210 Weergaven
0 Downloads
Lees verder
Begin dit jaar verspreidde het virus Covid-19 zich over de wereld. Ieder land, ook Nederland, dacht de dans te ontspringen, maar kwam toch aan de beurt. Na de eerste focus op de ziekenhuizen, kwam ineens het besef dat ook ouderenzorginstellingen in de gevarenzone lagen. Dat vroeg om crisismaatregelen die ongebruikelijk zijn in deze relatief rustige sector. Nu maken we een tussenbalans op: wat zijn de geleerde lessen van de eerste coronagolf? En hoe zorgen we voor balans tussen veiligheid en kwaliteit van leven in een crisissituatie? Het verhaal van Noorderbreedte, een ouderenzorginstelling in het noorden van Nederland.

Noorderbreedte

Noorderbreedte biedt biedt vanuit vijftien locaties en een revalidatiecentrum zorg aan, voornamelijk, ouderen in Fryslân. De organisatie is gespecialiseerd in dementie, de ziekte van Huntington, gerontopsychiatrie, het syndroom van Korsakov en niet-aangeboren hersenletsel. Bij Noorderbreedte werken ruim 2500 medewerkers en 1500 vrijwilligers aan een waardevolle dag voor de ruim 1200 cliënten.

Kwetsbaar en vogelvrij

Verpleegkundige Klara de Jong kijkt terug op de eerste uitbraak en vertelt haar verhaal. “In een positie verkeren waarin iemand kwetsbaar is, ‘vogelvrij’ is… Zo heb ik de uitbraak van het Corona-virus ervaren, als verpleegkundige op De Kolk, waar kleinschalige 24-uurs zorg wordt geboden aan 24 mensen met dementie. Waar in een tijdsbestek van ongeveer 10 dagen, de helft van de acht bewoners van onze woning overleed aan Covid-19. Het was een bizarre tijd.”

Klara had die zondag avonddienst op De Kolk (een fictieve naam i.v.m. privacy – red.) en verbaasde zich erover dat een een bewoner, die normaal gesproken zorg werend was, ineens alles toeliet. “Hij keek langs me heen, leek een stijve nek te hebben, en had iets verhoging. Ik wist: hier klopt iets niet. De volgende dag bleek deze bewoner positief. Geen seconde had ik de verschijnselen van deze bewoner met Covid-19 in verband gebracht.”

Diezelfde avond ging De Kolk in quarantaine. De locatie was op dat moment al gesloten voor bezoekers. Klara: “We stelden een team samen dat alleen nog op De Kolk ging werken en niet meer door de hele locatie. Het saamhorigheidsgevoel was groot en iedereen van het team was bereid extra te werken. Ook werden er collega’s getest, na een golf van onzekerheid. Collega’s die de week daarvoor onbeschermd hadden gewerkt. Maar liefst zeven van hen waren positief. Gelukkig had ik het niet en kon ik een coachende rol op me nemen, vragen beantwoorden en rust creëren. De eerste contactpersonen van de bewoners werden geïnformeerd en nieuwe teamleden vervingen zieke collega’s. Gelukkig hadden we genoeg persoonlijke beschermingsmiddelen. Ik vond het heel bijzonder dat de bewoners ons nog steeds herkenden aan onze intonatie en lichaamstaal, want we zagen eruit als ruimtewezens.

Meerdere bewoners werden ziek op een manier die ik niet eerder had gezien. Er waren valaccidenten. De kortademigheid, hoewel aangegeven door metingen, was lang niet altijd zichtbaar bij de bewoners. Ik had het volste vertrouwen dat een bewoner die ook positief getest was, het zeker ging redden, want de benauwdheid bleef uit en de reacties bleven alert. Maar binnen een week zagen we toch een enorme achteruitgang. Pijn in de buik en een acute benauwdheid.”
Voor een bewoner met een heel warm familienetwerk, was het mogelijk om op paaszondag een, gezien de omstandigheden, mooi afscheid te organiseren. Klara: “We hebben het bed dwars voor het raam op de begane grond gezet. Iedereen was er: alle kinderen, kleinkind, achterkleinkind en ook de hond kwamen om de beurt bij het raam om hun dierbare gedag te zeggen. De bewoner heeft ze allemaal bij de naam genoemd, zelfs de hond… Een week later stonden wij in een erehaag op anderhalve meter afstand van elkaar en reed de begrafenisauto met de kist vol bloemen statig langs ons. We voelden ons bedroefd. Maar tegelijk ook rijk door datgene wat we toch nog hebben kunnen betekenen voor de bewoner en de familie, hoe triest de situatie voor hen ook was. Een paar weken werd de quarantaine beëindigd en konden we weer wat opgeluchter ademhalen.”

