86 Weergaven
0 Downloads
Lees verder
Het aantal zorgprofessionals loopt terug en het aantal zorgvragen wordt groter en intensiever (beroepsvereniging V&VN). Om te zorgen dat de kwaliteit van zorg thuis gegarandeerd blijft, is het noodzakelijk meer in te steken op preventie en zelfzorg. Vroege signalering kan de zuster langer buiten de deur houden. En als zorg dan toch nodig blijkt, kan de cliënt zoveel mogelijk zelf blijven doen. Met behulp van zorgtechnologie en innovatief denken, kunnen we dat realiseren. Op deze manier komt er tijd vrij voor de zorg waar handen aan het bed noodzakelijk zijn. In dit artikel komen een aantal mogelijke oplossingen aan bod, die kunnen ondersteunen bij preventie en zelfzorg.

Preventieve thuiszorg

Dertig jaar geleden reed mijn moeder op haar fiets door de wijken in Roosendaal. Als wijkzuster had zij een breed spectrum aan zorgtaken: wassen, spuiten, wonden verbinden. Maar ook deed ze vele adressen aan waar zij ‘even poolshoogte’ nam. Een praatje, een kopje koffie en ondertussen speurde haar ogen rond in de woning van de oudere bewoner. Inhoud van de koelkast, post op de mat en heeft meneer zichzelf geschoren? Er was ruimte om zonder direct zorg te verlenen, preventief te ondersteunen.

Inmiddels is deze vorm van preventieve zorg onder druk komen te staan. Het initiatief van ‘de wijkzuster’ is weliswaar nieuw leven ingeblazen, maar iemand zal eerst een melding moeten doen, alvorens iemand ‘in the picture’ komt. Dit heeft als consequentie dat senioren pas in beeld komen, als er al iets aan de hand is en de inzet van professionele zorg noodzakelijk is.

Senioren blijven steeds langer thuis wonen. Enerzijds omdat zij dat zelf graag willen, anderzijds omdat toegang tot de veilige muren van een intramurale omgeving moeilijker wordt. Er zijn een aantal factoren die ondersteunend werken om langer veilig en comfortabel in het eigen huis te blijven wonen.

Persoonlijk contact, een sociaal netwerk of een goede buur zijn daarbij van groot belang. Mensen in de nabije omgeving die een helpende hand bieden, de kliko buitenzetten of alert zijn op het opengaan van de gordijnen. Hierdoor ontstaat een vertrouwensband. Dit netwerk kan goed inschatten hoe het met de senior in kwestie gaat. Maar deze vorm van sociaal contact en controle staat onder druk. Buurten en wijken veranderen. In gezinnen werken steeds vaker beide partners: in 2018 werkte in 67% van de gezinnen beide partners. Al of niet voltijds (CBS, 2019). Hierdoor lopen straten in de vroege ochtend leeg om pas tegen de avond weer tot leven te komen. Men is druk met werk, kinderen en een sociaal leven. Ook de eigen kinderen wonen steeds vaker op afstand en hebben een steeds vollere agenda. Ze werken beiden, hebben kinderen en hobby’s.

Er zijn senioren die hebben gekozen om te gaan wonen in een woonomgeving met vooral mede-senioren. Een belangrijke overweging hiervoor is het gevoel dat er op elkaar gelet kan worden. Maar deze vlieger gaat niet altijd op. Vooral wanneer men alleen komt te staan, 40,7% van de 80-jarigen is alleenstaand (CBS, 2018), blijven mensen vaker thuis. De bewoner wordt niet gezien, maar ziet anderen ook niet.

Professionele zorg

Bovenstaande gaat over preventie. Mijn moeder die preventief een kopje koffie ging drinken en buren die bijtijds signaleren. Kunnen we die preventieve rol van wijkzuster en buren (deels) overnemen? Professionele zorg start vaak met de inzet van huishoudelijke ondersteuning. In 2018 maakte een deel van de 65-plussers gebruik van ondersteuning vanuit de WMO (NZA, 2018). Een aantal uren per week wordt de senior geholpen met huishoudelijke taken. Voor veel (alleenstaande) senioren is deze hulp van onschatbare waarde. Niet alleen de praktische hulp, maar ook het contact. Even een praatje, een kopje koffie. Deze medewerker heeft dan ook een belangrijke signalerende rol. Het contact duurt langer, waardoor er meer inzicht is in hoe het echt gaat. Maar zoals er in de gehele (ouderen)zorg wordt gekort op uren, zien we dat hier ook gebeuren. Steeds meer gemeenten kiezen ervoor geen uren vast te leggen, maar gaan uit van een ‘leefbaar huis’, ofwel een maatwerkarrangement (CBS, 2017). De ene week de ramen, de volgende week de vloer. Hierdoor blijft er weinig tijd voor dat kopje koffie of het luisterend oor. Voor de huishoudelijke hulp wordt het op deze manier een moeilijke opgave om naast de primaire opdracht, ook aandacht te hebben voor het herkennen van signalen en daar dan ook nog actie op te ondernemen.

