977 Weergaven
12 Downloads
Lees verder
Dit artikel zoekt naar mogelijke invalshoeken rond de maatschappelijk-politieke benadering van ouderen. Kan de overheidsaanpak beter? Brengen politieke partijen soelaas? Of is het aan de ouderen om zich te manifesteren als rijkdom van de maatschappij? Ook ouderen moeten de moed vinden om betrokken te zijn, en actief na te denken over wat beter kan en moet in de maatschappij.

Bepaal je eigen verhaal

“De stille generatie zwijgt niet meer” aldus het weekblad ‘De Zondag’ van 12 maart 2023. Het nieuws ging over een initiatief van de Vlaamse Ouderenraad, een advies- en inspraakorgaan bij de Vlaamse regering. Die lanceert een campagne ‘bepaal je eigen verhaal’, om te peilen naar de belangen en behoeften bij ouderen zelf om op basis daarvan een Vlaams ouderenbeleid uit te tekenen. Dat gebeurt vrij systematisch met een campagnewebsite, waar ouderen een vragenlijst kunnen invullen om zo hun verwachtingen rond ouderenzorg bekend te maken, met offline momenten in kleine groepjes en met op 26 oktober een grote debatdag. Dat alles in voorbereiding van de verkiezingen van 2024, waartoe een visienota met concrete beleidsvoorstellen aan de politieke partijen kan worden overhandigd.

Die bevraging van de ouderen zelf gebeurt vanuit een terechte bezorgdheid, en zelfs verontwaardiging, omdat ouderenzorg vaak niet met de wensen en verwachtingen van de ouderen zelf strookt, en omdat zij bovendien vaak geen stem hebben in dit debat.

Tijdens de coronacrisis waren ouderen vaak de eerste slachtoffers van de pandemie, maar snel kwam pijnlijk aan het licht hoe hun belangen verdwenen in de paniek van het ogenblik. De bewustwording groeide dat ouderen vaak niet gezien of gehoord worden. We moeten ze meer stem geven, zo klonk het vanuit verschillende hoeken. De vraag rees toen welke rechten ouderen eigenlijk hebben (politieke en burgerlijke rechten, maar ook sociale en economische rechten, zoals het recht op gezondheid en op sociale bescherming). En wanneer precies die rechten geschonden worden of onvoldoende ter harte genomen worden. Daarnaast bleek de kwaliteit van de ouderenzorg niet altijd optimaal. Verontrustende berichten over ouderenverwaarlozing kwamen aan het licht. Men gaat soms onmenselijk om met oude mensen, zo bleek uit een aantal schrijnende gevallen. Af en toe opperde iemand zelfs de vraag of hun levens per se of prioritair moesten worden gered. En of er geen rangorde moest komen van patiënten die in aanmerking kwamen voor beademing tijdens de piekmomenten van de pandemie. Leeftijd als criterium voor triage dus, een onaanvaardbare discriminatie, toch? De raadgeving dat het beter was om ouderen in hun rusthuis te houden, en hen bij ernstige symptomen niet meer over te brengen naar het ziekenhuis, stelde ook weinigen gerust. Kregen ouderen in rusthuizen wel altijd de nodige zorg? Welk beleid volgen privé rusthuizen, die steeds vaker investeringsprojecten worden – met de logica van de kapitalistische regel – die van de winstverdeling onder de aandeelhouders een prioriteit maakt?

