1065 Weergaven
79 Downloads
Lees verder
Lies Van Assche & Luc Van De Ven (2022). Handboek Klinische Ouderenpsychologie. Antwerpen/’s-Hertogenbosch: Gompel&Svacina (357 pagina’s, €54, ISBN: 9789463713771).

Binnen het domein van de klinische ouderenpsychologie in Vlaanderen (België) worden beide auteurs, Dr. Lies Van Assche en Luc Van de Ven, als twee belangrijke sleutelfiguren beschouwd. Ze zijn dan ook de aangewezen personen om het handboek klinische ouderenpsychologie uit te brengen en op die manier een belangrijk hiaat in het desbetreffende werk- en studieveld op te vullen.

Algemeen

Het aandeel oudere volwassenen neemt in onze samenleving toe. De dubbele vergrijzing is een feit. Kennis over en kunde in het benaderen van deze heterogene doelgroep is bijgevolg geen overbodige luxe in onze maatschappij in het algemeen en binnen het vakgebied van de klinische psychologie in het bijzonder. Steeds meer klinisch psychologen komen immers in hun werk in contact met oudere volwassenen. Ook veel studenten kiezen aan het begin van hun loopbaan om binnen de ouderenpsychologie aan de slag te gaan. Weliswaar wordt er binnen de opleiding tot klinisch psycholoog slechts beknopt aandacht geschonken aan dit specifieke vakdomein en ontbreekt er een afstudeerprofiel ‘klinische ouderenpsychologie’. De nood aan verdere verdieping en verrijking binnen dit gebied dringt zich op. Dit boek is hierbij welgekomen. Niet alleen klinisch psychologen kunnen hun voordeel halen uit de kennis, concrete adviezen, voorbeelden en mogelijke valkuilen besproken in dit boek; ook andere professionals die met oudere volwassenen werken hebben baat bij de inhoud ervan. Daarenboven is de informatie uit het boek relevant over werkcontexten heen, van professionals binnen de ambulante hulpverlening, een algemeen of psychiatrisch ziekenhuis tot medewerkers in een woonzorgcentrum.

Klinische ouderenpsychologie: een vak apart!

Klinische ouderenpsychologie is omwille van diverse redenen een vak apart. De verschillende motiveringen vormen de structuur van het boek. De volgende aandachtspunten worden dan ook doorheen het boek uitvoerig besproken en toegelicht:

  • De automatisch optredende vooroordelen t.a.v. de doelgroep die er veelal onbewust heersen (cfr. ageisme).
  • De prevalentie en presentatie van (neuro)psychiatrische stoornissen en psychische problemen, die anders kunnen optreden in vergelijking met jongere volwassenen.
  • Het feit dat er meer kans is op verlieservaringen naarmate de leeftijd toeneemt, waardoor er automatisch ook meer aandacht dient te gaan naar rouwbegeleiding in vergelijking met een jongere doelgroep.
  • De therapeutische relatie in het algemeen en overdrachtsrelatie in het bijzonder tussen een oudere persoon en een jongere hulpverlener.
  • Het psychodiagnostisch onderzoek, vanaf het te gebruiken testmateriaal, de testafname zelf tot de interpretatie van de resultaten.
  • Het aanbieden van cognitieve revalidatie die aandacht dient te schenken aan alle levensdomeinen.
  • De specifieke aandachtspunten binnen psychotherapie, met aandacht voor zowel het hier-en-nu, maar ook zaken uit het verleden én de toekomst met het oog op ‘finishing well’, als zijnde de zoektocht naar verzoening.

Opbouw

Het boek telt naast een inleidend hoofdstuk tien afzonderlijke hoofdstukken, waarvan er zeven inzoomen op unieke aandachtspunten in het werken met oudere volwassenen (hoofdstuk I, III, IV, V, VI, VII en VIII). Daarnaast wordt er, niet geheel onverwacht gezien de systeemtherapeutische achtergrond van de auteurs en het belang ervan, ook stilgestaan bij het werken met de context. Zo handelt hoofdstuk II over partnerrelatie en seksualiteit bij oudere volwassenen, wordt er in hoofdstuk VI tevens stilgestaan bij de begeleiding van familie van de oudere persoon met cognitieve problemen en wordt zorg voor de mantelzorger besproken in het voorlaatste hoofdstuk. Daarnaast gaat hoofdstuk IX over specifieke uitdagingen die mogelijk optreden in het werken met oudere volwassenen, met name: ouderenmis(be)handeling, het levenseinde, zelfdoding, preventie, genderidentiteit en geaardheid, ouderen met een andere culturele en religieuze achtergrond en ethische vraagstukken. Tot slot wordt het interdisciplinair samenwerken met collega’s in het laatste hoofdstuk besproken.

Ieder hoofdstuk start met een opsomming van relevante vragen die vervolgens doorheen het hoofdstuk beantwoord worden. Op het einde van ieder hoofdstuk wordt een beknopte samenvatting weergegeven. De manier waarop het boek is opgebouwd, zorgt ervoor dat relevante informatie snel en eenvoudig terug te vinden is. Het leerboek is geen boek dat van voor naar achteren uitgelezen dient te worden. Alle informatie is weliswaar relevant en cruciaal om te beheersen bij het werken met oudere volwassenen, al kan de lezer de volgorde van het doornemen van de hoofdstukken grotendeels zelf bepalen. Een strikte indeling volgens thema is niet eenvoudig om te maken. Overlap tussen onderwerpen is aanwezig. Daar zijn de auteurs zich ook van bewust. Doorheen het boek wordt er naar andere delen in het boek verwezen, die aansluiten op de besproken materie.

Onopzettelijk ageisme-effect?

Aandacht voor realistische beeldvorming over de heterogene doelgroep van ouderen is een noodzakelijk gegeven. De auteurs geven dit in het boek ook aan. Jammergenoeg is in onze samenleving ‘ouderdom’ nog te veel synoniem met afhankelijkheid, onproductiviteit en gehele aftakeling (cfr. deficit-model). Op subtiele manieren trapt ieder van ons onopzettelijk en ongewild in deze ‘deficit-val’. Een voorbeeld hiervan is de manier waarop de heterogene doelgroep wordt benoemd. In het boek wordt het synoniem ‘bejaarden’ gebruikt, voor de aanduiding van de betreffende oudere doelgroep. Dit begrip wordt de dag van vandaag negatief gepercipieerd. Het kiezen voor een meer neutrale term, zoals ‘oudere volwassenen’ of, bij nood aan onderscheid binnen de heterogene groep ’65-plussers of 80-plussers’ was dan ook veiliger geweest.

Tot slot

Dit boek mag niet ontbreken in de boekenverzameling van zij die met oudere volwassenen werken. Meer aandacht voor het psychisch welzijn van oudere volwassenen en hun omgeving aan de hand van niet-farmacologische interventies dient aangemoedigd te worden. Er is op dit vlak immers nog heel wat groeimarge mogelijk. Alles begint bij kennis en vertaalt zich vervolgens in deskundig handelen. Aan de hand van dit boek kan de kennis alvast tot een hoger niveau getild worden. Aan de lezers om dit alles naar de eigen praktijk om te zetten. Veel succes!