Lees verder

Interview fotoMiek Scheepers  werkt als coördinator bij Aditi vzw, een advies- en informatiecentrum op het gebied van seksualiteit en intimiteitszorg.

Eerder was Miek  27 jaar actief als coördinator binnen een voorziening voor mensen met een beperking. Naast haar functie  als coördinator leidde ze de werkgroep seksualiteit. Vanuit deze functie groeide haar interesse in het thema seksualiteit bij mensen met een beperking. Dit leidde ertoe dat zij in 2008, samen met haar toenmalige collega-orthopedagoge,  Aditi vzw heeft opgericht.

Bij Aditi vzw kunnen ouderen en  personen met een beperking, evenals het netwerk (familie, zorgprofessionelen, begeleiders, …) terecht met al hun vragen over seksualiteit bij ouderen en seksualiteit & handicap. Aditi geeft informatie en advies, verzorgt vormingen en ondersteunt bij praktische vragen omtrent seksualiteitsbeleving.

Samen met haar collega’s Nelle Frederix en Steven De Weirdt vormt ze nu het Aditi-team en bouwen ze de organisatie verder uit.


Het is intussen meer dan tien jaar geleden dat je Aditi oprichtte. Waar staat Aditi voor?

Aditi vzw is een Vlaams advies- en informatiecentrum betreffende intimiteit en seksualiteit voor personen in een chronische zorgcontext. Naast maatschappelijke sensibilisering en professionele ondersteuning van zorgvoorzieningen en netwerk (opleiding, vorming, teamondersteuning) begeleiden wij ook individuele personen met een zorgbehoefte in hun zoektocht naar seksuele dienstverlening en intimiteitsbeleving.

We richten ons tot drie doelgroepen: mensen met een beperking (verstandelijk, fysiek, sensorieel, ASS, …), kwetsbare ouderen en personen met een psychische kwetsbaarheid. Met kwetsbare ouderen bedoel ik ouderen voor wie seksualiteit een zorg is geworden. Ook het netwerk van deze personen vormt een doelgroep en dit zien we breed: professionelen die met de oudere werken, begeleiders, opvoeders, verpleging… maar ook familie uiteraard. We proberen dit netwerk expliciet mee te nemen in ons verhaal, omdat we  ook hen willen versterken om zo samen te bekijken welke ondersteuning nodig is, en welke rol het netwerk hierin kan opnemen.

Het concept van Aditi is uniek, omdat we werken op macro-, meso- en microniveau: het sensibiliseren van de maatschappij, het werken met de professionelen en de individuele begeleiding. In 2015 hebben we ook een Europees netwerk opgericht, het European Platform Sexual Assistance (EPSEAS); waar verschillende Europese organisaties die seksuele dienstverlening vanuit een zorgdenken aanbieden, zich groeperen. Ik merk dat er vanuit verschillende Europese landen worden gekeken naar het model van België, omdat wij het enige land zijn waarin een organisatie als de onze  wordt gesteund door de overheid. De andere werken op vrijwillige basis, soms wel met enige subsidies, maar niet zoals het bij ons is.

 

Met welke vragen komen mensen bij jullie aankloppen?

Binnen de ouderenzorg gaat het vooral om vragen rond seksualiteitsbeleving: ik mis seksualiteit, ik verlang daar naar, ik voel me eenzaam. We kijken ook altijd naar de vraag onder de vraag, en bekijken op welke manier we hier het beste mee omgaan. Want een gevoel van eenzaamheid los je niet altijd op door het opstarten van seksuele dienstverlening.

Vragen van koppels hebben vooral te maken met het niet meer op dezelfde golflengte zitten. Eén van beide partners heeft nog nood aan seksualiteit; de andere partner niet meer maar wil wel mee ondersteunen om een oplossing te zoeken.