Die intense ervaring tijdens de pandemie werd een reden om meer belang te hechten aan ‘een stem voor ouderen’. En dat niet alleen om tegemoet te komen aan hun individuele noden en belangen, maar ook als uitdrukking van een expliciet geformuleerd groepsbelang. Vaak worden ouderen als groep niet gehoord – dat realiseerde men zich vaker tijdens de pandemie. Er wordt al te veel boven hun hoofden beslist, niet met hen. De Vlaamse Ouderenraad is in dat opzicht een nuttig orgaan, dat vanuit signalen en ervaringen van ouderen beleidsadviezen geeft, sensibiliseringsacties opzet, ouderen informeert over wat hun aanbelangt en onderzoek ondersteunt rond ouderen. ‘Tegelijk versterken we ouderen in hun gemeente door lokale ouderenraden te ondersteunen’, aldus de website van de Vlaamse Ouderenraad (http://www.vlaamse-ouderenraad.be). En inderdaad, net nu krijg ik als 65-plusser een gepersonaliseerde brief van de stad Leuven: ‘Stad Leuven en de Leuvense seniorenraad onderzoeken wat jij als Leuvense 65-plusser belangrijk vindt. Daarom doen we een bevraging bij alle Leuvenaars ouder dan 65’.

Maar al bij al blijft die stijgende aandacht van overheidswege voor wat ouderen aanbelangt ergens hangen in een paternalistische benadering van deze groep binnen de samenleving. Jazeker, er moet beter voor hen gezorgd worden, er moet meer aandacht zijn voor hun noden inzake woon-zorginstellingen, thuishulp en allerhande ondersteuning, sport en vrijetijdsbesteding. Dat alles in het besef dat men rekening moet houden met een kwetsbare groep, die een grote diversiteit vertoont in de manier waarop ze omgaat met het verouderingsproces. Zo’n bezorgde houding vanuit de overheid is noodzakelijk, maar onvoldoende om ouderen volwaardig op te nemen in onze Vlaamse en lokale gemeenschapscultuur. Het gaat uiteindelijk om respect voor hun persoon en vooral om hun waardigheid, als politiek relevante burgers die een belangrijk deel van de gemeenschap uitmaken. Vanuit de ouderen zelf werd tijdens de pandemie merkwaardig genoeg zelfs gepleit voor het oprichten van een Ouderenrechtencommissariaat, wat leeftijdsdiscriminatie precies bevestigt: alsof ouderen andere rechten moeten hebben dan alle andere burgers.

‘Ageism’ of ‘grijzigheid’

Storend voor dat zo noodzakelijke basisrespect voor ouderen is de manier waarop vaak op een stereotype en negatieve manier naar ouderen wordt gekeken. Dé oudere bestaat natuurlijk niet, maar dat belet niet dat oude vrouwtjes in de beeldcultuur al snel worden voorgesteld als kleine heksjes met kromme neus, gebogen over een wandelstok (waarmee ze dan wel dreigend kunnen zwaaien). Oudere heren zijn er wat dat betreft iets beter aan toe, omdat zij vaker als wijs en ervaren worden opgevoerd (in de media bijvoorbeeld, of als professor Barabas in de strips). Maar toch, ook oudere mannen kampen met tal van negatieve stereotypen. Let wel, er zijn ook pogingen om dit fenomeen van ageism tegen te spreken, in de kunst bijvoorbeeld, waar oudere vrouwen en mannen in hun ontroerende kwetsbare schoonheid worden voorgesteld. Hoe dan ook, het blijft pijnlijk: niet meer voor vol worden aangezien, er niet meer toe doen, dat slaat wonden bij mensen, dat stoort in de eerste plaats ons gevoel van eigenwaarde.

