Belang van betekenisvolle interacties
Wanneer mensen met dementie in een verpleeghuis wonen, wordt vaak onvoldoende tegemoetgekomen aan hun behoefte aan sociale interactie en stimulerende dagactiviteiten. Zorgverleners geven weliswaar aan dat ze graag meer betekenisvolle interacties met de bewoners van het verpleeghuis zouden willen hebben, maar ze zijn vaak overbelast met zorgtaken en kampen met problemen zoals personeelstekort. Voor mantelzorgers is de opname van hun familielid in het verpleeghuis een grote verandering die zij emotioneel zullen moeten verwerken. Hoewel zij de persoon met dementie het beste kennen, wordt verwacht dat zij het grootste deel van de zorg aan de professionele zorgverleners overlaten. Manieren om persoonlijke kennis over de interesses van hun familieleden over te dragen aan zorgverleners kunnen hen helpen deze verandering te accepteren en ervoor zorgen dat zij en hun naasten met dementie zich meer erkend en gekend voelen in het verpleeghuis.
Het potentieel van kunstactiviteiten in verpleeghuizen
Om bewoners bij hun omgeving te betrekken worden onder meer kunstactiviteiten en museumbezoeken georganiseerd. Dit is niet altijd even gemakkelijk en vergt tijd en middelen om te plannen. Bovendien zijn het doorgaans de activiteitenbegeleiders (indien aanwezig), en niet de zorgverleners, die deze activiteiten met de bewoners uitvoeren. Daardoor hebben zorgverleners niet veel gelegenheid om de bewoners voor wie zij zorgen op een persoonlijker niveau te leren kennen. Het is gebleken dat het bekijken van en deelnemen aan kunstactiviteiten niet alleen gunstig is voor mensen met dementie, maar ook voor de mensen die voor hen zorgen (Humphrey e.a., 2019; MacPherson e.a., 2009). Het is dus waardevol om een manier te vinden om de voordelen van kunst op een praktische en eenvoudige manier in het verpleeghuis te introduceren.
De digitale fotoactiviteit als oplossing
Om die reden besloten we om in het promotieonderzoek van Josephine Tan een artistieke, digitale ‘fotoactiviteit interventie’ te ontwikkelen, en de effecten daarvan op de stemming, de sociale interactie en de levenskwaliteit van mensen met dementie te evalueren, evenals de toepassing ervan in verpleeghuizen (Tan, 2025). De digitale fotoactiviteit maakt gebruik van een interactieve web- app op een tablet met artistieke, generieke zwart-witfoto’s over een verscheidenheid aan onderwerpen, zoals mensen, plaatsen, natuur, dieren, voorwerpen en ervaringen. De interventie is gebaseerd op een pilot met papieren foto’s, verzameld door beeldend kunstenaar Laurence Aëgerter in het kader van haar werk, genaamd de Photographic Treatment (Aëgerter, 2017).
Veelbelovende resultaten van een gerandomiseerde pilotstudie
In een gerandomiseerde pilotstudie (Theijsmeijer e.a., 2018) van de fotoactiviteit bekeken mensen met dementie (met matige tot ernstige cognitieve stoornissen), wonend in verpleeghuizen, samen met een zorgverlener artistieke, generieke, zwart-wit afgedrukte foto’s en voerden daar gesprekjes over. Met generieke foto’s worden hier foto’s bedoeld die niet van de persoon zelf zijn, dus geen familie- of persoonlijke foto’s. In het verleden is namelijk gebleken dat generieke foto’s boeiender zijn voor mensen met dementie dan familie- of persoonlijke foto’s, die vaak niet meer te herkennen zijn voor mensen met vergevorderde geheugenproblemen (Astell e.a., 2010). In de pilotstudie van de fotoactiviteit werd bovendien een tendens waargenomen: mensen met dementie (n=20) die foto’s te zien kregen die ook hun persoonlijke interesses weerspiegelden (persoonsgericht), vertoonden meer sociale interactie, een betere stemming en spraak en minder negatief gedrag dan mensen met dementie die foto’s bekeken die hun persoonlijke interesses niet weerspiegelden (niet-persoonsgericht; Theijsmeijer e.a., 2018).
De ontwikkeling van de Fotoscope app
Deze eerste aanwijzingen van positieve impact van deze eenvoudige, artistieke fotoactiviteit motiveerden ons om de effecten ervan verder te onderzoeken bij een grotere groep mensen met dementie en hun zorgverleners in verpleeghuizen. Tot op heden zijn er in de literatuur maar weinig studies beschreven die interventies met generieke foto’s om de sociale interactie, de stemming en de kwaliteit van leven van mensen met dementie te verbeteren hebben onderzocht (Tan e.a., 2023). Om het gebruik en de toegankelijkheid van de fotoactiviteit te bevorderen, ontwikkelden we de Fotoscope app (Zie fotoscope.nl; Figuur 1). De Fotoscope-app is momenteel voor het publiek nog beschikbaar en gratis tot september 2026, met inloggegevens die bij de onderzoekers kunnen worden aangevraagd via email. Gezocht wordt naar een of meer zorgorganisaties die de app willen adopteren.