We kijken ook altijd naar de vraag onder de vraag, een gevoel van eenzaamheid los je niet op door het opstarten van seksuele dienstverlening

Voor mij persoonlijk zijn dat heel mooie gesprekken, omdat ik vaak hoor: ouderen en seksualiteit, dat is nogal een taboe. Maar de openheid die ik in dergelijke gesprekken merk is hartverwarmend, daar is geen sprake van taboe. Als er gekozen wordt voor seksuele dienstverlening is dat uiteraard met medeweten van de partner, en het gebeurt wel eens dat er nadien met drie een tas koffie wordt gedronken, dat vind ik wel mooi.

 

Kan je wat toelichten hoe seksuele dienstverlening in zijn werk gaat?

Vooreerst: seksuele dienstverlening is duidelijk te onderscheiden van het meer klassieke sekswerk. Sekswerk vertrekt vanuit een economisch kader, seksuele dienstverlening vertrekt vanuit een zorgkader. Het gaat om een zorgaanbod, maar mensen uit de zorg moeten natuurlijk ook betaald worden. Zonder financiële vergoeding zou het onderscheid met een liefdesrelatie bovendien vertroebelen.

Sekswerk vertrekt vanuit een economisch kader, seksuele dienstverlening vanuit een zorgkader

Soms komt de vraag vanuit het professioneel netwerk, soms ook vanuit de familie. En af en toe is het vanuit de oudere zelf, maar dan gaat het meestal om ouderen die nog thuis wonen. En als ik dan vraag hoe ze bij ons terecht gekomen zijn, dan blijkt vaak dat ze een krantenartikel hadden uitgeknipt en bij zich gehouden.

Bij de groep die vraagt naar seksuele dienstverlening, zien we dat het seks-gedeelte eigenlijk maar een klein onderdeel is. Het gaat meer om het zoeken naar intimiteit, maar ook naar seksuele hechting, graag gezien worden. Er wordt een vertrouwdheid en een band opgebouwd tussen cliënt en dienstverlener. Dat merk ik nu ook in de huidige Corona-tijden: alle dienstverleningen staan on hold, maar we hebben de dienstverleners wel geïnformeerd dat ze in deze periode, uitzonderlijk, contact mogen opnemen met hun cliënten om zo een kort gesprekje te hebben hoe het hen op dit moment gaat. Cliënten geven aan dat ze de dienstverlener missen en ik denk dat het niet enkel het missen van een knuffel, een aanraking of seksbeleving is, het gaat om veel meer…

Bij de groep die vraagt naar seksuele dienstverlening, zien we dat het seks-gedeelte eigenlijk maar een klein onderdeel is

Dienstverleners zeggen altijd: seks komt er bij maar het gaat vooral over binding. Daarom gaan we ook niet in op vragen naar cyberseks, daar zijn andere kanalen voor.

 

Wie zijn jullie seksuele dienstverleners?

We werken momenteel samen met een 80-tal dienstverleners, zowel mannen als vrouwen, uit heel diverse achtergronden. Er zijn mensen bij die vertrouwd zijn met de zorg, maar evengoed managers,  onderwijzend personeel,… Wat ze gemeen hebben, zijn eigenschappen die we ook van mensen in de zorg verwachten: empathie, communicatievaardigheden, je kunnen verplaatsen en inleven in de ander, heel veel geduld hebben. En daarnaast hebben ze uiteraard een heel ruime visie op het vlak van seksualiteit, en houden ze van aanrakingen.

 

Worden jullie seksuele dienstverleners getraind?

Zeker, we doorlopen een heel traject met hen alvorens ze starten. We peilen vooreerst naar motivatie en ervaring met de doelgroep.  Als deze goed zitten, nodigen we hen uit voor een initiatie-opleiding, waar we een inleiding in de seksuologie voorzien, de seksuele ontwikkeling van mensen bespreken en een aantal handicaps en ziektebeelden nader toelichten. Nadien organiseren we thematische opleidingen, in totaal vier per jaar. Op elk moment kunnen kandidaten beslissen om niet verder te gaan. Naast de opleidingen hebben we ook per provincie twee intervisies per jaar en daarnaast ook individuele coaching, waarbij we cliënten doorlopen met de dienstverlener. Enerzijds om te kijken hoe de cliënt het doet, maar daarnaast ook naar dienstverlener toe: hoe gaat het met jou, voel je je er goed bij, worden jouw grenzen gerespecteerd? Dat maakt allemaal deel uit van ons werkkader. Door op die manier de dienstverleners te kennen, kunnen we bij een vraag naar seksuele dienstverlening en na een gesprek met de cliënt, een goede match maken tussen cliënt en dienstverlener.

