Ouderen, steden en maatschappelijk engagement
In veel Europese landen stijgt de gemiddelde leeftijd van de bevolking. Vooral in steden is deze trend duidelijk te zien. Tegelijkertijd zijn steden dynamische plekken die worden getypeerd door constante verandering en zijn ze historisch gezien vooral ontworpen om te voldoen aan de noden en wensen van een werkende, jongere bevolking, en niet voor ouderen (HelpAge International, 2016). De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) zet in op leeftijdsvriendelijke steden en gemeenschappen, en daarmee op stedelijke contexten die bevorderlijk zijn voor jong én oud (WHO, 2023). Niettemin wordt een belangrijke groep stedelijke ouderen hierin vaak over het hoofd gezien: ouderen die wonen in achtergestelde stadsbuurten. Steden laten namelijk sterke verschillen zien tussen buurten, niet alleen op sociaaleconomisch vlak – denk aan armoedecijfers of werkloosheid – maar ook op sociaal-ruimtelijk vlak, bijvoorbeeld de aan- of afwezigheid van groene ruimtes of diensten.
Een belangrijke pijler van leeftijdsvriendelijke steden en gemeenten is het maatschappelijk engagement van ouderen. Maatschappelijk engagement is onbetaald en niet-professioneel, ten behoeve van anderen of de samenleving, of gericht op het beïnvloeden van collectieve besluitvormingsprocessen (Serrat e.a., 2022). Maar buurten kunnen belangrijke verschillen laten zien als het om maatschappelijk engagement gaat: waar onderzoek vaak naar formele vormen kijkt, zoals vrijwilligerswerk of vertegenwoordiging in politieke raden, zien we in achtergestelde stadsbuurten dat er vaak weinig formele plekken zijn om samen te komen, of dat de sociale cohesie laag is. Dit werpt de vraag op: Hoe heeft onderzoek het maatschappelijk engagement van ouderen in deze buurten tot nu toe benaderd? Wat zijn de hiaten? En hoe helpt een sociaal-ruimtelijk perspectief om beleid rond dit thema te bevorderen?
Ouderen in achtergestelde stadsbuurten
Doorheen de tijd hebben gerontologen zich beziggehouden met verschillende aspecten van wat het betekent om ouder te worden in achtergestelde stedelijke contexten. Een pioniersonderzoek dat zich richt op de sociale uitsluiting van ouderen in achtergestelde buurten in Britse steden laat zien dat deze ouderen op verschillende levensdomeinen meer uitsluiting ervaren dan in sociaaleconomisch meer welgestelde buurten. Deze studie definieert sociale uitsluiting als een breed concept, waar materiële middelen, sociale relaties, maatschappelijke activiteiten, essentiële diensten en de residentiële context deel van uitmaken. De conclusie is dat in achtergestelde stadsbuurten ouderen op minstens een van de, maar vaak ook meerdere, domeinen stelselmatig worden uitgesloten (Scharf e.a., 2005).
Verschillende studies hebben hierna thematieken rond ouder worden in achtergestelde stadsbuurten onderzocht, zoals levensvoldoening, eenzaamheid, en ook maatschappelijk of sociaal engagement. In veel gevallen is de conclusie dat wonen in een achtergestelde stadsbuurt nadelige gevolgen heeft. Een recent gepubliceerd onderzoek, met de schrijver van dit stuk als eerste auteur, gaat dieper in op hoe buurtverandering in twee achtergestelde buurten in Brussel (Brabantwijk en Kuregem) de sociale netwerken en ook de burenhulp, dat gezien wordt als een vorm van maatschappelijk engagement, van ouderen heeft doen afnemen. Deelnemers hadden bijvoorbeeld het gevoel dat ‘het ieder voor zich’ is in hun buurt en ze gaven aan ‘hun buren niet meer te kennen’ (Dikmans e.a., 2025).
