22 Weergaven
0 Downloads
Lees verder
Kan het stimuleren van bewegen ook eenzaamheid verminderen onder alleenstaande ouderen met één of meerdere beperkingen? In het project ‘Meer bewegen met behulp van technologie en elkaar’ is gezocht naar antwoord op deze vraag.

Bewegen en sociaal netwerk

In Nederland heeft 70% van de ouderen (65+) één of meerdere chronische aandoeningen. Mensen met een chronische aandoening bewegen over het algemeen minder dan gezonde mensen. Waar in 2014 70% van de algemene populatie aan de Nederlandse Norm Gezond Bewegen voldoet, is dat voor mensen met een chronische aandoening maar rond de 50% (Groothuis & Preller, 2016). Ouderen bewegen gemiddeld genomen minder dan jongeren. In 2018 sporten 37% van de ouderen (65+) vergeleken met 75% van de jongeren (12-17 jaar) en 55% van de volwassenen (18-64 jaar) (. Bewegen bij ouderen heeft positieve effecten op het gebied van cognitie, dementie, risico op fracturen en lichamelijke beperkingen (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, RIVM, 2020).
De motivatie om te bewegen is er meestal wel. Met een beweegprogramma onder begeleiding van een fysiotherapeut verbeteren ouderen vaak op korte termijn succesvol de conditie en/of kracht. Het is echter moeilijk om dit beweeggedrag voor de lange termijn vast te houden. Laagdrempelige beweegactiviteiten dichtbij huis met advies en steun vanuit de gezondheidszorg en trainers om dit veilig en verantwoord te doen, kunnen ouderen met een beperking helpen meer te bewegen (Hoogendoorn & de Hollander, 2016).
Tussen fysieke activiteit en ervaren sociale steun van familie en vrienden bestaat een positieve relatie (Baert, Gorus, Geert & Bautmans, 2011). Het sociale netwerk en de sociale cohesie in de buurt dragen bij aan het welzijn en de gezondheid van ouderen (Cramm, van Dijk & Nieboer, 2013).
Het doel van het project was tweeledig: 1. alleenstaande ouderen met een beperking meer en blijvend laten bewegen en 2. het sociale netwerk versterken.

Een combinatie van smartwatch en gezamenlijke (beweeg)activiteiten

Er is gebruik gemaakt van een smartwatch die fysieke activiteit registreert, persoonlijke doelen stelt en reminders geeft. De smartwatch is te koppelen is aan de smartphone waar met de bijbehorende app de beweegdata in detail zijn in te zien. Verder zijn er verschillende sociale- en beweegactiviteiten georganiseerd die zoveel mogelijk aansloten bij bestaande initiatieven. De eerste stap was om een smartwatch te kiezen die paste bij onze doelgroep en het doel van het project. Om tot deze keuze te komen zijn er een deskstudie, focusgroep en een pilot uitgevoerd. Er is gezocht naar smartwatches die binnen ons budget van €150 vielen en ondersteunend waren in het meten/stimuleren van bewegen en sociale interactie. Aspecten waarop de smartwatches werden vergeleken waren o.a.: prijs, chatten, meten van stappen/ calorieën/ hartslag/ slaapkwaliteit, batterijduur en waterproof. De smartwatches Whitings GO, Xiaomi Mi Band 2, Misfit Flash Link en Jawbone UP Move waren de goedkoopste opties met de gewenste specificaties. Deze vier zijn meegenomen naar de focusgroep.
Bij Zorgspectrum in Houten is een focusgroep gehouden met zes ouderen. Het project werd toegelicht en van de vier smartwatches werden de specificaties uitgelegd.
Geen van allen voldeden aan alle wensen van de deelnemers rond het meten van verschillende beweegvormen. We hebben de resultaten van de deskstudie opnieuw bekeken en er bleek één smartwatch te zijn die zowel zwemmen als fietsen (grootste uitdagingen voor smartwatches) goed kon meten (Garmin Vivosmart HR+). Hiervan hebben we er drie aangeschaft om te testen in een pilot. De deelnemers waren wel enthousiast over het idee om elkaar te ontmoeten en samen te bewegen.

