Kernwoorden:


3 Weergaven
0 Downloads
Lees verder
Lodewijk Schmit Jongbloed & Dion Kotteman (2025). Zin in pensioneren. Op weg naar een betekenisvol pensioen. (Paperback, 115 pagina's, € 22,95, ISBN 978-90-823648-7-3)

‘Zin in pensioneren’ bevat elf hoofdstukken en vier bijlagen. In de Inleiding staat dat het boekje bedoeld is voor werknemers, zelfstandigen (zzp’ers) – kort of lang voor hun pensioen – en gepensioneerden, die nadenken over het eigen (deeltijd)pensioen of dat van een partner. Het doel van het boekje is de lezer te ondersteunen bij de overgang van werk naar pensioen en voor te bereiden op deze nieuwe levensfase en te helpen er het beste uit te halen. Zingeving staat centraal. In haar voorwoord noemt Dorly Deeg het een “prettig uitgevoerd boekje” met handvatten om een begin te maken met zin geven aan je pensioenfase.

Volgens de auteurs zijn veel boeken over pensioneren gedateerd door nieuwe “extra bijzondere” vormen van pensioneren – deeltijd voor en na de pensioendatum – en anderen pensioenvarianten. Welke dat zijn wordt niet duidelijk. De auteurs schrijven verder in het inleidende hoofdstuk dat in de bestaande boeken over met pensioen gaan en pensionering uitgebreid aandacht is voor praktische en financiële aspecten, en weinig aandacht is voor mentale vragen, zoals zingeving, identiteit en eigenwaarde. Echter, naast de handvol boeken dat in Hoofdstuk 1 wordt genoemd, is de afgelopen jaren een scala aan andere Nederlandstalige boeken verschenen, bijvoorbeeld Whichelow & Haskins (2012), Nelisse (2013), de Boer & van Schijndel (2019), Boomstra (2021) en Van der Heijden (2025), die mensen proberen te helpen naar eigen inzicht, waarden en wensen zinvol en met plezier met pensioen te gaan.

Bijlage 3 maakt duidelijk dat de auteurs (eerder dan gepland) met pensioen gaan zien als een individuele keuze om te stoppen met werk, bijvoorbeeld gebaseerd op leeftijd, financiële overwegingen, mantelzorg, generatiekloof op het werk of de behoefte aan rust en zingeving. De schrijvers laten onvrijwillig met pensioen moeten – onvrijwillig ontslag – buiten beschouwing. Dat is opvallend, omdat zij erkennen dat ook dit hard kan aankomen en zij zingeving zien als een basisbehoefte van ieder mens. Te meer omdat de afgelopen jaren het aantal WW-uitkeringen met name onder ouderen sterk is gestegen en het aantal WIA-uitkeringen van 60-plussers verdubbelde, mede door de gestegen AOW-leeftijd.

Uitgangspunt van dit soort zelfhulpboeken is een achterhaald ideaal mensbeeld, de homo economicus. Het voor het individu maximaal haalbare (nut, geluk, welzijn, voordeel) staat centraal. Ook in het onderhavige boekje nemen pensionado’s en mensen die er voor kiezen de overstap te maken van betaald werk naar pensioen de regie. Ze worden verondersteld het eigen belang na te streven, rationele keuzes te maken, over alle relevante informatie te beschikken én over de capaciteit om die informatie te verwerken, en bovendien voldoende financiële middelen (inkomen/vermogen) te hebben om die keuzes te kunnen maken. Het boekje kan beoordeeld op zijn kaft. Bereiken van de top, het maximale, is het ultieme doel van zinvol pensioneren (zie cartoon op de omslag).

De auteurs zien het boek als leesboek en als lesboek. Wetenschappelijke artikelen en boeken vormen een belangrijke pijler voor de tips in het boekje. Daarnaast wordt de lezer in elk hoofdstuk verwezen naar dagbladen, films, documentaires, podcasts en websites. Dit veronderstelt dat je een competente en gemotiveerde lezer bent. De auteurs doen in de Inleiding de suggestie om alle hoofdstukken door te lezen en de tips te verzamelen die bij je passen, door iedere tip een score van 1-10 te geven. Met de tips die het hoogste scoren ga je aan de slag. De auteurs verwachten terecht dat dit voor veel lezer te ”omslachtig” is. Voor 2026 is een “hands-on” versie voorzien waarin de praktische benadering centraal staat.