 

Cliënten mogen dus niet zelf kiezen met welke dienstverlener ze in zee gaan?

Wij maken de match, maar houden wel rekening met voorkeuren. En soms zijn er mensen die niet in aanmerking komen voor dienstverlening. Het kan zijn dat de vraag die er onder zit, helemaal geen vraag is voor dienstverlening, maar een vraag die vanuit het netwerk komt of soms is andere ondersteuning nodig. Het kan ook zijn dat de cliënt niet past binnen het kader van seksuele dienstverlening. Zo had een oudere man bijvoorbeeld het idee dat een vrouw ten dienste moet staan van de man; zij moet doen wat ik wil, en zo zal het verlopen. Dat past niet binnen onze visie, waarbij we vertrekken vanuit seksuele rechten. Als je iemand bij wijze van spreken herleidt tot een object, dan zit je niet op dezelfde golflengte en moeten wij ook zeggen dat we de cliënt niet kunnen helpen. Dus soms komt er ook een ‘nee’.

 

Gebeurt het wel eens dat de cliënt gevoelens ontwikkelt voor de dienstverlener en hoe wordt daar mee omgegaan?

Dat is niet per se een breekpunt. We informeren op voorhand dat het een professionele relatie is, dus de dienstverlener kan nooit jouw partner worden. We hebben samen met dienstverleners een gedragscode opgemaakt waarin een aantal afspraken en adviezen staan, zoals: een dienstverlening kan max 1 keer per maand doorgaan; een dienstverlener neemt geen contact op met de cliënt, het is de cliënt die het initiatief neemt; dienstverlening speelt zich af binnen een bepaalde tijd en ruimte. Je kan dus niet samen op restaurant of een terrasje doen. Maar het kan zijn dat mensen verliefd worden, en dan moet dat besproken worden. Meestal nemen dienstverleners dit zelf op, ze geven dan duidelijk aan: ik begrijp deze gevoelens, maar we kunnen daar verder niks mee doen, want het is en blijft een professionele relatie.

 

Naast seksuele dienstverlening omvat een groot deel van jullie werk ook het geven van informatie en advies aan organisaties. Hoe gaat dat in zijn werk?

Wij geven vormingen aan organisaties in de sector voor personen met een beperking, psychiatrische centra of woonzorgcentra. Personeelsleden worden geregeld geconfronteerd met seksualiteit en weten niet altijd goed hoe ze daarmee om moeten gaan, wat ze wel en niet kunnen doen, waar de grens ligt. Seksualiteit roept altijd wat ethische vragen op, omdat het gewoon niet altijd zo duidelijk is. Daarnaast werken wij ook doelgericht met teams binnen deze organisaties samen om voor concrete casussen de nodige handvatten te bieden zodat professionelen de begeleiding verder kunnen opnemen.

We werken ook met een lidmaatschap voor organisaties; momenteel hebben we 276 leden. Met dit lidmaatschap krijgen organisaties onder andere korting op vormingen. We merken dat mede door dit lidmaatschap, de drempel om ons te contacteren bij vragen of problemen lager ligt. Dankzij dat lidmaatschap kunnen wij ook een extra deeltijds medewerker inschakelen. Ook al wordt Aditi gesteund door de overheid, we blijven een non-profitorganisatie en moeten dus creatief zijn.

 

Hoe gaan organisaties om met het thema ouderen en seksualiteit?