De app heeft vijf hoofdpagina’s die te bereiken zijn via de navigatiebalk onderaan: Thema’s, Profiel, Favorieten, Gebruikershandleiding en Informatie. De pagina’s Thema’s en Profiel worden het meest gebruikt (Tan e.a., 2025a). Op de pagina ‘Thema’s’ zijn artistieke foto’s ingedeeld in hoofdthema’s (mensen, plaatsen, natuur, dieren, voorwerpen, activiteiten en ervaringen) om het gemakkelijk te maken een interessante foto te vinden. De pagina ‘Profiel’ bevat twee subonderdelen. Het eerste bestaat uit een reeks vragen die de zorgverlener aan de mantelzorger kan stellen om de persoonlijke interesses van de persoon met dementie te achterhalen. Het tweede onderdeel bevat een hulpmiddel voor het selecteren van foto’s waarmee zorgverleners een verzameling foto’s kunnen samenstellen die de interesses van de persoon met dementie weerspiegelen.
De Fotoscope app is ontworpen om gesprekken op gang te brengen en wordt daarom door twee personen gebruikt (in dit geval de zorgverlener en de persoon met dementie). De zorgverlener bedient de app en bekijkt de voorgeselecteerde foto’s samen met de persoon met dementie in de modus ‘volledig scherm’. Om het gesprek op gang te brengen, wordt zorgverleners aangeraden de persoon met dementie een drankje aan te bieden en samen de foto’s te bekijken (“Ik heb hier een paar mooie foto’s bij me; zullen we een lekker kopje theedrinken en er samen even naar kijken?”). Bij het bekijken van foto’s worden zorgverleners aangemoedigd om te beginnen met de vraag “Wat zie je?” en de persoon met dementie het gesprek te laten leiden. Foto’s kunnen één tot twee minuten worden bekeken voordat wordt overgegaan naar de volgende foto (Tan e.a., 2022).

Heeft de invoering van de digitale fotoactiviteit in het verpleeghuis voordelen opgeleverd?
Vanwege de positieve ervaringen tijdens de gebruikerstests hebben we vervolgens een verkennende gerandomiseerde gecontroleerde trial (RCT) uitgevoerd. Op 20 verpleeghuisafdelingen in Nederland namen 81 duo’s van bewoners en mantelzorgers en 51 zorgverleners hieraan deel (Tan e.a., 2025b). In het onderzoek werden de effecten van de digitale fotoactiviteit vergeleken met die van een controleactiviteit, waarbij zorgverleners de persoon met dementie uitnodigden voor een drankje en een algemeen gesprek zonder daarbij foto’s te gebruiken. De zorgverleners in de controleactiviteit kregen de instructie dat ze het gesprek met de persoon met dementie naar eigen inzicht mochten sturen. Beide activiteiten werden uitgevoerd in totaal acht sessies, verspreid over vier weken. De zorgverleners werd gevraagd de activiteiten twee keer per week (aan het begin en aan het einde van de week) met de persoon met dementie uit te voeren, gedurende 20–30 minuten per sessie.
Mensen met dementie in de groep met de digitale fotoactiviteit, met name degenen met een minder ernstige vorm van dementie, vertoonden tijdens de interventie een 3.96 punten betere stemming op de INTERACT stemmingsschaal (Baker & Dowling, 1995; Figuur 2) en na afloop van de interventie 1.51 punten hoger positief affect op de QUALIDEM-subschaal (Ettema e.a., 2007; Figuur 3), vergeleken met de mensen met dementie in de groep die algemene gesprekken hadden gevoerd (Tan e.a., 2025b).


In de groep die de digitale fotoactiviteit had gebruikt gaven meer zorgverleners aan dat ze de persoon met dementie dankzij de interventie “veel beter” (39.1%) of “een beetje beter” (47.8%) hadden leren kennen, dan in de controlegroep (respectievelijk 14.8% en 63%, zo bleek uit de schriftelijke interview-vragenlijst (Figuur 4; Tan e.a., 2025b).

Hoe werd de implementatie van de fotoactiviteit ervaren?
Naast de RCT hebben we ook een procesevaluatie met gemengde methoden (kwalitatief en kwantitatief) uitgevoerd om te achterhalen wat de acceptatie en implementatie van de digitale fotoactiviteit in het verpleeghuis had bevorderd of belemmerd (Tan e.a., 2025c). We namen na afloop van de interventie in totaal 163 interviews af met mensen met dementie (n=58), zorgverleners (n=50) en mantelzorgers (n=55) uit beide groepen: degenen die de Foto-activiteit deden en degenen die een algemeen gesprek voerden. We vonden dat mensen met dementie die de digitale fotoactiviteit hadden gedaan positiever waren over de gesprekken met hun zorgverlener (mediaan= 4.00; “heel leuk”) in vergelijking met degenen die algemene gesprekken zonder foto’s hadden gevoerd (mediaan=3.00, “leuk”).
