19 Weergaven
0 Downloads
Lees verder
Kan de overheid bijdragen aan geluk of is het iets persoonlijks waar zij zich niet mee moet bemoeien? De overheid is geen geluksmachine, zei Mark Rutte ooit, om daar op zijn kenmerkende wijze later weer op terug te komen. Want, zo laten verschillende studies van het Sociaal en Cultureel Planbureau zien, de overheid draagt wel degelijk indirect bij - via onderwijs, zorg en andere voorzieningen - aan het geluk van mensen in verschillende levensfasen. Hoe zit dat in de latere levensfasen? Wat kan de overheid doen om het geluk te verhogen?

Hoe gaat het met oudere Nederlanders?

Het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) volgt en duidt ontwikkelingen in de kwaliteit van leven van Nederlanders sinds de jaren zeventig. Daar worden twee belangrijke uitkomstmaten voor kwaliteit van leven voor gebruikt: een objectieve en een subjectieve. De subjectieve maat is geluk of de mate waarin een persoon tevreden is met het leven in het algemeen (Boelhouwer, 2010; Veenhoven, 2013). De objectieve is de leefsituatie, een samengestelde maat van de feitelijke leefomstandigheden zoals gezondheid (mate van belemmeringen als gevolg van een handicap of langdurige ziekte), woonsituatie (o.a. woninggrootte, woningtype), sociale participatie (vrijwilligerswerk, sociaal isolement), sportbeoefening, levensstandaard (bezit van duurzame consumptiegoederen), mobiliteit (auto en openbaar vervoer), sociaal-culturele vrijetijdsactiviteiten (o.a. cultuurparticipatie en hobby’s) en vakantiegedrag (Boelhouwer, 2010).

In de jaren zeventig werd het SCP door het toenmalige kabinet ingesteld omdat men naast voorspellingen over de economie, die sinds de jaren vijftig door het Centraal Planbureau opgesteld werden, ook behoefte had hoe het met het sociaal en cultureel welzijn van mensen in het land ging. Dat betekende de geboorte van het SCP en het volgt nu al bijna een halve eeuw de kwaliteit van leven van groepen Nederlanders. De ouderen waren daar steevast een onderdeel van met een harde leeftijdsgrens bij pensionering. Tegenwoordig kijkt het SCP meer naar levensfase en ontwikkelingen in de levensloop, wat meer inzicht biedt in de diversiteit van het ouder worden (van Campen, Broese van Groenou, Deeg, & Iedema, 2017).

In het begin van de jaren zeventig vroeg het kabinet aan het SCP om de objectieve leefsituatie van burgers te volgen want op onderwijs, zorg, sociale zekerheid en andere voorzieningen heeft de overheid invloed. Geluk kwam pas later in beeld als een uitkomst die interessant was om te volgen, maar beleidsinstrumenten of maatregelen om daar invloed op uit te oefenen stonden niet op het netvlies (van Campen, Bergsma, Boelhouwer, Boerefijn, & Bolier, 2012). Tegenwoordig volgt de overheid met grote belangstelling de stemming in het land en de gevoelens van burgers ten aanzien van eenzaamheid, zingeving en betrokkenheid (van Campen & Verbeek-Odijk, 2017; van  Campen, Vonk, & Tilburg, 2018; de Ridder, Dekker, & van Houwelingen, 2015). Sturen op deze gevoelsuitkomsten blijft lastig voor de overheid. Daar kom ik nog op terug.

Objectieve leefsituatie verbeterd, geluksgevoel niet

De objectieve leefsituatie van ouderen is sterk verbeterd in de laatste kwarteeuw. Figuur 1 toont de ontwikkeling van de SCP-leefsituatie-index voor verschillende leeftijdsgroepen in de periode 1990 – 2018. Met de groep mensen van 65 jaar en ouder – let op, dat zijn bij elke meting de groep 65-plussers in dat jaar – gaat het sinds 1999 beter. Hun leefsituatie maakte een inhaalslag ten opzichte van jongere groepen.

Heeft die verbetering van de objectieve leefsituatie ook tot meer geluk geleid? Figuur 2 toont het aandeel personen in de Nederlandse bevolking dat zich gelukkig voelt. In dit onderzoek zijn meer ouderen bevraagd en is het mogelijk om twee leeftijdsklassen boven de 65 jaar te onderscheiden. Voor zowel de 65- en 74-jarigen als voor de 75-plussers zien we een schommelend maar gelijkblijvend patroon (wanneer men een rechte lijn door de puntenwolk van metingen zou trekken). Het gemiddelde geluksgevoel van beide oudere leeftijdsgroepen is – enkele kleinere en grotere fluctuaties daar gelaten – over twintig jaar bezien niet substantieel toegenomen en ook niet afgenomen. Wat wel opvalt is dat het gemiddelde geluk van de groep 75-plusser lager ligt dan dat van de 65-74-jarigen. Het geluk van de laatste leeftijdsgroep ligt gemiddeld zelfs iets hoger dan het gemiddelde in de gehele bevolking van 18 jaar en ouder.

Mogelijke verklaringen

Ruim een kwarteeuw terugblikkend op de kwaliteit van leven van ouderen ziet men dat de objectieve leefsituatie van 65-plussers feitelijk is toegenomen, maar dat hun geluksgevoel in de laatste twintig jaar niet is veranderd. Hoe kan dat? Wat kan hier aan de hand zijn?

Een eerste mogelijke verklaring is dat 65-plussers niet gelukkiger zijn geworden omdat ze hun verwachtingen hebben bijgesteld aan hun verbeterde materiële leefsituatie. Dat zou betekenen dat het wel beter gaat met de 65-plussers maar dat hun ambities nu hoger liggen dan vroeger.

