111 Weergaven
2 Downloads
Lees verder
Net als de rest van Nederland is Fryslân druk bezig met het realiseren van een duurzame ouderenzorg. In opdracht van Zorgkantoor Friesland, Friese ouderenzorgorganisaties en gemeenten deed Zorgbelang Fryslân onderzoek naar de toekomstverwachtingen van Friese ouderen (55-75 jr). De resultaten worden meegenomen in de beleidsontwikkeling van een duurzame, toegankelijke en kwalitatief goede ouderenzorg. Dit artikel gaat over de verwachtingen van ouderen over hun woontoekomst en sociale leven.

Ouderenzorg onder druk

Eind 2020 formuleerde het Zorgkantoor Friesland samen met Friese ouderenzorgorganisaties en gemeenten een toekomstvisie over ouderenzorg in 2030: de Krachtig verbindende Regiovisie Friesland, hierna de Regiovisie’ genoemd (Zorgkantoor, 2020). Sinds het verschijnen van deze visie in 2021 waarschuwen tal van gezaghebbende adviesorganen voor toenemende schaarste in de ouderenzorg.

In het rapport ‘Kiezen voor houdbare zorg’ merkt de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) op dat de baten van de zorg in Nederland groot zijn (WRR, 2021). Van de sinds 1950 gewonnen tien jaar levensverwachting, zijn zes jaar toe te schrijven aan de zorg. Het RIVM bevestigt deze bevinding (Polder et al, 2020). Het IBO rapport Niets doen is geen optie van 2023 verwacht dat de vraag naar ouderenzorg fors gaat stijgen bij ongewijzigd beleid (IBO, 2023). Bij gelijkblijvende prijzen van ouderenzorg stijgen de kosten van 20,0 mld. euro in 2021 naar 39,3 mld. euro in 2040. De uitgaven aan de ouderenzorg nemen bij ongewijzigd beleid toe van 2,3 procent van het bruto binnenlands product (bbp) in 2021 naar 3,6 procent van het bbp in 2040. Tussen 2020 en 2040 neemt de vraag naar zorgverleners in de ouderenzorg bij ongewijzigd beleid met 367.000 mensen toe. Het beslag op de beroepsbevolking stijgt daarmee van 4,2 procent in 2021 naar 7,3 procent in 2040. Het rapport van de technische werkgroep macrobeheersing zorguitgaven van december 2023 bevestigt deze voorspellingen (Technische werkgroep, 2023). De werkgroep doet drie voorstellen om de Wet Langdurige Zorg in te perken:

  • Het meewegen van de sociale context in de indicatiestelling door het CIZ. Die focust nu op het individu in isolatie en dat bemoeilijkt de beoogde transitie naar zorgpaden met meer informele zorg.
  • Het schrappen van verblijf uit de Wlz-aanspraak, want dat bemoeilijkt de beoogde transitie naar meer zorg buiten een instelling.
  • Het verhogen van de eigen bijdragen.

Deze waarschuwingen brachten het Zorgkantoor Friesland, de Friese gemeenten en aanbieders van ouderenzorg ertoe om hun regiovisie opnieuw tegen het licht te houden. Want ook in Fryslân spelen deze problemen, en voor een toegankelijk en duurzaam ouderenbeleid is draagvlak nodig van de mensen om wie het gaat. Daarom vroegen deze opdrachtgevers aan Zorgbelang Fryslân om een raadpleging uit te voeren naar de toekomstverwachtingen van Friese ouderen (55-75 jaar).  

Zorgbelang Fryslân vroeg Friese ouderen naar hun verwachtingen op het gebied van wonen, gezondheid, welzijn en zorg en onderzocht of deze in lijn waren met de uitkomsten van de Krachtig Verbindende Regiovisie.

