23 Weergaven
12 Downloads
Lees verder
Eén van ons maakte jaren terug (2004) bij een 654 bladzijden tellend rapport, over de impact van de vergrijzing op de gezondheidszorg en de ouderenzorg, de verzuchting: “mocht ik maar een even dik rapport maken over preventie”. Wij citeerden in dat rapport Derek Wanless’ Review uit 2002 in het Verenigd Koninkrijk, waarin hij aantoont dat verhoogde productiviteit, en ook meer aandacht voor eigen verantwoordelijkheid en preventie, de kostentoename van de vergrijzing zou kunnen halveren.

In de zorgsector gaat de economische analyse over de gewonnen levensjaren dankzij de kosten van interventie die het acuut of chronisch zorgsysteem maken. Men kijkt veel te weinig naar de vermeden kosten en de vermeden verloren levensjaren dankzij preventie. Van het gezondheidseconomisch onderzoek is de uitdrukking bekend dat men in de gezondheidszorg soms ‘penny wise and pound foolish’ werkt. Dat men krenterig is op kleine uitgaven, en grote kosten laat oplopen. Zou dat gelden voor de inspanningen die men (niet) doet op het vlak van preventie? Of misschien is preventie juist ‘penny wise’.

Levensstijl en leefomgeving kunnen een ingrijpende impact hebben op de gezondheid, de levensverwachting, de gezondheidszorgkosten, de kosten voor de ouderenzorg, maar ook op de kosten van arbeidsongeschiktheid en vervroegde pensionering, dus de kosten in het algemeen van een vergrijzende samenleving.

Een gezondheidsbeleid dat inspeelt op deze factoren is een preventief beleid. De term roept onmiddellijk drie klassieke vormen van preventie op: primaire, secundaire en tertiaire preventie. De primaire preventie die ziekte of afhankelijkheid wenst te voorkomen, de secundaire preventie die vroege diagnose of screening betekent, zodat genezing en herstel mogelijk is, en de tertiaire preventie die de negatieve gevolgen en mogelijke kosten wenst te reduceren, zodat herstel en revalidatie mogelijk is. Voor elke van deze elementen kunnen de ouderen een bijzonder risico vormen, dat extra aandacht vraagt. Bij primaire preventie, die ondermeer naar de leefstijl verwijst, kan bij de ouderen niet teruggegaan worden in de tijd, maar ook op latere leeftijd zijn juist wel aanpassingen en gedragswijzigingen mogelijk. Maar zijn zij ook effectief? Misschien net wel. Misschien zijn zij ook kosteneffectief. Of net niet.

Secundaire preventie als screening gebeurt soms niet meer vanaf een bepaalde leeftijd. Het is een vorm van leeftijdsdiscriminatie. Maar omgekeerd gebeurt er soms wel een expliciete screening voor ouderen, die er voor zorgt dat men vroegtijdig de nodige zorg krijgt die duurdere zorg in de toekomst kan vermijden.

Ook bij tertiaire preventie, die de kosten wenst te vermijden en herstel wenst te bevorderen, is leeftijdsdiscriminatie mogelijk, doordat ouderen niet alleen anders, of minder, of minder op herstel en autonomie gericht, worden behandeld. Voorkomen is beter dan genezen. Maar ook naarmate een gezondheidsrisico zich stelt is herstel, revalidatie en re-integratie beter dan passieve verzorging, ook bij ouderen. Hiervan kan weinig terecht komen op latere leeftijd, of toch wel?

Preventie een beleidsprioriteit?

Een gezondheidsbeleid dat zich hierop focust is een preventief beleid, dat helaas permanent onvoldoende aandacht heeft gekregen. Nochtans kunnen de kosten beperkt zijn, terwijl de impact aanzienlijk zou kunnen zijn.

Wie in de nationale gezondheidsrekeningen zoekt naar uitgaven voor preventie, vindt voor Nederland 0,3% van het bruto binnenlands product (bbp) (het was ooit 0,4%). Voor België is het 0,2% van het bbp (het is nooit hoger geweest), terwijl voor het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten 0,5% van het bbp staat genoteerd. Maar het hoeft ook niet veel extra te kosten. Integendeel, het kan juist geïntegreerd worden in levensstijl, attitude van burger, gedrag van zorgprofessional en zorgvoorziening, algemeen beleid.