Een tweede mogelijke verklaring is dat geluksgevoel niet het doel is waar 65-plussers naar streven in het leven. Andere zaken zijn belangrijker. Dat kunnen materiële zaken zijn zoals koopkracht, een woning en consumptiegoederen. Op dat gebied is het met de 65-plussers beter gegaan in de laatste kwarteeuw, zo liet figuur 1 al zien.
Naast materiële zaken kunnen vanzelfsprekend ook immateriële zaken belangrijker zijn, zoals maatschappelijke betrokkenheid, ertoe doen en van betekenis zijn voor anderen, betekenisvolle relaties hebben, een doel of zin in het leven hebben. Trends over deze immateriële zaken zijn helaas niet beschikbaar. Met uitzondering van trends over eenzaamheid waar in de laatste kwarteeuw een lichte daling zichtbaar is onder de 55-plussers (van Tilburg, Iedema, & Klok, 2018).

Wel of geen geluksbeleid?

Beleid op materiële zaken zoals pensioen, wonen en zorg lijkt de kwaliteit van leven verbeterd te hebben. De leefsituatie van 65-plussers is duidelijk verbeterd in de afgelopen kwarteeuw. Dat is natuurlijk niet alleen een gevolg van overheidsbeleid maar ook van economische en sociale ontwikkelingen (Bijl, Boelhouwer, & Wennekers, 2017; Wennekers, Boelhouwer, Kulberg, & van Campen, 2019).
Van oudsher stuurt de overheid sterk op de leefsituatie van mensen, maar er zijn weinig voorbeelden dat de overheid stuurt op geluk (van Campen et al., 2012).

De overheid faciliteert natuurlijk het geluk op indirecte wijze door middel van stelsels en voorzieningen op de domeinen van bijvoorbeeld zorg, wonen, welzijn en cultuur. Binnen de verschillende stelsels voeren beroepsbeoefenaren interventies uit die het geluk bevorderen.

Maar hoewel er tal van voorbeelden te noemen zijn om de leefsituatie en het geluk van mensen op één domein te verbeteren, bijvoorbeeld gezondheid of wonen, zijn er maar weinig initiatieven die beginnen bij de wensen van mensen en daarbij over de grenzen van domeinen heen kijken. Aan een integraal geluksbeleid dat oog heeft voor de levensloop op verschillende leefdomeinen ontbreekt het nog.

Een integraal geluksbeleid lijkt een ingewikkelder opgave. De verbetering van de leefsituatie van 65-plussers ging niet gepaard met een stijging van geluk in de afgelopen decennia.

Dat roept twee beleidsvragen op die nader onderzoek behoeven: Zijn de ambities van 65-plussers gestegen? Wat zijn die ambities? Wat vinden 65-plussers belangrijk in het leven? Waar worden mensen gelukkiger van? Wat geeft hun leven zin en betekenis? Dat levert volgens mij concretere informatie voor een beter beleid op dan nu een ongericht beleid te gaan voeren in de hoop een vaag omschreven geluksgevoel te verhogen.

Ik denk tot slot dat we de vraag moeten stellen wat gelukkig oud worden is. En laat die vraag niet door beleidsmakers en beroepsbeoefenaren invullen voor ouderen. Stel die vraag eerst aan ouderen zelf. En dat kost meer moeite en tijd dan een item in een vragenlijst. Dat vergt een goed gesprek. Want zeg nou zelf, heeft u onmiddellijk antwoord op de vraag hoe u gelukkig oud zou willen worden?

Literatuurlijst

  1. Bijl, R., Boelhouwer, J., & Wennekers, A. (2017). De sociale staat van Nederland 2017: Sociaal en Cultureel Planbureau Den Haag.
  2. Boelhouwer, J. (2010). Wellbeing in the Netherlands: The SCP life situation index since 1974: The Netherlands Institute for Social Research SCP.
  3. Campen, C., Bergsma, A., Boelhouwer, J., Boerefijn, J., & Bolier, L. (2012). Sturen op geluk: geluksbevordering door nationale overheden, gemeenten en publieke instellingen.
  4. Campen, C. van , Broese van Groenou, M., Deeg, D., & Iedema, J. (2017). Langer zelfstandig. Ouder worden met hulpbronnen, ondersteuning en zorg. Den Haag: SCP.
  5. Campen, C. v., & Verbeek-Odijk, D. (2017). Gelukkig in een verpleeghuis? Ervaren kwaliteit van leven en zorg van ouderen in verpleeghuizen en verzorgingshuizen. . Den Haag: SCP.
  6. Campen, C. v., Vonk, F., & Tilburg, T. v. (2018). Kwetsbaar en eenzaam? Risico’s en bescherming in de ouder wordende bevolking. Den Haag: SCP.
  7. de Ridder., J., Dekker, P., & van Houwelingen, P. (2015). Zorgen over de zorg: bevindingen in recent onderzoek naar de publieke opinie over de gezondheidszorg. Den Haag: SCP.
  8. van Tilburg, T. G., Iedema, J., & Klok, J. (2018). Veranderingen in eenzaamheid in de tweede levenshelft Kwetsbaar en eenzaam?: Risico's en bescherming in de ouder wordende bevolking (pp. 42-49). Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau.
  9. Veenhoven, R. (2013). The four qualities of life ordering concepts and measures of the good life The exploration of happiness (pp. 195-226): Springer.
  10. Wennekers, A., Boelhouwer, J., Kulberg, J., & Campen, C. v. (2019). De sociale staat van Nederland 2019: Sociaal en Cultureel Planbureau Den Haag.