1021 Weergaven
18 Downloads
Lees verder
Het aantal ouderen in Nederland groeit en deze groep wordt steeds diverser; een groot deel van die groei vindt plaats onder ouderen die buiten Europa geboren zijn. De verwachting is dat hun zorgvraag sterk zal stijgen, vaak ontbreekt echter de aansluiting van het bestaande zorgaanbod op hun zorgwensen. Wat zijn de toekomstige behoeften en wensen rond verpleeghuiszorg van mensen die buiten Europa zijn geboren en hoe kan daaraan tegemoetgekomen worden?

Grotere zorgbehoefte, maar minder gebruik

Ouderen die buiten Europa zijn geboren hebben vaker en op relatief jonge leeftijd te kampen met gezondheidsproblemen, maar maken desondanks minder vaak gebruik van formele zorgvoorzieningen, zoals verpleeghuiszorg en specialistische zorg (Conkova & Lindenberg, 2018). Daarentegen maken deze ouderen, in verhouding tot ouderen geboren in Nederland, relatief veel gebruik van informele zorg door naasten. Deze mantelzorgers geven intensiever hulp dan mantelzorgers met een Nederlandse herkomst en ondervinden dan ook relatief vaak een hoge belasting (de Boer e.a., 2020).

De verwachting voor de toekomst is een groeiende trend richting de combinatie van formele en informele zorg. Alleen al door de groei van het absolute aantal niet in Europa geboren ouderen, wordt verwacht dat het beroep op de formele, langdurige zorg zal stijgen (de Regt e.a., 2022). Het blijft echter de vraag wat de wensen en behoeften betreffende deze zorg zijn van buiten Europa geboren ouderen. Soms wordt er bijvoorbeeld gesuggereerd dat een groter beroep op verpleeghuiszorg een positief effect kan hebben op de gezondheid van oudere migranten door het verlenen van goede en passende medische zorg en ook dat het de vaak overbelaste mantelzorgers kan ontlasten. Maar het daadwerkelijke onderzoek hiernaar ontbreekt vooralsnog.

In dit artikel bespreken we de wensen en behoeftes betreffende verpleeghuiszorg van (toekomstige) niet in Europa geboren ouderen, hun naasten en de ervaringen van zorgverleners op basis van semigestructureerde interviews met 66 mannen en vrouwen in de leeftijd van 25-89 jaar, woonachtig in de groot-regio Amsterdam. Geïnterviewden hadden een diverse achtergrond met een herkomst uit dertien verschillende landen buiten Europa. Er was ook een grote variatie in hun gezondheid, hun sociaaleconomische status en de kennis van het Nederlandse zorgsysteem. De bevindingen van dit artikel zijn onderdeel van een groter project dat is uitgevoerd in samenwerking met Amsta, Cordaan en Amstelring in het kader van het programma Regionale Aanpak Kwaliteitskader (Conkova e.a., 2022).

Overwegingen betreffende verpleeghuiszorg

Vrijwel alle geïnterviewden stellen te streven naar zo lang mogelijk zelfstandig thuis wonen. De wensen en behoeften met betrekking tot de verpleeghuiszorg zijn divers. We hebben in grote lijnen drie denkramen (interpretatieve raamwerken) uit de data gedestilleerd: ‘welwillend’, ‘overwegend, mits’ en ‘nooit, tenzij’. De drie denkramen fungeren als ideaaltypischedenkramen. In de interviews beschreven geïnterviewden deze soms slechts deels, kwamen ze soms samen voor, of bleken mensen er anders over te denken. Een aantal belangrijke wensen die binnen alle denkramen terugkomen zijn: de mogelijkheid om samen met een partner in een langdurige zorginstelling te wonen, de voorkeur voor een kleinschalige setting met een eigen kamer of appartement, waarbij ook een klein keukentje wordt genoemd, en gezelligheid, bijvoorbeeld een fijne (buiten)ruimte voor samenkomst of recreatie.

Denkraam: welwillend

Allereerst is er een denkraam waarin geïnterviewden naar voren brengen dat ze een verpleeghuis zouden overwegen als de noodzaak groot is, bijvoorbeeld als het thuis niet langer gaat of omdat de belasting voor anderen te groot wordt. Ten opzichte van het gebrek aan formele zorg in het land van herkomst wordt dit door enkelen, die op zichzelf zijn aangewezen, gezien als een welgekomen gegeven kans”, ik wil het wel” (vrouw, 59 jaar, vrijwilliger in de zorg, Eritrese achtergrond). Anderen geven vrijwel direct aan dat ze naar een verpleeghuis zouden willen gaan: “Ik wil zelf gewoon een verzorgingshuis of een bejaardenhuis, zoiets zou ik wel willen. Ik wil niemand [tot] last zijn” (vrouw, 54 jaar, Turkse achtergrond). Veel van de geïnterviewde mensen zouden naar een verpleeghuis gaan omwille van hun kinderen. Een groot deel van hen zorgt zelf of heeft zelf gezorgd voor hun ouders. In een informeel gesprek met drie vrouwen stelde één van de vrouwen: “Kijk, mijn moeder zou zeggen: “Je moet me verzorgen, want ik heb je verzorgd.” Maar ik ga dat niet met mijn kinderen doen” (vrouw, 84 jaar, bezoekt dagbesteding, Surinaamse achtergrond).

