Lees verder
Klimaatverandering is een thema dat hoog op de politieke en maatschappelijke agenda staat. Het slagen van nationaal en internationaal klimaatbeleid hangt mede af van een breed draagvlak onder de bevolking en van betrokkenheid en participatie van de burgers. Om een goed inzicht daarin te verkrijgen is het van belang om kennis te verwerven over wat er onder burgers leeft, met aandacht voor verschillen tussen ouderen en jongeren en tussen diverse andere bevolkingsgroepen.

Nederlanders zien klimaatverandering vaak als een groot probleem

Uit het CBS-onderzoek Belevingen dat in 2020 volledig was gewijd aan het thema klimaat blijkt dat meer dan negen op de tien Nederlanders van 18 jaar of ouder denken dat het klimaat aan het veranderen is (Kloosterman e.a., 2021). In dit onderzoek zijn ruim 3,6 duizend inwoners van Nederland van 18 jaar of ouder gevraagd wat ze denken en doen in relatie tot klimaatverandering en energietransitie. De meesten zien klimaatverandering als een groot probleem, voor nu (62%) en meer nog voor de toekomst (76%) (figuur 1). Passend bij dit grote probleembesef maken veel mensen zich zorgen over de gevolgen van de klimaatverandering voor toekomstige generaties.

De 75-plussers denken iets minder vaak dan jongere leeftijdsgroepen dat het klimaat aan het veranderen is en bestempelen de klimaatverandering ook minder vaak als een groot probleem, niet alleen op dit moment maar ook in de toekomst. De groep tussen jong en oud, de 25- tot 65-jarigen, en vooral 65- tot 75-jarigen zijn het vaakst bezorgd over de gevolgen van de klimaatverandering voor toekomstige generaties.

Nederlander hecht groot belang aan klimaatbeleid

Ruim acht op de tien Nederlanders van 18 jaar of ouder vinden het (heel) belangrijk dat de overheid zich richt op klimaatbeleid. Hierin bestaan geen significante verschillen naar leeftijd (figuur 2). Ongeveer vier op de tien vinden dat het klimaatbeleid van de overheid niet ver genoeg gaat; een kwart vindt van wel. Het aandeel Nederlanders dat voor een intensiever klimaatbeleid is, is dus groter dan het deel dat het zo wel voldoende vindt. De meeste mensen vinden de aandacht voor klimaatverandering niet overdreven. Ruim een op de vijf daarentegen vindt de aandacht voor het klimaat wel overdreven. Dit zijn relatief vaak 75-plussers en 65- tot 75-jarigen. Een vergelijkbaar deel denkt dat de invloed van Nederland op de klimaatverandering zo beperkt is, dat het niet uitmaakt wat we doen of laten. Jongeren zijn het hier vaker mee oneens dan ouderen.

Vooral ouderen denken dat klimaatbeleid burgers op kosten zal jagen

Twee derde van de bevolking van 18 jaar en ouder denkt dat het klimaatbeleid van de overheid burgers veel geld zal kosten. Vooral 65- tot 75-jarigen en 75-plussers verwachten dit (figuur 3). De helft van alle Nederlanders maakt zich hier ook zorgen over. Bij de 65- tot 75-jarigen is dit percentage met 64% het hoogst.

Ook verschillen in klimaatopvattingen tussen andere bevolkingsgroepen

Klimaatopvattingen verschillen niet alleen naar leeftijd, maar ook naar andere bevolkingskenmerken. Hoogopgeleiden denken vaker dat het klimaat aan het veranderen is dan laagopgeleiden. Zij zien de klimaatverandering ook vaker als een groot probleem, op dit moment maar ook in de toekomst (figuur 4), en maken zich vaker zorgen over de gevolgen ervan voor toekomstige generaties. Vrouwen zien de klimaatverandering vaker als een groot probleem dan mannen, en stedelingen vaker dan plattelandsbewoners. In lijn hiermee hechten hoogopgeleiden, vrouwen en stedelingen meer belang aan (verdergaand) klimaatbeleid van de overheid. Laagopgeleiden, mannen en plattelandsbewoners vinden de aandacht voor klimaatverandering naar verhouding vaak overdreven, en zijn sceptisch over de invloed van Nederland op de klimaatverandering. Daarnaast verwachten ze vaker dat klimaatbeleid burgers veel geld gaat kosten en maakt een groter deel zich daar zorgen om.

Eigen bijdrage aan klimaatverandering

Een brede en actieve betrokkenheid van burgers is van belang voor het behalen van de klimaatdoelen. Maar hoe denken Nederlandse burgers hier zelf over? Hebben zij het gevoel dat ze echt bijdragen aan (het tegengaan van) klimaatverandering? Weten zij wat ze zelf kunnen doen en in hoeverre vinden ze dat ze zelf klimaatbewuster zouden moeten leven? En in hoeverre denken ouderen hier anders over dan jongere leeftijdsgroepen?