Ageism kent nog geen goede Nederlandstalige term; ‘leeftijdsdiscriminatie’ vertaalt het begrip slechts gedeeltelijk, want ageism verwijst ook naar een sociale constructie, die ouderen systematisch op een stereotype en negatieve manier portretteert. ‘Grijzigheid’, zoals Jean Paul Van Bendegem ageism ironisch als Nederlandstalige term voorstelt, heeft zo mogelijk een nog meer negatieve connotatie. De term ‘ageism’ zou als sociologisch fenomeen voor het eerst in 1969 beschreven zijn door Robert Butler, en verwijst naar vooroordelen over een bepaalde leeftijdsgroep, en zeker ook naar leeftijdsdiscriminatie. Jean Paul Van Bendegem schreef er een boek over (“Wijs, grijs & puber. Pleidooi voor de burgerlijk ongehoorzame senior”). Als ‘jong emeritus’ ergert hij zich aan hoe de gepensioneerde als een quasi handelingsonbekwame wordt benaderd in het publieke domein. Het ‘oud manneke’ of het ‘oud moeke’: ze roepen in het beste geval compassie op. Van Bendeghem schreef zijn boek ‘vanuit het besef dat met ouder worden wij niet onszelf anders bekijken, maar dat anderen ons anders gaan bekijken en behandelen’. Als emerita professor kan ik daar nog een argument van meervoudige discriminatie of intersectionaliteit aan toevoegen. Naast leeftijdsdiscriminatie blijft de discriminatie op basis van gender (én ras) hardnekkig voortbestaan, en ze versterken elkaar als het om oudere vrouwen gaat. In de communicatiewetenschappen durft men nog steeds, wanneer men het heeft over de vereiste van duidelijkheid bij het overbrengen van een boodschap, de regel hanteren “leg het zo uit, dat zelfs je oma het begrijpt”. Een uitschuiver, die  niet meer opgaat in een tijd van een toenemend aantal hoogopgeleide vrouwen. En hoe dan ook, een vrouw op leeftijd eenzijdig beschouwen als een pannenkoekenbakkend omaatje (hoe zalig dat ook is om te doen met je kleinkinderen) is niet oké.

Er is dus werkelijk een paradigmaverschuiving nodig rond de maatschappelijk-politieke benadering van ouderen. Die omvat naast de benadering door ‘niet-ouderen’ ook het zelfbeeld dat ouderen zich voorhouden. De inspiratie daarvoor kan ontstaan vanuit een aanklacht tegen de maatschappij die te weinig rekening houdt met ouderen, vanuit een revolte tegen de miskenning van ouderen, maar ook als een strijd tegen ‘grijzigheid’. Het risico voor leeftijdsdiscriminatie kan inderdaad niet genoeg herhaald worden, maar er is meer nodig om de politieke relevantie van ouderen én hun politieke impact te verhogen.  Het ontbreekt aan sociaal prestige van ouderen, aan achting voor de brede categorie van ouderen in onze samenleving. ‘Ouderen zijn het beu een verkleinwoordje te zijn’.

Dat tegelijkertijd vandaag ouderen politieke wereldleiders blijken te zijn in landen als de Verenigde Staten (Donald Trump en Joe Biden), China (Xi Ji Ping) en Rusland (Vladimir Poetin) is geen doorslaggevend argument om te beweren dat ouderen er wel toe doen in de hedendaagse politiek. Die politieke leiders weerspiegelen immers geenszins een doorsnee situatie in de maatschappij.

Stijgende Vlaamse bezorgdheid voor ouderenbeleid en -beleidsparticipatie

Het is zeker niet verkeerd om ouderen te betrekken bij het schrijven van een nieuw verhaal door hun verwachtingen en concrete voorstellen te delen met de Ouderenraad, en via de Ouderenraad aan het beleid voor te leggen. Dat dit hele proces gebeurt in voorbereiding van de verkiezingen van 2024 is ook een goede zaak. Daar staat zo’n nota dan wel in concurrentie met tal van andere gelijkaardige documenten, want elke beweging in het middenveld die zichzelf respecteert schrijft zo’n nota. Dat is trouwens ook hoe het middenveld functioneert, daar is niets mis mee: het bundelt de belangen van enkelingen om ze collectief te behartigen, en zo, liefst met een megafooneffect, naar de hogere politiek te brengen, die dan wel het uiteindelijke beleid uitstippelt en daar een budget aan koppelt.