Onderzoek naar hoe oudere mensen in achtergestelde stadsbuurten hun omgeving ervaren, gebeurt dan ook vaak vanuit een ‘gebrek aan-‘perspectief: een gebrek aan buurtverenigingen, openbaar vervoer of aan groene en veilige publieke ruimtes. Ook wordt er vaak gekeken naar hoe veranderingen in de buurt, zoals toenemende armoede of verminderde sociale cohesie, het contact tussen buurtbewoners bemoeilijkt, wat het voor oudere bewoners moeilijker maakt om actief geëngageerd te blijven. Daartegenover zijn er ook studies, al zijn deze minder prominent aanwezig, die aantonen dat ouderen in zulke buurten veerkrachtig kunnen zijn. In achtergestelde stadsbuurten zijn er namelijk meer problemen die de politiek niet aanpakt, waardoor ouderen zich veelal zelf organiseren om deze op te lossen. Hierdoor kunnen achtergestelde buurten juist gekenmerkt worden door sterke lokale banden en veel onderlinge steun. De bevindingen van de studie in Brussel, hierboven vernoemd, staat bijvoorbeeld net zo goed stil bij hoe ouderen vinden dat ‘hun buurt hun engagement is’ en dat ‘ze altijd klaar staan om anderen te helpen’ (Dikmans e.a., 2025). Het onderzoek concludeert dan ook dat ervaringen van sociale uitsluiting en verlies van sociale netwerken onlosmakelijk verbonden zijn met verhalen van veerkracht en engagement, als twee kanten van dezelfde medaille.
Een sociaal-ruimtelijk perspectief
Een sociaal-ruimtelijk perspectief op het maatschappelijk engagement van ouderen kijkt in eerste instantie naar hoe dit engagement wordt beïnvloed door de buurtomgeving. Een buurt kan namelijk obstakels opwerpen of engagement makkelijker maken, terwijl ouderen wel worden gezien als betrokken actoren in hun buurten.
De buurtomgeving kan sociaal zijn (bijvoorbeeld de sociale relaties die iemand heeft in de buurt), maar ook ruimtelijk (bijvoorbeeld de fysieke ruimte, zoals buurtcentra, winkels en overheidsgebouwen). Twee kaders binnen sociaal-ruimtelijk onderzoek helpen om maatschappelijk engagement op buurtniveau kritisch te bekijken, en ze bieden dan ook handvatten voor toekomstig onderzoek naar maatschappelijk engagement op latere leeftijd in buurten. Dit zijn 1) een omgevings-gerontologische benadering en 2) een levensloop-bril op hoe plaatsen veranderen. Twee theoretische raamwerken die hun oorsprong vinden in de sociale psychologie en de sociale geografie (Cutchin en Rowles, 2024).
1. Een omgevings-gerontologische benadering
Een omgevings-gerontologische benadering benadrukt hoe ouderen en plekken in constante dialoog staan met elkaar. De relatie tussen ouderen en hun leefomgeving staat daarin centraal. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar hoe de omgeving het leven van ouderen beïnvloedt, maar ook hoe ouderen zelf hun omgeving mee vormgeven. Die wisselwerking gebeurt voortdurend en in beide richtingen. Waar studies zich vaak richten op hoe een buurt drempels opwerpt voor deelname, en veel minder op hoe ouderen zelf actief plekken creëren waar engagement mogelijk wordt, is er een mentaliteitsverandering gaande: ouderen nemen op buurtniveau vaak wél initiatieven, bijvoorbeeld door anderen te helpen of door lokale activiteiten te organiseren. De laatste jaren verschuift het denken in de omgevings-gerontologie dus steeds meer naar het idee dat mensen en hun omgeving onlosmakelijk met elkaar verweven zijn. Geen enkel persoon bestaat los van diens omgeving, en geen enkele plek wordt niet beïnvloed door de mensen die er leven. Dit perspectief biedt nieuwe kansen om beter te begrijpen hoe het maatschappelijk engagement van ouderen ontstaat en groeit.
2. Levensloop van plaatsen
Een goede of slechte relatie met je buurt ontstaat niet zomaar op latere leeftijd: levenslange ervaringen, kansen en tegenslagen bepalen mee wie wél mee kan doen en wie drempels ervaart. Belangrijke gebeurtenissen, zoals migratie, armoede of verhuizingen, kunnen een grote rol spelen in hoe iemand de buurt ervaart. Maar ook buurten veranderen. Denk bijvoorbeeld aan infrastructuur, ontmoetingsplekken of sociale netwerken, maar ook aan politieke beslissingen die op gemeentelijk of landelijk niveau genomen worden en die een invloed hebben op lokale dynamieken. Dit soort buurtveranderingen staan niet op zichzelf: ze zijn ingebed in de levensverhalen van bewoners. Door de levensloop van plaatsen mee te nemen, krijgen we een beter zicht op hoe buurtveranderingen oudere bewoners ondersteunen of juist ontmoedigen om actief en geëngageerd te blijven. Een focus op de levensloop van plaatsen kan dan belangrijk zijn om ruimtelijke contexten te analyseren die in snel tempo veranderen, zoals achtergestelde stadsbuurten.
Een sociaal-ruimtelijk perspectief kan dus op verschillende manieren een meerwaarde zijn om beleid rond ouderen in achtergestelde stadsbuurten te ontwikkelen. Omdat onderzoek ouderen in achtergestelde stadsbuurten vaak benadert als individuen die uitsluiting ervaren, is het van belang om dit om te draaien: ouderen zijn tegelijkertijd betrokken actoren die via hun engagement buurten veranderen. Vooral in achtergestelde stadsbuurten, die getypeerd worden door bijvoorbeeld het wegtrekken van diensten, een gebrek aan publieke ontmoetingsplaatsen en gevoelens van onveiligheid op straat, is het belangrijk om het maatschappelijk engagement van ouderen in een bredere buurtcontext te zien. Het maatschappelijk engagement van ouderen in achtergestelde stadsbuurten wordt daarom, samenvattend, niet alleen beïnvloed door de buurtcontext, maar de buurt kan tegelijkertijd ook een katalysator zijn voor maatschappelijk engagement.
De koppeling met beleid
Dat ouderen niet alleen ontvangers van zorg of ondersteuning in hun buurt zijn, maar ook actieve spelers die hun buurt mee vormgeven, is een kernprincipe van leeftijdsvriendelijke steden en gemeenschappen (WHO, 2023). Dit vraagt om beleid waarin ouderen betrokken worden bij lokale beslissingen, waarin hun stem telt en waarin de infrastructuur in buurten hen ondersteunt om zich in te zetten. Overheden kunnen bijvoorbeeld gemeenschappen versterken door in te zetten op veerkracht: door te investeren in buurtverbindingen, digitale én fysieke ontmoetingsplekken, en inclusieve buurtcentra waar ouderen elkaar kunnen helpen en initiatieven kunnen groeien. Daarnaast kan, door samen met ouderen te werken aan buurtprojecten, een gevoel van verbondenheid en eigenaarschap ontstaan, waardoor engagement kan groeien. Eveneens is het voor achtergestelde stadsbuurten essentieel om de problemen die ontstaan bij buurtverval actief te verzachten of tegen te gaan, mede door het maatschappelijk engagement van ouderen hierin te erkennen en te ondersteunen.
Gedragen beleid dat aandacht heeft voor de vele ouderen uit achtergestelde buurten die maatschappelijk engagement opnemen is van vitaal belang om achterstelling op buurtniveau terug te dringen. Hierin zit echter de crux: deze buurten zijn achtergesteld, omdat overheden, zowel lokaal als landelijk, ze veelal links laten liggen. Een sociaal-ruimtelijk perspectief laat ons juist reflecteren over hoe maatschappelijk engagement kan gedijen door bredere ondersteuning, en hoe achterstelling op buurtniveau niet enkel een verhaal van uitsluiting is. Iemand die een spil is in de straat en buren helpt met diverse taken als taallessen, kinderen ophalen van school of naar de gemeente gaan, kan het vertrekpunt vormen voor de uitbouw van een breder, wederkerig zorgnetwerk. Het is dan ook niet de rol van beleid om het wiel opnieuw uit te vinden, maar om in te spelen op wat er al in buurten bestaat. Zeker omdat duurzame leeftijdsvriendelijke steden en gemeenschappen ontstaan door een doordachte kruisbestuiving tussen het engagement van buurtbewoners en de ondersteuning van beleid. Alleen op deze manier kan, ook in achtergestelde stadsbuurten, een leeftijdsvriendelijke stad of gemeenschap van onderop tot leven komen.