Vooronderzoek

Smartwatch Garmin Vivosmart HR+ is door drie ouderen van welzijnsorganisatie het Wereldhuis (Houten) een week uitgeprobeerd. Naast de smartwatch droegen zij ook een gevalideerde beweegmeter (Sensewear armband), om de nauwkeurigheid van de beweegmetingen van de smartwatch te onderzoeken. Uit het vooronderzoek bleek dat de smartwatch prettig was in het gebruik. De bijbehorende applicatie werkte goed op de verschillende typen smartphones en tablets. De stappen gemeten door de smartwatch en de Sensewear hadden een goede overall correlatie (r = 0,93, p = 0,013). Belangrijk omdat veel smartwatches de stappen niet goed meten. Uit het vooronderzoek kon worden geconcludeerd dat het bewegen goed wordt gemeten en de doelgroep er goed mee om kan gaan. Technisch werkt het goed. Naar aanleiding van deze resultaten is gekozen voor deze smartwatch. De Garmin Vivosmart HR+ (figuur 1) heeft o.a. een stappenteller, hartslagmeter en GPS (om fietsen te meten). Je kunt je beweegdoel bijhouden, het aantal verdiepingen (trappen) omhoog en zwemmen meten. Met vrienden kun je beweegwedstrijdjes houden en berichten naar ze sturen.

Art. 14 Figuur 1_Geron_VorrinkHuisman

Figuur 1: Keuze smartwatch n.a.v. de focusgroep en pilot: Garmin Vivosmart HR+ met bijbehorende applicatie.

Project in uitvoering

Na het vooronderzoek kon het eigenlijke project van start gaan. De werving van deelnemers vond plaats via zorg- en welzijnsorganisaties in Houten en Nieuwegein.
Inclusiecriteria: alleenstaande ouderen (65 jaar of ouder zonder partner) met één of meerdere beperkingen. De term beperking wordt hier opgevat in de breedste zin van het woord (denk aan slecht ter been, slechthorend, slechtziend, chronische ziekten etc.).
Exclusiecriteria: Gebruik makend van een rollator, rolstoel of ander hulpmiddel voor de voortbeweging omdat dit interfereert met de beweegmetingen.

Uitkomstmaten

De belangrijkste uitkomstmaten (aspecten die je aan het begin en eind van de studie meet) van dit project zijn gemiddelde aantal stappen/dag en eenzaamheid. Zwemmen en fietsen zijn niet meegenomen omdat de Sensewear die beweegactiviteiten niet kan meten. Voor het meten van eenzaamheid is de vragenlijst van de Jong-Gierveld & Kamphuis (2008) gebruikt (11 vragen op een 5 puntsschaal).
Het gemiddelde aantal stappen/dag werden gemeten met een Sensewear armband.

Studieverloop

Iedere deelnemer heeft bij de start, minimaal vijf dagen de Sensewear armband gedragen om te bepalen wat het gemiddelde aantal stappen per dag was op dat moment (nog zonder gebruik van de smartwatch). Tevens hebben de deelnemers bij de start de eenzaamheidsvragenlijst ingevuld. Na afloop van deze meetperiode hebben de deelnemers de smartwatch ontvangen en hier uitleg over gekregen. Ze werden door de onderzoekers geholpen bij het installeren van de bijbehorende applicatie op hun smartphone. In de daaropvolgende periode (6 maanden) hadden deelnemers de mogelijkheid om deel te nemen aan beweegactiviteiten en andere deelnemers te ontmoeten.