Met alle respect voor de ouderenzorg, maar ik denk dat de sector van mensen met een beperking al een heel traject heeft afgelegd. Het thema seksualiteit is daar al veel beter geïmplementeerd, in de zin dat al redelijk wat organisaties praten over seksualiteit en kwaliteit van leven, en dit thema op die manier ook proactief oppakken met hun cliënten. Binnen de ouderenzorg zitten we soms nog in de fase van ontkenning: is seksualiteit wel een thema dat speelt bij ouderen, wat moeten we ons daar bij voorstellen? Anderzijds zit het zorgpersoneel wel met heel wat vragen rond ouderen en seksualiteit. We merken op de werkvloer een luide roep naar een visie en beleid rond dit thema.

Binnen de ouderenzorg zitten we soms nog in de fase van ontkenning: is seksualiteit wel een thema dat speelt bij ouderen?

Een vraag naar seksuele dienstverlening, leidt niet altijd naar seksuele dienstverlening. Het gebeurt soms dat we vanuit een woonzorgcentrum de vraag krijgen om seksuele dienstverlening op te starten voor een bewoner. Wanneer we dan met het team in gesprek gaan, halen we echter andere knelpunten boven, en blijkt dat er binnen de organisatie geen visie of beleid is rond seksualiteit. Een zeer concrete vraag leidt dan soms naar een vorming voor personeel, of het opstarten van een traject rond visie en beleid.

Daarnaast zijn er organisaties die bij ons komen aankloppen met de vraag om vorming te kunnen aanbieden aan het zorgpersoneel. Tijdens deze vormingen kunnen dan verhalen over specifieke bewoners naar voren komen, en kan op basis daarvan een seksuele dienstverlening worden opgestart. Er is dus een duidelijke wisselwerking tussen de professionaliteitsondersteuning en de ondersteuning op individuele vragen.

 

Krijgen jullie ook vragen over genderidentiteit en seksuele geaardheid?

Ja, maar wel meer bij de doelgroep mensen met een beperking want daar is toch een andere cultuur aanwezig. Wanneer we tijdens een gesprek met een oudere de seksuele geschiedenis doorlopen, krijgen we soms verhalen te horen over, bijvoorbeeld, homoseksuele gevoelens die levenslang werden onderdrukt. Mensen geven daarover aan: “in mijn tijd mocht dat niet”. We gaan dan, indien men dat wenst, het gesprek aan over de pijn die mensen ervaren hebben.

Soms krijgen we verhalen te horen over homoseksuele gevoelens die levenslang werden onderdrukt

Het is ook een thema dat binnen woonzorgcentra, bij professionelen, telkens terug op tafel moet worden gelegd. Niet dat we een hele vorming gaan besteden aan genderidentiteit en seksuele geaardheid, maar we benoemen het wel expliciet. Vaak geven professionelen aan een open houding te hebben, maar uiteindelijk kunnen ze niemand van de bewoners benoemen die holebi is. Als we dan eenvoudig kijken naar het percentage mensen die holebi zijn, dan kan het niet dat er in een woonzorgcentrum niemand met een andere geaardheid zou verblijven. We willen het thema dus meer op de kaart zetten, aansporen om ook daarrond een beleid te maken en het gesprek aan te gaan met bewoners.

 

Merk je op dat vlak een verschil met de sector van mensen met een beperking?

Ja, ik denk dat het thema daar al veel vroeger op de agenda heeft gestaan; ook op vraag van de overheid. Al meer dan 10 jaar geleden werd er vanuit de overheid gevraagd aan voorzieningen voor mensen met een beperking om een procedure rond seksueel misbruik op te maken. En als je begint met die procedure, dan breidt dat thema zich ook wel uit en wordt er ook gekeken naar een beleid rond positieve seksualiteit. Binnen de ouderensector is een procedure rond seksueel misbruik pas sinds 2015 verplicht, en is men dus aan een inhaalbeweging bezig.

 

Maar je ziet wel stappen in de goede richting?