De kerngedachte van de Regiovisie Ouderenzorg 2030 luidt als volgt:

‘In 2030 zijn we goed geworden in ouder worden. Een groot deel van de ouderen is in staat tot eigen regie. Deze generatie heeft financiële ruimte, toegang tot informatie en zorgt voor een groot deel zelf voor de oudedagsvoorziening. Ouderen nemen meer en meer de regie over hun eigen gezondheid, hun leven en hun levenseinde. We zien in Friesland ook een grote groep minder zelfredzame ouderen, die worden geconfronteerd met vervreemding, eenzaamheid en afhankelijkheid. Naast deze tweedeling hebben we te maken met een groeiende groep ouderen met een complexere zorgvraag.Zij moeten leren leven met zware beperkingen en hebben intensieve zorg nodig.’

Over de raadpleging

Bij de raadpleging vertelden 468 ouderen over hun toekomstverwachtingen, toegespitst op zeven items: Woonverwachtingen, Eigen gezondheid, Leefstijl, Sociale contacten, Samenredzaamheid, Financiële situatie en Digitale vaardigheden. Zij konden vragen online of in een persoonlijk interview beantwoorden.

De antwoorden zijn in de vorm van percentages kwantitatief en in de vorm van verhalen kwalitatief verwerkt. De resultaten werden besproken in focusgroepen waaraan leden van ouderenbonden, ouderen die deelnamen aan het onderzoek, vertegenwoordigers van patiëntenorganisaties, zorgprofessionals en bestuurders deelnamen. Op basis van de resultaten geeft Zorgbelang samen met hen aanbevelingen en beleidsadviezen voor een duurzame ouderenzorg. Hierna volgen de bevindingen en een aantal aanbevelingen en beleidsadviezen op het gebied van wonen en samenredzaamheid.

Woonverwachtingen

Veel ouderen wonen in een huis dat niet voorbereid is op een toekomst waarin gezondheid en mobiliteit minder worden, zo wordt geconstateerd in de Regiovisie. Vaak is het huis waarin ouderen tijdens het werkende leven en/of opvoeden van kinderen woonden, niet passend voor de volgende levensfase. Doorstromen van een (grote) gezinswoning naar een appartement of het aanpassen van de huidige woning zijn opties voor toekomstig wonen.

Dit zegt de Regiovisie over Ouderenzorg 2030:

Volgens de Regiovisie is het belangrijk dat ouderen proactief zijn over hun toekomstige woonsituatie: “Veel ouderen blijven in hun eigen gemeenschap naarmate zij ouder worden. Ze blijven thuis met behulp van woningaanpassingen en technologie of verhuizen naar een geschikte woonvorm of woongemeenschap in hun omgeving. Een klein deel verhuist naar een expertisecentrum voor specialistische zorg.”

De onderzoekers van Zorgbelang legden de ouderen de volgende vraag voor: Hoe zien uw woning en woonomgeving er over vijf of tien jaar uit?

Resultaten

Verhuisbereidheid is er zeker bij veel ouderen. De voorkeuren zijn divers. Zo is er interesse in woonvormen zoals knarrenhofjes en appartementen. Tot de groep ouderen die actief nadenkt over hun woontoekomst behoren ook mensen die hun huis levensloopbestendig willen maken of dat al gedaan hebben. Regelmatig komt ook de wens naar het ‘voormalige bejaardentehuis’ voorbij. Respondenten gaven ook aan dat ze de sociale context, zoals een aanwezig netwerk, voor hun woontoekomst belangrijk te vinden.

Nogal wat ouderen ervaren drempels bij het realiseren van of denken over hun woontoekomst. Dit zijn de belangrijkste:

  • De woningmarkt die op slot zit/een beperkt (betaalbaar) aanbod.
  • Een beperkt aanbod in de eigen omgeving/gemeente, terwijl men daar graag wil blijven wonen/een netwerk heeft.
  • Gehechtheid aan de eigen woning, die niet altijd geschikt is voor levensloopbestendige aanpassingen.
  • Verhuizen is te duur, zeker voor lagere en middeninkomens.

Wat opvalt

De meeste ouderen overwegen actief om te verhuizen of hun woning te verbouwen. Een aantal van hen is al verhuisd of heeft al verbouwd. Het overgrote deel van de reacties is daarmee congruent met de Regiovisie. Echter, veel ouderen worden geconfronteerd met de harde realiteit van een vastgelopen woningmarkt, waarin het aanbod van (betaalbare) en passende woningen zeer beperkt is of zelfs ontbreekt.