Fig 1 NB_Poster_Corona-Dit gebouw is Gesloten-A3_V5_01_page-0001

Fig. 1: poster ‘Locatie gesloten’

Crisis vraagt om speciale aanpak

Een crisis vraagt om een speciale aanpak: snel, autoritair en actiegericht. Een werkwijze die niet zo past bij een sector als de ouderenzorg, waar de wens van de bewoner centraal staat en gewerkt wordt aan zelfsturende zorgteams. Maar het was nodig bij de uitbraak van Covid-19. Preventieve maatregelen werden soms letterlijk uit de grond gestampt, zoals hekken die rond locaties werden geplaatst om risicovol gedrag van bezoekers te voorkomen. Het ingestelde crisisteam kondigde maatregelen af, protocollen werden opgesteld, bezoekers en vrijwilligers geweerd en persoonlijke beschermingsmiddelen werden overal en nergens vandaan gehaald.
En dat alles in koortsachtige afwachting van de eerste besmettingen. En die kwamen, precies twee dagen na het instellen van het landelijke bezoekverbod. In totaal zijn bij Noorderbreedte 20 bewoners besmet geraakt op 5 verschillende locaties. Hiervan zijn helaas 8 bewoners overleden.

Enquête voor medewerkers, bewoners en naasten

Met behulp van twee verschillende vragenlijsten keken afgelopen zomer medewerkers, bewoners en naasten van Noorderbreedte terug naar de (eerste) coronaperiode, met als doel te leren van de ervaringen en de uitkomsten te gebruiken bij mogelijke nieuwe uitbraken van het coronavirus. In totaal is de vragenlijst 234 keer teruggestuurd door medewerkers en 113 keer door bewoners en/of hun naasten, verspreid over alle locaties van Noorderbreedte. Ondanks dat de respons relatief laag was, vermoedelijk doordat de prioriteit meer lag bij het coronavirus en de steeds veranderende maatregelen, is er wel een rode draad te zien in de reacties.

In tijden van crisis is veel mogelijk, zo is gebleken. Medewerkers voelden de urgentie en schikten zich in de besluiten die van bovenaf werden genomen. Wel werd het crisisteam hierdoor bedolven onder een enorme hoeveelheid vragen. Immers, een crisis maakt ook onzeker. “Mag ik wel of niet werken als ik verkouden ben?”, “Wanneer moet ik een mondneusmasker op doen en hoe?” en “Wat kan ik doen om onze bewoners toch een waardevolle dag te bezorgen?”. Het speciaal ingestelde corona telefoonnummer en e-mailadres brachten uitkomst.

Veel medewerkers blijken de crisissituatie en daarmee de snelle en autoritaire besluiten te begrijpen en accepteren. Voor hen is een snelle en duidelijke communicatie over de besluiten belangrijk. De informatie op intranet en de nieuwsbrieven werden als erg prettig ervaren. Wel geeft men aan dat bij een volgende golf nog meer duidelijkheid en overzicht gewenst is en meer maatwerk per locatie nodig is. Meer locatie- en doelgroep-specifiek beleid leidt tot beter passende zorg per bewoner.

Veel bewoners en naasten voelden zich overvallen door de crisismaatregelen. Zij schikten zich erin, stonden erachter of schreven soms boze stukken in de krant.

Veel naasten geven bij de vragenlijst aan hun vader of moeder als geen ander te kennen en juist daarom meer betrokken te willen zijn bij besluiten over de zorg aan de bewoner ook in een deze crisistijd. Daarnaast wensen zij meer afstemming over passende maatregelen voor de bewoners en henzelf. Ook de cliëntenraden – die tijdens de crisis een soms ongemakkelijke ‘in-between-rol’ hebben vervuld tussen management en bewoners en naasten – hebben aangegeven dat ze eerder in de crisis betrokken hadden willen worden om mee te denken over passende maatregelen.

Schaarse middelen

Om besmettingen te voorkomen op de locaties is een goede hygiëne met de bijbehorende strengere hygiëneregels een belangrijk thema. Medewerkers vertellen dat met name in het begin van de coronaperiode op veel locaties een tekort was aan persoonlijke beschermingsmiddelen. Door de schaarste werden strenge eisen aan het gebruik gesteld, die niet altijd duidelijk waren. Gedurende de crisis werd dit steeds beter gecoördineerd, kwamen er geleidelijk meer middelen beschikbaar en werden de werkprocessen duidelijker.
De meeste bewoners die gereageerd hebben, geven aan zich voldoende beschermd gevoeld te hebben en voldoende beschikking te hebben gehad over hygiënemiddelen, zoals handdesinfectiemiddelen.

