Dat migratie meer aandacht krijgt in politiek en media betekent echter niet dat Nederlanders ook negatiever over migratie zijn gaan denken. Sterker nog, uit cijfers van de European Social Survey (ESS) blijkt dat Nederlanders – en ouderen in het bijzonder – in 2023 positiever dachten over immigratie dan twintig jaar eerder.
Door onderzoekers van de ESS worden sinds 2002 vragen gesteld over de meningen en het gedrag van duizenden deelnemers uit zo’n 30 Europese landen. Enkele daarvan gaan over migratie, waarbij deelnemers op een schaal van 1 tot 11 kunnen aangeven of zij immigratie vooral als bedreiging (1) of verrijking (11) zien voor de samenleving, op drie vlakken: economisch, cultureel, en algemeen. In de onderstaande figuur zijn de gemiddelden van de scores op deze drie terreinen weergegeven voor twee groepen Nederlanders: 65-plussers (blauw) en 65-minners (oranje). Tussen 2002 en 2023 zijn deze scores duidelijk gestegen. Nederlanders keken in 2023 dus positiever naar migratie dan in 2002, ondanks een daling sinds 2020. De verandering was vooral groot onder 65-plussers: waar zij in 2002 nog een stuk negatiever dachten over migratie dan 65-minners, nam dit verschil sindsdien behoorlijk af tot 2020, om tot 2023 weer iets toe te nemen.

Als we naar de drie afzonderlijke vragen kijken (niet weergegeven), blijkt dat men vooral positiever is gaan denken over de economische gevolgen van immigratie. Op de culturele en algemene vragen is de verandering kleiner, maar ook daar waren de opvattingen in 2023 positiever dan in 2002. Overigens bevestigen deze cijfers andermaal wat eerder onderzoek heeft aangetoond: de meeste deelnemers hebben een gematigde mening. Over de hele periode was meer dan de helft van alle antwoorden een score van 5, 6 of 7. Sterk gepolariseerde opvattingen over immigratie – positief of negatief – komen dus relatief weinig voor.