Participatief actieonderzoek: what’s in a name?
Samen met oudere buurtbewoners een nieuwe invulling ontwerpen voor een leegstaand klooster, ouderen stellen de beleidsaanbevelingen op na een grootschalige enquête, of al wandelend onderzoeken wat er mis is in de buurt: participatief actieonderzoek ontwikkelt kennis mét ouderen om sociale verandering te bevorderen. Het vertrekt van de noden van ouderen, neemt hen mee doorheen het onderzoeksproces en is actiegericht. Mensen die structureel worden uitgesloten, zoals ouderen, zijn niet gewoon het onderwerp van onderzoek, maar actieve deelnemers die hun eigen leefwereld analyseren, vanuit het idee dat ze zelf ervaringsdeskundigen zijn. Onderzoek wordt daardoor gezien als een wederkerig proces waarin onderzoekers samenwerken met ouderenorganisaties of ouderen om hun eigen situatie te analyseren en te veranderen.
Dit betekent dat participatief actieonderzoek verder gaat dan ouderen bevragen of consulteren. Ouderen worden mede-onderzoekers die samen onderzoeksvragen formuleren, data verzamelen, resultaten interpreteren en bepalen welke acties daaruit volgen. Denk bijvoorbeeld aan ouderen die samen met onderzoekers en lokale actoren hun woonomgeving analyseren en zelf voorstellen uitwerken voor toegankelijkheid, de organisatie van zorg of publieke ruimte, en die voorstellen verdedigen richting beleid.
In traditioneel wetenschappelijk onderzoek blijft participatie vaak oppervlakkig. Een bevraging over mobiliteit brengt bijvoorbeeld in kaart welke kruispunten ouderen onveilig vinden, waarna professionals oplossingen bedenken. De bevraagde ouderen worden dan niet verder betrokken.
Participatief actieonderzoek legt juist de nadruk op gedeelde macht en sociale rechtvaardigheid en zorgt ervoor dat ouderen niet alleen gehoord worden, maar ook mee richting geven aan verandering.
In welke onderzoeksfase is er participatie?
In participatief actieonderzoek vervagen de klassieke rollen van onderzoeker en deelnemer. Die rollen zijn geen neutrale categorieën, maar weerspiegelen machtsverhoudingen over wie vragen mag stellen, wie kennis produceert, wie beslist wat ‘betrouwbaar’ en ‘valide’ is. Participatief actieonderzoek stelt die machtsverhoudingen ter discussie. Niet-academische partners, zoals ouderen en ouderenorganisaties, worden erkend als mede-onderzoekers met zeggenschap in alle fasen van het onderzoeksproces, van onderzoeksvragen formuleren tot resultaten verspreiden. Rollen kunnen variëren, bijvoorbeeld meedoen met de stuurgroep, data verzamelen of context geven aan de bevindingen. Participatie betekent dus niet dat iedereen in elke fase op dezelfde manier moet meedoen. Wel vraagt het om voortdurend af te tasten wie op welk moment invloed heeft, wie mag spreken en wie de beslissingen maakt.
Participatief werken kan in alle fases van het onderzoek, te beginnen bij de ideevorming. Hier wordt bepaald welke problemen als relevant worden beschouwd en welke onderzoeksvragen gesteld mogen worden. Ouderen kunnen bijvoorbeeld meedoen met de stuurgroep achter het onderzoeksproject of optreden bij de co-designfase, waarin ze mee bepalen welke maatschappelijke vragen onderzocht worden, met welke methoden, en met welk doel. Dat vraagt van onderzoekers om controle los te laten en ruimte te maken voor vragen die niet altijd passen binnen academische of beleidsmatige kaders, of die niet onderbouwd worden door een literatuurreview.
In de fase van literatuurstudie blijft participatie vaak beperkt, omdat theoretische kennis doorgaans als het exclusieve domein van academici wordt gezien. Toch kan net hier een machtskritische dialoog ontstaan. Stel vragen als: ‘Hoe komen cijfers binnen bij jullie?’ of ‘Welke ervaringen herkennen jullie (niet) in deze theorieën?’. Antwoorden daarop kunnen zichtbaar maken welke stemmen ontbreken in bestaande kennis.
De meest bekende, voor de hand liggende vorm van participatie in onderzoek is tijdens de dataverzameling. Daarin worden ouderen al het vaakst betrokken. Dat kan bijvoorbeeld door onderzoeksinstrumenten te ontwikkelen en testen (denk aan interviewvragen) of door deelnemers te werven en te selecteren. Co-onderzoekers kunnen ook data verzamelen, bijvoorbeeld door gesprekken te voeren, of ze kunnen respondent zijn gedurende de dataverzameling.