Het Nationaal Preventieakkoord uit 2018 van de Rijksoverheid met meer dan 70 maatschappelijke organisaties is gericht op gezonder leven in 2040 door het terugdringen van roken, overgewicht en problematisch alcoholgebruik. Het jongste Nederlandse regeerakkoord (nu pas?) verbreedt het Preventieakkoord met mentale weerbaarheid gericht op een gezonde generatie in 2040. Hierbij ligt de focus op de jeugd door sport, voeding en bewegen, door het stimuleren van gezonde keuzes en ontmoedigen van ongezonde keuzes. Het meest recente Vlaams Ouderenbeleidsplan 2020-2025 focust op participatie en inclusie van de ouderen, niet alleen deelnemen, maar ook beslissen, met aandacht voor datgene dat fout is gelopen gedurende de COVID-crisis. Bijvoorbeeld het risico op vereenzaming en juist de mogelijkheden op dit te voorkomen. En dus ook, beter laat dan nooit; de expliciete aandacht voor preventie in de zorg zelf: “We willen onderbouwde preventiemethodieken meer ingang doen vinden in Zorg en Welzijn”. In Vlaanderen is ook in 2021 (nu pas) een Preventieplatform opgericht. De ‘Dag van de Zorg’ van 2022 organiseert in Vlaanderen een ganse week ‘Zorgbabbels’ over preventie in vijf ochtendshows. De voorbeelden illustreren de groeiende aandacht voor preventie.

Vijf bijdragen die meer preventie bepleiten

Met niet minder dan vijf bijdragen in dit nummer van Gerōn wensen wij de permanente aandacht voor de mogelijkheden van een preventief beleid in de verf te zetten. Op het goede moment laat ons hopen. In het artikel van Jan Steyaert leren wij dat preventie via een gezonde levensstijl dubbel rendeert, voor hart en voor geest. Nu – in mei 2022 – wordt voor de tweede keer door het Expertisecentrum Dementie Vlaanderen hierover een sensibiliseringscampagne gelanceerd. Maar in de bijdrage van Lieven Annemans wordt vastgesteld dat de COVID-pandemie in Vlaanderen een gemiste kans is geweest om het preventiebeleid, en dus een gezondere levensstijl, een boost te geven. ‘Never waste a good crisis’. Maar de accenten in het huidige Vlaamse Ouderenbeleidsplan illustreren toch de merkbare verschuivingen in de aandacht.

Belangrijk bij veel van de campagnes en acties is het bereik van de totale bevolking en zeker ook de doelgroep die een groter risico heeft van een slechte gezondheid. De bijdrage over ‘nudging’ van Mackenberg, Lakerveld, Stuber & Beulens illustreert dat laagdrempelige aanzetten tot een gezondere levensstijl denkbaar zijn, en dat hiervoor de samenwerking met het bedrijfsleven een opportuniteit is. Maar uiteindelijk is men nog maar bezig met het corrigeren van ongezonde consumptiegewoonten, die ons worden aangeleerd door reclame en misschien zelfs ‘nudging’. Zodanig dat wij ook moeten toegeven dat de overheid zelf er voor verantwoordelijk is dat wij kunnen kiezen voor een gezond leefmilieu en/of voor een gezonde levenswijze. Het overtuigen van het beleid dat zij dit moet durven doen, blijft dus een permanente aandacht. Maar het kan lukken. Zoals er recent, opnieuw een voorbeeld uit België, een voorstel is gekomen om gokreclame te verbieden in sportevenementen, aangezien gokverslaving een waar gezondheidsprobleem is.

Jong (aan-) geleerd is oud gedaan

Diverse studies bekijken de mogelijkheden om ook op latere leeftijd de leefstijl te veranderen, met een merkbare impact. De bijdrage van Anne Esther Marcus leert dat effecten
pas kunnen verwacht worden als de acties net voldoende intensief zijn, wat maakt dat zij
moeilijk veralgemeenbaar worden, of duur zijn. Dit artikel en dat van Christel
Geerts leren evenwel dat men hierbij ook preventief moet zijn in het vermijden van
betutteling, of het discrimineren omwille van leeftijd, waarbij men al te snel de oudere
afhankelijk maakt, of hem niet meer de steun, de zorg, de stimulans biedt die men voor jongeren wel nog redelijk acht. Dit is een risico waarin de zorgprofessional vervalt, en dat men misschien zelfs onbewust meekrijgt in de opleiding. Dit counteren in de opleiding bepleiten beide auteurs. Het is een investering die heel de carrière van de professional zal meegaan. Ook daar is het, ‘jong (aan-) geleerd is oud gedaan’.

Uiteraard voelen wij ons, zeker als wij autonomie en zelfstandigheid bepleiten, als een paternalistische controleur, waarbij de voedingsdriehoek van gezond eten het moderne alternatief wordt van het kader dat bij grootmoeder aan de muur hing, met een driehoek, een oog daarin, en daarboven: ‘Hier vloekt men niet. God ziet mij’. Maar geen zorg. Het bijna obsessief aftoetsen van heel het zorgsysteem en het beleid op het vlak van preventie, is maar een redelijke correctie op wat scheefgelopen is. Het werkt dus curatief.