Beweegactiviteiten (vrijwillige deelname)

Door het projectteam werden één keer per week beweegactiviteiten georganiseerd. Deze duurden ongeveer een uur en bestonden uit het maken van wandelingen of kracht- en cardio oefeningen. Er waren 15 bijeenkomsten. Tijdens de eerste vier bijeenkomsten was er ook aandacht voor het uitleggen van de Connect applicatie, horende bij de smartwatch.
Daarnaast sloot het project in Houten aan bij ‘koffieplus’ (bewegen voor ouderen met daarna koffie, een activiteit van ‘Sportpunt Houten’). Koffieplus organiseert bijvoorbeeld jeu de boule. Deelnemers werden gestimuleerd om hieraan deel te nemen.
De smartwatch stelt automatisch een persoonlijk beweegdoel in en past dit aan de hand van beweeggegevens van de afgelopen periode aan (zodat het haalbaar blijft en uitdagend). Het betreft een stappendoel per dag, aantal trappen omhoog te lopen per dag en aantal minuten intensief bewegen per week.

Ontmoetingsmomenten (vrijwillige deelname)

In Houten sloten we ook aan bij het koffiemoment van het Wereldhuis (een initiatief tot ontmoeting van de gezamenlijke kerken), gedurende het gehele project. In Nieuwegein sloten we aan bij het Pluscafé in de bibliotheek. Een koffiemoment waar elke week iets wordt gedaan of iets interessants besproken wordt (bijvoorbeeld een themabijeenkomst veiligheid of 3D pannenkoeken bakken). Op beide locaties was er altijd iemand van het projectteam aanwezig om de sociale interactie tussen deelnemers te stimuleren en vragen over de smartwatch of applicatie te beantwoorden.

Na zes maanden vond de eindmeting plaats waarbij opnieuw de eenzaamheidsvragenlijst ingevuld is en opnieuw minimaal vijf dagen de Sensewear armband gedragen is.

Resultaten

Er zijn 27 mensen gestart met het project, 21 vrouwen en 6 mannen. Gemiddelde leeftijd was 70 ± 5,4 (jaar ± SD/ standaarddeviatie).

Stappen per dag

Er waren 21 deelnemers die de begin- en eindmeting hebben voltooid. Zes deelnemers vielen af omdat ze geen tijd meer hadden voor het project, de smartwatch toch niet wilden gebruiken of onbekende redenen. Het aantal stappen/dag aan het begin en einde van het project was niet significant verschillend. Wanneer we enkel naar de werkweek of het weekend kijken zien we ook geen verschil in stappen (tabel 1).

Eenzaamheid

Van 22 deelnemers was er genoeg informatie om de eenzaamheidsscores te analyseren. De totale score en de emotionele eenzaamheid score waren aan het einde significant lager, de sociale eenzaamheid verschilde niet (tabel 1). Emotionele eenzaamheid treedt op als iemand een hechte, intieme band mist met één of meerdere personen. Sociale eenzaamheid draait om minder contact hebben met andere mensen dan je wenst.

Smartwatch

Aan het einde van het project kregen deelnemers de mogelijkheid om de smartwatch te houden voor een symbolisch bedrag van €15,-, 23 deelnemers deden dit. Vijf maanden later spraken we 14 mensen van hen. Hiervan gaven 11 mensen aan de smartwatch nog te gebruiken.

Art. 14 Tabel1_Geron_VorrinkHuisman

Tabel 1. Resultaten project. Gemiddelden +/- standaarddeviatie. * = significant op p<0.05.

Effecten en continuïteit

Het doel van dit verkennende project was om met behulp van een smartwatch en bijeenkomsten ouderen met een beperking meer te laten bewegen en de eenzaamheid te verlagen. Dit doel lijkt deels bereikt. We zien een positief effect van het project op totale en emotionele eenzaamheid. Er is een eerste indicatie dat de combinatie van ontmoetingsmomenten, beweegactiviteiten en smartwatch hier effect heeft gehad. Echter, we zien geen effect op aantal stappen per dag en geen effect op sociale eenzaamheid.
De eenzaamheidsscores van de deelnemers waren al vrij goed aan het begin van het project waardoor er misschien geen verschil is gevonden. Deelname aan de beweegactiviteiten en ontmoetingsmomenten was vrijwillig. Het verplicht stellen van deze bijeenkomsten had wellicht een positief effect op de resultaten. Echter, er waren deelnemers die wel enthousiast gingen bewegen met de smartwatch, maar de bijeenkomsten niet leuk vonden. Deze groep zou je dan de smartwatch (en verhoogd beweeggedrag) ontnemen.