Ook in de analysefase is gedeelde macht cruciaal binnen participatief actieonderzoek. Samen analyseren betekent niet enkel feedback geven op vooraf gemaakte analyses, maar gezamenlijk betekenis geven aan wat de data zeggen over gedeelde ervaringen én over mogelijke veranderingen. Analyse is geen technische oefening, maar een politiek moment waarin bepaald wordt welke verhalen centraal staan en welke conclusies richtinggevend zijn voor actie. Daarop volgt disseminatie en valorisatie. De co-onderzoekers zorgen ervoor dat de onderzoeksresultaten verspreid geraken en impact hebben. Ten slotte is er idealiter een evaluatie van het participatieve proces en de resultaten.
Tegelijk is het belangrijk te erkennen dat niet elke co-onderzoeker in elke fase wil of kan participeren. Participatie is geen verplichting.
Het MaN’Aige-project illustreert hoe co-onderzoekers betrokken worden (Kint & De Donder, 2025). Dit project onderzocht hoe buurtgebruikers kunnen bijdragen aan zorgzaamheid en leefbaarheid in twee Brusselse wijken. Het team van co-onderzoekers bestond uit onderzoekers van de Vrije Universiteit Brussel en Odisee Hogeschool, medewerkers van lokaal dienstencentrum Het Anker, Maison Médicale Enseignement, en bewoners uit een van de wijken. Om het onderzoek vorm te geven en de onderzoeksvraag te bepalen, gingen de co-onderzoekers op troevenwandeling in de wijk en organiseerden ze co-creatieworkshops met bewoners en buurtgebruikers.
De dataverzameling gebeurde door de co-onderzoekers in living labs: verschillende testprojecten werden opgezet om zorgzaamheid in de buurt te onderzoeken. Ze gingen bijvoorbeeld aan de slag met een moestuin in de buurt, meer toegankelijkheid voor rolstoelen, en creëerden een ontmoetingsruimte voor bewoners en buurtgebruikers. Ook in de analyse werden de co-onderzoekers betrokken. Samen bepaalden ze de belangrijkste thema’s die naar boven kwamen tijdens de living labs, en die thema’s vormden de basis voor het eindrapport.
Methodieken voor participatieve dataverzameling
In wat volgt, focussen we op een aantal participatieve methodieken voor dataverzameling die de stemmen van ouderen op een andere manier blootleggen dan klassieke methoden.
Foto-elicitatie en photovoice
Een beeld zegt meer dan duizend woorden. Visuele onderzoeksmethoden geven mensen de kans om hun leven, mening en ervaringen visueel te tonen. Wat we subjectief waarnemen of moeilijker onder woorden brengen, komt soms sprekender tot uiting in een beeld. Praten over foto’s raakt een deelnemer vaak dieper omdat ze specifieke herinneringen aanwakkeren en rijkere beschrijvingen en gedetailleerde informatie oproepen. Sterker nog, beelden vormen een brug tussen de persoonlijke ervaring van deelnemers en de thema’s in het onderzoek. Dat maakt het mogelijk om naast individuele verhalen ook gedeelde betekenissen en sociale dynamieken op te sporen.
Tijdens een foto-elicitatie worden foto’s gebruikt om bij deelnemers bepaalde reacties uit te lokken, herinneringen op te halen, emoties los te maken, het gesprek op gang te trekken of discussie te stimuleren. Photovoice gaat een stapje verder: deelnemers leggen met foto’s vast hoe zij de samenleving of hun gemeenschap zien en hoe ze die willen veranderen. Photovoice is een collectieve onderzoeksmethode en foto’s helpen om de behoeften van de gemeenschap te verkennen en om verandering in de gemeenschap te bepleiten door kritische dialoog.
Häussermann (2025) paste foto-elicitatie toe in haar onderzoek naar de invloed van de buurt op eenzaamheid. De deelnemers namen drie foto’s die hun buurt typeren en drie foto’s op een moment waarop ze zich eenzaam voelen. Daarna volgde een interview met iedere deelnemer. De foto’s waren een stimulans om dieper in te gaan op reflecties over de buurt en eenzaamheid. Dankzij de foto’s ging het gesprek uit van hun eigen belevingen. Zij bepaalden wat relevant is en welke ervaringen centraal staan. Verschillende deelnemers maakten bijvoorbeeld foto’s van hun tafel waar ze tijd doorbrachten binnenshuis, als weerspiegeling van het gevoel van eenzaam thuis zijn.


Persona’s
Persona’s zijn fictieve personages, op basis van ervaringen en verhalen van mensen, die onderzoekers en ontwerpers helpen om voorbij stereotypen te kijken en in de leefwereld van mensen te stappen bij de ontwikkeling van een beleid, dienstverlening of product. Ze helpen om de eindgebruiker voor ogen te houden en ze vormen een gedeelde taal om over de eindgebruikers te spreken. Het menselijke karakter wekt empathie en inlevingsvermogen op en ze zijn intuïtief en makkelijk te begrijpen. Persona’s zijn vaak gebaseerd op interviews, bevragingen of observaties en kunnen allerlei vormen aannemen, van een naam met een korte omschrijving tot een volledig levensverhaal met wensen, behoeften, karaktertrekken en vaardigheden.
