur verdient ook het creëren van bewustwording over het gebruik en het delen en verspreiden van opgedane kennis aandacht. Van oudsher komt deze stap als laatste onderdeel aan bod bij het uitvoeren van onderzoek. En daar liggen kansen voor verbetering. Vóór de start van een project is het namelijk al belangrijk om hier mee bezig te zijn en tijdens de uitvoering wordt het inzetten en uitdragen van tussentijdse resultaten gestimuleerd. Als programma willen we zo het directe gebruik van kennis stimuleren om de impact in de praktijk zo groot mogelijk te maken.

Stand van zaken en kijkje in de toekomst

Bovenstaande principes en visie moeten in samenwerking met alle belanghebbenden leiden tot een verbetering van de zorg en ondersteuning en daarmee de kwaliteit van leven van mensen met een langdurige zorg- en ondersteuningsvraag. Het programma heeft het afgelopen jaar al een aantal stappen gezet om de beweging van binnenuit te stimuleren. In 2018 zijn een aantal urgente thema’s opgepakt, zoals het uitbreiden van bestaande leernetwerken wijkverpleging (hbo/mbo-onderwijs en praktijk) richting het sociaal domein (zie website ZonMw). Ook een consortium van verschillende universiteiten die samenwerken aan het generen en implementeren van wetenschappelijke kennis over ondersteuning bij algemene dagelijkse levensverrichtingen (project Basic Care Revisited) ontving subsidie. Momenteel zijn andere activiteiten in voorbereiding zoals een oproep voor praktijkgericht onderzoek naar de relatie tussen de cliënt, naasten en zorgverlener(s), een pilot ‘Cirkelen rond je onderzoek’ onder begeleiding van de Hogeschool Utrecht, een consortiumoproep en talentstimulering van professionals in de zorg en ondersteuning op alle niveaus.

Daarnaast is er ook aandacht voor het ondersteunen van de ontwikkeling van lokale netwerken samenhangende ouderenzorg. Deze netwerken bieden een samenhangend aanbod van zorg, welzijn en ondersteuning aan thuiswonende ouderen. Middels ondersteuning bij het doen van een omgevingsanalyse en quickscan krijgen deze netwerken meer inzicht in hun dagelijkse praktijk en de omgeving. Netwerken die deze analysefase doorlopen, kunnen daarna binnen een tweetal onderwerpen met actieonderzoek aan de slag gaan. Professionals uit het netwerk krijgen zo handvatten aangereikt om naar hun eigen praktijk te kijken met een onderzoekende blik. Hoe loopt het contact van onze huisarts met de wijkverpleegkundige eigenlijk, wanneer mevrouw Janssen plotseling ziek geworden is en extra zorg thuis nodig heeft? En hoe kunnen wij deze samenwerking nog efficiënter en duurzamer maken? Inmiddels zijn 35 netwerken al enthousiast aan de slag gegaan met deze subsidies en verwachten wij binnenkort nog meer subsidies uit te kunnen zetten. Ook aandacht voor eenzaamheid is sinds kort een belangrijke pijler in het programma, met eerste subsidierondes waar veel animo voor bleek te zijn.

Op de korte termijn wordt de netwerken-lijn verder uitgebreid. Er is aandacht voor talentstimulering van zorg- en ondersteuningsprofessionals, om zo de kennisinfrastructuur op alle niveaus te verstevigen en co-creatie krijgt daarmee vanaf het allereerste begin een stimulans. Samen met andere partijen op het terrein van de langdurige zorg en ondersteuning gaan we de komende jaren stappen zetten in het verduurzamen van de sector. Samen met professionals, beleidsmakers, docenten, onderzoekers en bovenal ook met cliënten streven wij ernaar zoveel mogelijk impact te bereiken. Om zo samen de kwaliteit van leven te verbeteren van mensen die langdurig afhankelijk zijn van zorg en ondersteuning.

 

Voor meer informatie over het programma Langdurige Zorg en Ondersteuning kijk op de website of schrijf u in voor de nieuwsbrief ouderen.

Literatuurlijst

  1. Volksgezondheid Toekomst Verkenning 2018. Een gezond vooruitzicht. (2018). Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu.
  2. Pact voor de ouderenzorg. (2018). Den Haag: Rijksoverheid, Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
  3. Programma Langer Thuis. (2018). Den Haag: Rijksoverheid, Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
  4. Actieprogramma ‘Eén Tegen Eenzaamheid’. (2018). Den Haag: Rijksoverheid, Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
  5. Rapportage van de externe Evaluatiecommissie NPO. (2017). Den Haag: Evaluatiecommissie van het Nationaal Programma Ouderenzorg.
  6. Onderzoek waarvan je beter wordt. (2016). Den Haag: Gezondheidsraad.