Bied perspectieven door een divers aanbod

Zonder het creëren van een betaalbaar en divers aanbod, blijven oplossingen ver weg. Aanbeveling van Zorgbelang Fryslân aan gemeenten, woningbouwverenigingen en Provincie is dan ook om alles op alles te zetten om een aanbod te creëren dat aansluit bij de verschillende behoeften van inwoners. Experimenteer met alternatieve woonvormen voor ouderen zoals Tiny-houses, kangoeroewoningen, knarrenhofjes, buurtzorghuizen. Zorg voor diversiteit en stel je open voor nieuwe ideeën. Doe onderzoek naar goede voorbeelden, waarin wonen, het opbouwen van een netwerk en het combineren van formele en informele zorg mogelijk is. Sommige ouderen willen in de buurt van hun kinderen wonen of ze willen in het dorp/de wijk blijven wonen waar ze een sociale binding mee hebben. Geef hen voorrang, met als criterium: sociale urgentie.
Er zijn ook ouderen (een minderheid) die niet bezig zijn met hun woontoekomst en daar niet op anticiperen. Zorg voor toegankelijke online en offline informatie over dit onderwerp en/of start een bewustzijnscampagne. Dit heeft echter alleen zin wanneer er een aanbod is van (betaalbare) opties, ook voor de lagere- en middeninkomens.

Verwachtingen van ouderen over samenredzaamheid

Een belangrijk thema in de Regiovisie is het belang van, het beroep op- en het uitbouwen van de ‘mienskip’. Dit is nodig, aangezien in 2030 ouderen nog meer aangewezen zijn op hun omgeving.  Met alleen een ‘passend huis’ zijn we er dan ook niet. Ook een passende woonomgeving is van belang. Met het klimmen der jaren kunnen gezondheid en mobiliteit minder worden en kan afhankelijkheid groeien. Een sociaal netwerk waarop je een beroep kan doen is dan belangrijk. Kinderen, buren of vrienden kunnen bijspringen door boodschappen te doen of mogelijk mantelzorg te verlenen. Een sociaal netwerk is daarnaast een belangrijk middel tegen eenzaamheid en isolement.


Dit zegt de Regiovisie over Ouderenzorg 2030:

“In 2030 zijn de ouderen dus nog meer aangewezen op de mensen in hun omgeving. We hebben hier een streepje voor omdat gemeenschapszin in onze genen zit… wij noemen dat mienskip.”

Volgens de Regiovisie is het wenselijk dat ouderen kunnen rekenen op steun van hun sociale kring.

Zorgbelang vroeg ouderen onder meer hoe hun sociale leven er nu uit ziet en of zij (straks) een beroep kunnen doen op hun omgeving voor mantelzorg of praktische hulp.

Resultaten

Een groot aandeel van de ouderen beschikt over een sociaal netwerk (familie, vrienden, vrijwilligerswerk, mantelzorg, ook kinderen). Voor een minderheid is dat niet het geval.  De netwerken verschillen in omvang en diversiteit. Bij de een bestaat het netwerk vooral uit familie, anderen hebben een breed netwerk van familie en vrienden. Een minderheid beschikt over een beperkter netwerk: een praatje met de buren en contact met een zoon of dochter. Ouderen met een netwerk verwachten in veel gevallen dat dit blijft bestaan, maar sommige ouderen verwachten dat hun netwerk (bijvoorbeeld door afname van mobiliteit) afneemt. Er is ook een groep ouderen die aangeeft nergens terecht te kunnen. Uit sommige verhalen blijkt eenzaamheid.

Als belangrijkste redenen voor een afnemend netwerk worden genoemd:

  • Afnemende gezondheid of mobiliteit.
  • Netwerk bestaat uit leeftijdsgenoten en wordt kleiner door overlijden van mensen.
  • Men heeft geen/beperkte behoefte aan sociaal contact.

Wat opvalt

Er is een wisselend beeld als het gaat om de beschikbaarheid van het netwerk voor praktische hulp. Een minderheid van de ouderen staat open voor lichamelijke verzorging vanuit het netwerk (onder voorwaarden). Kwetsbaar zijn ouderen met een chronische aandoening, hun netwerk is vaak beperkt.