Het HOUSE-project onderzocht hoe wonen kan bijdragen aan het welbevinden van ouderen (Smetcoren & De Donder, 2025). Om de diversiteit aan woonvoorkeuren in beeld te krijgen, ontwikkelden ze een set persona’s die in de praktijk werden uitgetest met studenten architectuur. Daarvoor deden ze interviews met ouderen over hun levensloop, woonervaringen en toekomstplannen. De verhalen werden geanalyseerd met als leidraad de vraag: ‘Welke patronen of gemeenschappelijke elementen zien we terug?’ Ze clusterden uitspraken, gedragingen en kenmerken als basis voor de persona’s[SM1] . Dat leidde tot zes profielen, bestaande uit een omschrijving van de sociale omgeving, de leef- en woonstijl, en een toekomstvisie op het vlak van wonen. Bijvoorbeeld het persona ‘de gastheer’: een oudere die het belangrijk vindt om ruimte te hebben voor familiefeesten en samenzijn. Dat narratief werd ondersteund met letterlijke citaten zoals: ‘We zijn met 33 en komen hier samen, dat geeft me echt een gevoel van thuis’. Studenten architectuur vonden de persona’s een verrijking omdat ze hun ontwerpen meer persoonlijkheid en diepgang konden geven en buiten hun eigen opvattingen konden treden.

Levensverhalen
Verhalen zijn een intuïtieve, natuurlijke manier om ervaringen te delen en om mensen aan het denken te zetten over zichzelf en de wereld. Door iemands levensverhaal te begrijpen, kunnen we begrijpen hoe bepaalde levensgebeurtenissen en de maatschappelijke context van invloed kunnen zijn op het latere leven. Als alternatief voor een klassiek (semi)gestructureerd interview is er het McAdams-levensverhaalinterview, dat het leven verdeelt in hoofdstukken en sleutelmomenten. Deze methode nodigt uit tot zelfreflectie en stelt ons in staat om verbanden te leggen tussen eerdere levensgebeurtenissen, het heden en de toekomst.
Stegen et al. (2021) deed onderzoek over bewuste kinderloosheid bij ouderen. Ze peilde naar hun levensverhalen om te achterhalen wat hun redenen waren voor kinderloosheid, hoe ze dat ervaarden, en de impact ervan op eenzaamheidsgevoelens in het latere leven. Deze aanpak werd positief ontvangen door de deelnemers. Een van de deelnemers vertelde: ‘Dat zou meer moeten gebeuren, dat ze eens langskomen en dat je over de gewone dingen van het leven kan praten en je hart eens kan luchten.’ De deelnemers waardeerden de mogelijkheid tot zelfreflectie en het herinneringsproces. Uit dit levensverhaalonderzoek bleek dat ouderen zelden spijt hebben van hun keuze om geen kinderen te hebben, en dat kinderloosheid op latere leeftijd gepaard gaat met gevoelens van aanvaarding, gemis en opluchting.
Aandacht voor actie!
Participatief actieonderzoek koppelt kennisontwikkeling aan sociale verandering, actie dus. Hierboven beschreven we enkele participatieve dataverzamelingsmethodieken om te tonen dat het anders en menselijker kan, maar daar mag het niet bij blijven. Actie is een gelaagd begrip en de verhouding tussen onderzoek en actie is complex. Actie is geen optioneel sluitstuk van onderzoek, maar het criterium waaraan de relevantie van kennis en onderzoek wordt afgemeten. Kennis die niet bijdraagt aan meer handelingsruimte en rechtvaardigheid, reproduceert onvermijdelijk de status quo, en houdt de onderdrukten onderdrukt.
In de academische wereld botsen we helaas vaak op de grenzen van tijd en institutionele structuren. We moeten kritisch zijn voor onszelf en toegeven dat het moeilijk blijft om actie vorm te geven. Enkele reflecties kunnen ons daar in de toekomst bij helpen:
- Actie kan een tastbare uitkomst zijn, zoals een beleidsaanbeveling of een nieuwe dienst, maar het kan zich ook uiten in nieuwe houdingen, inzichten, relaties of gedragingen.
- Er is aandacht nodig voor de timing, verwachtingen afstemmen, relaties opbouwen en machtsverhoudingen die een rol spelen bij actie. Onderzoekers moeten zorg dragen voor de dynamieken die op gang komen.
- Er is meer erkenning nodig voor participatief onderzoek en actie in de academische wereld. Universiteiten en fondsen moeten participatief actieonderzoek mogelijk maken.
Ook al is actie niet evident, elke positieve verandering voor ouderen, klein of groot, is waardevol.
Wil je meer weten over participatief actieonderzoek en kennismaken met meer methodieken? We schreven er het e-boek Samen op (onder)zoek over, gratis te downloaden via samenoponderzoek.be.