75-plussers weten minder vaak wat ze zelf tegen klimaatverandering kunnen doen

Zestien procent van de personen van 18 jaar of ouder denkt dat de eigen invloed op de klimaatverandering zo beperkt is, dat het niet uitmaakt wat zij doen of laten (figuur 5). Van de 75-plussers is 23% deze mening toegedaan. 75-plussers weten ook minder vaak wat ze zelf kunnen doen om klimaatverandering tegen te gaan. Van de jongere leeftijdsgroepen zegt 65 tot 71% dit te weten, tegen 54% van de 75-plussers. Ook zegt de oudste groep minder vaak dat ze zelf klimaatbewuster zouden moeten leven.

Hoe duurzaam gedragen we ons?

Maar hoe duurzaam gedragen Nederlandse burgers zich, bewust of onbewust, in het dagelijks leven? En in hoeverre bestaan hierin verschillen tussen leeftijds- en andere bevolkingsgroepen? Dit is voor enkele milieuvriendelijke én milieuonvriendelijke gedragingen onderzocht.

Vrijwel iedereen geeft aan altijd of vaak het licht uit te doen in kamers waar niemand is (figuur 6). En 69% van de 18-plussers zegt bij kou altijd of vaak voor een warme trui of deken te kiezen in plaats van de verwarming hoger te zetten. De helft douchet altijd of vaak korter dan vijf minuten. Het dragen van tweedehands kleding is nog weinig populair. Als het gaat om milieuonvriendelijke gedragingen, zoals de auto nemen voor korte ritjes en de was drogen met een wasdroger, zeggen respectievelijk 27 en 34% dit nooit te doen.

Naast deze alledaagse gedragingen gaf 28% van de eigenaar-bewoners van eengezinskoopwoningen in 2020 aan zonnepanelen op het dak te hebben. Bijna de helft (46%) zei in de afgelopen twaalf maanden met het vliegtuig te hebben gereisd. En 5% van de 18-plussers gaf aan geen vlees te eten.

Duurzaam denken is niet altijd duurzaam doen

Mensen die klimaatverandering op dit moment een groot probleem vinden en zich veel zorgen maken over de gevolgen van klimaatverandering voor toekomstige generaties, gedragen zich op een aantal terreinen duurzamer dan degenen die zich minder of niet om het klimaat bekommeren. Zo pakken degenen die klimaatbewust zijn bij kou vaker een warme trui of deken, doen ze vaker het licht uit, douchen ze korter en zijn ze vaker gestopt met het eten van vlees in vergelijking met minder klimaatbewuste personen. Maar er zijn ook terreinen waar mensen die klimaatbewust zijn zich niet duurzamer gedragen dan mensen die minder klimaatbewust zijn. Zo verschilt het percentage dat vaak de wasdroger gebruikt of de auto voor korte afstanden neemt niet significant tussen beide groepen, en de klimaatbewusten reizen zelfs vaker met het vliegtuig en hebben minder vaak zonnepanelen dan mensen die minder klimaatbewust zijn.

Bij jongeren gat tussen duurzaam denken en doen

Het gedrag van jongeren tussen de 18 en 25 jaar komt niet altijd overeen met hun relatief sterke klimaatbewustzijn. Een praktisch, alledaags voorbeeld hiervan is de tijd die ze onder de douche staan: driekwart van de jongeren douchet meestal langer dan vijf minuten. Ter vergelijking: van de 65- tot 75-jarigen doet 25% dat en van de 75-plussers 34% (figuur 7). Ook zeggen jongeren minder vaak dat ze altijd het licht uitdoen in kamers waar niemand is. Tevens vliegen jongeren meer: het percentage dat in de afgelopen twaalf maanden met het vliegtuig heeft gereisd is 64% onder de 18- tot 25-jarigen, en neemt af tot 15% onder de 75-plussers. Wel pakken jongeren bij kou vaker een warme trui of warme deken in plaats van de verwarming hoger te zetten dan ouderen. En ook zeggen ze vaker dan ouderen geen vlees te eten.