Stappen per dag als uitkomstmaat heeft meestal een grote spreiding binnen en tussen personen. Hierdoor is het lastiger een effect te vinden. Veel deelnemers waren enthousiast over de smartwatch. Ze vonden het interessant om inzicht te krijgen in hun beweegpatroon. Vaak was dat wat lager dan ze dachten; een realiteitscheck die voor motivatie zorgde om wat meer te bewegen.
De grote uitdaging bij interventies die het bewegen moeten stimuleren is om ‘therapie’-trouw vast te houden over een langere periode. Hoe zorg je ervoor dat deelnemers hun interesse behouden en niet gedemotiveerd raken? Een sterk sociaal netwerk kan hierin ondersteunen. Er bestaat een sterke associatie tussen het sociale netwerk van een persoon en de tijd die besteed wordt in rustige fysieke activiteit (Yu, Renton & Schmidt, 2011). In dit project zijn daarom het stimuleren van bewegen en het sociale netwerk gecombineerd.

Een belangrijk aspect was het zorgen voor continuïteit na afloop van het project. Dit is de reden dat we zijn aangesloten bij bestaande ontmoetingsactiviteiten in Houten en Nieuwegein die als doel hebben het sociale netwerk van ouderen te versterken. Het idee hierbij is dat de deelnemers een contactpunt en sociale ondersteuning blijven houden als het project ten einde is.

Dankzegging

Dit project is mede mogelijk gemaakt door Fonds Nuts Ohra (programma Meer Veerkracht, Langer Thuis). Het project is uitgevoerd door het lectoraat Technologie voor Zorginnovaties van Hogeschool Utrecht, onder supervisie van prof. dr. Helianthe Kort. We zijn dankbaar voor de medewerking van de deelnemers en organisaties (Houten en Nieuwegein) en de ondersteuning van de stagiaires Ryanne, Anouar en Ilona en vanuit het lectoraat, onder andere Saïda.

Literatuurlijst

  1. Baert, V., Gorus, E., Mets, T., Geerts, C., & Bautmans, I. (2011). Motivators and barriers for physical activity in the oldest old: a systematic review. Ageing research reviews, 10(4), 464-474.
  2. Cramm, J. M., Van Dijk, H. M., & Nieboer, A. P. (2013). The importance of neighborhood social cohesion and social capital for the well being of older adults in the community. The Gerontologist, 53(1), 142-152.
  3. Groothuis, M., & Preller, L. (2016). Wat beweegt mensen met een chronische aandoening. Een onderzoek naar stimulerende en belemmerende factoren om te bewegen bij mensen met chronische aandoeningen. Ede: Kenniscentrum Sport.
  4. Hoogendoorn, M. P., & De Hollander, E. L. (2017). Belemmeringen en drijfveren voor sport en bewegen bij ondervertegenwoordigde groepen. Zeist: RIVM.
  5. Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. Cijfers en feiten sport en bewegen. Geraadpleegd op 20 februari, 2020, via https://www.loketgezondleven.nl/gezonde-gemeente/leefstijlthemas/sport-en-bewegen/cijfers-en-feiten-sport-en-bewegen.
  6. Yu, G., Renton, A., Schmidt, E., Tobi, P., Bertotti, M., Watts, P., & Lais, S. (2011). A multilevel analysis of the association between social networks and support on leisure time physical activity: evidence from 40 disadvantaged areas in London. Health & place, 17(5), 1023-1029.