En dan komt het moment dat de zelfstandig wonende senior hulp nodig heeft met wassen, aankleden, toiletgang. Soms omdat het gewoon niet meer lukt, een glijdende schaal in het verouderingsproces. Soms ineens na een valpartij of ziekenhuisopname. Thuiszorg is nodig, maar het blijkt nog niet zo gemakkelijk te zijn om de benodigde zorg te krijgen. Dit jaar is het in verschillende gemeenten voorgekomen dat er ‘nee’ werd gezegd. De senior kon niet terecht bij de organisatie van de eerste keuze, of kreeg niet de volledige zorg waar om werd gevraagd. De verwachting is dat deze trend gaat doorzetten, waardoor schrijnende situaties vaker zullen ontstaan (Volkskrant, 2019).

Technologische zorg

Kunnen we bovenstaande problemen het hoofd bieden? Kunnen we er met elkaar voor zorgen dat het groeiend aantal senioren in een prettige, veilige en comfortabele woonomgeving de herfst van het leven kan doorbrengen? Ja, dat kan! Met behulp van zorgtechnologie.

De ontwikkeling van technologie gaat snel. Vele producten zijn reeds op de markt gebracht om senioren te ondersteunen bij zelfstandig blijven wonen, zelfzorg en preventie. Ik stel u graag een aantal mogelijkheden voor.

Leefstijlmonitoring

Met de inzet van leefstijlmonitoring wordt de (alleenstaande) senior gemonitord. Hij of zij leeft het leven zoals gewend. Het systeem, dat bestaat uit een aantal bewegingssensoren en trackers, ‘leert’ het vaste patroon van de bewoner kennen en alleen als er van het vaste patroon wordt afgeweken, wordt hulp ingeroepen van familie of professionele zorg. Eigenlijk is het heel simpel: ‘Geen bericht, is goed bericht’.

Inmiddels wordt dit idee ook uitgevoerd met behulp van de slimme meters die al in een huis aanwezig zijn: gas, water en elektra. Als er ineens geen water, gas of elektriciteit wordt verbruikt, of op afwijkende tijdstippen, dan moet er iets aan de hand zijn. Met behulp van apps kunnen dit soort systemen op afstand worden uitgelezen. Ook hierbij kan familie of zorgorganisatie bijtijds maatregelen nemen.

Deze systemen slaan een aantal vliegen in één klap. Het heeft een preventieve werking; via een app kan worden bekeken of het levenspatroon verandert. Ook als dit heel langzaam gaat, is dit terug te zien. Hierdoor kan eerder hulp worden geboden, formeel of informeel. Tevens geeft het de senior een gevoel van veiligheid. Zonder camera’s wordt er toch een beetje op je gelet. En als er echt nood aan de man is, kan direct hulp worden ingeroepen. De tijd dat iemand een hele nacht op de grond lag door een valincident, is hiermee voorbij.

Personenalarmering

Alarmering met GPS is een toepassing die al wat langer bestaat en biedt rust en zekerheid voor de senior als ook voor de omgeving. In een noodsituatie kan er contact worden gelegd met mantelzorger of een professionele alarmcentrale. Er kan worden gesproken, maar als men niet in staat is om te praten, kan de ontvanger van de oproep zien waar de gebruiker zich bevindt. Op deze manier kan er snel hulp worden geboden. De ontwikkeling van deze alarmeringsproducten gaat nog altijd door. Het zal niet lang meer duren alvorens ze worden uitgerust met een betrouwbaar valdetectiesysteem: mocht de senior komen te vallen, dan zal er automatisch een melding worden gedaan.

Maar ook via Google Home en de slimme speaker kan men iedere ochtend even de aanwezigheid melden. Gebeurt dit niet, dan zal er een melding worden gedaan. En is er dringend hulp nodig? Dan is “Oké Google, bel Anne van de thuiszorg” voldoende om het hulptraject in werking te zetten.