Ja toch wel. Er komt meer openheid. Natuurlijk is er altijd ruimte voor verbetering. Maar als je goodwill merkt bij mensen en een bereidheid om er over te praten, dan is dat al een eerste stap. Het is nog vaak zo dat er zich eerst een probleem moet voordien, alvorens een organisatie ons contacteert. Maar eens we dan binnen zijn, kunnen we ook andere zaken aankaarten en hen motiveren om een visie en beleid rond seksualiteit en intimiteit uit te werken. Je kan blijven kankeren op die organisaties waar het niet goed loopt, maar daarmee geraken we niet vooruit. We merken ook dat het interessant is om good practices met elkaar te delen, zodat organisaties zien wat er mogelijk is.

Niet alleen Aditi speelt hierin een rol, maar ook het onderwijs is van cruciaal belang. Samen verrichten we missionariswerk: praten over het thema, uitwisselen, openheid creëren en trachten de blik van mensen en organisaties te verruimen. Op die manier verleggen we elk kleine steentjes in de rivier en zetten we het thema steeds meer op de kaart.

 

Je gaf het eerder al aan, er rust nog steeds een taboe op seksualiteit bij ouderen, wat is jouw visie hieromtrent?

Voor een deel heeft dit te maken met onze cultuur, we hebben geleerd dat seksualiteit iets intiems is, waar we niet zomaar over praten. Ook bij professionelen merken we dat taboe, een verlegenheid om het gesprek over seksualiteit aan te gaan. In dat opzicht geloof ik heel sterk in het opleiden van professionelen om die handelingsverlegenheid te doorbreken. Zo bieden we een opleiding ‘Let’s talk about sex’ aan, waarin we professionelen gaan trainen om het gesprek aan te gaan. Vaak geven deelnemers na afloop aan dat oefenen op dergelijke gesprekken beter meeviel dan verwacht. Dit versterkt hen om in de toekomst vaker het gesprek aan te gaan. Eens je over die drempel bent, is er geen sprake meer van een taboe. Maar je moet als professioneel wel de eerste stap zetten, het is jouw opdracht. Ook het onderwijs heeft hierin een belangrijke opdracht, niet alle opleidingen zetten het thema seksualiteit expliciet op het programma. En dat alles samen creëert een soort domino-effect: het zit al niet in onze cultuur om het te bespreken, het zit niet in het onderwijs en iedereen zwijgt er over. Maar het is niet omdat je zwijgt, dat het niet bestaat.

Ook bij professionelen merken we een taboe, een verlegenheid om het gesprek over seksualiteit aan te gaan

Nog al te vaak maken we mee dat een zorgverlener binnen een woonzorgcentrum ons vraagt om te komen praten met een bewoner over seksualiteit, omdat er wel wat problemen zijn. En dan blijkt dat er nog nooit een gesprek is geweest tussen de bewoner en de zorgverlener zelf. Zo vormen wij de moderator tussen beiden. Mijn droom is dan ook dat we daar niet meer in tussenbeide moeten komen, maar dat die mensen gewoon rechtstreeks met elkaar kunnen praten.

Ik herinner mij een situatie van een vrouw in de thuissituatie, haar man verbleef in een woonzorgcentrum en ze maakte zich veel zorgen over het ongeremd gedrag van haar man. Hij had dementie en tijdens het wassen nam hij de verzorgende wel eens vast; wat bij de vrouw veel schaamte opriep. Tijdens het gesprek vroeg ik hoe het zat met hun intimiteit, waarbij ze aangaf dat ze wel nood had aan samen in bed liggen met haar man, aan knuffelen met hem. Toen ik haar vroeg waarom ze dat nog niet had gedaan, reageerde ze vanuit een bezorgdheid over de reactie van het personeel: wat gaan ze van mij denken als ze net dan zouden binnenkomen? Het was heel jammer dat dit niet besproken kon worden met het team. Maar door binnen die organisatie wat vorming te geven, zijn de professionelen die thema’s veel pro-actiever gaan opnemen met de ouderen.