Het boekje is niet geschikt voor alle werkenden en alle pensionado’s. In Bijlage 1 wordt voldoende geld een noodzakelijk voorwaarde genoemd voor een zinvol en betekenisvol pensioen. In 2025 was 40% van alle werkzame mensen flexwerker (flexwerknemer of zzp’er). Een laag uurloon en een onzeker inkomen kan betekenen dat deze flexwerkers, maar ook pensionado’s door onvoldoende pensioenopbouw en door onvoldoende opgebouwde AOW-rechten, worden gedwongen langer, mogelijk zelfs te lang, door te werken. Voor deze mensen is betekenisvol pensioen een onrealistisch doel en biedt het boekje geen ondersteuning. Het is evident dat niet iedereen het kan betalen, toch wordt geadviseerd je pensioenfonds of een pensioenadviseur te raadplegen of een “financial planner” in te schakelen. Veelzeggend daarbij is de opmerking: “vermijdt beunhazen”.

De negen themahoofdstukken gaan over: 1. Zingeving en pensioen, 2. Identiteit en pensioen, 3. Tijdsbesteding en pensioen, 4. Partner en pensioenen, 5. Contacten en pensioen, 6. Minder werken vóór je pensioen, 7. Doorwerken na je pensioen, 8. Gezondheid en pensioen en 9. Nadenken over je pensioen. De opbouw is in belangrijke mate dezelfde: Wat kunnen we leren van een ervaringsdeskundige?, Wat weten we uit de literatuur?, Tips over het thema, en Waar vind ik meer informatie? De tekst van de hoofdstukken wordt aangevuld met cartoons, tegelwijsheden en/of grafieken. Half lege en blanco pagina’s zijn het gevolg.

Het is onmogelijk alle themahoofdstukken hier in kort bestek te bespreken. In hoofdstuk 6 wordt deeltijdpensioen gezien als een “prima optie”. Want minder werken vóór je pensioen heeft als voordeel dat je meer pensioen opbouwt dan het alternatief per direct stoppen. Je hebt meer tijd voor privé verplichtingen. Het inkomen blijft redelijk op peil doordat een deel van het eerder opgebouwde pensioen de inkomensdaling kan compenseren. Bovendien kun je met een deeltijdpensioen geleidelijk wennen aan de situatie na je pensioen. De auteurs winkelen selectief. Niet vermeld wordt dat naar voren halen van een deel van het pensioen en minder pensioenpremie betalen dan bij volledig doorwerken tot gevolg kan hebben dat de pensioenuitkering vanaf de AOW-leeftijd levenslang (aanzienlijk) lager zal zijn.

Het boekje telt vier bijlagen. Bijlage 1. ‘Hoe zit het financieel en juridisch?’, Bijlage 2. ZZP en pensioen’, en Bijlage 3. ‘Waarom iemand met pensioen wil?’ sluiten ook af met ‘Waar vind ik meer informatie?’ Bijlage 4. ‘Betekenissen volgens Van Dale’ is volgens mij overbodig.

Alle pensioenregelingen in Nederland moeten uiterlijk op 1 januari 2028 voldoen aan de Wet toekomst pensioenen (Wtp). In Bijlage 1 stellen de auteurs: “zoals het er nu voorstaat, verandert er voor gepensioneerden weinig of niets door het nieuwe pensioenstelsel. Ook voor mensen die binnen enkele jaren met pensioen gaan verandert er weinig.” Dit staat haaks op de conclusie van de NIDI-onderzoekers Harry van Dalen en Kène Henkens (2023). Minder solidariteit en toenemende onzekerheid over de uiteindelijke pensioenhoogte vereisen dat deelnemers zelf risico’s dragen. De radicale pensioenhervorming loopt het risico ‘een ramp in wording’, “an accident in the making” te worden, omdat mensen de nieuwe risico’s waarvoor zij de voornaamste verantwoordelijkheid dragen, niet inzien. De Wtp bemoeilijkt mensen betekenisvol te pensioneren.

In het korte Tot slot wordt nogmaals gewezen op de mogelijkheid van geleidelijk uittreden uit het arbeidsproces. “Balans vinden”, daar gaat het om volgens de schrijvers. Afsluitend spreken de auteurs de hoop uit dat het boekje een nuttige gids mag zijn. Selectief shoppen in de literatuur en halve waarheden maken dit echter ijdele hoop en de raadgevingen onevenwichtig. Mijn advies: Je vakbond om uitleg en raad vragen.