45 Weergaven
0 Downloads
Lees verder
Martha Nussbaum & Saul Levmore (2017). Aging thoughtfully. Conversations about retirement, romance, wrinkles and regret. New York: Oxford University Press. ISBN: 978-0-19-060023-5. 264 blz., €21,99.

external-content.duckduckgo.comHet komt maar zelden voor dat een toonaangevende filosoof zich buigt over het thema ouder worden. Des te verheugender dat de leading lady van de Amerikaanse filosofie, Martha Nussbaum, onlangs samen met de vooraanstaande jurist en econoom Saul Levmore de bundel Aging thoughtfully. Conversations about retirement, romance, wrinkles and regret publiceerde. Ouder worden verschijnt vaak pas binnen de interesse-horizon van denkers op het moment dat bij hen zelf de jaren gaan tellen; Nussbaum (1947) en Levmore (1953) zijn daarop geen uitzondering.

De auteurs behandelen acht thema’s gerelateerd aan ouder worden, steeds in hoofdstukparen waarin ze afwisselend hun licht over de materie laten schijnen. Deze dialogische vorm is afgeleid van Cicero’s beroemde traktaat, Cato Maior: De Senectute, waarin de auteur een gesprek met zijn vrienden aangaat over ouderdom. Ook Nussbaum en Levmore kiezen deze gestileerde vorm van conversatie, zij het dat ze uiteindelijk vooral vanuit hun eigen perspectief schrijven en weinig op elkaars argumenten ingaan. Wel vinden beide auteurs elkaar wanneer ze door het boek heen herhaaldelijk pleiten voor het erkennen van diversiteit en uniciteit onder ouderen, en de schadelijke effecten van (geïnternaliseerde) negatieve stereotypes over ouderdom kritisch aan de orde stellen.

Achtereenvolgens passeren de volgende thema’s de revue: 1) nalatenschap en de verdeling daarvan, 2) pensionering, 3) vriendschap, 4) het ouder wordende lichaam, 5) terugkijken op het verleden, 6) romantiek en seksualiteit, 7) sociale ongelijkheid, armoede en mensenrechten, en 8) altruïsme: wat geven we door? De gekozen selectie onderwerpen lijkt wat willekeurig en is misschien vooral ingegeven door de persoonlijke belangstelling en ervaringen van de auteurs. Het boek heeft daarmee niet één duidelijke rode draad of boodschap, of het moest zijn dat het belangrijk is om na te denken en te spreken over de vele keuzes, ervaringen en dilemma’s die ons met het ouder worden te wachten staan.

De stijl van het boek is essayistisch, geëngageerd, vaak persoonlijk en hier en daar speels. Vooral Nussbaum kiest graag creatieve vormen voor haar hoofdstukken, zoals een dialoog met Cicero in het hoofdstuk over vriendschap. Met haar rijke kennis van de antieke filosofie brengt ze interessante nuanceringen aan bij zijn beroemde officiële traktaten over ouder worden en over vriendschap. Hoewel Cicero in zijn traktaten predikt dat vriendschap niet kan bestaan zonder dat men in voorkeuren en meningen volmaakt overeenstemt, betoogt Nussbaum dat uit zijn briefwisseling met zijn goede vriend Atticus blijkt hoe juist hun onderlinge verschillen de vrienden helpen om gedurende het ouder worden elkaars kwetsbaarheden én die van henzelf te hanteren. Een wijze les!

Het afwisselend filosofische en economische perspectief biedt mogelijkheden om met een andere bril naar bepaalde thema’s te kijken dan meestal in de gerontologie het geval is. Zo vormen de reflecties van Nussbaum over ‘retrospectieve emoties’, zoals spijt en schuldgevoel, een interessante aanvulling op de gerontologische literatuur over life review, die ook sterk focust op terugkijken op het leven. Nussbaum is op haar best als ze haar eruditie met betrekking tot de wijsheid van emoties in de filosofie tentoonspreidt, en toont hoe onder invloed van de Joods-Christelijke traditie, de opkomst van de psycho-analyse en van de moderne roman retrospectieve emoties een belangrijke rol gingen spelen in het begrijpen van onszelf in het heden en in het verbeelden van onze toekomst.

Levmore op zijn beurt maakt enkele interessante observaties in zijn hoofdstuk over lichamelijkheid, bijvoorbeeld dat we intuïtief ongemak ervaren als Aziaten via cosmetische chirurgie hun oogleden meer ‘Westers’ laten lijken, terwijl het maskeren van ouderdomsverschijnselen om jonger te lijken juist brede maatschappelijke acceptatie geniet. Ook zijn analyse van de aantrekkingskracht van anti-verouderingsingrepen voor verschillende leeftijdsgroepen is interessant. Het omslagpunt – wanneer vinden mensen het nog de moeite waard om ‘jonger te lijken’, wanneer verandert dat en waarom? – komt in de meeste kritieken op de anti-verouderingsindustrie zelden aan bod.  Levmore’s analyse leunt nogal zwaar op argumenten ontleend aan de evolutiebiologie en theorieën over sociale vergelijking. Daar zijn zeker kanttekeningen bij te plaatsen, maar de vragen die hij opwerpt zijn verfrissend en de moeite waard, en blijven ver van het verontwaardigde moralisme van veel criticasters van de anti-verouderingsindustrie.

Beide auteurs schrijven kortom vanuit hun eigen kracht: Nussbaum zet haar kennis van de filosofie en van de humaniora in, Levmore brengt interessante gezichtspunten mee uit zijn vakgebied van economie en recht. Het is wel wat jammer dat ze weinig moeite hebben genomen om zich daarbij ook tot gerontologische literatuur te verhouden. Voor zover wetenschappelijke inzichten van buiten de eigen discipline aangehaald worden, ontstijgen deze het niveau van de wetenschapsbijlage van de krant niet of nauwelijks, wat soms ten koste gaat van de overtuigingskracht van het betoog. Meer aandacht voor het bestaande onderzoek naar ouder worden had de reflecties van Nussbaum en Levmore van meer diepgang en context kunnen voorzien. Aan de andere kant is Aging thoughtfully duidelijk gericht op een breder lezerspubliek dan alleen gerontologen of wetenschappers, dat misschien minder zwaar zal tillen aan het gebrek aan wetenschappelijk gewicht.

Een ander nadeel is dat sommige uiteenzettingen sterk op de Amerikaanse situatie gebaseerd zijn. Dit is begrijpelijk, omdat de auteurs vooral vanuit hun eigen ervaring schrijven en beiden een Amerikaanse achtergrond hebben. Maar de Amerikaanse situatie is nu eenmaal in veel opzichten heel anders dan de situatie in Nederlandse en andere Europese verzorgingsstaten. Bijvoorbeeld waar het gaat om de organisatie en financiering van gezondheidszorg, en de beschikbaarheid van toereikend pensioeninkomen. Daardoor zijn de inzichten in de betreffende hoofdstukken (bijvoorbeeld die over nalatenschap en sociale ongelijkheid) minder makkelijk toepasbaar en dient de lezer zelf een vertaalslag te maken van de gedachtegang van de auteurs naar de eigen sociale en maatschappelijke context.

Voor de lezer die geïnteresseerd is in reflecties van twee denkers die hun professionele expertise op andere vakgebieden verbinden met hun eigen ervaringen en persoonlijke observaties over ouderdom, heeft het boek niettemin ruim voldoende interessants te bieden.