Ouderen negatiever over transitie van aardgas naar duurzame energiebronnen

Een belangrijk onderdeel van het overheidsbeleid tegen klimaatverandering is het tot stand brengen van een (meer) duurzame energievoorziening. In 2050 zou de energievoorziening in Nederland (bijna) helemaal duurzaam en CO2-neutraal moeten zijn. In 2020 vond ruim de helft van de bevolking het (heel) positief dat de overheid volledig wil gaan stoppen met het gebruik van aardgas in Nederland door over te stappen op duurzame energiebronnen. Dat aardgas bijdraagt aan de CO2-uitstoot is hiervoor de meest genoemde reden in de enquête. Dit wordt als ongewenst gezien met het oog op klimaatverandering. Met ongeveer 40% zijn de 65-plussers minder vaak positief over deze transitie van aardgas naar duurzame energie dan de jongere leeftijdsgroepen (ongeveer 60%; figuur 8). Bijna een vijfde van de 18-plus bevolking vindt het juist helemaal geen goede ontwikkeling dat wordt gestopt met het gebruik van aardgas. Vooral 65- tot 75-jarigen vinden dit met 30% een slechte zaak. Het meest genoemde argument voor het handhaven van aardgas in de enquête is dat het een relatief schone fossiele brandstof is die naar verhouding weinig CO2-uitstoot oplevert, en “we kunnen niet zomaar zonder”. Behalve ouderen zijn ook laagopgeleiden, mannen en plattelandsbewoners gemiddeld minder positief over de energietransitie.

75-plussers minst positief over bouw nieuwe windmolens in Nederland

Windenergie is een bron van duurzame energie. Een ruime meerderheid van 71% is in het algemeen voor de bouw van nieuwe windmolens in Nederland; 14% is tegen. Belangrijkste argument van de tegenstanders is de horizonvervuiling. Het percentage voorstanders neemt af met leeftijd (figuur 8). Zo is 78% van de 18- tot 25-jarigen hierover positief, tegen 51% van de 75-plussers.

75-plussers ook het minst positief over windmolens in eigen woonomgeving 

Van alle 18-plussers is 21% voorstander van windmolens in de eigen woonomgeving, 31% is tegenstander en 43% zegt dat het ervan afhangt. Ook hier denken 75-plussers het minst positief over. Van hen is 8% voorstander (figuur 8), 44% tegenstander en zegt 37% dat het ervan afhangt. De tegenstanders en ook de mensen die zeggen dat het ervan afhangt zien liever geen windmolens in hun directe woonomgeving en wijzen op geschiktere plekken zoals weilanden, stroken langs snelwegen of langs dijken of in zee.

Samenvattend, het klimaatbewustzijn is bij ouderen minder groot dan bij jongeren. Ze zien de klimaatverandering minder vaak als een groot probleem, zowel nu als in de toekomst. Hoewel ze het wel belangrijk vinden dat de overheid zich met klimaatbeleid bezighoudt, vinden ze de aandacht voor de klimaatverandering vaker overdreven, zijn vaker sceptisch over de invloed die Nederland kan uitoefenen op klimaatverandering, en weten ze minder goed wat ze zelf kunnen doen. Ook over de transitie van aardgas naar duurzame energiebronnen en over windmolens zijn ouderen minder positief. Bij jongeren valt op dat hun gedrag niet altijd overeenkomt met hun relatief sterke klimaatbewustzijn.

Ontwikkelingen in opvattingen en gedrag

De data waarop dit artikel gebaseerd is zijn verzameld in 2020. Globale ontwikkelingen die nadien hebben plaatsgevonden kunnen bij burgers tot andere opvattingen en ander gedrag met betrekking tot klimaatverandering en energietransitie hebben geleid. Denk bijvoorbeeld aan recente alarmerende rapporten over de wereldwijde klimaatverandering (IPCC, 2022; KNMI, 2021) en de gevolgen van de Oekraïne-oorlog voor de energieverzorging van Europa en Nederland. In 2023 zal het onderzoek daarom worden herhaald waardoor eventuele veranderingen in opvattingen en gedrag op dit gebied in beeld kunnen worden gebracht.

Referenties

  1. Voor dit onderzoek is een steekproef van personen van 18 jaar of ouder getrokken uit de Basisregistratie Personen (BRP).

Literatuurlijst

  1. IPCC (2022). Climate Change 2022: Impacts, Adaption and Vulnerability. Contribution of Working Group II to the Sixth Assessment Report of the Intergovernmental Panel on Climate. Cambridge: Cambridge University Press.
  2. Kloosterman, R., Akkermans, M., Reep, C., Wingen, M., Molnár-In ’t Veld, H., & Van Beuningen, J. (2021). Klimaatverandering en energietransitie: opvattingen en gedrag van Nederlanders in 2020. Den Haag/ Heerlen/ Bonaire: Centraal Bureau voor de Statistiek. Klimaatverandering en energietransitie (cbs.nl)
  3. KNMI (2021). KNMI Klimaatsignaal ’21. De Bilt: Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut.