Kernwoorden:


10 Weergaven
0 Downloads
Lees verder
In een wereld vol conflicten groeit de onzekerheid bij de burgers over de toenemende dreigingen. Dit artikel schetst eerst de actuele situatie en gaat in op percepties, beschrijft vervolgens hoe overheden kunnen communiceren met de bevolking en met ouderen in het bijzonder, en bespreekt tot slot hoe burgers kunnen voorbereid worden op crisissen, met lessen uit Nederland en België voor beleid en praktijk.

Het kan niet ontkend worden: de wereld lijkt in brand te staan. Conflicten wereldwijd gaan in stijgende lijn. Er is de oorlog tussen Oekraïne en Rusland, een oorlog die in 2022 door Rusland werd uitgelokt, intussen al vier jaar aanhoudt en waarvan het einde niet in zicht is.  Al vaak is overleg gepland om een einde te maken aan het geweld maar er komt uitstel omdat de partijen hun standpunten wijzigen en een vergelijk niet wordt gevonden wegens de vele “no go’s”. De oorlog in Gaza met Israël waarbij duizenden doden vielen, resulteerde in een grote humanitaire crisis en in politieke instabiliteit. Verder zijn er de conflicten tussen Noord- en Zuid-Amerika door de war on drugs; er zijn de invoerheffingen die de president van de Verenigde Staten heeft opgelegd aan verschillende landen wereldwijd en die voor onzekerheid en spanningen zorgen, al zijn een aantal heffingen intussen deels teruggedraaid.

Ook binnen Afrika zijn er talrijke spanningen en conflicten, bijvoorbeeld de oorlog en humanitaire ramp in Soedan. Meer recent nog, in april 2026, brak er een oorlog uit in het Midden-Oosten waarbij Israël samen met de Verenigde Staten Iran heeft aangevallen met onder andere de bedoeling het regime omver te werpen. De aan de macht zijnde ayatollah en de vele getrouwen van het regime werden weliswaar vermoord of verdreven, maar hun opvolgers bieden veel weerwerk en het is geenszins zo dat het regime omver is gevallen.   

De vraag in deze is hoe bevolkingen daarmee omgaan en meer specifiek wat ouderen hiervan denken. Maakt het de bevolking en de ouderen in het bijzonder bang? En daarnaast: wat kan een overheid doen in tijden van aanhoudende spanningen en conflicten?

Korte situatieschets

Enkele feiten

Een onderzoek door het Onderzoeksbureau Kantar bij een steekproef van 1.060 Belgen van 18 jaar en ouder, leert dat 62% van de ondervraagden aangeeft bang te zijn voor de uitbraak van een derde wereldoorlog, een kwart zegt ‘heel bang’ te zijn (Vanhoorne, 2025). De onrust is groter bij de Franstalige Belgen dan bij de Vlamingen. Bijna 6 op de 10 Belgen is bang dat een mogelijke oorlog ook ons land zou kunnen treffen en 63% vreest ook het gebruik van kernwapens. Opmerkelijk: 18-34-jarige jongeren zijn banger voor de oorlogsdreiging dan 55-plussers.

Ria Laenen, professor Internationale Politiek aan de KULeuven, relativeert het conflict in het Midden-Oosten enigszins. Het is overigens niet de eerste keer dat het Midden-Oosten in brand staat. Zij is van mening dat de argumenten die worden aangebracht niet altijd zijn gebaseerd op kennis van de context. Volgens Laenen moeten geen al te grote woorden in de mond worden genomen alsof we voor een derde wereldoorlog staan (Vanhoorne, 2026). Wel is het zo dat enkele patronen die men vaak ziet in oorlogen zich ook voordoen in de huidige conflicten. Een grootmacht gaat ervan uit dat een snelle militaire operatie mogelijk is – dat was zeker de onderliggende drijfveer van de president van de Verenigde Staten in maart 2026 – maar raakt verwikkeld in een aanslepende oorlog met als grootste slachtoffer de burgerbevolking. Mensen panikeren, slaan op de vlucht – minstens zij die nog voldoende mobiel zijn – , en zoeken elders in de mate van het mogelijke een veilig onderkomen, maar dat blijft niet zonder gevolgen.

Het feit dat de bevolking via een stroom aan nieuwsfeiten op websites en sociale media de oorlog kan volgen, heeft uiteraard een impact op de burgers, jong en oud. Het raakt sommigen onder hen emotioneel, anderen sluiten er zich voor af, nog anderen nemen de berichten en beelden in zich op en worden overweldigd door de gebeurtenissen die ze in bepaalde gevallen zelfs live in real time kunnen volgen. Immers, wat plaatsvindt op een verafgelegen plek in de wereld, komt ongecontroleerd de huiskamer binnen en heeft in meer of mindere mate een impact op het leven van vele mensen in onze contreien. Dit, in tegenstelling tot tientallen jaren terug, toen nieuws bij mondjesmaat kenbaar werd gemaakt, en het voor de burger bij wijze van spreken een ver van mijn bed show bleef.   

Informatierecht versus informatieplicht

De vraag bij dit alles: hoe kunnen overheden best communiceren met de burger over oorlogen en crisissen? Hebben inwoners recht op de waarheid, in zoverre hier van waarheden kan worden gesproken, dan wel moeten overheden vooral burgers sensibiliseren en de informatie reguleren om geen paniekreacties uit te lokken? Kortom, we gaan ervan uit dat de overheid plichtsbewust burgers wil informeren maar zonder angst of paniek te veroorzaken. Slechte communicatie vergroot namelijk de onzekerheid; goede en betrouwbare communicatie geeft mensen houvast. Het staat vast dat in onzekere tijden en gezien de snelheid waarmede er kan worden gecommuniceerd, het gebrek aan een betrouwbare communicatie een bijzondere belasting kan zijn voor de burger. Maar het is dan de vraag wat een goede, respectievelijk een slechte communicatie is. Dit kan verschillen van persoon tot persoon; sommige personen willen precies en in detail weten wat er aan de hand is, terwijl anderen daar geen of minder nood aan hebben.

Ouderen volgen vaak intensief het nieuws en hebben ook toegang tot diverse informatiebronnen. Om niet overweldigd te worden door de vele, soms alarmerende berichten of tegenstrijdige boodschappen is een effectieve overheidscommunicatie zeer belangrijk. Dergelijke overheidsinformatie omvat drie pijlers nl. transparantie, context, en verbinding (Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken, België).

Het geven van duidelijke feiten, zonder te overdrijven of te verdoezelen wat er aan de hand is, verwijst naar transparantie. Met het plaatsen van de dreigingen in perspectief, m.a.w. het schetsen van de context, een stand van zaken en mogelijke oplossingen, begrijpen mensen beter wat er op het spel staat. Verbinding tot slot betekent dat dreigingen in perspectief worden geplaatst zodat mensen inzien wat er werkelijk aan de hand is en wat er op het spel staat.

Wijze waarop overheden best communiceren

Naar de algemene bevolking

Het verdient aanbeveling om eerlijk en transparant te communiceren naar de bevolking toe, jong én oud. Risico’s dienen benoemd te worden zonder dramatisch te worden of te minimaliseren. Het is een evidentie om de context mee te geven: als er sprake is van een dreiging, is het belangrijk aan te geven of de dreiging ook echt is of eerder hypothetisch is. Informatie wordt best ook gedoseerd omdat een teveel aan informatie verlammend kan werken. Ook het wegwijs maken van de burger in de informatiestromen is onderdeel van een goede communicatie.   

Op welk niveau de communicatie wordt gevoerd, is eveneens belangrijk. Communiceren op verschillende beleidsniveaus is niet aan te bevelen tenzij duidelijk wordt afgesproken welke algemene lijn wordt aangegeven.

Ook het perspectief van handelen verdient aandacht: wat moeten mensen doen in bepaalde situaties? Een aantal richtlijnen ter zake, liefst zo concreet mogelijk, kunnen helpen om de burger vertrouwen te geven in wat hij/zij best doet of laat.

Tijdig communiceren is eveneens bijzonder relevant. Een overheid die bepaalde ernstige situaties nauwgezet opvolgt, communiceert ten gepaste tijde. Een te vroege communicatie kan verwarring opwekken en de bevolking onrustig maken; een te late communicatie creëert wantrouwen en is evenmin aangewezen.   