 

Je hebt er al iets over aangehaald en we kunnen de huidige situatie ook niet negeren. Wat is de impact van Corona op jullie werking?

Het is dubbel: dienstverleningen staan nu on hold en onze consulten met cliënten verlopen moeilijker. Indien mogelijk voor de cliënt, houden we consultgesprekken via Skype, maar dit is niet voor iedereen haalbaar. Ook al onze vormingen en teamondersteuningen werden ofwel geannuleerd of ze gebeuren online. Organisaties hebben nu andere zorgen en het thema schuift wat naar de achtergrond. Maar ik denk wel dat we op de achtergrond aan sommige cliënten ondersteuning kunnen bieden. Er zijn cliënten die zich angstig of eenzaam voelen, en dan vragen we aan de dienstverlener om eens contact op te nemen.

Anderzijds is er nu ook veel tijd vrijgekomen, die we gebruiken voor de individuele coaching van onze dienstverleners. Daar hebben we nu meer tijd voor, en dat blijkt veel op te brengen voor alle partijen. Dus dat wil ik graag aanhouden in het post-Corona-tijdperk. We kunnen ons nu ook toeleggen op inhoudelijke projecten waar we anders te weinig tijd voor hebben. We hebben dus zeker nog werk genoeg, maar wel op een ander terrein.

 

Hoe denk je dat jullie oudere cliënten deze situatie beleven?

Via de dienstverleners krijgen we af en toe wel verhalen te horen. Er komt heel veel op mensen af, er is al genoeg benoemd geweest in de media dat ouderen een zeer kwetsbare groep zijn. Mensen zijn angstig en bezorgd over wat er zou gebeuren als ze ziek worden. Ook het gemis van familie en vrienden blijkt zwaar om te dragen. Ouderen geven aan dat de situatie in hun woonzorgcentrum zo anders is dan vroeger. Maar hier en daar hebben we mensen die slechts een beperkt netwerk hebben en aangeven dat ze de dienstverlener missen. En dan gaat het niet om seks op zich, maar vooral de persoon die wordt gemist. We moeten het dus nu even missen, dat is jammer, maar nu komt de gezondheid op de eerste plaats.

 

Tot slot, welke professionele wens of droom koester je nog?

Uiteraard hoop ik dat Aditi kan blijven bestaan, want we zijn afhankelijk van overheidsmiddelen. Ik koester geen grote dromen meer, maar hoop natuurlijk dat ons werk verder zal worden gezet door de volgende generaties en dat het thema blijvend onder de aandacht wordt gebracht.

Ik hoop ook dat de overheid nog meer zal stilstaan bij het preventieve aspect van seksuele gezondheid. Zo zou vanuit de overheid de nadruk kunnen gelegd worden op het aanstellen van een referentiepersoon seksualiteit en intimiteit binnen elke organisatie. Nu is dat allemaal erg vrijblijvend, en als organisaties dat zinvol vinden dan mag iemand, meestal de referentiepersoon dementie, zich daar ook nog mee bezig houden. Mocht dit echter structureel gebeuren, dan zou dit een belangrijke stap zijn in het bespreekbaar maken van seksuele gezondheid bij ouderen.

De overheid kan nadruk leggen op het aanstellen van een referentiepersoon seksualiteit en intimiteit binnen elke organisatie

Daarnaast zou ik het fijn vinden mochten het onderscheid tussen seksuele dienstverlening en sekswerk nog meer gemaakt worden binnen onze samenleving. Zoals eerder gezegd, beiden bestaan naast elkaar, maar vertrekken vanuit een verschillend en complementair kader.

Ik heb altijd gezegd: als we starten met Aditi planten we een klein zaadje, we gaan dat heel langzaam laten groeien met heel veel zorg, zodat het een dikke boom wordt die niemand meer kan uitroeien. Nu is het al een beetje een boompje, maar als het een joekel van een boom is tegen mijn pensioen, dan zal ik heel gelukkig zijn.