Uit onze interviews kwam een belangrijk thema naar voren, namelijk dat zorgverleners die de fotoactiviteit met de persoon met dementie hadden gedaan, de persoon voor wie ze zorgden beter en op een dieper niveau hadden leren kennen. Zorgverleners in beide groepen noemden tijd en werkdruk als belemmeringen om de activiteit gedurende vier weken regelmatig met de persoon met dementie uit te voeren.
Mantelzorgers uit beide groepen verschilden na de interventie niet significant in de mate waarin ze zich meer gekend en erkend voelden in hun rol als mantelzorger door het verpleeghuispersoneel (Gemiddelde fotoactiviteitgroep = 8.74; controlegroep = 8.46 op een schaal van 1-10). Op dit punt scoorden beide groepen hoog. Wel gaven mantelzorgers in beide groepen aan dat ze graag meer updates van de zorgverleners hadden gehad over hoe de persoon met dementie op de activiteiten reageerde.
Het implementeren van de digitale fotoactiviteit bleek niet significant meer tijd en moeite te kosten dan het voeren van een algemeen gesprek met de persoon met dementie (Tan e.a., 2025c). Als een eenvoudig te implementeren en plezierige interventie lijkt de fotoactiviteit dan ook een waardevolle aanvulling op het activiteitenaanbod voor mensen met dementie die in het verpleeghuis wonen.
Aan de slag met de fotoactiviteit
Het implementeren van de persoonsgerichte, digitale fotoactiviteit in het verpleeghuis is dus in principe eenvoudig. De Fotoscope werkt het beste op een tablet. Op de pagina ‘gebruikershandleiding’ kunnen zorgverleners een instructievideo van vijf minuten bekijken over hoe de digitale foto-activiteit moet worden uitgevoerd. De functionaliteiten van de app worden daar uitgelegd, zoals het gebruik van de ‘Thema’s’ en ‘Interesse-profiel’ en de tool voor het kiezen en opslaan van foto’s die de persoonlijke interesses van de persoon met dementie weerspiegelen (voor één sessie van de fotoactiviteit worden doorgaans minimaal 15 foto’s geselecteerd). Zorgverleners wordt aangeraden de mantelzorger te betrekken bij het invullen van het interesseprofiel van de persoon met dementie, aangezien mantelzorgers over het algemeen diepgaande kennis hebben van de voorkeuren en interesses van de persoon met dementie.
Het management van het verpleeghuis wordt aangemoedigd om gedurende een maand twee keer per week 20-30 minuten uit te trekken voor zorgverleners om de digitale fotoactiviteit uit te voeren met de persoon met dementie, met name in de eerste periode na opname, zodat zij de persoon met dementie kunnen leren kennen en een band met de familie kunnen opbouwen. Bij de uitvoering van de fotoactiviteit is het belangrijk dat het management de interventie integreert in de normale zorgactiviteiten, zodat de professionele zorgverleners de foto-activiteit zien als onderdeel van hun dagelijkse taken en niet als een extra last. Zorgverleners of mantelzorgers die de foto’s samen met de persoon met dementie bekijken, krijgen de instructie om de persoon met dementie vrijuit te laten praten over wat hij of zij op elke foto ziet. Het doel van de fotoactiviteit is om een plezierig gesprek te voeren dat aansluit bij de interesses van de persoon met dementie, waarbij de druk wegvalt om feiten of persoonlijke herinneringen te moeten onthouden. Op deze manier kunnen zowel de persoon met dementie als de zorgverlener een veilige en open ruimte hebben om samen hun gedachten en gevoelens over de foto’s te delen en momenten van sociale verbondenheid te ervaren.
Betekenis van het onderzoek
Wij zijn van mening dat de digitale fotoactiviteit bijdraagt aan de verbetering van de sociale gezondheid van mensen met dementie die in verpleeghuizen wonen. De activiteit is eenvoudig uit te voeren en bevordert zinvol sociaal contact tussen de persoon met dementie en zijn of haar verzorgers. Door samen artistieke foto’s te bekijken die aansluiten bij de persoonlijke interesses van de persoon met dementie, kunnen zorgverleners de persoon voor wie zij zorgen op een dieper niveau leren kennen. De fotoactiviteit kan ook de band tussen zorgverleners en mantelzorgers stimuleren, wat vooral in de eerste maanden na de opname van de persoon met dementie in het verpleeghuis van groot belang kan zijn. Betere relaties tussen alle drie de partijen – de persoon met dementie, de mantelzorger en de zorgverlener – kunnen de algehele kwaliteit van de zorg voor de persoon met dementie verbeteren.
Het onderzoek dat in dit artikel wordt gepresenteerd, is uitgevoerd in het kader van het EU-actieprogramma, Marie Sklodowska-Curie Innovative Training Network (ITN) (DISTINCT; 2020-MSCA-ITN 2018, onder subsidieovereenkomstnummer 813196), en medegefinancierd door de RCOAK Stichting, Stichting Hofje Codde & Van Beresteyn, Stichting ter ondersteuning van VCVGZ, het VU medisch centrum en Inholland Hogeschool.