Ondersteuning sociaal netwerk

Om het sociale netwerk te onderhouden en uit te breiden, zijn er producten ontwikkeld die dit vergemakkelijken. Een tablet in de vorm van een grote fotolijst maakt het mogelijk om te beeldbellen, de agenda bij te houden, te bewegen, muziek te luisteren en oude films en series te kijken. Familie kan digitaal foto’s of ansichtkaarten versturen. Deze manier is laagdrempelig en vooral heel simpel. MemoryLane is een goed voorbeeld hoe digitale hulpmiddelen zo kunnen worden ontwikkeld, dat ook onervaren gebruikers worden uitgedaagd ermee aan de slag te gaan. Eigenlijk is het een digitale fotolijst met verschillende functies. Er is gedacht aan belangrijke zaken als een agenda, die herinnert aan belangrijke zaken als eten of medicatie-inname. Maar het geeft ook ontspanning als muziek, films en foto’s. De mantelzorger vult de agenda, de gebruiker hoeft hier niets aan te doen. De mogelijkheid tot videobellen maakt ‘zorg op afstand’ mogelijk én is natuurlijk gewoon heel erg leuk. Als laatste biedt het logboek familie, zorgprofessionals of vrijwilligers de mogelijkheid om elkaar op de hoogte te houden.

Geen zuster meer nodig

En dan zijn er nog de vele hulpmiddelen waarmee senioren zelf een deel van hun zorg kunnen uitvoeren of de regie weer terug kunnen nemen. Een zuster die langskomt om te kijken of de medicatie wel is ingenomen? Niet nodig! Een digitale medicatiedispenser geeft precies aan wanneer het tijd is voor welke medicatie. En wordt het signaal genegeerd? Dan wordt een zorgprofessional gewaarschuwd.

Wachten op de zuster om je steunkous aan- of uit te doen? Niet nodig! Met een hulpmiddel als de Steve+ en een wat oefening, kunnen veel mensen dit zelf.

Door een ziekte kun je niet meer zelfstandig eten en ben je afhankelijk van je partner. Ofwel, je moet ‘gevoerd’ worden. Niet nodig! Met behulp van het eetrobotje Obi kan er weer samen worden gegeten. Met behulp van op maat gemaakte sensoren, bepaal je zelf uit welk bakje de lepel een schepje neemt. Om daarna precies voor jouw mond te stoppen. Je hoeft het er alleen nog maar af te happen.

Hoe komt het dan toch dat er nog zo weinig gebruik wordt gemaakt van deze hulpmiddelen? Er zijn meerdere redenen: vaak is er onvoldoende ziekte-inzicht en veel hulpmiddelen worden niet vergoed. Maar de belangrijkste reden is het gebrek aan kennis. Bij de senioren zelf, bij de mantelzorgers maar ook bij de zorgprofessionals. Er wordt nauwelijks reclame gemaakt en dus komt het maar mondjesmaat bij de doelgroepen binnen. Het Ministerie van VWS probeert met het project Zorg van Nu meer bekendheid te geven aan de vele mogelijkheden en gelukkig zien we op de zorgopleidingen (keuze)modules zorgtechnologie ontstaan. Studies als Mens & Techniek en Toegepaste Gerontologie leveren studenten af die kennis hebben van en over deze vorm van zorgverlening. Het zal nog even duren alvorens de inzet van zorgtechnologie, ehealth, domotica en andere innovatieve zorgoplossingen gemeengoed is. Met dit artikel hoop ik u als lezer te hebben geënthousiasmeerd en het vliegwiel weer een beetje verder te hebben aangejaagd.

Literatuurlijst

  1. CBS. (2017, 12 6). CBS schat gebruik van Wmo maatwerkvoorzieningen. Opgehaald via: https://www.cbs.nl/nl-nl/achtergrond/2017/49/cbs-schat-gebruik-van-wmo-maatwerkvoorzieningen
  2. Centraal Bureau voor de Statistiek. (2010, 7 5). In steeds meer gezinnen werken beide ouders. Opgehaald via: https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2010/27/in-steeds-meer-gezinnen-werken-beide-ouders
  3. Centraal Bureau voor de Statistiek. (2018, 6 25). Honderd jaar alleenstaanden. Opgehaald via: https://www.cbs.nl/nl-nl/achtergrond/2018/26/honderd-jaar-alleenstaanden
  4. Geest, M. v. (2019, 13 september). Duizenden ouderen wachten op verpleeghuisplek of thuiszorg – ‘Er is een dramatische situatie aan het ontstaan’. In: De Volkskrant.
  5. Nederlandse Zorgautoriteit. (2018). Monitor Zorg voor Ouderen 2018. Utrecht: Nederlandse Zorgautoriteit. Opgehaald via: https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2018/04/19/monitor-zorg-voor-ouderen-2018
  6. V&V. (2013, 10/24). Opgehaald via: https://www.venvn.nl/Berichten/ID/1740/Daling-aantal-zorgprofessionals-in-2017