Aan de basis van deze stijgende Vlaamse bezorgdheid voor ouderenbeleid en beleidsparticipatie ligt het ‘decreet houdende de stimulering van een inclusief Vlaams ouderenbeleid en beleidsparticipatie van ouderen’ (30/04/2004). Een veelbelovend decreet, dat naast de toegang van elke oudere tot de sociale grondrechten en het tegengaan van discriminatie op basis van leeftijd, ook de deelname van ouderen aan het beleid vooropstelt. Op basis van dat decreet loopt vandaag een ouderenbeleidsplan (2022-25), dat het kader voor de realisatie van een inclusief ouderenbeleid schetst en dat tot stand kwam met participatie van ouderen. Het omschrijft de planning van de beleidsmaatregelen van de Vlaamse overheid op korte en lange termijn. 

Maar worden ouderen wel voldoende serieus genomen en in hun waardigheid bevestigd door hen te laten participeren in een beleid, dat door de politiek wordt uitgezet? Dat participatieproces gebeurt trouwens vaak in het teken van een toenemende vergrijzingsproblematiek, een terechte bekommernis, maar zo’n uitgangspunt leidt niet bepaald tot verhoging van de politieke impact van ouderen. Wanneer het gaat om pensioenbeleid, ouderenzorg en de vergrijzingsproblematiek in het algemeen binnen de samenleving, dan gaat het om lastige kwesties, die we maar beter niet uit de weg gaan, maar waartegenover een positief verhaal voor evenwicht moet zorgen. Degelijk beleidsgericht wetenschappelijk onderzoek boog zich over de socio-economische, demografische en beleidsmatige uitdagingen voor de toekomstige vergrijzingsproblematiek in Vlaanderen en België (Cantillon, van den Bosch & Lefebure, 2009). Maar onderzoek bijvoorbeeld naar de voorwaarden waaronder ouderen effectief kunnen omgaan met burgerlijke ongehoorzaamheid, kan zeer inspirerend zijn voor een minder somber maatschappelijk toekomstbeeld (“Omdat de politiek niet luistert naar hun legitieme eisen en ouderen het generatie-evenwicht met jongeren willen herstellen, moeten ze wat stouter worden”, vindt Kees Schuyt, de vader van de burgerlijke ongehoorzaamheid”(Vandersmissen, 2023).

Brengen politieke partijen soelaas?

Kunnen politieke partijen soelaas brengen om ouderen meer aan bod te laten komen als deel groep van de samenleving, die meer betekent dan een lastige plek van grijzigheid? 

Er zijn steeds meer ouderen in Vlaanderen. Het Vlaams Gewest zal in 2030 naar schatting 1,47 miljoen inwoners tellen die 67 jaar of ouder zijn. Er zijn 2,1 miljoen 65-plussers in België. Dat is, wanneer het om politieke rechten gaat, een heel kiespubliek. Ouderen hebben actief en passief kiesrecht (het recht om te kiezen en verkozen te worden). Zij kunnen ook hun eigen partij oprichten, die dan de belangen van ouderen specifiek behartigt.

België/Vlaanderen heeft in het begin van de jaren negentig zijn ouderenpartij gehad, die zich vooral richtte op ouderen: ‘Waardig Ouder Worden’, beter gekend onder de afkorting WOW. Als afsplitsing van de partij Rossem was voor haar niet onmiddellijk een schitterende toekomst weggelegd. De spanningen tussen de opeenvolgende leiders van de partij liepen hoog op, en uiteindelijk is de partij in 2000 opgegaan in het Vlaams Blok. In andere landen zijn er ook partijen van en voor ouderen, die met succes aan verkiezingen deelnamen, en een aantal zetels hebben bemachtigd in het parlement. Zoals 50PLUS in Nederland. Maar ook dit is geen verhaal van blijvend succes. 