Naar ouderen

Wat betreft de communicatie naar ouderen, is het opportuun gebruik te maken van de kanalen waarmede ouderen vertrouwd zijn. Enkel en alleen een digitale berichtgeving is niet te verkiezen, al biedt het internet wel mogelijkheden omdat een toenemend aantal ouderen mee zijn met de digitale evolutie en over een smartphone, tablet en/of laptop beschikken.

Over het bezit van een aantal digitale toestellen zijn volgende cijfers voor Vlaanderen relevant. In 2014 had iets meer dan de helft van de 65-plussers een laptop en 33% beschikte over een tablet. Tien jaar later, in 2024, is het bezit van een laptop gestegen tot 77% bij de 65-74-jarigen en tot 60% bij de 75-plussers. Ook het bezit van een tablet scoort hoger over dezelfde periode: 58% van de 65-74-jarigen en 48% in de hogere leeftijdsklasse heeft er een. De beschikking over het internet haalt hoge scores: dit is het geval voor meer dan 9 op 10 ouderen in Vlaanderen en dat geldt zowel bij 65-74-jarigen als 75-plussers. De cijfers voor het mobiel netwerk liggen wat lager (Vanderleyden, 2025). Hiermede is echter niet gezegd dat, gelet op de mogelijke nieuwsbronnen, ouderen ook effectief regelmatig op zoek gaan naar de laatste nieuwsfeiten maar de mogelijkheden zijn er wel.

Uiteraard blijven de klassieke kanalen zoals TV, radio, kranten en tijdschriften in deze aangewezen. Er zijn evenwel ook mogelijkheden tot berichtgeving via diensten waarvan ouderen gebruik maken zoals lokale overheden en gemeenten, buurtcomités, lokale ouderenraden, verenigingen allerhande, huisartsenpraktijken, verpleeg- en zorgkundigen en andere professionals die een rol spelen in het ondersteunen van ouderen bij het behoud van hun fysieke en mentale gezondheid.

Het verdient aanbeveling om ouderen dus breed en via meerdere kanalen te informeren, en zeker geen paniek te zaaien.   

De voorbereiding op mogelijke noodsituaties

Nederland

Om de weerbaarheid van de bevolking te verhogen, kregen alle Nederlanders tussen 25 november 2025 en 1 januari 2026 een informatieboekje ‘Bereid je voor op een noodsituatie’ als onderdeel van de campagne ‘Denk vooruit’ van de Rijksoverheid. Het doel is/was de bevolking te informeren wat er dient te gebeuren bij bijvoorbeeld een lange periode van stroomuitval, geen water, geen internet.

Een bevraging via een marktonderzoeksbureau bij 2.111 Nederlanders van 16 jaar en ouder geeft aan dat 63% van de Nederlanders die het informatieboekje hebben ontvangen, het ook heeft gelezen, een kwart is van plan het nog te lezen en 1 op 10 is dat niet van plan (Ipsos, 2026). Nederlanders van 65 jaar en ouder lazen het boekje vaker dan jongere leeftijdsgroepen.

Op de vraag waarom men het informatieboekje niet had gelezen en men het evenmin van plan was, waren er meerdere antwoorden mogelijk. Zo zegt 1 op 3 ondervraagden dat de informatie van de overheid niet zal helpen om zich voor te bereiden op een noodsituatie, een kwart geeft aan al genoeg te weten en eveneens een kwart verwacht niet dat zich een noodsituatie zal voordoen in Nederland. Iets meer dan 1 op 10 vindt het lezen ervan niet belangrijk; 7% heeft er geen tijd voor en 27% geeft nog andere argumenten.