Denkraam: overwegend, mits

Ten tweede is er een denkraam waarin het verpleeghuis alleen wordt overwogen als er aan bepaalde religieuze en culturele wensen kan worden tegemoetgekomen. Dan gaat het bijvoorbeeld over het kunnen communiceren met anderen, ook als de deelnemers bijvoorbeeld zouden overschakelen op hun moedertaal: “Dat is iets waar ik mij druk over maak. Ja, dat wanneer ik een beetje dement ben, zeg ik wil dit eten of ik wil dat eten, maar dan in het Surinaams, dat ze het begrijpen” (vrouw, 66 jaar, ontvangt thuiszorg, Surinaamse achtergrond). Ook willen ze zeker weten dat er aan hun religieuze wensen tegemoetgekomen wordt zoals halal of koosjer eten: Dus dan horen er afspraken gemaakt te worden. Ook al hebben mensen hier goede bedoelingen. Iemand die niet moslim is, weet niet hoe een moslim eet” (man, 61 jaar, moeder in verpleeghuis, Pakistaanse achtergrond).

Deze culturele en religieuze wensen betekenen niet dat de voorkeur enkel uitgaat naar verpleeghuiszorg voor ouderen met hetzelfde herkomstland of dezelfde religieuze overtuiging. Terwijl sommigen een voorkeur uitspreken voor mensen met dezelfde herkomst, bijvoorbeeld om “samen met de Surinaamse dames Bollywoodfilms te kunnen bespreken” (man, 63 jaar, Surinaamse achtergrond over zijn moeder), wensen anderen vooral ruimte voor de beleving van religie en maakt het hen niet uit hoe de samenstelling van de bewoners er dan uitziet: “Cultuur hoeft niet per se, maar geloof zou ik wel op prijs stellen. Geloof is waar je eigenlijk je plezier en een rustig gevoel krijgt. Dat ik een klein …[stilte], een moskee of ruimte heb waar ik [kan] bidden. Dat betekent niet dat ik alleen maar met moslims wil [zijn]. Nee, juist wil ik diversiteit hebben, ook met de niet-gelovigen, met de Joodse, met Christenen” (man, 47 jaar, niet betrokken bij zorg, Marokkaanse achtergrond). Ook zijn er die expliciet stellen dat ze liever niet in een setting specifiek voor een bepaalde cultuur of herkomst willen wonen maar eerder kiezen voor “multi-culti” (vrouw, 43 jaar, verzorgende, Marokkaanse achtergrond).

Bij een deel van de geïnterviewden is er een gebrek aan vertrouwen dat aan hun culturele en religieuze wensen wordt voldaan. Daarnaast heeft een groot deel van de geïnterviewden een negatief beeld over het verpleeghuis, omdat ze het gevoel hebben dat er weinig ruimte is voor persoonlijke aandacht. De twijfel of er voldaan wordt aan deze diverse wensen en behoeftes zorgt er echter niet voor dat verpleeghuiszorg helemaal geen optie meer voor hen is; ze spreken hier namelijk over in termen als ‘voorkeur hebben voor’ of ‘op prijs stellen dat’.

Denkraam: nooit, tenzij

Een derde denkraam wijst verpleeghuiszorg eigenlijk af. Geïnterviewden die dit naar voren brengen merken op dat ze zich in een verpleeghuis niet thuis zouden kunnen voelen. Daarnaast hebben zij weinig vertrouwen in de openheid voor religie en cultuur en in het voldoen aan specifieke voorzieningen, rituelen en in de mogelijkheid ziekte en sterven in overeenstemming met de geloofsovertuigingen te beleven. Zo geeft een geïnterviewde aan verpleeghuiszorg te mijden uit angst voor onbegrip voor de religieuze wens om helder voor Allah te verschijnen en daarom geen gebruik te willen maken van morfine in de palliatieve fase.