Ook klassieke partijen kunnen de belangen van de ouderengroep ter harte nemen. Sammy Mahdi verbaasde vriend en vijand toen hij tijdens de laatste CD&V nieuwjaarsreceptie aankondigde dat zijn partij de belangen van ouderen bijzonder wilde behartigen. Een partij profileren als partij met specifieke aandacht voor ouderen is niet evident. Het ging Sammy Mahdi vooral om respect. En hij wilde aantonen dat de CD&V de enige authentieke gemeenschapspartij is.

Ouderen als rijkdom van de maatschappij

Waarom zouden ouderen trouwens alleen hun eigen onmiddellijke belangen willen verdedigen, al dan niet via een specifieke partij? Waarom zouden zij geen politieke identiteit kunnen opbouwen, die het pragmatisme van de klassieke partijen en van het middenveld overschrijdt? Die vraag is des te prangender omdat onze klassieke partijen niet meer durven uitkomen voor een radicale opstelling rond waarden als duurzaamheid, klimaat, rechtvaardigheid en religie. Laat staan voor pacifisme of feminisme, voor goedheid en schoonheid.

Ouderen kunnen zich immers ook manifesteren als rijkdom van een maatschappij, omdat zij zo’n aanzienlijk sociaal kapitaal hebben opgebouwd. Ouderen bieden geborgenheid in gezinnen en families. Hoe dikwijls hoort men jongere mensen niet zeggen dat hun grootmoeder of grootvader een voorbeeld was voor hen, dat hun verhalen hen hebben geïnspireerd, of dat ze gewoon tijd hadden om te luisteren en om liefde te geven? It takes a whole village to raise a child, maar in elk geval is daar een belangrijke rol weggelegd voor grootouders.

U lacht om deze ogenschijnlijk naïeve gedachte? Ver buiten hun concrete noden en belangen kunnen ouderen de tijd en ruimte, die zij als gepensioneerden hebben, gebruiken om zich utopisch op te stellen in de maatschappij. Ouderen komen in de laatste fase van hun leven, ze hebben tijd, en ze kunnen nog dromen koesteren: van solidariteit, van pacifisme, van duurzaamheid en van internationale verbondenheid. En dat kan leiden tot politiek activisme: denk aan grootouders voor het klimaat, (groot)moeders/ouders voor vrede, (groot)moeders voor Afrika. Eindelijk kunnen zij ‘handelen’, in de zin die Hannah Arendt daaraan geeft. Ook ouderen moeten de moed vinden,  om betrokken te zijn, en actief na te denken over wat beter kan en moet in de maatschappij.

Ouderen dragen een groot deel deel van het vrijwilligerswerk in onze maatschappij. Zonder hun kostbare inzet zou het middenveld zijn onmisbare rol moeilijker kunnen spelen in de democratie. Zij kunnen afstand nemen, de waan van de dag voorbij. Zij kunnen zich ook keren tegen de waanzin in de wereld, zoals een Noam Chomski, een Jeffrey Sachs maar ook onze eigen zuster Jeanne Devos durven te doen naar aanleiding van de onzinnige bewapeningswedloop in de wereld, als reactie op de oorlog in Oekraïne. Streven naar het goede, het ware en het schone, het ethisch waardevolle, de zorg voor de toekomst: het kan leiden tot fierheid bij ouderen en tot nut van ‘t algemeen.

Naast het respect, dat we aan ieder mens verplicht zijn, de bescherming van de rechten van de mens en van de burger, de zorg voor hun noden, moeten ouderen als groep dus ook in hun waardigheid worden erkend als eigenaars van een aanzienlijk sociaal kapitaal, dat de rijkdom van een politieke gemeenschap uitmaakt.

Daarvoor is geen politieke macht strictu sensu nodig, maar de maatschappelijke erkenning van de natuurlijke autoriteit, die ouderen uitstralen: de oude kunstenares, die op haar tweeënnegentigste nog een tentoonstelling krijgt (Inès van den Kieboom); de Russische baboesjka, die in haar eentje protesteert tegen de oorlog in Oekraïne (Anna Ivanovna), de journalist, die nog steeds een gesmaakt politiek analist is (Rik van Cauwelaert), de hoogleraar, die een belangrijke bijdrage biedt aan het duurzaamheidsdebat vanuit haar kennis van de landbouw- en voedselproblematiek (Louise Fresco).