Het blijkt bijvoorbeeld – en dit is maar een greep uit de vele resultaten – dat 65-plussers door het lezen van het boekje, meer dan 16-34-jarigen, er vertrouwen in hebben dat ze zich 72 uur kunnen redden. Verder is er de vraag of actie werd ondernomen om beter voorbereid te zijn op een noodsituatie. Ruim 4 op 10 Nederlanders die het informatieboekje hebben gelezen, geven aan geen extra actie te hebben ondernomen om beter voorbereid te zijn. Bijna 6 op 10 deden dat wel door bijvoorbeeld te zorgen voor een noodpakket met onder andere flessen water, houdbaar eten, contant geld of een radio; te praten met andere mensen over de wijze waarop men zich kan voorbereiden op een noodsituatie; of een plan te hebben opgesteld over wat te doen ingeval van nood hetgeen werd vastgelegd op papier, telefoon of PC.

België

In het omgaan van de burger met bedreigingen en mogelijke conflictsituaties, heeft ook de Belgische overheid actie ondernomen. Zo lanceerde het Nationaal Crisiscentrum de campagne “Samen voorbereid” om de Belgen weerbaarder te maken en voor te bereiden op eventuele noodsituaties die zich ten alle tijden kunnen voordoen en dus niet enkel ten gevolge van de vele conflicten wereldwijd.

Twee belangrijke adviezen ter zake zijn 1. het in huis halen van een noodpakket voor het geval de conflicten uitdeinen en het land in oorlogsmodus terechtkomt; en 2. weten via welke officiële kanalen de burger zich kan informeren (zie het alarmeringssysteem BE-alert waarop de burger zich kan inschrijven en hij/zij bij een noodsituatie automatisch een sms-bericht ontvangt) (Maerevoet, 2026).

Het noodpakket bestaat eigenlijk uit twee delen: enerzijds een rugzak die men snel kan meenemen als er moet worden geëvacueerd, en daarnaast een pakket voor thuis voor het geval men enkele dagen of uren moet binnenblijven en de beschikking over water, gas, elektriciteit, telefonie en internet niet meer beschikbaar zijn. Bij de basisspullen in de rugzak mogen kopieën van belangrijke documenten niet ontbreken (bijvoorbeeld kopie van identiteitskaarten, eerste hulp artikelen, gsm-oplader en externe batterij, wat cash geld, een zakmes, om maar enkele noodzakelijke zaken te vermelden).

In december 2025 voorzag het Belgische Rode Kruis 2.500 noodpakketten die in minder dan 24 uur waren uitverkocht. Nadien werden nog noodpakketten in de aanbieding gezet met de boodschap dat voorbereiding op een noodsituatie niet stopt bij de aanschaf van een noodpakket maar dat ook een basiskennis EHBO aangewezen is. Hoewel een deel van de bevolking het advies van de overheid als paniekzaaierij bestempelde, moet de aanbeveling in een breder perspectief worden geplaatst. Het is de bedoeling van de overheid om de bevolking te laten stilstaan bij het feit dat ons dagelijks comfort geen zekerheid is maar op ieder moment kan worden doorbroken door allerhande voorvallen waardoor er chaos ontstaat en de burger deels zichzelf moet behelpen in onzekere tijden. Het is goed dat de overheid haar inwoners verantwoordelijkheidszin bijbrengt en tegelijk inspeelt op de veerkracht van mensen.

Literatuurlijst

Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken (IBZ, België), Monodisciplinair interventieplan voor informatie aan de bevolking. Leidraad crisiscommunicatie, Algemene Directie Crisiscentrum in samenwerking met de provincies.

Ipsos I&O (2026). Flitspeiling DENK VOORUIT CAMPAGNE, Rapport voor de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV).

Laenen, R. (2025). Conflict in het Midden-Oosten. In: Een heel klein beetje vrede. Borgerhoff & Lamberigts Boeken.

Maerevoet, E. (2026). Noodradio, voeding voor 3 dagen en zaklamp: federale regering beveelt noodpakket aan. Belga, 21 april 2026.

Vanderleyden, L. (2025). Ouderen, een lust of een last. Een vernieuwende kijk op ouder worden. Antwerpen: Garant.

Vanhoorne, V. (2025). 6 op de 10 Belgen zijn bang voor een nieuwe wereldoorlog.

Vanhoorne, V. (2026). Professor Ria Laenen plaatst conflict in Midden-Oosten in perspectief: “Nee, dit is geen derde wereldoorlog”. In: Actua.