Binnen dit denkraam vormen specifieke voorwaarden een ‘must’ om verpleeghuiszorg überhaupt in overweging te nemen. Deze geïnterviewden neigen alleen naar cultuurspecifieke zorgverlening als het niet anders kan. Hiermee wordt zorgverlening bedoeld die uitgaat van de culturele en herkomstachtergrond van een persoon, leefsituatie en taal. In de praktijk vertaalt dit zich naar specifieke settings bedoeld voor specifieke groepen met hetzelfde herkomstland of dezelfde religie: “Nu beter thuisblijven, daar ziek worden, dan dat ik daarnaartoe ga. Kijk, als [er] later echt een islamitisch verzorgingstehuis is en niet enkel als naam islamitisch is, dan ben ik bereid om daarnaartoe te gaan” (vrouw, 57 jaar, Marokkaanse achtergrond).

Sommigen stellen dat ze liever thuis sterven dan in een verpleeghuis te wonen. Wanneer zij toch zorg nodig hebben, doen ze liever een beroep op een mix aan formele thuiszorg en informele zorg of alleen informele zorg, al dan niet betaald: “Ik heb één dochter en ze zegt ook: “ik zal ervoor zorgen dat mijn ouders daar niet terecht komen.” Maar dat er dus thuishulp komt, kleding brengen naar de wasserette. Wij hebben daar geld voor apart gezet” (vrouw, 61 jaar, Surinaamse achtergrond). Een aantal naasten vindt ook dat je, wanneer mogelijk, voor je ouders zou moeten zorgen “want ik zie hoe het er in het verpleeghuis aan toe gaat en niemand zou in die omstandigheden willen zitten” (man, 63 jaar, moeder in verpleeghuis, Turkse achtergrond). Wat hierbij een rol speelt is het beeld van het verpleeghuis als een gesloten instelling: “waar ouderen weinig liefde en aandacht krijgen” (vrouw, 24 jaar, geen zorgervaring, Indische achtergrond).Sommigen stellen dat de wil om verzorgd te worden door naasten voortkomt uit het gebrek aan thuisgevoel. Zo geeft een geïnterviewde aan dat ze tijdens haar verblijf in het ziekenhuis nauwelijks at en dat het huisgemaakte eten bereid en gebracht door de eigen kinderen meer een gevoel van thuis gaf. Wat betreft verpleeghuiszorg geeft deze geïnterviewde aan zich niet thuis te kunnen voelen: Alsnog lijkt het mij helemaal niets. Al zou ik zelfstandig wonen en enkel water en brood eten” (vrouw, 73 jaar, bezoekt dagbesteding, Marokkaanse achtergrond).

Zowel binnen het tweede als derde denkraam komen een gebrek aan vertrouwen in het voldoen aan wensen en behoeften en een negatief beeld over het verpleeghuis naar voren. Terwijl binnen het tweede denkraam de behoefte aan een inclusieve setting er niet toe leidt dat het verpleeghuiszorg geen optie is, geldt dat wel voor het derde denkraam. Geïnterviewden binnen het derde denkraam overwegen dit vooralsnog niet of slechts in een cultuurspecifieke setting met mensen met hetzelfde herkomstland en/of met dezelfde religie.

Een cultuursensitieve benaderingswijze

Dit onderzoek toont de diversiteit aan wensen en behoeften en de invulling daarvan onder (toekomstige) niet in Europa geboren ouderen. Het bevestigt ook de eerdere bevinding van Burger (2008) dat, zoals naar voren wordt gebracht door de meeste geïnterviewden, de culturele en religieuze achtergrond vormgeeft aan een zorgvraag waarin rekening gehouden moet worden met specifieke wensen en behoeftes betreffende zorg. Qua benaderingswijze wordt door meerdere geïnterviewden vooral beschreven dat het een inclusieve setting moet zijn die ruimte laat voor taal en religie. Dan gaat het niet voor iedereen om daadwerkelijke taalcompetentie, maar vooral om een open en proactieve houding1: “als ze een woord zeggen dan probeer ik ook erachter te komen wat ze bedoelen. Je hoeft niet voor mij een hele zin te maken. Wij communiceren op andere manieren ook. Die moeite neem ik ook.” (man, 57 jaar, activiteitenbegeleider, Nederlands-Antilliaanse achtergrond). Het bieden van dit soort zorg vraagt om oog en ruimte te hebben voor verschillen door een cultuursensitieve werkwijze; door een open houding, open vragen (durven) stellen en afstemming van verwachtingen. Zo worden verschillende invullingen van cultuur en religie bespreekbaar, immers ook binnen culturen en religies zijn er grote verschillen in gebruiken, beleving, normen en waarden. Tegelijkertijd wordt er ruimte gemaakt om daar waar mogelijk in zorg en welzijn aan diverse culturele en religieuze wensen tegemoet te komen.