Creëer toegang tot nieuwe netwerken

Sociale netwerken bewegen mee met de verschillende levensfasen. De netwerken van ouderen kunnen kwetsbaar zijn: men wordt minder mobiel, generatiegenoten vallen weg door overlijden, de werkkring is weggevallen, de kinderen wonen mogelijk op afstand en/of hebben het druk met hun eigen leven. Aanbeveling van Zorgbelang is om ervoor te zorgen dat elke woonomgeving ook toegang biedt tot nieuwe netwerken. Zorg er daarom voor dat elke wijk, dorp of woonkern een ontmoetingsplek heeft, bijvoorbeeld een Multifunctioneel Centrum of dorpskamer in de winter en een leuk centraal plein in de zomer. Daar kunnen inwoners samen activiteiten ondernemen, elkaar ontmoeten en vrienden maken. Richt deze voorziening niet uitsluitend op ouderen, maar op alle leeftijden, zo stimuleer je intergenerationele contacten.

Conclusie

Veel ouderen denken actief na over hun woonsituatie, maar ervaren drempels zoals beperkte woningopties en gehechtheid aan hun huidige huis. Een divers en betaalbaar woningaanbod ontbreekt, wat toekomstige oplossingen bemoeilijkt. Gemeenten, woningcorporaties en provincies worden geadviseerd om verschillende behoeften van inwoners te ondersteunen door te experimenteren met alternatieve woonvormen zoals tiny houses en buurtzorghuizen. Wonen heeft een sociale dimensie, waarbij een aanwezig netwerk de samenredzaamheid bevordert. Ouderen hebben diverse sociale netwerken, maar kwetsbaarheid neemt toe door factoren zoals afnemende mobiliteit en overlijden van generatiegenoten. Het bevorderen van de ‘Mienskip’ in Fryslân vereist voortdurend onderhoud. Het creëren van woonomgevingen die toegang bieden tot nieuwe netwerken voor alle leeftijden is aan te bevelen. Dit kan door elke buurt een ontmoetingsplek te bieden, zoals een Multifunctioneel Centrum of dorpskamer, gericht op alle leeftijden om intergenerationele contacten te stimuleren.

Het complete groenboek Ouderen Spreken Zich Uit, een witboek met beleidsadviezen voor toekomstbestendige ouderenzorg en de Publieksversie met een samenvatting van het onderzoek en de belangrijkste beleidsadviezen kunt u downloaden op de website van Zorgbelang Fryslân. Hier vindt u ook tabellenboek met statistische resultaten en een groenboek over de toegepaste methodologie.

Literatuurlijst

  1. IBO Ouderenzorg (2023, 23 februari). Niets doen is geen optie. Rijksoverheid. Geraadpleegd op 5 april 2024, van https://open.overheid.nl/documenten/b0d11071-3141-4b48-8c81-4e5b372427b3/file
  2. Polder, J.J., Hoekstra, J. & Vonk, R.A.A. (2020, 20 april). Gezondheidseffecten en maatschappelijke baten van de gezondheidszorg. RIVM. Geraadpleegd op 5 april 2024, van https://www.rivm.nl/publicaties/gezondheidseffecten-en-maatschappelijke-baten-van-gezondheidszorg-kwantitatief
  3. Technische werkgroep (2023, 11 december). Rapport technische werkgroep macrobeheersing zorguitgaven. Rijksoverheid. Geraadpleegd op 5 april 2024, van https://open.overheid.nl/documenten/538f00e7-a972-4720-a738-06cfc8cfc62f/file
  4. WRR (2021, 15 mei). Kiezen voor houdbare zorg. Geraadpleegd op 5 april 2024, van https://www.wrr.nl/publicaties/rapporten/2021/09/15/kiezen-voor-houdbare-zorg
  5. Zorgkantoor Friesland (2020, november) Krachtig verbindende regiovisie. Geraadpleegd op 5 april 2024, van https://www.weyond.nl/project/krachtig-verbindende-regiovisie-friesland/