Simone Weil spreekt in haar boek: ‘Wat is heilig in de mens’ over menselijke waardigheid, het belang van liefdevolle aandacht, de betekenis van rechtvaardigheid (meer bepaald onder de onmenselijke omstandigheden van de nazibezetting). ‘In de betrokkenheid op de ander en de wereld ontwikkelen wij onze menselijkheid en onze medemenselijkheid’. Ouderen kunnen dat sacrale in de mens bewaken en cultiveren. ‘Men ziet de politiek bijna nooit als kunst op hoog niveau’, aldus Simone Weil. Maar dat komt omdat we er eeuwenlang aan gewend zijn politiek alleen maar, of in hoofdzaak, te beschouwen als een techniek om macht te verwerven of te behouden. Maar macht is geen doel. Van nature is macht in wezen en per definitie een middel. Ze is voor de politiek, wat de piano is voor de muzikale compositie (Weil, 2022,

Hoe grijzer, hoe wijzer

Hoe grijzer, hoe wijzer. Ouderen kunnen zich politiek organiseren om vorm te geven aan het gemeenschappelijke leven en om het gemeenschappelijk goede (bonum commune) na te streven. Dat gebeurt bij voorkeur niet via politieke partijen en verkozen politici. ‘Politieke kwesties zijn veel te belangrijk om aan politici te worden overgelaten’, aldus Hannah Arendt. Ouderen hebben de opdracht om politiek betrokken blijven De burger mag zich niet afkeren van de politiek, wat ook zijn of haar leeftijd is. Wijze ouderen, met praktische kennis, geschraagd door levenservaring, kunnen er politiek toe doen.

Je dromen najagen

“De Generatie” is een actueel theaterstuk, waarin een twintigtal ouderen meespelen, een productie van grijsaanzet.be, van de sociaal-culturele netwerkorganisatie Avansa, Amnesty International en Bataljong. Dit theaterstuk maakt duidelijk dat wie oud is nog lang niet bij het afval hoort. Het is een weerwerk tegen ‘oud is out’. Daarmee willen ze de stille generatie een stem geven. Ouderen, die zich verenigen en het woord nemen.

Maar de vraag is: om wat te doen? Het is nooit te laat om je leven te veranderen (You have to change Your life) en je in te zetten voor wat je waardevol vindt in het leven, medemensen te vinden in verbinding met als doel een betere wereld, en er samen voor te gaan. Ondanks hun toenemende kwetsbaarheid, kunnen ouderen gaan voor het goede, het schone en het ware, en zo een politieke macht van formaat ontplooien.

[1] In strikte zin duidt de term ‘oudere’ op mensen van 60/65 tot 70 jaar, een levensfase die volgt op de leeftijd van volwassen, en die voorafgaat aan de leeftijd van bejaarden (70-80) en hoogbejaarden (vanaf 80). De term ‘ouderen’ wordt gebruikt als synoniem voor ‘senioren’, en als hedendaagse term voor het in onbruik geraakte ‘ouden van dagen’.  In deze bijdrage bedoelen wij met ouderen de categorie van de 65-plussers.

Literatuurlijst

  1. Bea Cantillon, Karel Van den Bosch en Stijn Lefebure, Ouderen in Vlaanderen en Europa. Tussen vermogen en afhankelijkheid, Acco, 2009
  2. Michiel Vandersmissen, ‘Grootouders, geef uw stem aan uw kleinkinderen’, Knack 05.2023.
  3. Simone Weil, Verworteling, wat we de mens verplicht zijn, uitgeverij Ijzer, Utrecht, 2022, p. 203.