Diversiteit in wensen vraagt om cultuursensitieve werkwijze

Ons onderzoek ondersteunt de gedachte dat de toenemende zorgvraag van buiten Europa geboren ouderen vraagt om een goede zorgverlening met persoonlijke aandacht en oog voor de grote diversiteit aan invullingen, wensen en behoeften. De drie denkramen in dit artikel bieden handvatten om tegemoet te komen aan die zorgwensen en -behoeften. Dit vereist een cultuursensitieve werkwijze. Geïnterviewden benadrukken dat er ruimte en aandacht moet zijn voor hun gebruiken, geloofsovertuigingen en voor mogelijke taalproblemen. Binnen het derde denkraam blijft echter dat ze, in ieder geval voor nu en alleen als het echt niet anders kan, uitsluitend vertrouwen hebben in een cultuurspecifieke setting met mensen met dezelfde achtergrond (bijvoorbeeld religie of herkomstland) die daar volledig naar ingericht is.

Alle drie de denkramen kunnen echter starten vanuit een cultuursensitieve benadering. Cultuursensitief werken betekent ten eerste dat er mogelijkheden worden gecreëerd om tegemoet te komen aan de behoeften en zorgwensen van buiten Europa geboren personen die verpleeghuiszorg overwegen. Ten tweede biedt het de mogelijkheid om zich te verdiepen in en kennis te vergaren over andere achtergronden, waardoor ruimte wordt gecreëerd voor cultuurspecifieke elementen. Tot slot kan een cultuursensitieve werkwijze de basis leggen voor het bespreken van wensen en mogelijkheden om in alle openheid de opties voor formele zorg bespreekbaar te maken.

Dankbetuiging

We danken de deelnemers en medewerkers voor hun medewerking aan dit onderzoek. In dit onderzoek hebben Zilfi Sert en Soukaina Talie meegeholpen bij de interviews. Bij het project waren onder meer de projectgroep en andere collega’s vanuit de organisaties betrokken; Trudy Roek, Mara van Limbeek, Inge Borghuis (Amstelring), Muriel Sumter, Fatina Moukaddim, Anne-Marie Jansen, Raoul van Wezel (Amsta), Fenne Verhoeven (Cordaan), Raymond Hamar de la Brethonière (gemeente Amsterdam).

Referenties

  1. Zie bijvoorbeeld als hulpmiddel, voortkomend uit dit project, de herziene versie van het vertaalboekje ‘Elkaar begrijpen helpt’ https://www.leydenacademy.nl/wp-content/uploads/2022/09/Elkaar-begrijpen-helpt-Turks.pdf. Dit is samen met medewerkers, bewoners en naasten gemaakt. Zij kunnen aan de hand hiervan via pictogrammen en vertalingen communiceren over de basis van zorg en welzijn.

Literatuurlijst

  1. Boer, de, A., Klerk, de, M., Verbeek-Oudijk, D. & Plaisier, I. (2020). Blijvende bron van zorg; ontwikkelingen in het geven van informele hulp 2014-2019. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau. https://www.scp.nl/publicaties/publicaties/2020/12/09/blijvende-bron-van-zorg
  2. Burger, I. (2008). Zijn de care-voorzieningen klaar voor de groeiende groep Turkse en Marokkaanse ouderen in Den Haag? Epidemiologisch bulletin, 23(2/3), 13-29. https://www.ggdhaaglanden.nl/wp-content/uploads/2021/11/Epidemiologisch-Bulletin-2008-nummer-2-3.pdf
  3. Conkova, N. & Lindenberg, J. (2018). Gezondheid en welbevinden van oudere migranten in Nederland: Een narratieve literatuurstudie. Tijdschrift voor Gerontologie en Geriatrie, 49(6), 223-231. https://doi.org/10.1007/s12439-018-0268-2
  4. Conkova, N., Sert, Z. & Lindenberg, J. (2021). Zorgvraag onder (toekomstige) ouderen met een migratieachtergrond. Een Amsterdamse toekomstverkenning. Sigra Bestuurlijk Overleg VVT. Leyden Academy on Vitality and Ageing, Stichting Amstelring, Stichting Amsta, Stichting Cordaan. https://www.leydenacademy.nl/wp-content/uploads/2022/04/RAK-rapport-2022.pdf
  5. Regt, de, S., Fokkema, T., & Das, M. (2022). Migrantenouderen in Nederland: Een beschrijvende analyse van de leefsituatie van ouderen uit de 20 grootste herkomstgroepen. Statistische Trends. https://www.cbs.nl/nl-nl/longread/statistische-trends/2022/migrantenouderen-in-nederland