Geen bezoek, toch contact

Op 20 maart werd in heel Nederland het bezoek aan zorglocaties niet meer toegelaten. Zo ook binnen Noorderbreedte. Naasten, die soms dagelijks langskwamen, konden plotseling weken niet meer op bezoek bij hun man, vrouw, vader of moeder. Voor de meeste bewoners en naasten is dit een ongekend verdrietige en zware periode geweest. Bewoners, maar ook naasten, geven aan zich erg eenzaam te hebben gevoeld en de periode als uitzichtloos te hebben ervaren. De verhoogde eenzaamheid heeft soms geleid tot meer depressiviteit en verergerde ziektebeelden onder de bewoners. Naast acceptatie – ‘Het kon niet anders’ – was er zowel onder bewoners als naasten veel onbegrip over de geplaatste hekken rond de locaties en de bezoekregeling: ’Ben ik als partner gevaarlijker dan de zorgmedewerkers?’ De binnen Noorderbreedte snel gecreëerde mogelijkheden om toch in contact te blijven met naasten, zoals via beeldbellen, raambezoeken en babbelboxen, vonden naasten en bewoners over het algemeen prettig, hoewel dit niet voor iedereen een uitkomst was. Ook was bij het beeldbellen niet altijd voldoende ondersteuning van de bewoners mogelijk.
Daarnaast is door zowel zorgmedewerkers als door een aantal naasten aangegeven dat de periode juist positief is geweest voor bewoners van enkele doelgroepen, waaronder bewoners met een vergevorderde dementie. De grotere rust in de huiskamers en structuur op de afdelingen waren voor hen juist prettig. Tegelijkertijd ging dit spijtig genoeg soms gepaard met het niet meer herkennen van de naasten na de lange afwezigheid.

Fig 2 beeldbellen

Fig. 2: beeldbellen

Minder en meer aandacht

Ondanks alle beperkingen is er in de coronaperiode is door iedereen heel hard gewerkt om optimale zorg te kunnen bieden. Veel medewerkers hebben aangegeven dat zij niet de hoge kwaliteit van zorg konden leveren die ze normaal bieden, door de sterk verhoogde werkdruk (meer diensten, nieuwe/extra protocollen, veel wisselingen in het team door zieke collega’s). Daarnaast werden behandelaren, die vanuit huis werkten, erg op locatie gemist. Volgens velen verminderde dit de kwaliteit van zorg, met name omdat psychologen, maatschappelijk werkers en geestelijk verzorgers op de locatie meer mentale ondersteuning hadden kunnen bieden aan zowel bewoners als medewerkers dan op afstand. Deze extra aandacht aan medewerkers had mogelijk ook kunnen bijdragen aan een lager verzuim. Medewerkers geven ook aan dat aandacht vanuit het management essentieel is. Deze is zowel als ruim voldoende als te weinig ervaren.

Aan de andere kant zijn er medewerkers die aangeven dat juist extra hoge kwaliteit van zorg is geboden. Er was meer tijd en aandacht voor de bewoner doordat er ter compensatie van het ontbreken van bezoek meer medewerkers werden ingezet. Dit wordt ook bevestigd door veel bewoners.

Geleerde lessen

De belangrijkste lessen van de coronacrisis:

  • Tijdige en duidelijke communicatie aan medewerkers, naasten en bewoners is essentieel. Zorgmedewerkers, bewoners, naasten en cliëntenraden betrekken bij het per doelgroep passend communiceren over vastgesteld beleid.
  • Waar het mogelijk en nodig is, locatie-specifiek en doelgroep-specifiek beleid opstellen, passend binnen een algemeen Noorderbreedte beleid.
  • Zorgmedewerkers, bewoners, naasten en cliëntenraden tijdig betrekken bij het opstellen van beleid, zoals bij de bezoekregeling, of bij het beslissen over nieuwe maatregelen, zoals het plaatsen van hekken rond locaties.
  • Geen volledige sluiting van de locaties voor bezoek meer. Bezoek mogelijk laten met passende locatie-specifieke maatregelen, afhankelijk van de inrichting en besmettingskansen op de locatie.
  • Goed anticiperen op voldoende beschikbaarheid van beschermingsmiddelen.
  • Meer duidelijkheid over hoe om te gaan met persoonlijke beschermingsmiddelen, zowel bij voldoende als bij schaarse middelen.
  • Tijdig alle mogelijke scenario’s uitwerken, zodat opnieuw een crisissfeer kan worden voorkomen en zo snel en efficiënt mogelijk ingespeeld kan worden op nieuwe of veranderde maatregelen.
  • Behandelaren, specifiek psychosociale disciplines, op de locaties laten werken. Hierbij elke behandelaar per dag op één locatie laten werken, waardoor het besmettingsrisico wordt beperkt.
  • Veel aandacht schenken aan de medewerkers vanuit het management en de leidinggevenden.
  • Aandacht (blijven) schenken aan het contact tussen bewoners en naasten, o.a. door het snel inrichten van babbelboxen, raambezoeken en beeldbellen, maar ook het blijven zoeken naar andere mogelijkheden. Bij beeldbellen meer ondersteuning bieden aan bewoners.

Veel van de hierboven genoemde leerpunten zijn inmiddels al in praktijk gebracht. Helaas waren er in oktober opnieuw besmettingen binnen Noorderbreedte. Op de site van de instelling is alle informatie te vinden over het huidige instellingsbeleid ten aanzien van corona.